Hoofdmenu‎ > ‎Documentatiecentrum‎ > ‎

Inventaris Jonker

 

 

DE BOEKJES VAN LAMBERTUS JONKER

 

 

Onderstaand is de inventaris van de zogenaamde Zwarte en Grijze boekjes van Jonker. Deze boekjes bevinden zich in de archiefbewaarplaats van het Historisch Museum in Vriezenveen, en zijn geschonken door de gemeente aan de Vereniging Oud Vriezenveen op 2 maart 2010.

De boekjes bevatten een schat aan informatie over de geschiedenis van Vriezenveen bijeengebracht door Lambertus Jonker. Jonker was arts in Vriezenveen en leefde van 1866-1940. Jonker was zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van Vriezenveen en moet met de regelmaat van de klok te vinden zijn geweest o.a. in het provinciale rijksarchief in Zwolle, waar hij alles met betrekking tot Vriezenveen opschreef in de betreffende boekjes. De zeer uitgebreide inventaris werd in 1959/1960 gemaakt door Herman Jansen (Miet’n Herman), die dit deed door trefwoorden op kaartjes te zetten met daarbij de vindplaatsen. De inhoud van deze kaartjes is bijna letterlijk overgenomen.

Hier en daar wordt ook melding gemaakt van grote zwarte boekjes. Daar zijn 3 stuks van geweest, deze zijn echter helaas vanaf het begin niet in de collectie aanwezig geweest (incl. klein boekje nr 6).

Jonker heeft teksten van documenten soms volledig overgeschreven, eerder vaak uittreksels daarvan gemaakt. Ook verwijst hij alleen naar de vindplaats van de originele documenten. Deze documenten liggen hoofdzakelijk in archiefdepots zoals het Historisch Centrum in Overijssel. Enkele bevinden zich ook in het archief van de voormalige gemeente Vriezenveen en in het archief van het Historisch Museum Vriezenveen zelf.

 

Alvorens met de inventaris te beginnen, worden hieronder eerst een aantal begrippen die in de teksten van de inventaris en de boekjes worden gebruikt, in een verklaring ter verduidelijking op een rij gezet. Het betreffen hoofdzakelijk munteenheden, inhoudsmaten, gewichten, oppervlaktematen e.d. van vroeger. De betekenissen ervan zijn voornamelijk ontleend aan de beschrijvingen in Wikipedia.

 

 

Verklaring van begrippen en eenheden op de inventaris van de boekjes van L. Jonker (1866-1940)

 

Algemeen

Een enkele leeswijzer:

In de inventaris kan op een woord of een zin gezocht worden met behulp van de functie Ctrl+F.

Afkortingen van de vindplaatsen:

Zwgr of Zwart groot = zwart boekje groot formaat

GrII,28 of grijsII,28 = grijsboekje nr 2 bladzijde 28

XXIV,16,28 = zwart boekje nr 24 bladzijden 16 en 28

I,15 (links) = zwart boekje nr 1, bladzijde 15 aan de linkerkant.

DbJK of dbJK = dagboek van Jan Kruijs, dit dagboek bevindt zich in copie in de archiefbewaarplaats van het Historisch Museum Vriezenveen.

 

Namen van de maanden

Januari, louwmaand of looimaand.

Februari, sprokkelmaand.

Maart, lentemaand

April, grasmaand

Mei, bloeimaand

Juni, zomermaand

Juli, hooimaand

Augustus, oogstmaand

September, herfstmaand

Oktober, zaaimaand

November, slachtmaand

December, wintermaand

 

Oppervlaktematen

Roede

Een vierkante roede wordt gevormd door een vierkant oppervlak met een lengte en een breedte van een strekkende roede.

Over het algemeen vormden 600 roeden 1 morgen,maar in sommige gebieden in Nederland bestond een morgen uit minder (150) of meer (900) roeden. De Rijnlandse roede werd het meest gebruikt.

Voorbeelden:

Amsterdamse roede = 13,52 m²

Bossche roede = 33,1 m²

Bredase roede is 32,26 m²

Groningse roede is 16,72 m²

Hondsbosse roede is 11,71 m²

Rijnlandse roede is 14,19 m²

 

Want (of wand)

 (een wand was 120 treden lang en een ziele wand 80 treden)

Het verwijst naar de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen, dit is ongeveer één derde van een hectare of ongeveer 3300 m².

De dagwand is gelijk aan 100 vierkante roeden. De exacte maat van de vierkante roede vertoonde echter regionale verschillen. Zo kon de oppervlakte van de dagwand, al naar gelang de regio, uiteenlopen van 3000 tot 3500 m2.

 

Spint lands

Veluwse spint 320 m2

Zutphense spint 196 m2

Noord Drentse spint 156,25 m2

 

Morgen

Met een morgen werd een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. Een morgen was meestal iets minder daneen hectare groot. De precieze grootte was echter streekgebonden. Zo bestonden onder meer de

Biltse morgen (0,92 hectare),

Gelderse morgen (0,86 hectare),

Gooise morgen(0,98 hectare),

Rijnlandse morgen (0,85 hectare),

Bossche morgen (0,993 hectare),

Veluwse morgen (0,93 hectare),

Waterlandse morgen (1,07 hectare),

Zijper of Schermer morgen (0,8516 hectare),

Een morgen was gewoonlijk gelijk aan 600 vierkante roeden

 

Hoeve:

1 hoeve is 16 morgen, is ongeveer 14 hectare, hangt ervan af welke maat voor morgen is genomen

 

Inhoudsmaten

Mud

de inhoud van een mud verschilde per plaats, per tijd en per soort koopwaar.

Indien het gemeten product betrekking heeft op vaste goederen (kolen, aardappelen enz.) wordt vaak in wezen het gewicht bedoeld. Bijvoorbeeld: een mud aardappelen weegt (ongeveer) 70 kg.

Bij de invoering van het Nederlands metriek stelsel in 1820 werd een mud gelijkgesteld aan 100 liter. In de IJkwet van 1937 werd het mud officieel afgeschaft, maar het heeft zich in het spraakgebruik gehandhaafd.

 

Schepel

Een schepel is een oud-Nederlandse eenheid voor het aangeven van de inhoud van droge waren.

Een schepel komt vaak overeen met 10 liter, maar dit kan van gewest tot gewest afwijken.

 

Spint

Een spint of kop is een oud-Nederlandse eenheid voor het aangeven van de inhoud van droge waren, zoals graan. Vier spint zijn een schepel, maar ook andere inhouden komen voor.

 

Emmer boter

14 pond boter (in de 18e eeuw gelijk aan 2 a 3 goudguldens)

 

Mengele wijn

ongeveer 1 liter wijn

 

Anker

De anker is een oude inhoudsmaat voor wijn. De omvang was een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen

 

Munteenheden

Dukaat, ducaat

Vanaf 1586 werd in de Nederlanden de dukaat als munt (in goud) geslagen. De dukaat had een waarde van 5 gulden.

 

Dukaton

Zie zilveren rijder.

 

Duit

Een duit was een Nederlands geldstuk, dat is verdwenen met de decimalisatie van het Nederlandse geldsysteem aan het begin van de 19e eeuw.

Acht duiten waren een stuiver waard, dus gingen er 20 maal 8 = 160 duiten in één gulden.

De naam van het geldstuk werd nog lang bewaard in het vierduitstuk oftewel de plak, zo genoemd omdat het het grootste bronzen geldstuk van zijn tijd was en die een halve stuiver of 2½ cent waard was.

 

Goudgulden

Naam voor gouden munten in de 16e eeuw die daarvoor gewoon gulden werden genoemd. Deze dubbele naam werd nodig omdat er grote zilveren munten ter waarde van een gulden in omloop kwamen. De belangrijkste goudguldens hadden in die tijd een waarde van 28 stuivers.

 

Carolusgulden of Karolusgulden

Is een oude munt die ten tijde van Karel V werd geslagen en naar hem is vernoemd.

Hij bestond in gouden en zilveren uitvoering. De gouden werd voor het eerst in 1517 geslagen, de zilveren in 1543. Beide bedroegen bij de invoering van de zilveren Carolusgulden dezelfde waarde, namelijk 20 stuiver

 

Schilden

Gouden Franse munt ingevoerd in de eerste helft van de 14e eeuw. Sinds de 2e helft van de 15e eeuw

Anderhalve gulden of 30 stuivers waard.

 

Penning

Halve duit, in de 17e eeuw werd in de Noordelijke Nederlanden de duit van 2 penning de kleinste geslagen munt. Daar bleef de penning bestaan als rekeneenheid tot aan de invoering van het decimale stelsel (rond 1810).

 

Stuiver

Een stuiver is een voormalig Nederlands muntstuk met een waarde van 1/20 gulden. Deze waardeverhouding bestaat sinds de invoering van de Carolusgulden en de stuiver door Keizer Karel V in 1521.

De stuiver was oorspronkelijk onderverdeeld in 8 duiten. Na de invoering van het decimale stelsel in Nederland aan het begin van de 19e eeuw werd de stuiver officieel vervangen door een muntje met een waarde-opdrukvan 5 cent. In de volksmond bleef dit muntje de naam stuiver dragen

 

Rijders

De kleine gouden rijders waren 3 gulden waard in Gelderland, Overijssel en Friesland. Het was ook een gouden munt van de Republiek, de grote gouden rijder had een waarde van 10 gulden en 2 stuiver, oplopend tot 12 gulden en 12 stuivers.

De zilveren rijders of ducaton waren 63 stuivers waard.

 

 

 

Inventaris op de inhoud van de Zwarte en Grijze boekjes van L. Jonker (1866-1940)

 

De Aa

V,43, 10.11.1798, Hermiena Post weduwe van Jan Aalderink doet pondinge op de mobilia van Hendricus Aalderink op de Aa ten einde daar aan kost en schadeloos te verhalen een bedde van vijftien pond veren en een som van f 150,-- bij maagscheijdinge van 15 juni 1796 aan hare dochter Johanna Aalderink door de bepondete versprooken en waarvan comparante erfgenaam is, zw XXV,99.

Op 13 april 1799 vat Hermiena Post deze zaak nog weer eens op, XXV,102

 

Afwezigheid van Vriezenveen

21.2.1707, Gerrit Jansen schout langdurig afwezig, VII,19

13.8.1725, testament Marregien Freriks en haar man Henrick Alberts, zij maken elkaar erfgenaam op conditie nochtans dat voornoemde testatrices zuster Armken Freriks huyden off morgen die buiten ’s lands is en in enige ondenkelijke jaren niet hier ter plaatse is geweest en op deze plaats mogte wederom komen dat men na doode van testatrice den Testator zal hebben haar af te ….. met twee hollandsche guldens eene voor alle en alle voor een, zw IX,30.

Testament 15.2.1790 van Gerrit Jansen en Jennegien Jansen olieslagers. In dit testament wordt genoemd Johannes Gerritsen getrouwd in Holland te Wormerveer, zw XV,9 en Albert Gerritsen ter zee varende.

Akte 15 juli 1705, Hendrikjen Freerix huisvrouw van Jan Telgenkamp geassisteerd met Paul Hendrix van der Aa voorbrengende hoe dat haar crediteuren haar gezamenlijk om de langdurige absentie van haar eheman die zij niet en weet waar sich voor tegenwoordig is ophoudende gerichtelijk hebben aangesproken om voldoening harer schuldvordering te erlangen en dat haar broeder Jan Freerixz een …. Acc oord met deselve tot groot vermindering van de schulden hebbende ingegaan en deselve hebben betaalt met een somma van 750 carolusguldens, 4%, dientengevolge geeft zij haar huis en de drie akkeren land in onderpand, VIII,13

13.6.1750. Roelof Jansen zefgt dat hij in 1739 tot Lier in Oostfriesland met zijn broeder Jan Jansen een scheidinge en delinge hebben gemaakt, zw XXIV,115,116.

23.1.1751, wordt Jasper ten Cate aangesproken voor geleverde linnen, hijis thans van het Vriesenveen absenteerende, XXIV,119

26.1.1754…is Gerrit Albers tegen wien een vordering voor geleverd linnen wordt ingediend, van het Vriesenveen absenterende zonder dat men weet waar deselve zich is ophoudende  XXIV,143

31.5.1755 weet men nog niet waar deze zich ophoudt en ook 4 oktober 1755 wordt hetzelfde nog een weer gezegd, XXIV,154.

6.12.1755, Berendina Feijer, vrouw van Jannes Lambers bij absente van haren man spreekt Lucas Fronten aan wegens het door hem gekochte huis en landerijen van Gerryt ten Cate ingekocht, als nog berustende en onbetaald zijn om daar aan te verhalen volgens handschrift van 8.1.1751 gepasseerd kosten schadeloos te stellen de som van 280 carolus guldens vermits men niet is wetende alwaar gezegde Gerryt ten Cate zich ophoudt en zich al een jaar of 3 a 4 van het Vriesenveen heeft geabsenteert, XXIV,158.

4.12.1755 is Gerrit Berent ten Caate nog niet boven water gekomen, XXIV,161.

10 maart 1764, de coopman Harmen ten Cate Gerritszn tot Almelo doet wederom arrest op de bezittingen van Herman Fronten en zijn maatschap Jan Lukas Schomaker om daaraan te mogen verhalen 1425 carolus guldens en 5 stuivers, herkomende wegens op 27 september 1761 te Almelo verkochte linnens. Beiden zijn ….sedert 1761 tegen alle verwachtinegn zich zoek gemaakt van het Vriesenveen de plaatse harer woninge geabsenteert hebbende en absent gebleven zijnde, zonder dat men de plaatse harer woninge heeft kunnen ontdekken off te mogen weten waar deselve zich thans ophouden ende aan te treffen zijn, XXV,30.

17.3.1764, Ootmar ten Cate, Jan Harmen Costers en Hermannus ten Cate tot Almelo contra Henrick Berkhoff dieafwezig is zonder bekende verblijfplaats, XXV,30.\

1795, maart schrijft Grietje Otten aan haar dochter Johanna Kruijs in Amsterdam o.m.: Van Bernardus ten cate is nog geen berigt sedert 24 mei 1794, schrift 4,17.

Brief Johannes Kruijs aan Johannes Kruijs in Amsterdam 6.6.1796…Mannes Jansen is met zaad uitgegaanen is in lange geen taal of teken van geweest, schrift 4,24.

 

Almelervene

Zw II, 43, geslacht Almelerveen, zie ook zw I,8.

Namen inwoners Almelerveen 1391, 1416, 1422, 1424, 1425, 1426, 1427, 1428, 1436, 1440, 1441, 1451, 1455, 1457 en vervolgens zwart III pag 38/50; 1495 Albert Swedeszn en Ghebbe sijne huisvrouw dragen over al hunnen aanspraak op de 10 akkers te Almelervene (grijs I pag 75).

1493 wordt Almelervene genoemd, III,7,8

1435 Almelervene, III,7,8

In III pagina’s 7/34 wordt in de daar gevonden koopakten steeds de naam Almelervene genoemd lopende over de jaren 1450-1490.

1519, het klooster Sibculo koop 8 akkeren op Almelervene met huis etc grijs II,6

grzwII,19, heer Wijbrand Zangstake, kerkheer op Almelerveen.

