Verhalen‎ > ‎

Badinrichtingen in ‘t Vjenne

Badinrichting in PDF

Badinrichtingen in ‘t Vjenne

 

Inleiding.

De titel van dit verhaal verdient een verduidelijking. Onder Badinrichtingen in ’t Vjenne schaar ik de zwemgelegenheden die in Vriezenveen zijn of zijn geweest, en de badhuizen die er ooit zijn geweest.

Het is zomaar een verhaal. Het heeft geen diepgang, maar toen ik las over het badhuis van Jansen & Tilanus werd mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik ontdekte toen nog een paar badhuizen en ik vond het eigenlijk te weinig om een verhaal van te maken. Daarom heb ik geprobeerd alle badgelegenheden, dus inclusief zwembaden en zandgaten daarvoor dienende, in ’t kort in kaart te brengen.

 

Hessel Boonstra.

 

De spoorsloot

 

Er was eens een zwemgelegenheid in Vriezenveen, namelijk de spoorsloot ten westen van de spoorlijn; die zwemgelegenheid bestond al voor 1937, het jaar waarin de gemeente een officiële vergunning kreeg van de Nederlandse Spoorwegen om er een zwemgelegenheid van te maken. Er werden kleedhokjes geplaatst en een urinoir, ook een afrastering in verband met de spoorweg. In 1941 werd deze vergunning weer ingetrokken. Het hele verhaal van de spoorsloot vinden we in het Spoorboek van Vriezenveen verkrijgbaar bij het Historisch Museum Vriezenveen. Waar het in dit verhaal onder andere gaat om zwembaden die Vriezenveen heeft gekend zoals de buitenbaden ’t Vjennebad, de Plump en binnenbad in De Stamper mag de spoorsloot als een voorloper van deze baden worden gezien.

Er was nog een gelegenheid om te badderen, kanalen. Henkie leerde Jantje zwemmen langs de lange waterkant! Zo ging het toch wel eens vroeger? De jonge kinderen moesten onder toezicht van de oudere broers of zusters de schoolslag leren in het kanaal.

 

Zwemmen kon je in de spoorsloot, het kanaal, later in zandgaten, zwembad met modderbodem, later met een betonkuip al dan niet betegeld etc. Baden kon je ook nog in badhuizen, alhoewel niet alle badhuizen een bad hadden. Men kon er douchen, gratis of tegen laaf tarief.

 

Badhuizen

 

Badhuizen hadden wel een andere functie dan zwemmen, namelijk het bevorderen van de volksgezondheid.

Daar was het badhuis in Westerhaar-Vriezenveensewijk. Het initiatief tot oprichting daartoe lag in 1953 bij de hervormde gemeente. Dat badhuis zou aangebracht worden in het te bouwen Verenigingsgebouw van de hervormde gemeente in Westerhaar-Vriezenveensewijk. De kerk nam daarvoor een lening op van f 10.000,-- bij de Nationale Levensverzekeringsmaatschappij in Rotterdam. Het badhuis werd vervolgens voor 30 jaar gehuurd door de gemeente tot 1983, maar voor die tijd werd het als badhuis al afgedankt.

 ekening inrichting badhuis Westerhaar-Vriezenveensewijk

 

Als badmeester fungeerde de heer Schokker die ook conciërge was van het verenigingsgebouw.

Het badhuis had alleen douches. Kinderen jonger dan 14 jaar betaalden 15 cent en personen ouder dan 14 jaar 30 cent voor een douche. In 1957 maakten 3348 volwassenen en 1734 kinderen gebruik van het badhuis. Het badhuis was geopend vrijdag van 18.00 – 21.00 uur en op zaterdag van 14.00 – 20.00 uur. In 1970 waren er nog maar 6 gezinnen die gebruik maakten van het bad waardoor het badhuis per 1 april 1970 werd gesloten. De douches konden nog worden gebruikt door de gymnastiekverenigingen die gebruik maakten van de gymzaal van het Verenigingsgebouw aan de Hoofdweg 168.

 

Ook Bruinehaar had een badhuis. In 1957 zag de gemeente de kans schoon om een badhuis aan te bouwen/in te bouwen bij het in aanbouw zijnde Verenigingsgebouw in Bruinehaar aan de Gravenlandweg. De gemeente stelde een krediet beschikbaar van f 7500,-- en de stichting Verenigingsgebouw Bruinehaar ging het badhuis exploiteren. Het badhuis voorzag ook in de behoefte van de buurtschap Langeveen onder de gemeente Tubbergen, welke gemeente dan ook in beginsel voor een kwart bijdroeg in de exploitatietekorten.

Het badhuis Bruinehaar had alleen douches en was open op zaterdagmiddag van 13.30 – 17.50 uur. In de periode van 4 september 1957 tot en met 31 december 1957 maakten 471 personen er gebruik van, daarvan kwamen 411 personen uit Langeveen.

In 1958 maakten in totaal 1410 personen gebruik van het badhuis waarvan 1412 personen uit Langeveen. De gemeente Tubbergen verhoogde haar percentage daardoor in het exploitatietekort tot 75%. Ook hier was het tarief 15 cent voor kinderen en 30 cent voor volwassenen.

