Hoofdmenu‎ > ‎Nieuws‎ > ‎Nieuws 2002‎ > ‎

Fietsvrienden in spoor van de Rusluie

Geplaatst 26 aug. 2010 01:32 door Vereniging Oud vriezenveen
Het leek Reinier Masselink altijd maar niets, een fietsvakantie. Iets voor alternatievelingen, dacht de Hengeloër. ‘Heb je eindelijk vakantie, ga je jezelf afmatten op de fiets. Jullie zijn gek, dacht ik, als ik een stel toerende fietsers zag. Ga toch lekker in de zon liggen!’

Totdat de 32-jarige Reinier na een weddenschap zelf in de pedalen klom en heen en weer fietste tussen Italië en de Achterhoek. ‘Dat werd mijn mooiste vakantie ooit’, zegt hij nu. Samen met Jan Peter Ooms uit Keijenborg en de geboren Hengeloër Henk Wullink is Reinier vorige week begonnen aan een fietstocht van 2500 kilometer, met welgeteld twee rustdagen. Zijn ze gek geworden? Nee, zeggen Jan Peter en Reinier. Wat is er mooier dan elke dag fietsen in de natuur en andere mensen en culturen ontmoeten?

Dinsdag klonk het startschot voor de eerste etappe. In Sint Petersburg, na Moskou het belangrijkste culturele en handelscentrum van Rusland en lange tijd de meest Westerse stad van het land. Fietsers zijn er, naar het schijnt, een zeldzaamheid.

Het drietal fietst geen kant-en-klare fietstocht, want dat wordt al door honderden anderen gedaan. Het volgt het spoor van Jacob Kruys, een jongen uit het Overijsselse Vriezenveen die in de negentiende eeuw op veertienjarige leeftijd met paard en wagen vanuit Nederland naar Sint Petersburg (en weer terug) reisde. Bewoners van het Twentse dorp bedreven toentertijd volop handel met Rusland. Ze werden daarom Rusluie genoemd.

De tocht van Reinier, Jan Peter en Henk is gebaseerd op het reisverslag van Jacob, die op 13 juli 1826 met drie dorpsgenoten per huifkar naar Sint Petersburg vertrok en amper vijftien dagen later de metropool bereikte. De Vriezenveners deden op hun expeditie ongeveer negentig dorpen en steden aan. ‘26 juli 1826. Aankomst 15.30 in Forma, paarden niet gewisseld, spijzigden hier, er was niet voor ’t mes, doch goed gesmaakt, heerlijke weg’, noteerde Jacob onderweg.

Route
Vijf jaar nadat Henk Wullink, Reiniers reisgenoot naar Italië, de routebeschrijving in het historisch museum Oud-Vriezenveen heeft ontdekt, stapt het drietal eindelijk op de fiets. Het was een hele kluif om de notities van Jacob te vertalen, legt Jan Peter uit. ‘Wij spreken geen Russisch, maar we hebben geprobeerd om ons het Russische alfabet eigen te maken en zo de plaatsnamen te ontcijferen. Veel dorpen in Polen blijken sinds 1862 van naam veranderd. Duitse namen van gehuchten zijn vervangen door Russische. Sommige oorden zijn van de kaart verdwenen.’

‘We zijn erg benieuwd naar wat er sindsdien is veranderd. Het museum in Vriezenveen beschikt over een aantal poststempels van deze route. Wij hopen de ontbrekende stempels te vinden. Maar misschien zijn die postkantoren inmiddels verdwenen, wie weet.’

De bakermat van de Russische revoluties in 1905 en 1917, Sint Petersburg - in 1703 door tsaar Peter de Grote gesticht als Pieterboerg - heette achtereenvolgens Sankt Pieterboerg, Petrograd en Leningrad en werd pas na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie tot Sint Petersburg herdoopt.

In 1993 heeft iemand uit Almelo geprobeerd de tocht van Jacob te herhalen, met paard en wagen. Maar hij heeft de verkeerde route gepakt, vertelt Jan Peter. Begin deze week vertrokken de avonturiers met het vliegtuig naar Sint Petersburg, al is Reinier door een lelijke en hoogst ongelegen ontsteking onder één van zijn kiezen nog verre van fit. Hij had tot dinsdag de tijd om te herstellen van de kaakoperatie en was voor vertrek optimistisch.

‘Onze tocht begint in Sint Petersburg omdat we voor het verblijf in Rusland een visum moeten hebben. We hebben toestemming om van 21 tot 27 juli in Rusland te zijn. Dat wordt strikt in de gaten gehouden. Onze paspoorten zijn voor de aanvraag een maand in Moskou gehouden. Voor de Baltische staten geldt geen visumplicht, alleen moeten we na Estland en Litouwen door Kaliningrad, een Russische enclave. Het is te hopen dat we daar doorheen mogen, anders moeten we driehonderd kilometer om fietsen. Het is maar net of de grenswachters ons goedgezind zijn. Onze reis is niet zonder gevaren, maar het gaat ons om de uitdaging. Dat primitieve spreekt ons aan. Er mag best gezweet worden. Jacob was veertien en ging met een huifkar. Vergelijk dat eens met onze hi-tech fietsen.’

Op 16 augustus wordt het drietal, na de laatste stop in Vriezenveen, weer in Hengelo verwacht.

Bericht van De Twenterand Courant van 27 juli 2002.
Comments