1486 Joan de Wyrke vicaris van het altaar van het Heilige Kruis der parochie kerk op Almelerveen.

1493 heer Johan Gheerlichs vicaris op Almelervene

In 82st verg 1898 van Overijssels Recht en geschiedenis wordt op pagina 15 vermeld de gewoonten der vrije Friezen op Almelerveen, grzw III,46.

 

Ambachtslieden

Testament 30.03.1769, Hermannus Jansen Pouwels (pauels) vermaakt aan zijn zusters zoontje Jannes Jansen Schuurman zijn halve timmergereedschap met kist, XIII,25.

Akte 12.02.1771, Albert Berkhoff maakt z’n testament, hierin komt o.m. voor…. Het timmergereedschap zo hij hier of in het Sticht van Utrecht tot Houten of elders heeft liggen…. XIII,34.

Testament 23.6.1778, Gradus Gerritsen vermaakt aan zijn neef Hinderik Wiegers…zijn timmerkiste met alle timmergereedschap, XIV,30.

Testament 6 juli 1780…Albert Jansen Dodde vermaakt aan zijn neef Jan Gerrits zijn timmergereedschap XIV,51

Testament 26.5.1791 van beerent ten Cate, hij vermaakt aan zijn neef Zwerus Tijhoff 200 gulden welke zullen worden betaald als deze 25 jaar is voor de kiste, zijn kleren en lijfstoebehoren en eindelijk een ambacht te laten leren en wel het timmeren, XIV,79.

4 juli 1722… Derck Kloosterman Schoenmaker, zw XXIII,15.

 

Archief

Zwart II, pagina 17

 

Armen

13.12.170410 carolus gulden voor de Gods armen, zw VIII pag 3a,4,4a,6a,7,12,13,17,19,20,21,23.

Aan de Gods armen twee schepel rogge pag 27,31,33,35,37a,39,40.

Zw IX pag 8,9,13,20,21,24,27,33,34,39,46,48

Zw X pag 18,46,49

Zw XI pag 1,2,5,6,13,46,48,49

Zw XII pag 5,10,11,12,16 (een mid rogge pag 17),29,34,46

Zw XIII pag 19

Zw XIV pagina’s 6,15,38,21,22,28,31,32,41,43,44,45,46,48,80

Zw XVI 63

Zw XV 4,6,8,18,19,24, f 20,-- die voorts na de begrafenisse van Testator aan zijn huis aan de noodlijdenden zal worden uitgedeeld, zw XV 67.

Akte 27 mei 1799 vermaakt Hendrikje Jansen, weduwe van Gerrit Derks aan de gereformeerde armenstaat alhier f 100,--, zw XV, 68.

Zw IV pag 27 en 28; armenstaat zw V, 13.

12.12.1786, Wiechger Janssen als kerkmeester en als mede-opziener en provisoor der diaconie zegt dat het door Jannes Tromp en zijn vader Egbert Tromp bewoonde huis aan den laatste toebehoort en vermits Egbert Tromp als ook reeds deszelfs vader sedert geruime jaren uit de diaconie en provisory onderhouden en gealimenteerd is, zijn goederen moeten dus ingevolge besluit van Ridderschap en Steden aan de diaconie komen, zw XXV,76.

1807 4 oktober, tot leden van het burgerlijk armbestuur zijn benoemd de heren JF Jonker, H Winkel en Wicher Doornbosch ingaande 1 januari 1908.

 

Armbestuur, Burgerlijk

Uittreksels uit archief Burgerlijk Armbestuur, XX, vermeldende inkomsten, uitgaven en andere bijzonderheden.

 

Armenstaat

Testament 21.11.1781 Gesiena Kruijs, weduwe van Lucas Fronten… aan den armenstaat dezer plaatse f 20,-- zw XIV, 60.

Testament Jan Engbers en zijn vrouw Johanna Schol (28.6.1783)aan de kerk en armenraad ieder 100 Carolusguldens zw XIV, 65.

Testament 3 augustus 1784 vermaakten Jan Costers en zijn vrouw Aaltjen Braamer aan de kerk en armenstaat de eerste elk 400 carolusguldens en de tweede ieder 1000 carolusguldens, zw XIV, 70.

Testament 5.4.1785, Frederik Jansen en zijn vrouw Jenneken Jansen vermaken o.m. aan de armenstaat 50 carolusguldens.

Testament 26 maart 1802 van Egbert Smelt en zijn vrouw Hendrika ten Cate aan de diaconie f 100,--, zw XVI, 13.

Testament 21 mei 1802 Klaas Kruijs en zijn vrouw Grietje Otten vermaken aan de diaconie f 100,-- aan de gereformeerde kerk ook 100,--, zw XV!, 15.

Testament 12 juli 1808, Hermannus Scholten en zijn vrouw Janna Hendriks.. dan krijgt Hendrik Tijhof slechts 50,-- beneffens al het goud, zilver en kleren, zw XVI, 61.

12 juli 1808…. Aan de diaconie 2 hollandse ducaten of de waarde daarvan zijnde 10 gulden en 10 stuivers, zw XVI, 61.

Testament 27 mei 1799 Hendrikje Jansen weduwe Gerrit Derks, testament 14 juli 1800 van Hendrik ten Kate aan de Gods armen f 100,-- zw XV, 80.

 

Bakoven

Akte 28 oktober 1752…voorts haar aandeel van de bakover…XI,3; akte 12 mei 1764…excempt den bakover, XII,38; akte 27 juli 1768..verkoop van huis en landerijen en….de halve putte, de halve oven XIII,22; 20 maart 1751..bij de boedelscheiding tussen de nog ongetrouwde kinderen van wijlen Egbert ten Cate met hun broef Jasper ten Cate zij mogen vrij hun brood in de trog mengen en in de oven bakken XXIV,123

 

Bavesbeek

Genoemd in proces Schipsloot II,38-39; 26 oktober 1747 Bavesbeek een lopende stroom VII,3,4,7; 5 augustus 1723 de zaak der veengronden tussen Bavesbeek en Cuylenbeek die de heer van Almelo zich poogt aan te matigen wordt opgedragen aan de advocaten ten Brink, Bouw en Pieteman XVIII,2. In proces over verhoging boterpacht tussen de heer van Almelo en de Vriezenveners wordt onder meer aangevoerd…zoals blijkt uit de woorden: dat gelegen is tussen de Wierden Woeste en die Bavesbeek XVIII,32; in hetzelfde proces (1630) wordt in XIX,12 gezegd: Tussen de Wierden en de Bavesbeek, In brief 1420… de vrije watergang van de Bavesbeek tot Wederder voert wordt den buren verzekerd vrij ende kommerloos I,60

 

Bedelaars

1728, de schout van Hardenberg meld dat het detachement van Zwolle is uitgetrokken naar Hardenberg bij het klooster sibculo een troep heidens had geattaqueerd en daarvan een man en twee vrouwen had doodgeschoten, de anderen waren gevlucht naar de graafschap Bentheim. De gedeputeerde staten van overijssel gelasten hem den man met het ene been door den armenjager aan een boom te laten ophangen. Hier kwam de heer van Almelo tegen op omdat de heidens aan deze kant van het klooster dus in de heerlijkheid Almelo waren doodgeschoten (de heidens die eerste gevlucht waren kwamen terug om de doden op het klooster bij de muren te begraven). De gedeputeerden verontschuldigden zich, zij hadden gemeend dat het in he kerspel van Hardenberg was gebeurd, ook kenden zij niet de juiste grenzen van de heerlijkheid en Hardenberg. 1738 twee heidinnen uit de heerlijkheid verbannen (ded.pag 109) 1723 twee heidinnen wegens diverij gegeseld en verbannen uit de heerlijkheid en Overijssel. De heer van Almelo had binnen zijn heerlijkheid gevangenhuizen, kluisters, pijnbank, plaats van justitie, zwaard, galg en rad, ded pag113, II,10.

Voorschriften van de heer van Almelo tot wering van bedelaars, II,6; 1823 opzending bedelaar naar Ommerschanas IV,38; 1826: landloper gearresteerd dbJK, IV,63-64

14 januari 1736 de graaf vernomen hebbende dat de ingezetenen van Vriezenveen veel last hebben van bedelaars en dat daardoor de gewone collecte in de gemeente lijdt, verbied het bedelen langs de deuren en verbied de ingezetenen giften aan bedelaars te geven tenzij deze schriftelijk vergunning hebben, ook verbied hij zulke ommegangen die particuliere personen meest in december en januari door 2 mannen daartoe aangezocht laten doen en die zonder order of onderzoek van nood en behoeftigheid jaarlijks vermenigvuldigen. In plaats van al deze ommegangen zullen kerkmeesteren en diakenen samen jaarlijks in december een generale ommegang doen en wat daaraan geld of koren uit voortvloeit zullen zij aan die particulieren naar behoefte uitdelen.

 

Begraven in de kerk

XX,1…26 januari 1749 ontvangen van de schout voor het begraven van zijn jind in de kerk, f 3,--; 27 januari dito ontvangen van de vervangend schout Bartelink voor het begraven van zijn twee kinderen in de kerk is in de jaren 1745 en 1746 geschiede, f 6,--; akte van 15 november 1746…kerkrecht voor het begraven van haar lijken, XX,6; 25 januari 1817 schrijft G Kruijs aan zijn zoon Bernardus in St Petersburg dat neef Arendsen is overleden en ’s avonds om 9 uur in stilte in de kerk is begraven, grI,3

 

Belastingen

Uit gemeenterekening 1731:

Uitgave tot deventer aan het kantoor moet betaalt worden als volgt:

Verpondinge f 3134,11

Konterbuitzij??

Koene en reliqua

Vuursteden

Gemaal

Geslacht

Hoofdgeld

Dienstboden

Uit gemeenterekening 1732:

Den 19 december zijn ik (schout claas kruijs) en procurator Herwigh en Jan Schol met een wagen naar toe gevaren en ik was geciteerd door Huijsman en zijn aanhangers over de duizend penning van 1709 en 1710 en 1711 en den 22 dito weer te huis gekomen in de vier dage verteert samen f 21,10.

Gemeenterekening 1733:

Gemaalcedel brengt uit over het gehele Venne de somma f 810,18

Het geslachte in het geheel f 500,05

Het hoofdgeld f 1289,08

Dienstboden over heel Venne in beide halfjaren f 273,--

Koene en reliqua van het hele Venne f 2790,17 en 3 pennies

Gemeenterekening 1733 worden weer verschillende posten gemeld te betalen aan het kantoor te Deventer, gemaal, geslacht etc. Nu wordt ook genoemd paardegeld ten bedragen van f 216,--.

Gemeenterekening 1756 voor de schoolmeester van ’t oortjesgeld f 20,-- (Jonker tekent hier zelf bij aan: oortjesgeld is een opgeld bij verkoop van vaste goederen).

Gemeenterekening 1762 voor de schoolmeester van ’t oortjesgeld f 20,--.

 

Belgische opstand

DbJK V,66

 

Bier en brouwen

1492 II,30I bier op vastenavond. IV,6 naast het vroegere scholtengoed (later eigendom van de familie Engels) stond aan de oostzijde een gebouwtje waar schout Jan Kruijs een brouwerijtje exploiteerde. Later waren huis en gebouwtje eigendom van de familie Engels. Het werd ook enige tijd bewoond door de weduwe van meester Kunst. Voor 1860 is dit brouwerijtje in de volksmond Breeuwerieggien genoemd, een handweverij gedreven. Er stonden plus minus 20 getouwen (mondelinge mededeling van D Meijer in 1928 op 86 jarige leeftijd overleden)

Testament van berent Pauwels, Godtsarmen alhier 50 goltgulden met een touwe bier, VIII,4a.

Akte van 12 mei 1747…met daarop staande huis, Brouwhuis etc etc X,35; akte van 21 november 1762 Gerrit Spijker is schuldig aan scholtus Jan Hendrik Dikkers wegens verschuldigde heerenlasten en geveleverde bieren, 400 carolusguldens XII,27; akte 2 augustus 1763 Jan Wolters schuldig aan de scholtus Jan Hendrik Dikkers 110 carolusguldens wegens achterstallige landsmiddelen en geleverde bieren XII,31; akte 12 mei 1764 vrij scharbier te mogen drinken XII,39; akte 2 augustus 1766….geleverde bieren; akte 6 december Jan Jansen ten Cate alias Wevers Pol is schuldig aan de schout Jan Hendrik Dikkers 120 carolsguldens wegens verschuldigde landsmiddelen (belastingen) en geleverde bieren. Akte 27 juli 1767, Jan Broens is schuldig aan de schout JH Dikkers wegens rugstandige landsmiddelen, geleend geld en geleverde bieren 560 carolusguldens.;

Proces Heer van Almelo met de Vriezenveners over het brouwen en accijnsbetalen van bier plus minus 1490 III,57/62. Hierin wordt onder meer gezegd dat Almelervene vroeger te Almelo ter kerke ging en daarom 1 gtericht was. De accijns van de hele heerlijkheid behoort aan de heer, de buren weigeren deze te betalen omdat er in de landbrieven niets van staat en zij het ook nooit gedaan hebben, terwijl in de brief beschreven is dat de heer niet meer van hun eisen mag…..De heer zegt dat zij nog niet zo lang bier brouwen maar dit vroeger uit Almelo haalden om het op ’t Vene te tappen. De brieven, zegt de heer van Almelo, bepalen niet dat zij (de Vriezenveners) vrij van accijns zullen zijn. In een verweerschrift der buren en de vrije Vriezen die wonen op Vriesen en Almelerveen zeggen zij dat nooit geen accijns betaald is en dit ook niet in de brieven staat. Zij hebben van onland het veen tot land gemaakt en wat onbewoonbaar was woonbaar gemaakt.