Het aantal baden bedroeg in de jaren daarna:

in 1959: 991, in 1960: 301, in 1961: 525, in 1962: 622, in 1963: 378.

In 1964 namen 1 a 2 personen wekelijks een bad. Het gebruik nam af omdat de bevolking zelf meer over douchemogelijkheden kon beschikken. In dat jaar werd het badhuis alleen in het winterseizoen gesloten, terwijl verderop in de jaren ’60 het badhuis helemaal werd gesloten.

 

Dan was er nog het badhuis van Jansen & Tilanus.

Het badhuis had 10 douches en 3 baden, een wachtkamer, een kantoortje met loket en op de bovenverdieping een woning. In 1957 was het de firma niet meer mogelijk voor de nodige voorzieningen te zorgen, en bood zij de gemeente het badhuis te koop aan. De aankoop is niet doorgegaan maar de gemeente verleende in 1958 een bijdrage van f 2000,-- in het exploitatietekort omdat zij de instandhouding van het bad belangrijk vond.

Een douche kostte 20 cent en een bad 40 cent.

 

 

Het badhuis was vrijdags geopend alleen voor dames van 16.00 - 21.00 uur, zaterdagmorgen voor moeders met kinderen van 09.00-12.30 uur en de heren mochten zaterdagmiddag van 13.30 – 18.30 uur. In 1958 werden per week 215 baden en douches gedaan. In 1961 werden er 1972 baden genomen en 5870 douches, in 1962 1718 baden en 5559 douches.

In 1963 gaf de firma een scheiding van gebruik door het personeel en ingezetenen van het dorp Vriezenveen. In dat jaar maakten 1341 inwoners gebruik van de douches en 690 inwoners gebruik van een bad. Van het personeel maakten 256 personen gebruik van de douches en 171 personen van een bad. In 1965 liep het aantal douches in totaal terug tot 4400 en het aantal baden steeg naar 2175. In de jaren daarna nam het gebruik sterk af en in 1968 werd gestopt met het gebruik van het badhuis.

In 1981 werd het badhuis  Kanaalweg Noord 10a, gesloopt om plaats te maken voor een nieuw trafo station.

 

‘t Vjennebad

 

Totstandkoming van het Vjennebad aan de Linthorstlaan, beheerd door een stichting

Rond de tijd van het zwemmen in de spoorsloot, halverwege de jaren ’30 van de vorige eeuw, ontstonden er plannen om een echt zwembad in te richten in Vriezenveen. De spoorsloot bracht toch enig gevaar met zich mee en de hygiënische toestand van het water was ook niet optimaal. Bovendien werd de sloot ook gebruikt als ijsbaan en pachtte de visvereniging Het Meuntje het water. Verder zag men als bezwaar dat er nogal wat mensen uit Almelo e.o. de spoorsloot “bevolkten”. De sloot was multifunctioneel, maar puur een zwembad had ook wat.

De gelegenheid deed zich voor toen eind jaren ’20, begin jaren ’30 het eerste officiële uitbreidingsplan van Vriezenveen werd aangenomen; uitbreidingsplan Het Midden. Dat was nodig voor uitbreiding van de woningbouw voor eigen inwoners. Langs de dorpsstraat mocht niet meer achterelkaar gebouwd worden op de manier zoals tot die tijd het geval was. Die bepaling was opgenomen in de bouwverordening van de gemeente Vriezenveen.

In het eerste uitbreidingsplan (de woningen die door de woningstichting in 1920/1921 zijn gebouwd, hadden een ander doel en het gebied daarvoor werd planologisch ook niet aangeduid als een apart uitbreidingsplan) werden de wegen Wethouder Potstraat, Krijgerstraat gedeeltelijk, Kerkstraat, Grensweg, Linthorstlaan, Platanenplein opgenomen. Het verdere verhaal van de ontwikkeling van het eerste uitbreidingsplan wordt hopelijk nog een keer apart vermeld.

Voor de bouw van de woningen moest de grond bouwrijp worden gemaakt. Afgraving van veen vond plaats en daarna was er zand nodig om de grond op te hogen. Dat zand kwam o.a. uit de grond gelegen ten zuiden van de Linthorstlaan (toen Zuiderstraat geheten). Daar werden enkele gaten gegraven, kleine en grote. Het zand uit die gaten werd richting uitbreidingsplan gereden met kiepkarretjes over smalspoor, getrokken door paarden. De gaten liepen vol water en werden gedeeltelijk de basis voor het eerste officiële zwembad in Vriezenveen, het Vjennebad. Wat er van over is noemen we tegenwoordig wel de eendenvijver op het Midden, begrenst in het zuiden door het hertenkamp, in het noorden door de Linthorstlaan en in het oosten door de educatieve kruidentuin. Onze gemeente Vriezenveen telde op dat moment 9500 inwoners, in het dorp Vriezenveen woonden 6000 mensen. Men was hoognodig aan een zwembad toe. Burgemeester Krol vond het spoorbad niet voldoen aan de normale eisen van hygiëne en comfort en ook niet zonder gevaar. Al helemaal niet zonder leermeester of toezichthoudende zwemmers. Krol:

“De jeugd wil baden, de jeugd moet ook leren zwemmen”. Volgens Krol konden gefortuneerden zich aansluiten bij het zwembad in Almelo maar voor on- en minvermogenden was dit niet te doen, en van gemeentewege was voorlopig niets te verwachten.

