Dorpsgeschiedenis‎ > ‎Grote brand‎ > ‎

Grote Brand van Vriezenveen

Het is dinsdag 16 mei 1905. Een mooie, zonnige lentedag breekt aan. Er waait een sterke oostenwind, iets komende uit zuidelijke richting. Niemand, maar dan ook helemaal niemand, kan 's ochtends bevroeden dat deze middag het noodlot in Vriezenveen zal toeslaan.

Om ongeveer 14:00 uur wordt de brand voor het eerst ontdekt bij Johannes Goosselink. Zijn timmerwerkplaats op het Oosteinde staat dan al in lichte laaie. Gelijk wordt er groot alarm geslagen. Opperbrandmeester Johannes Frederik Jonker hoort op zijn kantoor de brandklok luiden. Met drie spuiten trekt het korps erop uit. Aan de westzijde van het huis van de familie Companje begint het bluswerk. Het vuur slaat, aangewakkerd door de harde wind, razend snel om zich heen. Een kwartier nadat het eerste vuur wordt opgemerkt, zijn al twintig huizen aangetast.

Na een guur voorjaar, was het weken lang kruk droog geweest. De vele daken van stro waren hierdoor een gewillige prooi voor het vuur. Met een sterk aanwakkerende wind sloeg het vuur soms enkele huizen over. Zo bleef de smederij van Antoon Sanders, welke een paar honderd meter verderop gelegen was, gespaard.

De Rooms Katholieke Kerk hoopte men te kunnen behouden, maar ook hier werd noeste arbeid niet beloond. Eerst vatte het dak vlam, daarna de pastorie en even later stond de gehele kerk in lichter laaie. Het voormalige huis van schilder Klaas Waanders brandde tot de grond toe af. Het dak van de koperslagerswinkel, schuin achter het postkantoor, werd nat gehouden. Hierdoor bleef deze, het postkantoor van Barend ter Brake en de naast gelegen woning van notaris Lammerink behouden. De even verder op gelegen Gereformeerde Kerk werd wel weer getroffen. De in de nabijheid staande boerderij van Kleisen wist men te behouden.

Red, wat te redden valt was het motto. De meubelen werden uit huis gesleept en het vee uit de boerderij verdreven. Een veulen spartelde zo tegen, dat het niet op tijd uit de stal gehaald kon worden.

Gemeentehuis
Burgemeester Bouwmeester is spoedig ter plaatse. Nadat al vele gebouwen verloren gegaan zijn, bereikt het vuur ook het Midden. De oude, voormalige, Middenschool, weet aan de vlammen te ontkomen. Het hier naast gelegen gemeentehuis gaat geheel in vlammen op. Haastig wordt getracht het archief te redden. Een week later, blijkt dat bijna alle stukken ongeschonden de kluis uit komen.

Op het Westeinde bleven 6 huizen op een rij staan, maar daarover en omheen had het vuur weer een huis aangetast. Ook hier gaan weer vele huizen verloren. De brand lijkt niet te stoppen, ondanks de vele krachtsinspanningen die gedaan worden.

Om 16:00 uur begint men te vrezen voor de fabriek van Jansen & Tilanus. Een uur later heeft het vuur dan ook reeds een gebouw vlak bij de fabriek aangetast. Tegen 18:00 uur rijden de beide spuiten uit Almelo het dorp binnen. Deze worden onmiddellijk ingezet in de omgeving van de fabriek. De zonen van Tilanus zijn dan inmiddels op het dak van de fabriek geklommen, om dadelijk het vuur met een spuitslang te bestrijden. De vijf spuiten geven onophoudelijk water. De brand wordt wonder boven wonder gekeerd bij een grote turfschuur in de buurt van de fabriek. Hierdoor bleef Vriezenveen van een tweede grote ramp verstoken ... werkloosheid.

Ook een schip dat aan de Kanaaloever gemeerd lag, wordt aangetast en verbrandde. Zelfs het spek vloog door de lucht en hielp het vuur zijn weg te vervolgen. Geen wonder dan ook dat het vuur het Kanaal overvloog en daar, tot aan den grintweg naar Daarle, alle veengrond nog verschroeide.

In de avond was een groot deel van Vriezenveen één grote ruïne. Honderden mensen, hele gezinnen, staan op straat. Over een lengte van 4 km. is bijna alles aangetast. 228 verbrande gebouwen, bewoond door 280 gezinnen maken 1.600 mensen dakloos. Het is één grote nachtmerrie. De zuidzijde van het dorp was gespaard en wijd gingen daar de deuren open om de daklozen op te nemen. De volgende dag reed een grote wagen van Jansen & Tilanus met dekens door het dorp welke aan de behoeftigen werden uitgereikt.

Koningin Wilhelmina
Op woensdag 17 mei 1905 komt de commissaris der Koningin, jhr. mr. Lijcklama à Nyeholt, pols hoogte nemen. Twee dagen later bezoekt ook Koningin Wilhelmina en haar man Prins Hendrik het rampgebied. Omstreeks 13:00 uur wordt het koninklijk paar door burgemeester Bouwmeester voor de Middenschool ontvangen. De menigte is zichtbaar verguld met het bezoek, ondanks de tragische gebeurtenis die hieraan is voorafgegaan. In een van de veldtenten, bewoond door G. Jansen, maakt de Koningin een praatje. Ook wordt een bezoek gebracht aan de fabrieken van Jansen & Tilanus. Als de wandeling goed en wel is vervolgd in het Oosteinde, neemt de Koningin en haar gevolg plotseling afscheid en keert huiswaarts.

Vriezenveen trekt vele ramptoeristen. De veldwachters Marten de Jong en Hendrik Oordt maken lange dagen. 36 uur na aanvang van de brand zien ze voor het eerst hun bed, andere burgers nemen dan hun diensten waar. De veldwachters hebben de grootste moeite om alles in goede banen te leiden. Sommige dagen wordt zelfs politieversterking uit de buurgemeenten gevraagd, om de orde te handhaven. Duizenden en duizenden bezoekers bevolken het anders zo stille Twentse dorp. Het lijkt wel kermis.

Al gauw komt er een grote collecte op gang. In enkele maanden tijd wordt er ca. fl. 70.000 bijeengebracht. Zo schonk de Koningin fl. 1.000, de Graaf van Rechteren fl. 1.000 en de heer Tilanus fl. 2.000. Deze opbrengst werd verdeeld onder de getroffenen, welke hun eigendommen niet of veel te laag hadden verzekerd.

Op 6 mei 1915 komt Johannes Goosselink, bij wiens timmerwerkplaats de brand begon, op droeve wijze om het leven. Het sterft aan de verdrinkingsdood in het Overijsselsche Kanaal. De oorzaak van de brand wordt nimmer achterhaald.

Geschreven in 2003 door André Idzinga.
Comments