Testament 17 januari 1756…voorts vrij scharbier drinken als daar wat is..XI,20; akte 18 januari 1770 Steven Nijland is schuldig aan de schout JH Dikkers 60 carolusguldens wegens landsmiddelen, geleverde bieren en geleend geld XIII,29; akte van 16 febr 1773 Koert Heijdeman is schuldig aan schout Dikkers wegens verschuldigde landsmiddelen en geleverde bieren XIII,49; akte 7 febr 1775, Berend Wolters Boerman en zijn huisvrouw Fenneken Peuver zijn schuldig aan Jan Hendrik Dikkers 200 carolusguldens wegens verschuldigde landsmiddelen en geleverde bieren XIV,10; Berent Frederik van Olde is schuldig aan schout Dikkers 263 carolusguldens wegens verlopen landsmiddelen en geleverde bieren XIV,50; 3 februari 1715 Berend Brouwer ook voor zijn moeder Geesien Coerts doet pondinge aan de mobiele goederen van Gerrit Roeloffs en Hinrick Roeloffsen 19 carolusguldens verteringe en gehaalde bieren XXII,54; 25 mei 1715 Jan Harmsen Fetteker contra de erven wijlen wedeuwe Hinrick Krol eis tot betaling van 36 carolusguldens wegens vertapte bieren en 200 … op de groeve van wijlen gemelde weduwe Krol volgens vertoonde rekening XXII,61

Akte 5 januari 1786 Hendrik Timmermans en zijn huisvrouw Johanna Hoekman zijn schuldig aan schout Dikkers 89 gulden en 10 stuivers voor geleverde bieren XIV,80; 16 maart 1792 Jan Roelofs is schuldig een som van f 78,16-2 voor geleverde bieren XV,27; akte van 6 maart 1794 Jan Roelofs aan JH Dikkers schout en ontvanger schuldig voor landsmiddelen en biergeld XV,38; akte 23 oktober  1699, verluiden van doden waarvoor telkens twee kannen bier worden genoten XX,6; 21 januari 1713 Wycher Braamhaar spreekt Berend Roeloffs aan voor 80 gulden, 2 stuiver en 10 pennie wegens geleverde bieren tot eigen liefsnootdrufte en groevebieren ten huize van comparant geconsumeert XXII,13; 22 september 1714 Kunnera Jansen Kleyne huisvrouw van Jan Harmsen Vetteker doet pondinge aan de mobilia van de erfgenamen van de oude schultinne Krol voor een schuld van 27 gulden 4 stuivers voor geleverde bieren XXII,47; 18 september 1719 Berend Brouwer doet pondinge op de mobilaire goederen des huizes van Jan Harmsen Fetteker, 34 gulden 10 stuiver wegens geleverde bieren en foesel XXII,69. Alsoo jannes Kleijne in de jare 1712 de 23 oktober tot zijn groevemaal ten besten gegeven anderhalve tonne bier den enen halfscheid ten laste van het voorkind en den andere halfscheid ten laste van Geertien Berendshuisvrouw van Jannes Kleijne en nu getrouwd aan Gerrit Boertien de som van 5 gulden 5 stuivers zo wordt door dit edele gerichte verstaan dat deselve binnen de tijd van 14 dagen met geld of recht hem Jan Harms Vetteker en deselfs huisvrouw Cunnera Jansen Kleijne zal tevreden stellen XXIII,25; 28 april 1725 Jan Harmsen Vetteker contra Aaltien Kroll weduwe van Hendrik Klaassen Bramer vordert 51 carolusguldens te dele wegens geleend geld ten dele wegens verkochte groevebiern en verkocht wortelenzaad XXIII,65; 2 augustus 1725 heeft Berend Otten (Coes) van hr Schultus Claas Kruijs gehaald 2 halve vaten craambier f gulden 10 stuiver XXIII,81; 16 maart 1726 scholtus Klaas Kruijs doet pondinge aan de m.g. van Reuten als erfgenaam van zijn broer Berent Reuten 26 carolusgulden gedane consumptie en vertering van een groeve zo van wijlen haar overleden broeder Berebd Reuten hebben geconsumeerd XXIII,83; 28 juni 1727, scholtus Klaas Kruijs spreekt de weduwe van Hendrik Jansen Post aan voor 34 carolusguldens en 6 stuivers wegens groevenbieren en gedane verteringen XXIV,3; 5 oktober 1726 Kunnera Jansen Kleijne spreekt Jan Brerotjen aan om betaling van 4 gulden 10 stuiver wegens gehaald groevenbier XXIII,97; 21 januari 1741 de weduwe schultinne Kruijs contra de weduwe van Jan Pouwels eis tot betaling van haar aandeel aan gehaalde groeve en andere bieren en winkelwaren; 20 maart 1751 bij een boedelscheiding erfgenamen ten Cate mogen de kinderen uit het bezit van het land vrij scharbier drinken XXIV,123; 18 januari 1755 doet de weduwe Scholtinnen Joh Kruijs pondinge aan de weduwe Frerik Scholten wegens 22 gulden 7 stuivers groeve bieren en gedane verteringen XXIV,149; 20 september 1755 is Frederika Gerrits Smelt schuldig aan JH Dikkers 92 gulden en 9 stuiver wegens herenlasten, groeven en kraambieren XXIV,153; 28 januari 1769, de scholtus Dikkers doet pondinge op de mobilaire goederen van de kinderen en erfgenamen van wijlen Esse Egberts Voshaar wegens 32 gulden voor geleverd groevenbier XXIV,171; 16 januari 1777 Hendrik van Olde is f 120,-- schuldig aan scholtus JH Dikkers wegens verschuldigde landsmiddelen en geleverde bieren XXV,23.

 

Bisschopstijd

18 januari 1669 Albert Jansden Smelt van Vriezenveen contra Jan Prinsen, 29 gulden herkomende van foesel voor de bisschopstijd gelevert, XXIX,25

 

Bissing

IV,17 Bissing in Almelo, IV,36

 

Blankemeer

Blanke meer III,38-39, VII,3; de visserij de Blanke Meer VIII,6; akte 15 november 1779…een stuk hooiland genaamd de Play groot 3 dagwerk gemaai, zijnde gelegen naast de zogenaamde Blanke Meer XIV,42

 

Bleskolk

De Bleskolk was een moerassig stuk weiland achter de Aadijk in de gemeente Almelo even ten westen van de Kooyplaats. Dit terrein was eigendom van bankier Dikkers in Almelo. Deze zocht voor de Bleskolk afwatering op de Vriezenveense landen. Men wilde dit niet. De heer JC Bouwmeester (toen begin 1900) burgemeester van Vriezenveen gaf, naar men zegt, Dikkers vergunning om een duiker aan te leggen naar de Vriezenveense landen. Hier werd heftig tegen geageerd door de Vriezenveners. Er kwamen stukken in de krant, een ervan is bewaard gebleven, zie schrift 3 pagina 56.

 

Bode

Gerrit van ’t Rot brieven bode dbJK, IV,50 (1823); 1826 bode Jasper ten Cate overleden, bdJK, IV,61; 1826 benoeming van Gerhardus van ’t Rot tot nieuwe gemeentebode door de heer van Almelo, dbJK, IV,64

 

Boerdiensten, herediensten

V,102 veel boerdiensten gedaan; 1512…zij moeten een redelijke dinest aan het klooster met wagen en paarden leveren III,52; 1822 boerdienst dbJK III,78, IV,17,18,19,39

 

Borg

1440 Lude Ludenzoon Scholte op Almelervene en Egbert diens zoon hebben borg gesproken voor Klaas Wederwillen toen deze uit de gevangenis op de Arkenstein kwam, III,19

 

Boterpacht

1441, akte verkoop grond behoudens voor vijfte half kop boter jaarlijks elke st Marten in de winter op het huis te Almelo  gelijk anderen boterpacht betalen III,32; in dagboek JK wordt boterpacht genoemd in V,116,20,19,57, IV,16,32,36,46,58,70,89; 1422 betalende twee vierendeel en wegens de halve hoeve broekland een half vierendeel boter III,15; 1426 uitgenomen de regte boterpacht III,17; 1451 Johan Juncker tot Almeloe vergunt aan Herman Gherdes (of Gerhardus) en Hadewijghe diens echtgenote en erfgenamen vijf vierendeel boter op elke st Marten te leveren met veertig Rhijnse guldens, III,19; brief 1634, 11 ei olde stijl over een proces betaling hogere boterpacht in verband met de aanwinst van landerijen door de Vriezenveners, II,1-2; 1422 twee vierendeel en een half vierendeel boter III,15; 1426 uitgenomen regt boterpacht III,17; 1451 vijf vierendeel boter III,19; 1480 zoals men boterpacht te betalen plagt op het huis te Almelo III,24 (2); vonnis van de arrondissementsrechtbank almelo; de eigenaren van de heerlijkheid Almelo zijn gerechtigd tot het heffen van boterpacht te Vriezenveen, zitting van 24 december 1856; weekblad van het Recht 11 mei 1857 nr 1850, zie ook 1905, 1526; waarmede men pachtboter mag op het huis te Almelo III,4; V,116 (1821) boterpacht geïnd; 1483 een geheel en vrij en eige goed behoudens vier vierendeel boter die nu Wignolt te Grotenuis te Oldenzaal daaruit heeft, III,24-1; 1482 Evert Mullen, vicaris in Almelo voor 32 gouden Rijnsche guldens hadden verkocht en overgedragen 4 vierendeel goede pachtboter te betalen plagt op het huis te Almelo uit Wijssen Egbertzoons hoeve en op Almelervene enz, III,24-2; 1327 betaling over boterpacht van de Meijers der twaalf hoeven in ’t Monikkenslag (dus niet over Vriezenveen) III,33; 1822 dbJK IV pag 16,36; 1825 dbJK IV,58; 1826 de boterdagen etc dbJK IV,70, 1829 11 juli boterpacht geind db JK V,19; 1830 7 juli db JK V,57 akte dd 19 februari 1724….4 akkeren lands bezwaard met 16 pont boterpacht aan den huize Almelo IX,25; 26 maart 1958 deelde de rijksarchivaris in Overijssel aan dr. Asis mede dat het archief van het waterschap Mastenbroek 16e eeuwse opschriften van landrechten bevat waar onder ook een afschrift van het privilege voor Vriezenveen van 1420, weekblad van het recht 1858 nr 1983, Provinciaal gerechtshof in Overijssel zitting van 11 januari 1858: Boterpacht aan de heer van Almelo competerende op landen onder Vriesenveen, is dit recht in der tijd werkelijk bedongen en verleend? Ja! Is dit recht door de bepalingen der latere staatsregeringen ten opzichte der heerlijke rechten vervallen? Nee! Is de heffing van dit recht verbonden aan de eigendom van de heerlijkheid? Ja! Zie ook provincie Overijssel en Zwolse Courant van 24 november 1857 blad 2 kolom 2.

De landerijen van Berend Berends zijn bezwaard jaarlijks aan huize Almelo met 17 pont boter, het pond 6 stuivers XVII,37 datum wordt niet genoemd; In proces Vriezenveners tegen Johan van Rechteren, 1627, zeker contract met die van ’t Vriesenveen heeft ingegaan waarbij beloofd is dat ieder die op ’t Vriesenveen woont en een hoeve lands onder zich heeft jaarlijks op het huis te Almelo zal leveren een emmer boter XVIII,28. Proces over verhoging van de boterpacht tussen de heer van Almelo en de Vriezenveners, XVIII,28-97 en XIX 1-63. In hetzelfde proces XVIII,34…waarvan zij de botergulden aan de heer schuldig zijn; XVIII,50 volmacht de schout Bartholt Johanns dat die Erv Henderick Grubben en Jasper Jansen door hem en door de hele gemeente eenparig door hem gemachtigd zijn hun zaak bij GS te verdedigen XVIII,50; XVIII,84 een emmer boter is een Swols vierendeel = 14 pond, zie ook XVIII,90 waar gezegd wordt een emmer boter van 14 pond zijnde 3 of 4 goudguldens waard; XIX,8 de botergulden op pagina 9 zeggen de Vriezenveners om ….dat bij de attestatie van de landmeter Gijsbert Sasse blijkt dat de pastoorshoeve niet groter zou zijn als 16 morgen daar nochtans ’t contrarie bij de attestatie wordt bevonden zeggende alle niet de landmeter dat hij de pastoorshoeve heeft gemeten van de oude weg tot aan de Aa zulks ongeveer waar het derde deel is van hetgeen tegenwoordig al aangebouwd is blijkens zulks klaarlijk bij de kaart waar te zien is dat de pastoorshoeve bvoen de oude wegnaar de heide toe haar ruim nog zo ver uistrekt als naar de Aa toe. Op pagina 10 XIX wordt gezegd….wiens hoeve eens gemeten is dat dezelve niet wederom zal gemeten worden, wij zijne jaarlijkse botterpacht bij zijn behoorlijke tijd niet betaalt zo mag de heer Clager zijn boden zenden en de richter etc etc … gelijk ook nog in dit jaar 1627 is geschied dat des richters sone gegaan is ten huize van Pouwel Gertz e hem van gerichtswege aangezegt dat hij zijn vierendeel botters zou komen betalen of men zou hem de panden komen afhalen XIX,46. Proces boterpacht zeggen de vriezenveners (1630) dat de heer Clager …..XIX,59; 8 oktober 1740 worden door rentmeester Boom verkocht drie erven wegens achterstallig boterpacht aan huize Almelo, XXIV,39; 20 maart 1751 boedelscheiding kinderen Egbert ten Cate wordt genoemd… de boter aan huize Almelo…..XXIV,123, 5 mei 1787. In een rekening wordt genoemd boterpacht 15 pond a 6 stuivers, XXV,80; 26 oktober 1799, Jacob Bolks als kerkmeester der gereformeerde Kerk te Almelo met procureur A Buyssant des Amorie als bediende, doet pondinge aan de mobile goederen van Albert Jansen Scheper of desselfs erven wegens het restant 90 pond boter ingevolge het oud kerkmeesterboek en de jaarlijkse uitgang bestaande in 19 pond boter over 1796, 1797 en 1798 tezamen 120 pond boter, XXV,108; 17 juli 1802, procureur Lamberts namens de gravin van Rechteren zegt dat Hendrik Leenders aan deze schuldig is 18 pond boter van de jaarlijkse boterpacht a 5 ½  stuiver het pond, XXV,131; 20 april 1804 Gravin van Rchteren heeft een vordering in de desolate boedel van H Leenders van 4gulden 19 wegens boterpacht XXV,142; 1457 David van Bourgondie bisschop van Utrecht beleent Sweder van Voerst met de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen en het botergeld, grII,11; 1485 september 15, beleend Johan van Voirst heer tot Meppel na het overlijden van zijn vader Zweder van Voerst all zodanige lenen als deze en hun voorvaderen van Voirst ter leen plagten te houden, voorts de hof te Kemenade onder Weele tot een Zultphens leen, wijders de vrijheid van Almelo met alle toebehoren als die van ouds zich uitstrekt met den botergulden etc grII,12.

Op dezelfde datum keurt David van Bourgondie de overdracht van de heerlijkheid aan Jan van Rechteren goed, grII,13; 17 mei 1521 Philips….maakt kond dat met zijn goedvinden door Henrick van Hekeren van Rechteren verschijnende met zijn naaste vrienden en magen Zegger van Rechteren, Otto van Rutenberch en Zweeder van Voerst aan zijne moeder juffrouw Catharina van Opijnen weduwe van Adolph van Rechteren heeft gemaakt tot levenslange lijftucht 20 gulden per jaar uit de … en accijs te Almelo, 25 mud mout uit de wind en watermolens, aldaar 2 vat boter uit Vriezenveen etc. grII,15,16; In de jaren 1627 tot 1630 voerde Johan van Rechteren tot Rechteren en Bredenhorst, heer in Almelo, een proces (rijksarchief  Zwolle nr 14748) tegen de ingezetenen van Vriezenveen, de zaak liep in hoofdzaak over de vraag wat onder een hoeve moest worden verstaan daar bij de oude consessiebrieven door de heren van Almelo aan de Vriesen op de vene gegeven was bepaald dat van een hoeve lands jaarlijks moest worden betaald een emmer boter, Zwolsche maat, zie hiervoor grootzwart II, 6-8.