In januari 1935, nog onder burgemeester Albarda, juichte de Koninklijke Nederlandse Zwembond de plannen toe om de vijvers achter het uitbreidingsplan (de ontstane zandgaten) in te richten als zwemgelegenheid. Maar de nieuwe inrichting moest wel voldoen aan de toen geldende minimale eisen van hygiëne en veiligheid.

Nu verschilden op dat moment de vijvers niet qua hygiëne en veiligheid van de spoorsloot, iets wat de Bond blijkbaar over het hoofd zag. Het water was troebel, ratten verschenen ook in Vriezenveen en van veiligheid was geen sprake. De Bond juichte dus iets te vroeg, er moest nog het e.e.a. aan water door de kraan aleer de Vriezenvener een frisse duik kon nemen.

Pas in 1940 kwamen de vijvers weer in beeld, en wel met name de middelste grote vijver. De kleine vijver lag te dicht bij de aangrenzende erven waar vee en kippen liepen en het gevaar van ratten te groot was. Die werd dus als niet geschikt geacht voor zwemmerij, wel later voor rattenopvang. De grote vijver had toen een afmeting van 220 meter lang bij 28 meter breed. En de bedoeling was om langs alle oevers een walbeschoeiing van keien in specie te maken, 1.25 meter hoog vanaf de bodem tot 30 centimeter boven het wateroppervlak. De verdere inrichting van het bad werd hoofdzakelijk bepaald door de directeur van het gemeentelijk grondbedrijf Coes en burgemeester Krol. Aanvankelijk werd de vijver ingedeeld in een kinderbad met een lengte van 30 meter glooiend van 20 naar 50 centimeter diep. Dan een kinderbad  van 30 meter lang glooiend van 50 naar 110 centimeter diep. Een dameszwembad van 100 meter lang glooiend van 110 naar 160 centimeter diep; vervolgens een heren/damesbad van 50 meter lang glooiend van 120 tot 160 centimeter diep en een zelfde bad 125 meter lang glooiend van 160 tot gemiddeld 240 centimeter diep. Tussen diep en ondiep moesten scheidingen aangebracht worden. En mochten de dames niet in het gemengde bad willen, dan konden die altijd nog naar het diepe gedeelte van het kinderbad!! Er moesten in totaal 60 kleedhokjes komen, 40 voor het dames/heren bad en 20 voor de dames afzonderlijk. Bij de kleedhokjes moest een zaaltje komen waar versnaperingen konden worden genuttigd. Met douches, een theehuisje (houten gebouwtje van 4 x 4 meter wat buiten het seizoen verhuurd is geweest aan een gezin waarvan het huis was afgebrand), loopbrug, riolering, kleedkamers, damwanden etc etc kwam men halverwege 1940 op een kostenbegroting van 7400 Hollandse guldens.

Het geheel werd echter uitgesteld. Niet omdat men er geen zin meer in had maar omdat er nogal wat gedoe was over de eigendom van de benodigde naastgelegen grond ter grootte van 420 m2, de hoge eisen die gesteld werden aan overdracht etc. Daardoor zou de Stichting ’t Vjennebad voor geweldige financiële uitgaven komen te staan, waarvoor zij terugdeinsde. Pogingen in 1941 om de zaak recht te trekken leidden tot een erfpacht tussen de opgerichte Stichting ’t Vjennebad en de gemeente met betrekking tot de gemeentegrond. Met de eigenaar waarvan 420 m2 benodigd was, werd op 1 augustus 1941 een ruiling getroffen. De erfpacht met de gemeente werd bepaald op f 94,76 jaarlijks, dat was de annuïteit over 75 jaar berekend naar een waardebedrag van f 2500,-- a 3 ½% rente.

Ondertussen had het door de Heidemaatschappij opgestelde plan voor het zwembad, al goedkeuring gekregen van de inspecteur van volksgezondheid; het water was wonder boven wonder ook goedgekeurd. Door middel van een pompinstallatie werd voortdurend zuiver water verkregen. De kleine vijver werd, zoals gezegd, als opvang van ratten bestempeld die eventueel zouden komen van aangrenzende erven.

Wat de houtvoorziening voor gebruik bij het bad benodigd betrof, het volgende.