Acht eigenaren van landerijen te Vriezenveen waren jaarlijks aan de kerk te Almelo verschuldigd 59 en driekwart pond boter oud gewicht; zaterdag 11 juli 1829, eergisteren en gisteren de boterpacht bijgewoond en hebben smiddags met de gravin en de freule gespijst. De jonge graaf hebben we de eerste middag ook nog een poosje aan tafel gehad. De boter wordt tegen 4 ½ stuiver betaald zijnde voor ons aandeel van 42 pond f 9,90. Er is beide dagen omstreeks f 600,-- gebeurd. Doch weinig boter is er ingekomen dbJK V,19-20. Uit tijdschrift voor rechtsgeschiedenis, proces boterpacht heren van Almelo, Wicher Nijkamp II, 6 en 7. Vonnis van de rechtbank en appel hiertegen van Wicher Nijkamp (proces boterpacht) 1 januari en 26 juni 1854. Op de landerijen gelegen in Frerikmans en Papenland van Wicher Nijkamp ligt een boterpacht van Nederlandse of zestien oude ponden jaarlijks verschijnend op Martini of 11 november van elk jaar en betaalbaar in de zomer. In het stuk wordt verder gezegd dat men gewoon was te zeggen Het was ten tijde of omstreeks de boterpacht, III,25; 1822 2,3,4,5,6 juli dbJK, Eergisteren en gisteren is de pachtboter voor huize Almelo ontvangen door mij. Ds Gallois en G Engels en de rentmeester Lamberts, het pond tot 3 stuivers IV,16; II,1-2 de overeenkomst tussen Johan van Rechteren tot Rechteren en Bredenhorst heer van Almelo en Vriezenveen en vrouwe Jochemina van Wijhe dochter tot Hernen, Vrouwe tot Almelo, samen echtelieden en de Vriezenveners over de verhoging van de boterpacht over nieuw aangemaakte landerijen. Zij doen ter verwijdering van verdere onkosten en tegen ontvangst van een zekere som gelds afstand van hun recht de hoeven te hermeten waardoor de Vriezenveners meerdere pacht zouden moeten betalen, II,1-2. De overeenkomst is gedateerd 11 mei 1634. Doss L Jonker: afkoop van boterpacht door nr 82 Wicher Jansen, acht halve nederlandse ponden of f 48,-- en vier halve nederlandse ponden of f 24,--, 30 juni 1871; 25.11.1759, plaatsvervangend schout Frederik Bramer ass. Frederik Derksen en Bernardus Stok verschenen voor het gericht, Jan Boeschen ingezetene van Vriezenveen zeggende dat hij comparant op 3 dezer maan november 1769 uit en met woede en onbezonnen onbedachtzaamheid de heer schout Dikkers zijnde zijn weledele met een gedeelte van de ingezetenen destijds op de zogenaamde Paterswal om gemelde wal te conserveren voor doorbraak, hij comparant zijn weledele in desselfs functie aldaar hebbende geattaqueerd en aangevallen in zijn aangezicht dat het bloed van deszelfs gezicht of wang was aflopende alle ingevolge daarvan op de 11 november namens de hoogheid des huises en heerlijkheid Almelo en vriezenveen belegt conschappen nader zoude kunnen consisteren en duswegens daarover met welgemelde hoogheid over de verschuldigde breuke hebbende geaccordeert, zo komt de comparant Jan Boeschen voornoemd in deze weledele gericht te doen een honorable …. Met verklaring dat het hem comparant van herten leed doet dat hij de heer schout aldaar in zijn functie wezende in zijn persoon zodanig kwalijk had mishandeld en daaraan te veel gedaan te hebben, verzoekende daar over van zijn weledele ootmoedig bewijs onder reserve van al hetgeen hij comparant bij schriftelijke acte en onderkening van de 23 dezer maand zich heeft verder…..en onderworpen twijfelende niet of de heer schout zal zich met deze zo honorabele …. En afbede voor genoegen en hem comparant voornoemd daarvan excusren en hem al ’t gepasseerde vergeven. Hierop verscheen de heer schout Dikkers en zegt dat zijn weledele zich vergenoegt houd met de verklaring en afbede in deze door Jan Boeschen in het gericht gedaan, onder reserve van hetgeen verder bij de akte of conventie van de 23 dezer is worden geaccordeerd en betekent, dat hij comparant Jan Boeschen daaraan mede komen te voldoen, verzoekende de heer schout voornoemd dat deze verklaring van de comparant Jan Boeschen ten protocolle worden geregistreerd, XXIV,172-173;

 

Bouwmeester

III,54,55 ook I,8

 

Boven- en buitenregge

Akte 12 juli 1719 liggende aan de Buitenregge achter de waterleidijk VIII,29; akte van 12 juni 1717 worden 2 huizen verkocht het ene huis staande aan de buitenregge deze weg en het andere huis en schuur staande aan de bovenregge dezen weg, IX,4

 

Brand, brandspuiten, brandstichting

21 juni 1806 Gerrit Nijkamp beschuldigt Gerrit Geerlink er van dat hij vuur zou hebben gebracht op het land waardoor de rogge gedeeltelijk afgebrand was, eis tot schadevergoeding, ter taxatie van het gericht. In de nacht van 4 op 5 mei 1840 in een paar uur tijds 31 huizen en 12 schuren afgebrand. Brand was uitgebroken bij de Hesse in het Oosteinde, grzwI,53, aantekeningen van Claas Kruijs Gzn; gemeenterekening 1756, B Bramer geeft in een rekeningvan 1754, 1755, 1756 en 1757 verscheidene keren naar Deventer geweest voor gangen en vertering en verschot voor een pot bij de brandspuit; gemeenterekening 1791: Hendrik Tromp aan de brandspuit; aantekeningen over branden van Grietje Kruijs-Oten in de jaren 1779,1780,1786; in 1780 vijf huizen verbrand, in 1786 9 huizen en 2 schuren VII,30; 1811 overdracht van de brandspuiten met toebehoren aan het nieuwe gemeentebestuur II,10; dbJK 5 augustus 1823, 19 huizen verbrand in Oosteinde IV,37,66; 1828 brand in het huis van schoolmeester Kunst IV,106; 1829 db JK V,12 boerderijbrand op Sibculo; 27 oktober 1827 brandspuiten gevisiteerd dbJK IV,95,104; 30 april 1830 2 schuren in brand, oosterspuit was reeds aan de gang dbJK, V,50; 17 maart 1818 huis Frederik Aman afgebrand V,100-101; 14 oktober 1818 weer enige huizen afgebrand; 18 juni 1820 verscillende huizen afgebrand V,106; in schrift nr 1 waarin opgenomen notulen van de kerkeraad 1840-1844 wordt op pagina 8 gezegd over reparatie der pastorie: Het zal tengevolge van de plaats gehad hebbende brand in de nacht van 4 mei op 5 mei 1840 dit jaar ook wel in de tegenwoordige staat moeten verblijven omdat timmerlieden en metselaars nu wel noodzakelijker werk hebben te verrichten

 

Brieven

Brief van J Bramer-Kruijs uit Kampen aan haar broer en zuster 9 september 1865 II,39a,40a,41a

 

Broek (verkoop 1395)

In 1395 verkochten evert van heker en beatrice jonkvrouwe tot Almelo echtelieden, en hunne kinderen een deel vanhet Noordbroek tussen de nieuwe Aa en de Hollandergraven aan, volgen de namen zie I,7

 

Bruggen

5 augustus 1644, reparatie Aabrug II,39; 1822 dbJK III,78 Hooge Brug; 1822 dbJK, IV,17 Aabrugge, Wierdensebrugge, IV,18 1822; Wteringbrug, IV,18; 1823 bruggetje ouden Hoevenweg IV,39; 1826 Wierdensebrug, dbJK IV,72; 1830 Wierdensebrug dbJK V,52; 9 oktober 1821 dbJK V,120 Aabrug en brug over den ouden Graven.

 

Bruinehaar

21 juni 1772 Albert Jansen op de Bruinehaar maakt zijn testament XIII,43; 20 april 1780, testament ten huize van Hendrik Gerrits op de Bruinehaar 2 juli 1804 Jan Hendriks op de Bruinehaar, XVI,55; 10de van de oogstmaand 1810, Gerrit Jansen en Hermina Teunis weduwe van wijlen Jan Hendriks beide op de Bruinehaar, XVI,67; 28 augustus 1794 testament van Hendrik Jansen ten huize van Jan Hendriks op de Bruinehaar XV,39; 27 febr 1808 Scholtus JH Dikkers contra Jan Hendrik de Dood op de Bruinehaar, schuld f 21,12 XXVI,23

 

Brussel

DbJK IV,32,36,38,85,90; 1829 dochter van J Kruijs terug uit Brussel; V,22,25, Brussel ingenomen, V,71,111

 

Burenruzie

DbJK III,67,70, IV,42, kwestie over afsluiten Heidesloot dbJK IV,48,97,130; 23 maart 1820 Gerhardus Luyt veldwachter en zijn vrouw maria Heijmans vroedvrouw, wegens mishandeling van de huisvrouw van Hendrik Velsing veroordeeld tot een geldboete en gevangenisstraf dbJK V,110 en 125; 1798-1801 VII,2 mishandelen van Jan Peppelman; vechtpartij bij de Schipsloot 27 november 1743 VII,9; 5 augustus 1720… waarop Hagh hendrik de vrouw van Klaas Harms uitschelde in presentie van mij secretaris voor een heks, IX,17; Berend Berends en Luicken Luickens contra Jan Schulten mei 1646, verklaring van Hendrik Hendriks Schuurman en Egbert Egberts dat zij gezien hebben dat 4 of 5 Almelosen met een roer en stok om een voer rogge van de landerijen zo requisanten in gebruik hadden enb van hun schoonvader Johan Schulte gekocht hadden omtrent st Jacob dat het met de kosten van Evert van Weerselo in de herberg gebracht zou zijn en dat Egbert Egberts met Jan Geertz ten huize van de koster zijn geweest om het voer rogge terug te halen, hebbende en voorts waar de rogge geweigerd wilde eerst de vertering betaald hebben XIX,87 en vervolgens. Den 28 oktober 1722 is Jan Hinrixen Timmer alias Boeschen op zijn land gekomen en naar huis wilde gaan omtrent bij zijn schuppe is hem zijn zoon Gerrit ontmoet, hij zijn vader aantastende en op de aarde nedergesmeten en ’t blanke mes op zijn keel gezet waarop dadelijk voornoemde vader een groot geschreeuw gecarm en gejammer van zich heeft gegeven, en de geburen dadelijk zijn naar toe gelopen. Steumers Claas staande aan de westzijde bij de want van zijn huis ’t geschreeuw aangehoord heeft en verscheidene mensen (Geerlichman en dochter Jenne, Maeth Lucas en de vrouw, Costers Aele en dochter, Groothoop en vrouw en de vader voorts is van ’t vene gegaan en wel 5 a 6 weken uitgebleven en nu voor een dag of acht is wederom gekomen XXIII,20. Op dezelfde pagina en pagina 21 staat nog zo’n kwestie over ’t gadderen van Ekkelen en over de glint en over opwerp van de sloot. Arent Bartels en zijn stiefzoon Claas hebben zich niet ontzien voornoemde Hinnevelt een gebrekkelijk man zijnde, aanmerkelijk te slaan en zij hebben malkander gescholden voor heksen, tovenaars, 26 oktober 1723; 25 september 1723 de weduwe van Hendrik Spijkers zegt dat de huisvrouw van Jan Alberts met name Aaltjen Luicas omtrent 2 maanden geleden haar zoon Egbert Hendrik Spijker in presentie van 3 of 4 mensen voor een dief en leugenaar heeft uitgeroepen etc XXIII,33; 28 september 1726 Harmtjen Henriks weduwe van Kremerd Bour heeft Jan Kroll voor een schelm op des Heren weg uitgescholden. Zij verviel in een boete van 6 oude schilden, XXIII,97 Hendrik Berendsen Hopster krijgt op dezelfde zitting 10 oude schilden boete wegens het slaan en bijten van Wolter van Uijtert omtrent de maand juli 1724 XXIII,97; 31 januari 1728 Jan Harmsen Vetteker zegt voor enige jaren met Jan Brouwer op de … markt gekocht te hebben een paard voor 18 rixdaalders merchgelt zijnde 36 hollandse geuldens. Vetteker heeft in presentie van Jan Brouwer de Boer betaald en daarna de mijnkoop betaald, de merck aldaar geeindigd zijnde zijn zij samen gereden tot nieuwebrug onder anderen overeengekomen zijnde over het paard te spelen, zo ook geschied is wie van beiden het paard zou hebben op die conditie die het paard toeviel zou uitkeren aan den ander 2 gulden en 10 stuiver, mitsgaders Jan Brouwer het paard is toegevallen en ’t selve ontvangen heeft en vervolgens comparant bij het ontvangen vanhet paard tot Jan Brouwer zeide met die woorden en verscheidene reisen Jan Brouwer ik wil het paard u niet laten volgen nog laten aantasten of gij zult eerst voorafgaan mij betalen de uitgelegde penningen ad 36 gulden, daarop antwoordde Jan Brouwer, Jan hermsen ik en hebbe geen geld bij mij zo veel zo waar als ik leve ik zal u deugdelijk 36 gulden met die vereniginge wederom geven. Vettker doet nu pondinge aan alle mobilea van Jan Brouwer, XXIV,17 en 23; 8 mei 1745, Engbert Jansen Smit zeggende dat hij gepasseerde jaar ten huize van de weduwe Nijklaas Harwig zeer dierlijk is behandeld en geslagen geworden van Berend Freriks, ja zodanig dat verscheidene wonden heeft gekregen en omtrent voor dood voor de grond gelegen waarvan dan is gebeurd dat zijn Excellentie de heer graaf  van Rechteren een chirurgijn van Almelo gezonden om hem te visiteren en te verbinden zo is dat hij pretendeert voor zijn geleden pijn smerte etc….. de somma van 12 gulden boven en behalve het meesterloon van de chirurgijn en gerichtskosten XXIV,76 plaatsvervangend schout Frederik Bramer ass. Frederik Derksen en Bernardus Stok verschenen voor het gericht, Jan Boeschen ingezetene van Vriezenveen zeggende dat hij comparant op 3 dezer maan november 1769 uit en met woede en onbezonnen onbedachtzaamheid de heer schout Dikkers zijnde zijn weledele met een gedeelte van de ingezetenen destijds op de zogenaamde Paterswal om gemelde wal te conserveren voor doorbraak, hij comparant zijn weledele in desselfs functie aldaar hebbende geattaqueerd en aangevallen in zijn aangezicht dat het bloed van deszelfs gezicht of wang was aflopende alle ingevolge daarvan op de 11 november namens de hoogheid des huises en heerlijkheid Almelo en vriezenveen belegt conschappen nader zoude kunnen consisteren en duswegens daarover met welgemelde hoogheid over de verschuldigde breuke hebbende geaccordeert, zo komt de comparant Jan Boeschen voornoemd in deze weledele gericht te doen een honorable …. Met verklaring dat het hem comparant van herten leed doet dat hij de heer schout aldaar in zijn functie wezende in zijn persoon zodanig kwalijk had mishandeld en daaraan te veel gedaan te hebben, verzoekende daar over van zijn weledele ootmoedig bewijs onder reserve van al hetgeen hij comparant bij schriftelijke acte en onderkening van de 23 dezer maand zich heeft verder…..en onderworpen twijfelende niet of de heer schout zal zich met deze zo honorabele …. En afbede voor genoegen en hem comparant voornoemd daarvan excusren en hem al ’t gepasseerde vergeven. Hierop verscheen de heer schout Dikkers en zegt dat zijn weledele zich vergenoegt houd met de verklaring en afbede in deze door Jan Boeschen in het gericht gedaan, onder reserve van hetgeen verder bij de akte of conventie van de 23 dezer is worden geaccordeerd en betekent, dat hij comparant Jan Boeschen daaraan mede komen te voldoen, verzoekende de heer schout voornoemd dat deze verklaring van de comparant Jan Boeschen ten protocolle worden geregistreerd, XXIV,172-173; 8 juli procureur Jan W Harwig gevolmachtigde van de hooggeboren gravinne douariere van Rechteren heeft doen citeren Gerrit jan Elshof wegens mestrekken op 7 juni des jaars 1785 tegen Jan Harmsen op Vriezenveen gepleegd waarvoor hij in een boete van 10 gulden is vervallen XXXV,71; 16 april 1806 zou Albert Alberts gearresteerd worden die G Engberts een zware verwonding had toegebracht. Een uitvoerig relaas van de mislukte jacht op Albert Alberts wordt gevonden in grII,64

 

Buteren (doorgraven) weg, Buterweg

16 maart 1792 “buiten den doorgraven kerkwegh” VIII,9; in akte 17 mei 1792 wordt genoemd “den olden kerkwegh” dat is waarschijnlijk de Buterweg met daarop staande huis en timmeragie. Akte 21 augustus 1717 den buiteren doorgraven weg IX,6,14,16,18,30 (1725), 43 (1728) X,8 (1742) X,13….buiterenweg XI,4; akte 4 juli 1768…van den buiterenweg of woestenweg XIII,20/18; akte 14 november 1772…den buterendoorgraven weg XIII,45; akte 1727 Jan Wolters Smid en vrouw verkopen 2 akkeren en een halve tot aan den buiteren doorgraven weg XXIV,21

 

Dambelenbossen

V,53

 

Deserteurs

Jan Kruijs, later schout van Vriezenveen, deserteerde alas russisch soldaat tesamen met Hulshof, ook een Vriezenveense rus, IV,6; franse tijd: In een registre des deserteurs signalis a la sous prefecture komt o.a. voor Gerrit Gerrissen fils de Gerhardus et de Gerritdina Hospers domicilie a Vriesenveen, ne 21 februari 1788 a Vriesenveen volgt signalement; garde nationale date de la desertion 25 juillet 1813, II,7a

 

Diefstal en inbraak

Inbraak bij de ontvanger Wilhelmi IV,8; 18 december 1827 inbraak bij de pastoor van Vriezenveen dbJK pag 97; dbJK V,8,10; 1829 diefstal van turf dbJK V,33, zie ook 39; 1829 wegens de koude winter vele weteringbruggen gestolen en gesloopt ook  het Woestenhekken van de gemeente dbJK V,41; diesfstal van 7 broden uit de bakkerij van Berent Hof V,59; veroordeling van diefstal van Karel ten Kraajenberg en Harm ten Brake, ze moesten alvorens hun gevangenisstraf van twee jaar en een half jaar uit te zitten op het schavot te kijk staan met een papier op de borst vermeldende het misdrijf van diefstal dbJK V,74; 13 september 1821 V,119, linnen gestolen van de deel van Jasper Scholten; I,4 diefstal te Vriesenveen van 4 kelken met een monstrans, de dief werd in 1571 te Hasselt gevangen, hij had elders nog wel meer diefstallen gepleegd en werd verbrand, Ov. Recht en geschiedenis 190 pagina 137.; 22 februari 1835 schrijft Bernardus Kruijs te Vriezenveen aan Gerhardus Kruijs te Leiden o.m. Zij hebben onlangs wel twee gauwdieven gevangen, docvh in plaats van te verminderen schijnen zij zich te vermeerderen in de afgelopen nacht hebben zij bij Meijers Siena aan de westzijde dicht aan de weg, de muur ingestoten, de bureau naar zij laden, open gebroken alles nagezocht, doch gelukkigerwijs slechts een gulden of vijf gevonden, uit de winkel hebben zij nog al het een en ander meegneomen tezamen ongeveer voor f 60,--, de Bolte die de hoorn had (welke die nacht nachtwaker was) had gezged dat de muur er om 3 uur nog in geweest was. Grzw I,34; in de woning van de heer JF Jonker (1961) eigendom der gemeente heeft vroeger gewoond Lukas Joost (overgrootvader van JF Jonker). Na overlijden van L Joost in 1829 werd het huis verhuurd aan de ontvanger Wilhelmi bij wien aan de westkant werd ingebroken, de brandkast werd naar buiten gehaald en geopend. Er zou ongeveer f 4000,-- gestolen zijn. Zie ook zw IV,8, schrift 3 nr 42

 

Dominees koren

16 januari 1822: Gisteren, heden etc wordt het dominee koren opgehaald, de rogge tegen 22 stuiver het schepel; akte 27 augustus 1719, een goed bezwaard met pastoorkoren IX,12; 11 maart 1741 de predikant Man contra Cobus Arents eis tot betaling van 5 gulden en 16 stuiver wegens twee gekochte vijmen haver en een restant pastoriekoren XXIV,46; 27 februari 1773 hebben de dames Brouwer te vorderen uit de nalatenschap van de weduwe Herman Egbers Meyer pastorierogge van 1772 XXV,10; Over vergoeding of invordering van pastoriekoren schrift nr 1 pagina 19. De dominee heeft dit koren om de gehele plaats altijd zelve laten ophalen en zich bij de bekendmaking van de laatste ophaaldag op de preekstoel reeds de naam van de deurwaarder laten ontvallen, alles weer verkeerd genoeg, schrift nr 1 pagina 28.; in 1887 beschuldigt de kerkelijk ontvanger H Hoff de kerkvoogdij dat “voor enige jaren wilden onze zogenaamde kerkvoogden om verscheidene personen welke pastoriekoren (rogge) sedert verscheidene jaren niet hadden betaald, gerechtelijk vervolgen doch sedert een jaar of drie wordt van die vervolging niets vernomen, schrift nr 2 pagina 33.

 

Doodslag

Kwam iemand in Vriezenveen te verongelukken dan mocht het dode lichaam door niemand worden aangetast voordat de schout het had gevisiteerd. In Holland moest men een gevonden dode drenkeling met de voeten in het water laten liggen, II,11

1822, dbJK pagina’s 71/77, III, de nachtwacht Klaas Nijkamp doodgeschoten.

1826, Gerrit Schelfhorst dood gevonden in een turfkuil, dbJK, IV,72

1826 dbJK, IV,75 en vervolg, heeft Hendrik Holleman zijn vrouw Jennigje Dokhorst van het leven beroofd?? Zie ook IV,77/83

1826 IV,82, man doodgeschoten door de rijdende commies Maas

dbJK IV,82, januari 1828 vrouw dood gevonden in sloot langs de Kerksteeg

dbJK IV,100 in de nacht van de wintermaand 1828 man uit Wierden, Jannes Krommendijk, doodgeschoten IV,125,126 en vervolgens V,4,6,7,8

V,13 Man verdronken vermoedelijk zelfmoord, V,49 kind verdronken

 

Doodvat, doodschulden

Akte 4 februari 1726….verlopen herenlasten en doodschulden IX,32; akte 5 maart 1729..geleverde en gehaalde winkelwaren en doodschulden IX,45; 30 april 1827 doodschulden van Jan Onweer als volgt: naailoon 0,37, jenever 2,25, nog naailoon 1,50, scheren 0,40, koffie, suiker, tabak 6,20 XX,30; J.Ad. Bonte spreekt de weduwe van Albert Vos aan voor betaling wegens geleend geld en door een gemaakt doodvat voor haar man zaliger van 6 gulden, XXIV,52; 7 april 1742 Jochem Bonte dient een rekening in inzake schulden van Harmen Luicas Koster van 6 gulden voor een doodvat, 8 februari 1749, Jochem Ad Bonte heeft een vordering op Albert Vrylinck wegens een gemaakt doodvat, XXIV,102; 31 oktober 1750 Jannes Vetker dient een rekening in bij de erfgenamen van wijlen Derk Kloosterman wegens gehaalde jenever ten tijde het lijk over aarde staat voor de wakers, 1 gulden 12 stuiver en vier pennie.; de weduwe Jannes Geerdinck wegens een oort traen het doodlaken en mutse op het hoofd van de overledene XXIV,118; 31 oktober 1750 dienst Herman Evers een vordering in voor het maken van een doodvat voor Derk Kloosterman, XXIV,118

 

Dorpsbestuur

Aanstellling schout, predikant en kerkmeesters, II,4

De predikant, secretaris, de vier kerkmeesters die met de zestienen een soort college uitmaakten en enigen uit de gemeente kozen de laatsten april een schout en moesten de 1e mei voormiddag daarmee op huize Almelo komen en de heer verzoeken hun keuze goed te keuren. Weigerde deze dit dan moest men teruggaan en een andere kiezen. Was de heer afwezig dan werd de schout soms provisioneel aangesteld b.v. op 16 mei 1652 en 1 mei 1654. Sterft de schout binnen het jaar dan stelt de heer van Almelo er een aan pro interim tot 1 mei eerstvolgend. De schout moest een eed afleggen van trouw aan de heer en huize Almelo. De heer van Almelo stelde ook de secretaris van Vriezenveen aan, verder een onderschout om alle delicten na te gaan en bekend te maken. De kerkmeester wordt met pre-advies en approbatie van de heer door de predikant, schout en overige kerkmeesters aangesteld, II,4

 

Dorpsdichters

Fragment gedicht dorpsdichter Jan Doornbosch begin 19e eeuw, IV,1,2; verjaringsgedicht van Jesina Julia Kruijs geboren 19 juli 1778, IV,3,4. Aankomst van Lukas Jansen van St Petersburg op het Vriesenveen den 4 september 1818. Gedicht van JDB (Jan Doornbos) grzwI,111; gedicht van J Kruijs Senior St Petersburg bij het ontvangen van het bericht van de dood van G Winter in 1782; gedicht van C Kruijs Jr in St Petersburg ca 1834 over “z’n Julia”.; gedicht door Johanna Kruijs 28 november 1801 op de verjaardag van maria Johanna Kruijs geboren Ursinus Grevenstein; afscheidsgedicht van Johanna van Buren uit Hellendoorn bij het heengaan van burgemeester JC Bouwmeester schrift 2 blz 79,80; gedicht over de  watersnood in Vriezenveen dec 1925-jan 1926 van barend Schaap, schrift nr 2 pagina 81-82; gedicht Houten Toren van JF Jonker, schrift nr 2,83; H Smelt geboren te Vriezenveen 24 november 1798 werd 6 juli 1826 benoemd tot catechesantenmeester te Enschede. Smelt was dichter. Verschillende gedichten werden in een bundeltje verzameld en uitgegeven door Tubantia Enschede. Bekend is zijn Breef van nen ingezjaetten van ’t Vjenne an ziene zjonne den soldaat is voor oonzen Kwennick op de Citedelle biej Antwaaipen. Opgenomen in Overijssel Almanak van 1834, zie schrift nr 3,25

 

Dorpsdokters

Januari 1828: chirurgijn Drost IV,100, sollicitatie heel- en vroedmeester Rodenbroek, bdJK V,29; dbJK V,31 dokter Bruins benoemd tot gemeentelijk genees-, heel- en vroedmeester V,31 zie ook pag 37,38,46; sollicitatie als genees- heel- en vroedmeester tractement f 200,-- a f 250,-- V,26,27, dokter Bruins V,49; VII,15 (1729) Jan Roelofs dokter, akte 16 augustus 1718 doktoren Wilhelm van Arnhem en Gerhard Treurniet IX,9; akte 26 februari 1720 Jan Roeloffs dokter IX,14; akte 13 augustus 1728 Jan Roeloffsen dokter, IX,43; 9 maart 1778 Johan Julius Diederik chirurgijn alhier XIV,29; 2 februari 1749…betaald aan de weduwe Albert Jonker voor meesterloon van Schot Wolterskint f 11,--, XX,2; 7 febr 1728 Harmen Berends Kleine alias de dokter krijgt boete wegens te vroeg bijslapen bij zijn vrouw XXIV,17; 11 februari 1741 Albert Jonker heeft doen citeren de weduwe Gerrit Bartelink eis tot betaling van 15 gulden en 5 stuivers wegens verdient meesterloon XXIV,43; 19 februari 1741 Albert Freriks Joncker contra de weduwe G Bartelink, gedaagde erkent dat de aanlegger tot twee reizen over haar heeft gaan meesteren, het is bekend dat de aanlegger dagelijks hier op het Vriesenveen gaat meesteren (dokteren) en gewoon is daar geld voor te nemen hetwelk de gedaagde niet onbekend heeft kunnen wezen derhalve niet anders kan worden geoordeeld als de aanlegger moet die intentie bij haar hebben geroepen om hem voor het meesteren te betalen, het gericht bepaalt de beide rekeningen voor meesterloon en geleverde medicamenten op een som van 11 gulden XXIV,92, XXIV,45; Willem Schipper heeft een vordering op Jan Berents Hopster wegens doodschuld en wegens meesterloon van een koebeest, f gulden 10 stuiver XXIV,50; 25 november 1749 Berend Schuurman is 60 gulden schuldig aan Albert Freriks Jonker wegens verdient meesterloon aan zijn vrouw gedaan, XXIV,96; 11 oktober 1749, de weduwe Jannes Schoemaker is schuldig aan de weduwe Albert Freriks Jonker 39 gulden wegens verdient meesterloon XXIV,86; 3 oktober 1750 Albert Huls spreekt Roelof Jaspers Smelt aan voor 42 gulden wegens verdiend meesterloon XXIV,117; 1778 vordering van de erven wijlen Mettien Luicas Vos, dokter Diederick voor meesterloon 16 gulden en 12 stuiver, Jan Roelofs wegens drank 1 gulden, 18 cent en vier pennies; 2 december 1786 Ernst Fredrik Drost contra Berent Berkhof alias Kooijken wegens verdient meesterloon f 19,--. Berkhof zegt dat Drost aangenomen had zijn ongemak aan de benen zo te genezen namelijk goed of geen geld, hij wil onder ede verklaren dat zijn ongemak nog niet genezen is XXV,75; 2 december 1786 op de door Drost ingediende rekening wordt een aantal geneesmiddelen genoemd XXV,75; Swam geneeskundige te Vriezenveen, grijsI,37; Johan Julius Diedericks shirurgijn te Vriezenveen grzw II,144; achter de boerderij van de familie Waanders stond voor de brand van 1905 een huis bewoond door Jansenboer. Daar heeft o.a. ook gewoond dokter Bruins, na zijn dood in 1848 werd op zijn graf door zijn familie een gedenkteken opgericht waarop o.a. een esculaapstaf voorkwam. Dit werd echter al spoedig door jonge…..vernield men vond dat het niet te pas kwam zo’n gedenkteken op het kerkhof te zetten IV,8; Uit gemeenterekening 1732: dokter Mourik, dokter Basier

Uit gemeenterekening 1731 en 1733 meester Dolf, uit gemeenterekening dokter Dul, uit gemeenterekening dokter Heijn

Gemeenterekening 1756 voor meester Dyderyck (dokter Diederick) volgens akkoord f 30,--.