Onmiddellijk na de capitulatie van het Nederlandse leger werden drie barakken in beslag genomen, waarvan het hout veilig bewaard werd door de burgemeester. Het betrof een houten barak met wachtlokaal uit Bruinehaar en twee kleine houten barakken in Aadorp. Deze hadden gediend voor dag- en nachtverblijf voor 9 resp. 12 Nederlandse soldaten van de grenswacht. Burgemeester Krol liet de barakken afbreken en opslaan onder toezicht. Hij liet, na toestemming van de Duitsers, de gemeente het hout voor een zacht prijsje kopen met als bestemming dat te gebruiken voor het nieuwe zwembad. Het hout vertegenwoordigde wel een waarde van f 2700,-- (wat er niet voor betaald is toen). Het aanleggen van de bodem van het zwembad vond plaats onder leiding van de voorwerker Jansen met voor het merendeel gedeeltelijk werklozen. In 1942 werd rijksgoedkeuring verleend voor het aanbrengen van een loopbrug en de benodigde gebouwen bij het zwembad. De financiering van het project vond plaats door een krediet van f 1500,-- van de gemeente voor het in orde brengen van de bodem. Verder werd voor iets meer dan f 8400,-- een obligatielening geplaatst bij de bevolking.

Hoogstwaarschijnlijk is het zwembad in 1942 in gebruik genomen. 

Al enkele jaren na ingebruikname van het bad waren er moeilijkheden met de waterverversingen, de waterzuivering. Ondanks het feit dat het water in den beginnen was goedgekeurd door de inspecteur van de volksgezondheid, bleken de eisen al rap aangescherpt te zijn in de jaren daarna; we noemen dat voortschrijdend inzicht! In 1953 werd de firma Van Wijk & Boerma ingeschakeld om de situatie rond de waterzuivering eens te bekijken. Zij kwam tot het oordeel dat een afdoende zuivering in de situatie op dat moment niet mogelijk was. In die tijd waren zuiveringsinstallaties in de aanbieding waarbij de inhoud van een bad elke 8 a 10 uur over een filterinstallatie werd rondgepompt. Maar dan moesten bodem en wanden van het bad van beton zijn. Met andere woorden, het bad moest als een betonnen kuip zijn opgezet. Al met al zou een ideale situatie qua zuivering f 140.000,-- bedragen, nog zonder de betonnen kuip. In die tijd een onoverkomelijk bedrag voor onze Stichting ’t Vjennebad.

Rond die tijd speelde ook nog de teruglopende exploitatie van het bad. In verband daarmee was eind jaren ’40 een eventuele overname van het bad door de gemeente ter sprake gekomen. Nu daar ook het zuiveringsprobleem bijkwam en het bad in feite niet meer voldeed aan voldoende hygiënische eisen, werd de behoefte aan een modern zwembad groter. Aangezien de gemeente daarin een voortouw wilde nemen, ging de exploitatie functie dan ook richting de gemeente. De Stichting zag geen kans om de benodigde gelden bij elkaar te krijgen om het Vjennebad aan de eisen des tijds te laten voldoen. Stichting en gemeente kwamen in 1953 overeen  dat op een bepaalde datum de hele zaak aan de gemeente zou worden overgedragen, zijnde  de eigendommen, de vorderingen en de schulden van de Stichting.

Op 4 februari 1966 verzocht het Stichtingsbestuur aan de gemeente om het Vjennebad over te nemen, wat geformaliseerd werd bij raadsbesluit van 25 maart 1966. Daarmee werden de activa en passiva door de gemeente overgenomen en werd de erfpacht beëindigd.

Zo kwam er een einde aan het eerste Vjennebad.

 

Stichting ’t Vjennebad

Even weer een stapje terug in de tijd.

Het nieuw aangelegde bad moest “bestuurd” worden en daarvoor had burgemeester Krol in juni 1940 een aantal Vriezenveense notabelen opgetrommeld. De gemeente was geenszins van plan om het bad te exploiteren, het moest een stichtingsinitiatief worden. Krol ontvouwde hen zijn plannen voor een bad- en zweminrichting en wilde een Stichting in het leven roepen bestaande uit zeven leden. Daarin moesten zitting hebben een dokter, de directeur van het gemeentelijk Grondbedrijf, een lid van het gemeentebestuur, een lid uit het bestuur van de gymnastiekvereniging, een lid uit de besturen van de ijsclubs in Vriezenveen en een lid uit het bestuur van de ziekenfondsen.

De Stichting moest ’t Vjennebad heten zo bepaalde de burgemeester. De stichtingsbrief met statuten werd opgezonden naar de procureur-generaal fungerend directeur van Politie in Arnhem, die op 2 juli 1941 berichtte geen bezwaar te hebben tegen de Stichting. Men kon met de werkzaamheden beginnen.

Als bestuursleden werden in de eerste vergadering van 2 juli 1941 van de Stichting genoemd:

Mevrouw MP Kruisinga, J Lamberts, HW Tilanus, KA Borggreve, G Coes, H Bakker, A Oudendijk en

J Krol Jzn. Tilanus werd voorzitter, Krol secretaris en Coes penningmeester.

Er werd een commissie van toezicht op het zwembad benoemd, in het begin bestaande uit de leden D Bruin, T Kor, JBM van de Belt, JH Nijland en J Nijen Twilhaar.

Deze besturen hebben in de loop van haar bestaan enkele wisselingen meegemaakt.