Gemeenterekening 1791: aan de Sursien (chirurgijn) Drost volgens akkoord f 30,--

 

Drogistwinkel

Drogistwinkel van Boom, dbJK IV,129

 

Droog binnenkomen

DbJK IV,108 de nieuwe knecht Hendrik Kobes en de meid Klasiena Koster zijn zo even droog binnengekomen, dr L Jonker tekent hierbij aan: Droog dit zal slaan op de gewoonte om meiden die naar een nieuwe dienst gingen, met water te gooien welke gewoonte in mijn jeugd nog bestond.

 

Dijken

1479: 7 akkeren binnen en 4 akker buitendijks, III,22

 

Egge, oosteregge en westeregge

d.w.z. de oost- of westkant van een huis of van landerijen.

26 juni 1777, Roelof Wolters en de weduwe Jan Roelofs Smelt hebben onenigheid met Berent Lubbers Smit over gras- en hooiland, hierin is sprake van de wester- en oosteregge van het land, XXV,24

uit Kedingen: Oud burgemeester Egbert Hermelink als gevolmachtigde van burgemeester Jodocus Fockink en zijn eheliefste Christina Steenbergen te Deventer dragen over volgens coopcedeel van 22 mei 1716 aan Jan Smelt en Cunnera Brouwer in Vriesenveen 7 vierendeels dagwerk groot hooi en weiland gelimiteerd aan de oostegge Jan Holman aan de westegge Mans Egbert voor 500 carolusgulden, XXVII,59

 

Emigranten

Nr 569 van 1847; Jan Willem Haverkate, vrouw en vier kinderen, Landbouwer met vermogen van 3000 a 4000,--; Everwijn Haverkate, broer van de voorgaande, kleermaker met weinig vermogen, mede met vrouw en vier kinderen; eerstgenoemde heeft zijn bezittingen in het openbaar verkocht, de laatste volgens informatie onderhands; brief van burgemeester van Vriezenveen aan de gouverneur van Overijssel, 3 februari 1847; provinciaal archief van overijssel, archief van de gouverneur nr 569 van 1847 op 28 oktober 1845 is aan HJ Brink een paspoort afgegeven voor Mremerlee (nr 3991) F Protzman met vrouw en drie kinderen naar Missouri (Amerika), paspoort afgegeven 9 maart 1843 (nr 1152) op 2 mei 1842 paspoort afgegeven aan Joseph Elfers voor Bremen en Missouri (arch gouverneur 1 juni 1842 nr 1599); 21 febr 1843 is aan J Reinders en gezin te Vriezenveen een paspoort verstrekt voor de reis over Bremen naar Missouri in de VS van Noord Amerika, arch Gouverneur Overijssel 1 maart 1843 nr 736; op 21 febr 1843 is aan Hendrika Ruhof en gezin uit Vriezenveen paspoort verstrekt voor de reis via Bremen naar Missouri, arch gouverneur Overijssel 1843 nr 736

 

Familie advertenties

Verschillende familie advertenties van Kruijs, Otten, Grevenstein, Broers, GrzwII, 139-141

 

Franse tijd

1795 den 3e Oct. zou de rentmeester D.J. Lamberts namens den Huize Almelo ten huize van J.H. Dikkers volgens oude gewoonte de Boekweite op de veenen van den Huize Almelo verkopen ingevolge ofgegane Kerkenspraken, maar na of onder het lezen der conditiën drong een menigte personen met snaphanen en zijdgeweer toe, deze beletten den verkoop onder het voorwendsel dat deze niet zou geschieden of zij zoude gerechtelijk gedaan worden en de penningen zouden onder het gerichte blijven rusten, den 28ste Sept. 1795 werd de rentmeester verhinderd de sluizen en de tol op het Vriesenveen te verpachten door de municipaliteit of wel een gedeelte van dezelve met een menigte ingezetenen van Vriezenveen.
Zwart I, pag. 40.

Uit de Politieke Kruyer 1786, No. 342: Klacht van een Vriezenvener over het tegenwerken van het Genootschap van Wapenhandel tegen de schout Jan Hendrik Dikkers. Zwart II, pag. 22-24.

De Vrykooren in ons land neemen dagelijks toe, bij ons beginnen zij ook al, maar dat is dwaasheid. Zij kunnen het niet weren dat zal wel weer verdwienen. Brief van Wicher Jansen aan J.H. Prinsen, Vriezenveen 8 Jan. 1785. In deze brief worden bijzonderheden beschreven betreffende de twee partijen op Vr., nl. de patriotten en de Oranjegezinden. Zwart I, pag. 41, 42.

Op 7 Sept. 1787 wordt aan de heer G. Coster Egbertz. en den Baas Nijhof voor linnen en den stok tot het vendel betaalt ƒ 6-4-st.

19 Febr. 1787 Hendrik Arentsen Capitein en Gerrit Jansen, vaandrich van een compagnie schutters contra Berent ten Bruggencate om restitutie van een snaphaan te hebben hem als schutter van genoemde compagnie uitgereikt, omdat hij de compagnie heeft verlaten. Zwart XXV, pag. 77.

3 Mrt. 1787. Berent ten Bruggencate contra H. Arentsen en Gerrit Jansen zegt dat hij zich door niemand wil laten aftrekken om de wapenen die hij voor zijn vaderland en ter bescherming van vrijheid en haardsteden heeft opgenomen, zal nederleggen dan ten koste van goed en bloet. Daarom concludeert Comparant dat Parthijen in dezen sprekelijk bewijzen zal hebben aan te tonen dat meergedachte schutterij op compagnie door comparant is verlaten daar het comparant integendeel geenszins zal ontbreken om aan te tonen dat hij….eenigen tijd op eene versmadende wijze door zijne meerdere officieren is behandelt geworden en dus aan comparant den weg niet gebaant is om met zijne medeschutters de wapenen te kunnen gebruiken. Zwart XXV, pag. 77. Ook op pag. 78, 79, 80 en 82 gaat het over deze kwestie. Hendrik Arentsen als capitein en Jannes Jansen als vaandrich beschuldigen Berent ten Bruggencate. Deze verdedigt zich en geeft argumenten waarom hij de compagnie heeft verlaten.

26 Febr. 1795 voltrok zich de revolutie in Vriezenveen. Teunisz pag.  4.

In het boek “Overijssel in 1795” door dr. Joh.Teunisz. worden ook verschillende bijzonderheden vermeld over de revolutionaire woelingen in Vriezenveen. Onderstaande gegevens zijn aan dit boek ontleend met verwijzing naar de pagina’s. De bronnen waaruit dr. Teunisz putte, zijn allen in dit boek vermeld.

Barend ten Bruggencate uit Vriezenveen werd door de Municipaliteit van Vr. afgevaardigd naar Zwolle naar de vergadering van de Provisionele Representanten van het volk van Overijssel. Pag. 56.

Op 31 Maart 1795 wordt uit Vriezenveen afgevaardigd Jan Evertman, pag. 59.

De pachters van de impost op brandewijn over Almelo, Vriezenveen en andere plaatsen konden hun kelders niet van gebrande wateren voorzien daar de branders weigerden voor assignaten te leveren. Zij konden derhalve geen pacht betalen, pag. 67.

Uit Vriezenveen kwamen klachten over het vervoeren van paarden, pag. 68.

J.H. Dikkers van Vriezenveen maakte bezwaar om aan de aldaar tegen de zin van de gemeente gekozen municipaliteit de stukken en protocollen van het schoutambt over te geven, pag. 70.

Er kwam een request binnen van Sophia C F, graven van Rechteren Almelo waarin zij van haar particuliere rechten werd beroofd door het weigeren van betaling van sluisgelden te Vriezenveen en van thinsen of uitgangen uit vaste goederen en het afnemen van “vijf stukjes canon”, pag. 79.

Moeilijkheden met de regenten van Vriezenveen, die weigerden de stukken over te geven, pag. 85.

Kerkmeesters van Vriezenveen weigerden de onder hen berustende papieren aan de municipaliteit te overhandigen. Daar scheen bovendien “de Oranjefractie” alle middelen aan te wenden om verwarring te verwekken en gaf “dagelijks bewijzen van haar oproerige geest”, pag.  109.

In Vriezenveen liepen de twisten aan het eind van juli zo hoog, dat de verwalter-hoofdofficier van Almelo vroeg om enige Franse soldaten daarheen te zenden, daar hij geen kans ziet om andersints de rust aldaar te bewaren. Pag. 109.

Op 22 juli 1795 waren de moeilijkheden in Vriezenveen ook nog steeds niet beëindigd. De fungerende municipaliteit moest nog steeds de papieren van de vroegere regenden van het Vriezenveen ontvangen; een aantal inwoners klaagt over de onwettigheid van de zittende municipaliteit en vroeg een nieujwe te laten verkiezen. Schimmelpenninken Ter Pelkwijk werden toen afgevaardigd om de geschillen bij te leggen. Pag. 130.

De pachters van de gebrande wateren te Almelo, Vriezenveen en andere plaatsen verzochten om van de pacht ontslagen te worden en bijstand van militairen “ter beteugeling van sluiterijen”. Het eerste verzoek werd geweigerd, het tweede toegestaan. Pag. 132.

Schimmelpenning en Ter Pelkwijk brachten verslag uit inzake Vriezenveen. Zij hadden het voor de rust en de orde gewenst geacht een nieuwe municipaliteit te benoemen en hadden daartoe een reglement ontworpen dat de goedkeuring van beide partijen had weggedragen. Op 14 October had de verkiezing plaatsgevonden. Pag. 151.

In Vriezenveen wilde de gewezen municipaliteit de bescheiden en papieren niet overgeven. Bovendien kwam er een request binnen van een groot aantal ingezetenen van het dorp waarin zij klaagden, dat de door Ter Pelkwijk en Schimmelpennink ingestelde municipaliteit helemaal niet voldeed en “boven ook door hunne daden toonden die posten onwaardig te zijn”. Zij vroegen deze personen uit de municipaliteit te mogen zetten en maatregelen te mogen nemen, “dat de waare Patriotten en voorstanders van vrijheid en gelijkheid deel aan het Regeeringsbestier bekoemen”. Ter Pelkwijk en Schimmelpennink begaven zich nogmaals naar Vriezenveen maar vonden de klachten ongegrond. Pag. 161. Tot zover het boek van Teunisz.

28 April 1798 Assessoren G. van Lennip en E. Planten. Hendricus Koes en Jan Klaassen, uitmakende de tegenwoordige Municipaliteit vant Vriesenveen enz. Zwart XXV, pag. 93.

9Juny 1798. Dr. Dull doet pondinge namens Dr. J.W. Racer wegens verdiend salaris aan de municipaliteit van Vriesenveen zullende de acte van ponding inzenden, wat in dezelfde zitting bebeurt. Schuld ƒ 280=10st=8p zijnde de helft van het verdiende salaris en verschot in zaken waarin bij de Kerkmeesters en Zestienen van Vriezenveen wier plaats thans bekleed de municipaliteit  aldaar nevens de Vrouw van Almelo tegen de goedsheren van Daarle. Zwart XXV, pag. 95.

17 Juny 1798. Decreet van J.W. Tichler Dr Deventer (23 Juny 1798) inzake Harmina Smeld wede Harmannus Bramer contra Hendrik Jansen Brouwer. Het Scholtengerigte van Vriezenveen met ingenoomen advies van de ondergeteekende (zie boven) in naam van het Bataafsche Volk regt doende enz…Zwart XXV, pag. 97.

14 Febr. 1801. Proc. D.J. Lamberts namens ds. O.H. Zwam zegt dat op het Vriesenveen algemeen bekend is, dat een zeer groot aantal erven en landen alhier bezwaard zijn met een uitgang  van een zekere maate Koren, sommige in rogge, anderen in haver, bekend onder den naam van Jufferenhaver sedert ondenkelijke jaren te betalen aan de jongste of tweede predikant van de gereformeerde gemeente te Almelo. Dat Egbert Esse van zijn erve jaarlijks tot Martiny 1794 heeft betaald wanneer hem overeenkomstig eene menigte anderen zoo hier als op andere plaatsen wijs gemaakt is en hij dwaas genoeg geweest is van te gelooven, dat door in het jaar 1795 in deze republiek voorgevallene revolutie de geproclameerde vrijheid zich zooverre zou uitstrekken, dat niemand met zoodanige lasten bezwaard langer verplicht zoude wezen, daar aan te voldoen en inzonderheid die van het Vriezenveen niet, om een predikant van eene andere plaatse te helpen bezoldigen. Verzoek om beklaagde te veroordelen tot betaling van 20 spint haver of de waarde daarvan. Verder worden aangesproken Hermannus Boeschen jaarlijks 4 spint haver, Jannes Boeschen jaarlijks 2 spint, Jannes Braemer alias Kieftenboer jaarlijks 4 spint. Zwart XXV, pag. 117, 118.

6 Juny 1801. Proc. D.J. Lambers geassisteerd metr Dr. J.W. Racer namens de Gravin van Rechteren Almelo, zeggende dat de zoogenaamde boerhaver jaarlijks aan het huis Almelo tenminste 10 mudden of 40 schepel door die van Vriesenveen verschuldigd, door kerkmeesteren van Vriesenveen als van ouds op te halen en te voldoen, door hen behoord opgehaald en voldaan te worden dat deselve echter daarvan sedert Kersmis?? 1795 in gebreke zijn gebleven, zoodat verschuldigd is in de jaren 1795 tot 1800, dus in 6 jaren, 240 schepel haver pondinge op de mobilia van voorzegde kerkmeesters met name Wicher Jansen, Derk Jansen, Berentg Schipper en Jan Bramer. Zwart XXV, pag. 120.

17 Febr. 1787 Hendrik Arentsen Capitein en Gerrit Jansen, vaandrich van een compagnie schutters contra Berent ten Bruggencate om restitutie van een snaphaan te hebben hem als schutter van genoemde compagnie uitgereikt, omdat hij de compagnie heeft verlaten.
Zwart XXV, pag. 77 (zie ook: snaphaan).

5 Juli 1806. In naam van de Koning van Holland verklaart het Gerigt dat Abraham Levy met eede zal hebben te staven geen schuld aan H. Jansen tge hebben. Levy legt den eed af. Zwart XXVI, pag. 14.

1e van Wintgermaand 1810. In naam des Keizers van Frankrijk uitspraak inzake Groot Sprenkelink contra Fik over een paard dat een ruin zou zijn, doch een hengsdt was. Zwart XXVI, pag. 40.

Op pag. 41 uitspraak inzake Berend van den Bosch als pandeischer contra Albert Berends Koster als pandverweerder. In naam van wegens Zijne Majesteit den Keyzer der Franschen. Zwart XXVI, pag. 41.

Aanteekeningen Claas Cruys Gzn., geb. 1802. 1813 naar Almelo vertrokken. Kort na mijn vertrek (uit Vr. HJ) en wel 13 Nov. kwamen de eerste kozakken (in Almelo HJ) en daar eenige dagen achter elkander troepen doortrekkingen door Almelo plaats hadden, ging ik met den zoon mijner hospita H.H. naar Vriezenveen daar dit als geheel en al uit de marschroute liggende, bijna volkomen van alle doormarchering vrij bleef. Grote Zwarte boek I, pag. 55.