De laatste vergadering van de Stichting ’t Vjennebad werd gehouden op 4 februari 1966. Het toenmalige bestuur bestond uit de voorzitter Ridder Huyssen van Kattendijke (toen burgemeester van Vriezenveen), J Oudendijk, M de Jong, mevr Jonker-Hofman, J Roelofs, D Boswinkel, Bramer en H Lindeboom die toen secretaris van de Stichting was. Van Grol, JBM van der Belt en G Coes waren afwezig. De Stichting ’t Vjennebad was geliquideerd. Wel werd min of meer de naam Vjennebad nog afgedwongen voor het nieuw aan te leggen zwembad.

 

Personeel

Als eerste, tijdelijke, badmeester werd aangewezen J Jansen op een beloning van f 2,-- per dag. De bedoeling was om het zwembad open te stellen op alle werkdagen voor de middag van 7 tot 9 uur voor dames, van 7 tot 9 uur namiddag voor heren met omwisseling van morgen en avond, en van 3 tot 6 uur namiddag voor kinderen.

Kinderen beneden 16 jaar betaalden 5 cent per bad, boven 16 jaar moest 10 cent per bad betaald worden en vreemdelingen betaalden 25 cent per bad. Ook werd schoolzwemmen gegeven aan de kinderen van de Rooms Katholieke school van meester Van den Belt en de openbare school van meester Lantinga.

In mei 1943 volgde de benoeming van Gerrit Schonewille als badmeester tegen een beloning van

f 23,-- per week. Zijn vrouw deed ook werkzaamheden voor het zwembad, eveneens in de jaren ’40 Johan Meulenbeld en in 1956 badmeester JH Meulenbeld jr. De laatste gaf zwemles aan de jongens, ook bij schoolzwemmen, en mevrouw Schonewille gaf les aan de meisjes.

J Kippers was tot halverwege 1957 belast met de verkoop van de kaartjes (entreebewijzen) en moest 1 keer per week de kas verantwoorden bij de gemeente ontvanger Egbert Bramer in die tijd. Mejuffrouw R. Veneman was belast met de schoonmaak van de badhokjes, het voetenbad en de straat. Ook had zij de controle op de entree kaartjes, de abonnementen en de garderobe.

Verder hebben bij het oude Vjennebad nog dienst gedaan J Hermelink (tijdelijk), mevrouw Prinsen-Fokke.

 

Totstandkoming van het gemeentelijk Vjennebad aan de Schout Doddestraat

Al eind jaren ’40 werden voorzichtig opmerkingen gemaakt over een ander bad, een beter bad.

Die opmerkingen kregen meer vorm na de zuiveringsproblematiek vooral na 1953. De voorbereidingen hebben toch nog even op zich laten wachten maar dat wil niet zeggen dat er achter de schermen al niet gewerkt werd aan een gebiedsinpassing en ideeën hoe het een en ander eruit zou moeten zien en aan welke eisen een bad nu echt moest voldoen. Diverse instanties werden in die tijd om advies gevraagd. Om dat lange verhaal kort te maken, leidden uiteindelijk alle gesprekken en voorbereidingen tot het door de gemeenteraad verlenen van een krediet. Dat gebeurde in 1962 en de verleende f 10.200,-- werd bestemd voor het besteks klaarmaken van het nieuwe zwembad. Er zou subsidie van het Rijk en van de provincie komen, maar dan moest van particulier initiatief een bedrag van f 20.000,-- worden opgebracht. Dat was een voorwaarde die gesteld werd bij de subsidieverlening. Daarvoor werd een aparte commissie in het leven geroepen met een toepasselijke naam, de zogenaamde Zwembadcommissie. In die commissie hadden zitting de dames Klazes en Van Moort, verder de heren H Jansen, J Hams, J Roelofs, W van ’t Spijker, J Kobes, RJ Elema, JH Meulenbeld, burgemeester Huyssen van Kattendijke, Alkema, de Jong, wethouder Feddema en secretaris Masselink. De firma Jansen & Tilanus gaf f 4000,-- en Shell overhandigde een cheque van

f 5000,-- aan de burgemeester bij de opening van het quick-servicebedrijf aan de Verzetstraat. Dat was alvast een stevige slok op een borrel. De rest werd ook gehaald, in totaal f 20.041,78.

De Heidemaatschappij kwam in 1962/1963 met het bestek en de tekeningen aanzetten en de gemeenteraad voteerde in 1963 een bedrag van f 460.000,-- voor de bouw van het zwembad.

In café Höfte vond de aanbesteding plaats onder het genot van een borrel en een sigaar, waarbij niet minder dan 56 firma’s hun inschrijvingsbiljetten kwamen inleveren bij de Heidemaatschappij die de zaak coördineerde. De bouw werd gegund aan de laagste inschrijver, de firma Bramer uit Vriezenveen.

Als sluitstuk van de bouw werden de zonneweide, parkeerplaats en de springtoren aangebracht. De eerste oplevering van het bad vond plaats op 17 mei 1966, de tweede op 25 november 1966. De officiële opening was op 21 mei 1966.