18 Febr. 1814 werd de burgemeester van Almelo de komst aangekondigd van 3 colonnes saksische infantgerie, cavalerie artillerie. Zij moesten gedurende een nacht worden oindergebracht in Almelo, Borne, Vriezenveen, Rijssen en Wierden. Zwart boekje II, pag. 13.

28 Febr. 1814 requiseert de burgemeester (van Almelo) van de schouten van Borne, Vriezenveen, Wierden en Tubbergen om hem 4 wagens met 2 paarden bespannen te leveren tot transport van fransche gevangenen.

Gerhard Hulshof, koopman te Vriezenveen, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en 100 gulden boete wegens het opstoken van enige kozakken tegen Corn., ten Bruggencate en dominee Stulen te Almelo in de avond van 19 november 1813.
Zwart II, pag. 13.

April 1795. 1ste jaar der Bataafsche Vrijheid schrijft G.J. Dumbar aan de Municipaliteit van Vriezenveen dat Hendrik Spijker benoemd is tot Schout van Vriezenveen. Gr.Zwart boek II, pag. 39.

Bij schrijven van 9 mei 1795 van de provinciale Representanten van het Volk van Overijssel worden aan de inwoners van Almelo en Vriezenveen, ten opzichte van de wed. van Rechteren te almelo, gelijke rechten verleend als aan alle andere burgers. Gr. Zw. boek II, pag. 40 en 41.

Extract uit het Register der Resolutiën van de Provisionele Representanten des Volks van Overijssel: Campen den 26 October 1796. De burgers ter Pelkwijk, Cort en van der Woude ingevolge resolutiën Commissorial van den 27 September, 18 dezer weder hebbende geëxamineerd de requeste van een groot aantal Burgeren van Vriezenveen, houdende verzoek dat deeze vergadering het daer heenen gelieve te dirigeren, dat geene andere personen dan die voor waar patriotten bekend staan in de aanstaande verkiezing tot Leden van de Municipaliteit van Vriezenveen worden verkozen of dat ten minste de halfscheid van voornoemde Municipaliteit daar uit mag komen te bestaan, hebben ter vergadering gerapporteerd, dat also de geest van Partijschap daar ter plaatse tot die hoogte is gerezen, dat het voor de rust en goede orde allergevaarlijkst is, de verkiezing eener nieuwe Municipaliteit, welk op den eersten November a.s. moeste plaats hebben aan de Ingezetgenen van Vriezenveen geheel over te laten waarvan het seederd de Resolutie bebeurde ten genoegzamen bewijze kan verstrekken als zijnde alle tot nu toe gedane verkiezingen alleen door partijschap en geensints door zugt voor het welzijn der gezamelijke Ingezetenen bestuurd, weshalven het ook te voorzien is, dat de aanstaande verkiezing weder evenals in den gepasseerden Jaare alleen zoude geschieden uit tot de grootste partij behoorende, waardoor de verdeeldheden a; verder voortdurende gemaakt zouden worden, dat zij derhalven van adviso zouden zijn, dat de Municipaliteit van Vriesenveen zoude behooren te worden aangeschreven en gelast, om alle stemgerech Ingezetenen van Vriezenveen op te roepen tegen den zestienden November aanstaande, ten einde eene nominatie te formeren van twintig personen tot eene Nieuwe Municipaliteit op de wijze bij de volgende artikelen bepaald. Dan volgen 7 artikelen welke bij de stemming in acht genomen moeten worden. Zie Gr. Zwart boek II, pag. 43-43. De stemgerechtigden moeten verklaren “bij handtastinge in Eedes (?) plaatse” datzij staan inde gevoelens van vrijheid en gelijkheid en de rechten te erkennen van den Mensch en Burger en de daarop gegronde Souvereiniteit des Volks en het Stadhouderschap voor wettig afgeschaft te houden. Verder dat zij nimmer voor, in of na het jaar 1787 nog direct of indirect hebben schuldig gemaakt met woorden of daaden aan eenige oproerige bewegingen of mishandelingen der Patriotten enz. Verder zijn de Gecommitteerden van mening, dat de burger H. Spijker provisionele scholtus van Vriezenveen in zijnen post zoude behooren te worden gecontinueerd ter nadere dispositie van hun vergadering. Het Hooggeregt van Almelo en Vriezenveen dienen zich op de verkiezingsdag naar Vriezenveen te begeven opdat de rust daar bewaard zal worden. Gr. Zwart boek II, pag. 44-45.

Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap.

De ondergetekenden Gecommitteerden van de Provisionele Representanten des Volks van Overijssel in aanmnerking nemende dat het hun uit het verhoor van beide alhier subsiterende partijen gebleken is, dat de aanstelling van den Burger Hendri Spijker tot Provisionelen Scholtus van Vrieenveen tot algemeen genoegen is van alle weldenkende Ingezetenen van genoemde plaats en het voor de rust en goede ordre allessints dienstig is dat hierin geen verandering worde gemaakt., te meer daar gemelde Provisionele Scholtus door de Provisonele Representanten des Volks van Overijssel in zijne qualiteit is erkend, hebben goedgevonden denselven in zijne qualiteit te beve4stigen, zo als gedaan word bij dezen wordende de Municipaliteit van Vriezenveen aangeschreven en gelast denzelven in de uitoeffening van zijne bediening zo veel nodig in alles de behulpzame hand te bieden.
En zal hiertoe deze onze resolutie aan gemelde Municipaliteit worden ter hand gesteld tot deselve narigt. Actum Vr. 14 Oct. 1795, Eerste jaar der Bataafsche Vrijheid.

In een gedrukt stuk van de volgende inhoud: Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap.\Extract uit het Register der Resolutiën van het Intermediair Administratief Bestuur van het voormalig Gewest Overijssel.

Deventer den 11 April 1798. Het 4e jaar der Bataafsche Vrijheid.

Goedgevonden de Amptenaren van dit voormalig Gewest op te roepen tegen den 16, 17 en 18den dezer om als dan voor deze vergadering te compareren tot het afleggen der volgende verklaring:

“Ik verklaare te hebben een onveranderlijken afkeer van het Stadhouderschap, de Aristocratie, de Regeringsloosheid en het Forderalisme”.

En word diens volgens de burger H. Spijker, Scholtus van Vriesenveen, gelast, om zig daartoe op den 17e dezer voor deze vergadering te vertonen ten zij hij in enige andere qualiteit dezelve verklaring reeds mogt hebben afgelegd, in welk geval hij zal kunnen volstaan met daarvan een behoorlijk attest aan deze Vergaering in te zenden. (wg. Henr. Budde.

Accordeerd met voorschr. Reg. (w.g.) J. Ter Pelkwijk.

Het onderstreepte in dit gedrukte stuk was geschreven. Gr. Zwart boek II, pag. 46.

Vrijheid, gelijkheid, broederschap.

De Municipaliteit van Vrieseveen Certificeert mits desen dat den burger Hendrik Spijker provisionele Scholtus van Vriesenveen de verklaring ingevolge Ulieder Resolutie van den 11den April Jongstleden in handen van de municipaliteit hebben afgelegt dus (indeelend?) hier mede aan Ulieder aanschrijven te hebben voldaan. Dese ten ware oirkonden hebben wij dezen met de onderteekening van onsen Secretaris doen bekragtigen. Actum Vriesenveen den 12 April 1798, 4e Jaar der Bataafsche Vrijheid. Ter order van de municipaliteit. Albt. de Groodt, Secr. Gr. Zwart  boek II, pag. 47.

Extract uit het Register der Resolutiën van Gedeputeerden der Provisionele Representanten van het Volk van Overijssel. Zwolle den 27 Mey 1797. Gelezen de requeste van B. Wigers te Vriesenveen, dat de Municipaliteit van Vriesenveen hun had te kennen gegeven, dat hij op den 26. April l.l. een groote meerderheid van stemmen tot Scholtus was aangesteld, verzoekende dat wij hem mochten approberen.

Verder een request van Hendrik Spijker, Scholtus van Vriezenveen waarin deze protesteert tegen het feit dat de Municipaliteit van Vriesenveen de stemgerechtigde ingezetenen op 26 April heeft opgeroepen om een andere schout te verkiezen en dat deze dag Berend Wichers tot schout is gekozen en hij (Spijker) ontslagen. Dit laatste tegen de uitderukkelijke wil der Provisionele Representanten derProvincie ingevolge een resolutie van den 26 October 1796 waarbij hij (Spijker) in z’n post wordt gehandhaafd. Hij verzoekt derhalve om hem (Spijker) in z’n post ongemoeid te laten.

Ook de Verwalter Hoofdofficier van Almelo G.J. Troost zond een protest waarin hij zegt dat hij een protewst van een aantal personen uit Vriezenveen had ontvangen. Hij maakte bezwaar tegen de personen die het request ondertekenden omdat zij bewerkers zijn van disordres (in Vriezenveen) en zich keerden tegen de Resolutie van de Representanten van 26 Oct. 1796.

Hoewel hij wil adviseren deze keer deze daad van Municipaliteit ongestraft te laten, zou hij deze willen gelasten om zich in ’t vervolg van zulke daden die strijdig zijn met de Resolutie van de Representanten dezer Provincie, te onthouden.Gedeputeerden der Provisionele Representanten van het volk van Overijssel besluiten om de Burger H. Spijker op zijn post als provisionele Scholtus van Vriesenveen te handhaven, zodat op het request van B. Wigers niet kan worden ingegaan en H. Spijker op z’n post te handhaven. Gr.Zwart Boek II, pag.  48.

Extract uit het Register der Resolutien van de Provisionele Representanten van het volk van Overijssel.

Zwolle 13 Juny 1797.

De burgers ter Pelkwik, Schimmelpennink en H.K. Cramer hebben een request behandeld van enige leden van de thans nog fungerende Municipaliteit van Vriesenveen waarin gezegd wordt, dat zij (de Municipaliteit) een lijst hebben ingezonden van 20 personen tot het vormen van een nieuwe Municipaliteit. Tot dusver was hieraan nog niets gedaan, schoon het volk van Vriesenveen en ook zij (de adressanten) daarna zeer verlangden, daar vele hunner medeleden voor hun pasten bedankt hadden, daar hun de last te zwaar werd en daarbij “het volk van Vriesenveen wenste met ongeduld het effect der resolutie te mogen genieten. Om gelijk andere plaatsen een schout of Rigter te mogen verkiezen, waarvan zij tot nu toe verstoken zijn. Zij, gecommitteerden, hebben de lijst met 20 personen nauwkeurig bekeken, doch zij kunnen niet verhelen dat in de keuze (door het volk van Vriezenveen HJ) wederom die ongelukkige en verderfelijke verdeeldheid welke aldaar reeds zo lange gesubsisteerd heeft, ten sterkste doorstraalt. Om deze redenen menen de gecommitteerden om enige persone nniet op de lijst vermeld te moeten voordragen als leden van de Municipaliteit van Vriesenveen. Zij bevelen de navolgende personen aan: Johs Engberts, Alb. Bramer, Harmen Fik, Hendrik Coes, Johs Kruys, Jan Lohuis, Gerrit Frederiks, Gerrit Nijkamp, Jan Tijhoff, Albert de Groot. Zij dienen te blijven fungeren tot Ultimo April 1798.

Verder schrijven Gecommitteerden dat zij ten aanzien van de verkiezing van een nieuwe schout van Vriezenveen van mening zijn, dat de thans fungerende schout H. Spijker tot Ultimo April behoorde te worden gehandhaafd. Nadien zou het schoutambt van Vriesenveen dan vacant zijn en dan zou aan het stemgerechtigde volk van Vriezenveen “de magt en faculteit” worden gelaten om, overeenkomstig hun publicatie van den 24sten Maart (1797) een nieuwe schout te kiezen.

De brief is gericht aan H. Spijker, Scholtus te Vriesenveen en ondertekend door G. Wicherdink namens de Griffier. Gr. Zwart boek II, pag. 49.

Namens de leden van de Municipaliteit van Vriesenveen schrijft Johs Engberts in 1803 aanhet Departementaal bestuur van Overijssel, dat zij binnen 4 weken (na 28 Juni) van hun gehouden bevind behoorlijk rekening moeten doen aan de tegenwoordige Scholtus, Kerkmeesteren en zestienen van Vriesenveen. Engberts geeft dan een relaas van de onregelmatigheden welke tegen alle orders in de verkiezing van Kerkmeesters en zestienen is geschied.

De oproeping van ’t volk van Vriezenveen om de kerkmeesters en zestienen te kiezen gebeurde op de 30 April toen de Municipaliteit nog in functie was. Deze konden toen niet weten wat er gebeuren zou evenmin als de overige ingezetenen. Dit blijkt ook uit de omstandigheden dat er op z’n hoogst 30 à 40 personen verschenen zijn. Deze hebben hun stemmen niet uitgebracht, maar zijn door de Scholtus en Predicant beïnvloed welke hun een aantal personen hebben voorgedragen. Deze voordrcht werd zonder meeer door de aanwezigen goedgekeurd. Onder de kerkmeesters en zestien, zo gaat het schrijven verder, zijn tenminste 13 of 13 volle broers, 2 zwagers en neven. Drie van de benoemde zijn tenminste 700 uur van Vriesenveen verwijdert tot uitoefening van hun negotie. Met name Lucas Joost, Gradus Kruys en Jan Engberts welke laatste echter rees overleden is. Ook zijn onder de aangestelden als zestienen personen met name Johs Engberts en Jan Winter die hun onwettige aanstelling niet hebben aangenomen, terwijl Barend Bramer die uit aller naam het Request getekend heeft, niet eens op het stemregister voorkomt. De Municipaliteit heeft geen kennis gekregen dat zij van hun posten zijn ontheven en daarom was het hun onmogelijk om zich hierna te gedragen en hun maatregelen te nemen. Zin protesteren tegen deze gang van zaken en verzoeken aan het Departementaal Bestuur om zelf de aanstelling van een plaatselijk bestuur te willen regelen. Gr. Zwart boek II, pag. 51 en 52.

3 July 1805 schrijft de secretaris van Vriezenveen Johs Kruys namens de regering van Vriezenveen aan de schout J.H. Dikkers, toen verblijvende in Borne, dat hij zo spoedig mogelijk naar Vriezenveen moet komen of een plaatsvervanger aanwijzen. Er zijn verschillende moeilijkheden die in het belang der gemeente opgelost moeten worden.

Een schrijven van ongeveer gelijke inhoud had de secretaris ook reeds verzonden op 23 Mey 1805. Groot Zwart Boek II, pag.  53 en 54.

1811 (datum ontbreekt) schrijft Jan Kruys aan mr. A. Sandberg te Zwolle een request over het beheer van de Scholtus Dikkers. Hierin heet het o.m….. In de vorige maand alhier omtrent 200 man paardenvolk geinkwartierd zijnde heeft de Scholtus de Foeragie, vleesch en brood te Almelo doen aannemen om te leveren, dog van de gehele leverantie is niets teregt gekomen, schoon hij zeker daarvoor een bon heeft ontvangen en onder zich heeft berusten. Gr. Zwart boek II, pag. 61.