 

Veel bijzondere ontwikkelingen zijn er niet geweest in de iets meer dan 20 jaar van het bestaan van het bad. Rond het begin van de jaren ’70 werd gesproken over de aanleg van een tweede zonneweide. De kiosk werd verpacht per seizoen aan diverse gegadigden, sleutelbeheerder was chef-badmeester TG van Nieuwland. Ook vond in het begin van de jaren ’70 een ingrijpende verbetering plaats. Alle wanden en vloeren van de zwembassins werden betegeld door de NV Verkoop- en Adviesbureau voor Bouwactiviteiten voor een bedrag van f 112.000,--. Los van dit soort voorzieningen is het nog waard iets te vermelden over de zondagsopening en de sluiting van het bad.

 

Zondagsopening

Opening op zondag was al onmiddellijk een bijzonder strijdpunt rond het spiksplinternieuwe zwembad.

Mag Vriezenveen al of niet zwemmen op zondag? De discussie in de gemeenteraad startte doordat het raadslid Van den Belt de knuppel in het hoenderhok gooide. Aanleiding daartoe was een commissievergadering Financiën van maart 1966. Daarin werd de vaststelling van de tarieven voor gebruik van het nieuwe zwembad behandeld. De burgemeester had gezegd dat er van het college niet een voorstel moest worden verwacht om het zwembad op zondag open te stellen. Of dit het bekende spierinkje is geweest is natuurlijk onbekend, maar Van den Belt ging hierop in tijdens een volgende openbare raadsvergadering. Dat luidde een periode in van drie jaar strijd.

Het werd met het dansen vergeleken wat eerst niet mocht en later wel. De zondagssluiting van cafés werd aangehaald. Die mochten eerst niet open waardoor cafés in andere plaatsen werden bezocht. Opening op zondag was beter voor de exploitatie, anders ging men misschien ook naar andere baden b.v. in Vroomshoop waar geen zondagssluiting was. De visie van de ene christelijke gemeenschap was heel anders dan die van de andere. Het Rooms Katholieke deel van Vriezenveen had geen moeite met de zondag openstelling terwijl een groot deel van het protestantse deel er wel moeite mee had op grond van de bijbel, etc etc. De voors en tegens vlogen over tafel. Er kwam een initiatiefvoorstel om het zwembad op zondag open te stellen wat met vier stemmen voor en 10 stemmen tegen werd verworpen. Geen openstelling dus.

Daarmee was de kous echter niet af. Kerken, jongerengroepen, alles en iedereen bemoeide zich er mee. Discussie avonden werden gehouden, protestacties werden gehouden, landelijke instellingen bemoeiden zich met wat er in Vriezenveen gebeurde (Algemeen Nederlands Jeugd Verbond, Nederlandse Vereniging tot bevordering van de zondagsrust en zondagsheiliging, ARJOS), zelfs een kasteelheer van Schloss Steinbach in Wernau, Duitsland, bemoeide zich er mee. Het leek bijna een internationale zaak te worden.

Totdat op zondag 3 augustus het zwembad werd bezet door jongeren die de zaak meer dan beu waren. Hervormd Nederland, Het Vrije Woord, Dagblad van het Oosten, Het Vrije Volk en andere kranten brachten de bezetting van het Vjennebad door heel het ganse land.

De Vriezenveense jeugd neemt het niet langer: “Het enige bad in het dorp moet zondags open”

Honderden jongeren bezetten het bad nadat zij de prikkeldraadversperringen hadden doorgeknipt. Burgemeester Huyssen van Kattendijke kreeg de jongelui weer uit het water en verklaarde zich bereid met een delegatie te praten. Wie herinnert zich nu nog bij die bezetting aanwezig te zijn geweest?

Vier dagen na de bezetting, op 7 augustus1969, sprak de burgemeester met een deputatie van de jongeren. Resultaat was dat op 22 augustus een raadsvergadering werd gewijd aan dit onderwerp.

 

Sluiting van het bad

In 1985 werd bekeken welke voorzieningen en verbeteringen er in de komende paar jaar hoognodig moesten gebeuren aan het bad. Die voorzieningen werden in eerste instantie al berekend op 1 miljoen gulden. Als alternatief werd in 1986 nog onderzocht of het sportcentrum nog uitgebreid kon worden met een buitenbad. Een verplaatsing van het Vjennebad in feite. Kosten ca 3 miljoen. Geen optie dus en met name niet in een periode waarin de overheidsbezuinigingen hoog op de agenda stonden.

Na een aantal mogelijkheden op een rij te hebben gezet, de financiën daarvan aan alle kanten belicht te hebben, kwam men uiteindelijk niet anders tot de conclusie dan het bad te sluiten. De nieuwe Wet Hygiëne en Veiligheid Zwembaden maakte het ook nog eens noodzakelijk dat aan het Vjennebad zeer veel kosten dienden te worden besteed. In de loop van 1988 werd het bad buiten werking gesteld en later gesloopt. Het overdekt bad van De Stamper ving gedurende het zomerseizoen 1988 een deel van de buitenzwemmers op.

 

 

De Koele, Bruinehaar

 

In de jaren ’80 van de vorige eeuw had de provincie zand nodig ten behoeve van de rondweg Langeveen. De provincie kocht het “zandgat van Leenders” ook wel de Kuil van Leenders of De Koele genaamd. Nadat het benodigde zand uit de kuil werd gewonnen, kreeg het terrein de ebstemming “dagrecreatie”. Het beheer van de zandput moest voortkomen uit een samenwerking van de dorpsraden/gemeenschappen van Bruinehaar en Langeveen. De gemeente beschikte niet over de middelen voor het beheer. De lokale gemeenschappen moesten voor een afdoende beheer zorgen zodat er geen wantoestandenbij de put konden ontstaan. Er diende een regeling te komen dat de plas in lengte van jaren door de plaatselijke bevolking kon worden gebruikt. Het beheer zou na overdracht van het terrein kunnen worden opgedragen aan een te vormen stichting, zo ook het onderhoud van de plas. Na consultatie van de bevolking van de kernen Langeveen en Bruinehaar werd in samen spraak met plaatselijk Belang Bruinehaar en de Dorpsraad Langeveen, besloten het beheer via een stichting over te nemen. Parkeerplaatsen voor auto’s waren taboe, de plas moest fietsend worden bereikt. Qua inrichting van het terrein werd een krediet beschikbaar gesteld voor enkele speeltoestellen, banken, afvalbakken en een drijflijn die een dieptegrens aangaf. Met een subsidie van het ISP van bijna

f 40.000,-- konden ook voorzieningen worden getroffen. Op 28 juni 1988 werd de Stichting De Koele opgericht en werd het huishoudelijk reglement vastgesteld.

De Koele was nog steeds eigendom van de provincie maar zij droeg deze in juli 1989 over aan de gemeente voor de symbolische prijs van f 1,--. Met de Stichting De Koele werd in december 1989 een beheersovereenkomst afgesloten. Daarin werd expliciet opgenomen dat het recreatiegebied uitsluitend gebruikt mocht worden door de bevolking van  Langeveen en Bruinehaar. In 1992 mocht de Stichting op haar verzoek van de gemeente entreebewijzen verkopen aan mensen van “buitenaf”.

 

Zwembad De Plump

 

Al in 1939 had Plaatselijk Belang Westerhaar Vriezenveensewijk een bezoek gebracht aan het nieuwe zwembad in Roden. Zo’n soort zwembad zag men graag gerealiseerd in Vriezenveensewijk. De gemeente werd te hulp geroepen en de besprekingen begonnen.De Grontmij (grondverbeterings- en ontginningsmaatschappij) kwam er aan te pas en vond een geschikte locatie. Het zwembad zou moeten komen te liggen ten noorden van het Veenkanaal en ten oosten van de straatweg Almelo-Sibculo. Het water kon, na filtratie, aan het Veenkanaal worden onttrokken en er zouden 10 badhokjes kunnen worden aangebracht.

Door tijdsomstandigheden en gebrek aan financiën heeft het project geen doorgang gevonden.

In 1959 probeerde de Vereniging Oud en Nieuw (V.O.E.N.) hetzelfde maar dan op gemeentegrond aan de Sluiskade Noordzijde. Aanvoer van water zou kunnen uit het Veenkanaal en afvoer via het Stroomkanaal. Ook dit plan strandde. Ook werd er nog even aan gedacht om een faciliteit te bouwen bij de zandafgravingen, maar de inspectie op de Volksgezondheid adviseerde om dat niet te doen. Diepte en steil verlopende zijkanten bracht verdrinkingsgevaar mee voor niet geoefende zwemmers.

Met diverse instanties, tot en met de 2e Kamer toe, heeft de gemeente overleg gepleegd om een zwembad in Westerhaar-Vriezenveensewijk te krijgen. Uiteindelijk werd in 1970 besloten om een stichting in het leven te roepen die een geldlening zou afsluiten onder garantie van de gemeente.

Op 8 juli 1970 werd de Stichting Zwembad Westerhaar-Vriezenveensewijk opgericht. Bestuursleden waren Willem Smits, Arend Masselink, Jan Hendrik Prenger, Jacob ten Hartog, Jan Kampherbeek, Jannie Aalderink en Jan Webbink. Op 16 juni 1971 werd de Stichting weer ontbonden wegens het bereiken van haar doel.

 

Tussendoor speelde een heel ander idee wat haaks stond op een zwembad in Westerhaar-Vriezenveensewijk.

Want nog een mooi plan voor een zwemgelegenheid werd gemaakt in 1967. Binnen het recreatieplan Sibculo zou plaats zijn voor een zwembad . De exploitatie ervan zou naar evenredigheid van het aantal inwoners gebeuren door Hardenberg en Vriezenveen. Honderden inwoners van Westerhaar-Vriezenveensewijk protesteerden tegen dit plan omdat er anders nooit een zwemgelegenheid in die kern zou worden gerealiseerd. Maar in april 1967 ging de gemeenteraad toch akkoord met een krediet van f 2350,-- voor een zwembadplan. Nu had het pas ontwikkelde recreatieplan gedeeltelijk betrekking op grondgebied van de gemeente Vriezenveen.

 

De op het totaal gebied betrekking hebbende recreatiemogelijkheden opgenomen in dat plan lagen op een gegeven moment ook niet in de lijn van het college van burgemeester en wethouders van Vriezenveen. Vriezenveen stond niet zonder twijfel over de toekomstmogelijkheden en stond aarzelend tegenover het plan van Hardenberg voor de bouw van bungalows. Op een gegeven moment zag Vriezenveen het recreatieplan nauwelijks meer als interessant; subsidie zou er ook niet komen. Het Vriezenveense college stelde voor om het plan voorlopig te laten liggen. Dat hield in dat het voorgenomen plan voor een zwembad ook kwam te vervallen; overigens was toen De Plump al in gebruik dus was het voor de gemeente al helemaal niet interessant meer.

 

De aanleg van het bad in Westerhaar-Vriezenveensewijk begon in 1970. De bouw van het zwembad op een terrein tussen de Industrieweg en de Twistveenweg werd op 1 oktober 1970 gegund aan TIP-Combine NV in Twello voor een bedrag van rond 540.000,--, de aanneemsom. In totaal heeft het bad

f 749.000,-- gekost. Eind augustus 1971 vond de oplevering plaats van een zwembad waarin de bevolking zelf voor een bedrag van f 20.000,-- in deelnam!

Er moest een naam komen voor het nieuwe bad. In totaal werden 87 voorstellen ingediend van nr 1 op de lijst “Wendelgoor” tot nr 87 op de lijst “Het Wiekwest Bad”.

Nummer 84 liet het zwembad “De Eendracht” heten, vergezeld met een fraai gedicht:

 

“Wild en woest en ledig was het ruime veen

slechts de heide vlocht daar kransen omheen

boog zich over de oever van ruime plas

en verborg de diepte van het zware moeras

zie daar naad’ren mannen met een ijzeren wil

aan de zoom der poelen staan ze peinzend stil

Broeders, op ten strijde

Op, de band geslacht die de schatten kluistert

Door ’t moerras bewaakt”.

 

De nummers 78 en 82 kregen de primeur: “De Plump”.

De officiële opening vond plaats op vrijdag 14 mei 1971, ’s avonds om 19.30 uur, er werd gevierd in café De Wieke.

Nu het bad was aangelegd kon de stichting worden ontbonden en vond de overdracht plaats van alle eigendommen, rechten en plichten van de stichting aan de gemeente. Het werd een gemeentelijk bad.

Bij de gemeentelijke begrotingsvergadering was de raad toegezegd dat er een voorstel zou komen met betrekking tot de uitbreiding van De Plump.

 

Blijkbaar was dit een al te vlotte toezegging want in januari 1981 stelde het college dat niet bekend was in welke mate uitgebreid zou moeten worden. Met zelfs de kleinste uitbreiding zou een groot bedrag gemoeid zijn. De noodzaak tot uitbreiding was ook niet aangetoond. Bovendien zou door de uitbreiding van het zwembad andere noodzakelijke geachte voorzieningen voor sportaccommodaties de komende jaren niet doorgaan.

Er werd een krediet gevoteerd van f 10.000,-- om een onderzoek in te stellen. TIP-Combine deed het onderzoek waarbij een viertal mogelijkheden de revue passeerden. Verbouw/uitbreiding zou tussen de 8 ton en een miljoen komen te liggen. Het eindresultaat van het onderzoek werd verwoord in een voorstel aan de gemeenteraad op 5 november 1981: Geen uitbreiding!

 

Overdekt zwembad De Stamper aan de Schout Doddestraat

 

Al in 1973 was er contact met TIP-Combine BV in Twello over het utiwerken van een schetsplan voor de realisatie van een sporthal-zwembadcombinatie in Vriezenveen, sporthal en overdekt zwembad. TIP-Combine kreeg begin 1974 de opdracht om dat plan besteksklaar te maken. Na het overwinnen van een aantal moeilijkheden en afspraken met TIP-Combine, werd in november 1979 aan deze maatschappij de bouw van de sporthal in combinatie met overdekt zwembad opgedragen. De eerste oplevering vond plaats op 30 oktober 1980, de tweede oplevering op 29 januari 1981.

De bouw zou ca 3,4 miljoen gulden kosten.

De officiële opening was vrijdag 21 november 1980 om 15.00 uur in de middag. Zaterdag 22 november werd het overdekte zwembad De Stamper in gebruik genomen en werd er open huis gehouden. Het bad was vrij toegankelijk voor iedereen.

Er werden demonstraties gehouden door de Wiekse Plumpers en VZPC, het bad kon bezichtigd worden, de beweegbare bodem werd gedemonstreerd, de duikploeg van de brandweer had een demonstratie etc. En als extra attractie was er van maandag 24 november 1980 tot en met 28 november 1980 gratis zwemmen voor het publiek.

 

 

Comments