In dezelfde brief (zie hiervoor) wordt ook geklaagd dat de schout een paardenknecht en paarden voor rekening van den Lande heeft gerequireerd, waarbij onregelmatigheden werden geconstateerd. Ook wordt in dezelfde brief erop gewezen, dat zijn (Dikkers) raad of zoogenaamde kerkmeesteren en Sestienen meestal lieden van weinig doorzicht zijn, hij verkiest daartoe dezulke die alles geredelijk instemmen en niet dan Amen en Ja weten te zeggen. Groot Zwart boek II, pag. 60.

Concept reglement voor de inrigting van het bestuur te Vriezenveen. 4 Febr. 1806. Voorgesteld wordt dat het gemeentebestuur zal bestaan uit zes leden en een secretaris. Verder zullen zes gecommiteerden worden gekozen uit de gemeente. Ieder stemgerechtigde zal 12 namen op zijn stembiljet plaatsen. Deze zullen zelf ook stemgerechtigd moeten zijn. De 12 personen die de meeste stemmen hebben zullen gekozen zijn, terwijl de daaropvolgende 12 personen als plaatsvervangers zullen worden aangewezen. De kiezers moeten in het bezit zijn van onbezwaard vast goed in de gemeente ter waarde van ƒ 400,-- of van pandbrieven en obligaties van gelijke waarde opf van een huis dat minstens ƒ 20,-- per jaar doet, of de door hen in huur zijnde landerijen moeten een waarde vertegenwoordigen van ƒ 2000,--. Groot Zwart Boek II, pag. 62.

1785 is hier de wapenoefeninge sterk in beweging geweest, tot 100 schutterw zijn geweest: De kapiteins zijn geweest: Hend. Berkhof, Gerrit Engberts, Herman Winter, Hindr. Arensen en Jan Boom. De over(igen?) waren Egb. de Grote en Jan Costers. Ook was hier ter plaatse een Vrijk(orps) van een grote 20 man waardoor hier ter ploaatse vele onenigheden is veroorzaakt. Gr. Zwart Boek II, pag. 136.

1787 “den Koning van Pruisen lied eenige duizent man over N… in Gelderland en een seven à agt hondert husaren hier… Overijssel trecken, die alle patriotten hebben ontwapend…(heb)ben ook een gehad. Maar dat was een braaf man…De naam was Sicker, out zes en twintig Jaaren. Sij…hier ook alle geweren met genomen van het Vry..k. en trommen voor de schutterij zijn nog geweren geb… en twee koperen trommen met een vaandel en door de ...is ons gantsche vaderland in eene week weer in ruste...de prince van Oranje met grote vreugde den haag (?) bracht en in plase van swarte cocarden w(ierden over)al oranje gedragen. Gr. Zwart  boek II, pag. 137.

 

Aantekeningen uit dagboek Grietje Kruys-Otten

1785 Is hier den wapenhandel geleert op beel van de Heeren Staten, ja zelfs in hele Holland sterk in beweging geweest. Alhier op het Vriezenveen waren twee koren (corpsen HJ), het eene was de schutterij genaamd en het andere het vrijkoor, de eerste waren hondert man, waren van de provincieheren angenomen en de laatsten waren van de provincyheeren angenommen en de laatsten waren onder de sogenaamde patriotten een  grote twintig man, alle met nieuwe snaphanen voorzien en dragen tot haar teeken an de hoeden swarte kokarden en voorts vendels en trommen, bragte groote beweging op onze plase, hadden hare oversten en officieren naar behoren. De schutterij hadden ook hondert nieuwe geweren, deze hielden het met de Staten van onze provincie en sogten geen onorde te bregen. Alwaar vrijcorpsen waren was de verdeeldheid ons gantsche land door.

25 Juli 1813 gedesteerd Gerrit Gerrisen, geb. te Vriezenveen 21 Febr.1788 te Vriezenveen, z.v. Gerhardus en Gerritdina Hospers. Zie kaartje deserteurs en Zwart boekje II, pag. 7a.

1785 aantekeningen van Grietje Kruys-Otten. Op Vr. waren twee corpsen, de schutterij en het Vrycorps. De eersten waren van de provincyheeren, de laatsten onder de z.g. patriotten. ’t Eerste was honderd man sterk, het tweede 20 man. Zij verhaalt verder bijzonderheden.

In 1787 schrijft zij over de komst der Pruisen in ons land en in Vriezenveen. In Vr. kwamen 36 man. Zij bleven 1½ dag in Vriezenveen en…sij hebben de geweers, trommen enb vendels metgevoerd…en inplaats van swarte kokarden wierden oranjelinten gedragen. Zwart VIII, pag. 30, 31 en 32.

In 1793 schrijft Grietje Kruys-Otten in haar dagboek over doortocht van Hannoveranen door Vriezenveen, 400 ruiters en de staf.

In 1795 schrijft zij over doortocht van terugtrekkende Engelse troepen en over inkwartiering van 700 man Franse troepenb. Op 25 Febr. was in Vriezenveen de vrijheidsboom geplant. Ook vond in Januari de doortocht van Engelse en Duitse troepen plaats met inkwartiering en wagendiensten. Ook wordt verhaald over de toen dure tijden. Er worden verschillende prijzen genoemd vcan levensmiddelen. Ook in aantekeningen over het jaar 1796.

Toen bij het planten van de vrijehids boom de klokken werden geluid, barstte de grote klok (zie ook kaartje Toren en torenklokken). Zwart boekje VII, pag. 38.

1797 Zwart  boekje VIII, pag. 42 en 43 schrijft Grietje Kruys-Otten dat bij Schuytjan op ’t Westeinde enige Fransen zijn gekomen die onder de schijn van te deserteren hem de weg vroegen naar de Striepe.Toen zij op weg waren, werden zij aangehouden en Schuytjan werd opgesloten in het Stadhuys te Almelo in ’t panegat(?). Hij zat hier enige tijd gevangen, doch werd tegen een borgtocht van ƒ 500,-- vrij gelaten. Zie voor uitvoerige bijzonderheden Zwart  Boekje VII, pag.  42 en 43.

1798 was er onenigheid tussen de Municipaliteit en een groot deel der gemeente. De schout Hendrik Spijker en de Municipaliteit beklaagden zich bij de bevoegde instanties. Hierop kwamen 25 man paardevolk en dragonders in Vriezenveen. Hendrik ten Cate en Berent Smelt werden als arrestanten naar Almelo vervoerd. Zij werden er vier weken vastgehouden en eindelijk onder borgtocht gelost. De dragonders bleven 5 weken in Vriezenveen toen kwam er voetvolk, zo’n zestig man met “verscheijden vrouwen”. Zwart VII, pag. 43. Zie voor verdere aantekeningen de pagina’s 45, 46 en 48.

21 Mei 1785…wordt in principe door Ged. Staten vergunning verleend…om in de oeffening van den wapenhandel voort te varen en hun aangenomen veldteeken (een swarte cocarde) te behouden. Hun wordt aangeraden zich in een corps te verenigen. Als dit niet wordt gedaan, zullende “Heeren Ordinaris Gedeputeerden hiervan bericht moeten hebben binnen 4 weken. Zwart boekje IV, pag. 9.

1785, 7 Jan. Uittreksel uit een brief van J.H. Prinsen over de strubbelingen in Vriezenveen tussen patriotten en prinsgezinden. Schrift no. 3, pag. 31.

17 Januari 1794 schrijft Claas Kruys aan zijn zoon Jan Kruys te Amsterdam o.m. over inkwartiering van troepen, die in Engelse dienst stondenl. Schrift no. 4, pag. 14.

24 Jan. 1795…hebben hier Hohenloose troepen en aan ons huys een capteijn en alle daar kamers zijn liggen officieren. Schrift no. 4, pag. 15.

Brieven Grietje Kruys-Otten aan haar dochter Johanna Kruys Amsterdam.

1795 Maart (niet gedateerd)…Wij hebben wel vreze gehad dat de Engeslsen souden terugkomen maar God sij gelooft - de Fransen hebben hun verjaagd soo men segt tot Bentheim. Nieuwenhuys en Velthuysen sijn sij aaneen geweest en eenige huizen beschadigd….Voors is hier alles wel, inkwartieringe hebben wij nog niet. De dag toen de vrijheidsboom geplant werd, waren hier zoo’n honderd man die te Almelo in kwartier waren. ’s Middags hadden wij zes daarvan te eten en ’s agermiddags an en toe ook; wij konden der wel mee doen. Schrift no. 4, pag. 16 en 17.

Deselfde aan Joha Kruys, niet gedateerd (1795)…in de Municipaliteit is het eenige daagen seer onrustig onder haar lieden geweest. UE Vader is ter met goeden afgekomen en toen hadden sij der vier leden bij gekozen, waren Jan Nijboer, Jan Teunis het Hapt en Papen Gerrit. In plase van hare magt te sterker te maken, wierd het swakker, de laatste twee die wouden geen schand hebben ov onse hele gemeente soude stemmen en die bijden hebben Spijk(u)en het Word en J. Evertman regt doorgenomen, heden agermiddag komt de hele gemeente bijeen in de kerk, twee maal geroepen, de laatste keer door de order van de Commandant dat geen mogen agter blijven; zullen bij de eerste (?) UE daar van doen weten. Wij hebben van saterdag twee husaren en twee paarden, de eene is een wagtmeester, wij kunnen der goede mede doen, de knevel maakt hem wreed, het sijn alle goede menschen…Te Almelo hebben van onse wagens al veertien dagen op ordonnans moeten liggen in de Gravin hare weijde nagt en dag. Onze buurman J. TEN Cate en H. Bramer zijn ook al seven nagten onder den bloten hemel gelegen, men meent sij heden worden afgelost door ander van hier. Schrift no. 4, pag. 18 en 19.

1795, 23 Juny…Overmorgen sal hier vreugde gevierd worden. Onze Representanten hebben het gisteren in de kerk laten aflezen met het luyden der klokken - of sij ook meer vreugde willen hebben weet ik niet. Hedenmorgen zijn de Fransen uyt Almelo getrokken, behalve een man of zeven, eenige dagen hebben vele wagens van hiert en elders moeten varen. Vrijdag zijn der drie en taggentig alle met haver na Deventer geweest en na men hoort alle over, heden sijn nog geen weer bestelt, maar daar ligt nog veel haver…Schrift no. 4, pag. 22.

9 Nov. 1795 schrijft Claas Kruys aan zijn zoon Jan te Amsterdam…Twee van onze representanten zijn gisteren naar Deventer gegaan de overigen willen tot heden de papieren en boeken nog niet overgeven hier gaat een gerucht de Pruisen in aanmarsch zijn en tot Lingen al eenige 1000 mannen zijn aangekomen…Schrift no. 4, pag. 23.

Een brief (zonder datum) van G. Kruys-Otten aan Joha Kruys te Amstrerdam. De winter houd nog al aan, maar het hier met menschen en veen slecht uitsiet wegens mondbehoefte, wij daarbij in tijd van agt dagen veel brood en hooy en stroo hebben moeten leveren aan onze vrienden de fransen. Wij verwachten heden ook nog inkwartiering dog weten het niet vast….Schrift no. 4, pag. 29.

14 Jan. 1806 schrijft G. Kruys-Otten aan Joha Kruys op den huize Grimberg…De Fransen zijn den eenen dag uyt Almelo gegaan en den anderen dag weergekomen en meeer ander daarbij. Schrift no. 4, pag. 37.

Brief 8 Januari 1785 van Wicher Jansen aan J.H. Prinsen. Deze schrijft dat allen op onze plaese het exerceren leren en dat ze palmen "an den hoed” hebben. Verder schrijft hij dat n Vriezenveen ook een ander koor (corps) is en, zo schrijft hij…dat gaf een grote sceldery en een groote verdeeltheyt. Onder onse gemeente…Schrift no. 4, pag. 48.

7 Jan. 1785 schrijft H. Arendsen aan zijn oom J.H. Prinsen…Wij zijn hier tegenwoordig sterk aan ’t exerceren…Verder schrijft hij ook over de oprichting van een vrijkoor (corps). Schrift no. 4, pag. 49.

28 febr. 1814 requireert de burgemeester van Almelo, de schouten van Borne, Vriezenveen en Tubbergen vier wagens ieder bespannen met twee paarden om te dienen voor transport van franse gevangenen.

18 Febr. zegt de burgemeester van Almelo, dat 10.000 man Saksische infanterie, Cavalerie en Artillerie ingekwartierd moeten worden in Almelo, Borne, Vriezenveen, Wierden en Rijssen.

1 Maart 1814 bericht de burgemeester van Almelo dat Z.K.H. de Erfprins zich bevind op huize Twickel en waarschijnlijk de volgende morgen zich over deze stad Almelo en Vriesenveen zijn reis zal vervolgen. Groot Zwart Boek no. 3, pag. 104.

Dossier Jansen, Gebr. Prinsen brief no. 132 schrijft Wigger Jansen uit Vriezenveen 3 Jan. 1785 aan zijn (half)broer J.H. Prinsen in Mannheim over het oprichten van een vrycorps in Vriezenveen. Verder vraagt hij zijn broer een paar goede geweren mee te brengen omdat die in Vriezenveen niet zijn te krijgen.

No. 145 (hetzelfde dossier) Vriezenveen 7 Jan 1785. H. Arentsen aan J.H. Prinsen te Mannheim: “In Vriezenveen zijn ze sterk aan het excerseren. Er is ook een vrijcorps opgericht van ruim 20 personen.

 

Fronten (Fredericus Wilhelmi)

Ds Fredericus Wilhelmi Fronten werd op 18 april 1649 theologisch student in Harderwijk. Hij overleed in Voor Indie. Zijn grafschrift luid: Hier ligt begraven de Eerw Fredericus Frontenius, geboortig van Almeloveen, oud omtrent 44 jaar, overleden 3 juli 1671 in het kasteel Geldria tot Poliacatta en nog 2 kinderen Hendrik Frontenius geboren in 1658 de 15e augustus en gestorven we augustus 1658 en Elisabeth Frontenius geboren in 1659 23 augustus en gestorven 22 april 1665. Ds Fronten op doorreis naar zijn post in Voor Indie doopte op 20 augustus 1653 het eerste kind dat uit Hollandse ouders aan Kaap de Goede Hoop werd geboren. Het was een zoontje van de ziekentrooster Willen Wijlant, II,34. Uit de Nederlandse leeuw 1895 pag 189. Zie ook voor bijzonderheden over ds Fronten II,32-36 alsmede over het geslacht Fronten.

 

ds Gallois

IV,2,6,28,30,31,42…heeft bij herhaling braaf gebromd etc; V,56,103,104, ds Gallois in ondertrouw opgenomen. DbJK V,115, getrouwd, zie pagina 116. Op pagina 25 en 26 IV 28 en vervolgens zie bovenstaand. 29 januari 1823, het bestuur ligt met onze predikant thans min of meer in verschil. Wij moeten wegens den armenstand aan zijn excellentie de heer Gouverneur berichten en wederom gepasseerde week van de diaconie eene schriftelijke beantwoording van enige vragen betreffende de armenstaat en schreven deswegens aan ds Gallois als predikant van de diaconie. Hij bleef echter op herhaaldeaanschrijving weigeren en zond de derde brief ongeopend aan mij terug. Ik heb hier van aan de gouverneur kennis gegeven en verzocht dat het college van Diaconen de heren mocht worden aangeschreven om zulks alsnog binnen een bepaalde tijd te doen. Dominee Gallois scheen deswegen op mij zeer verstoord, want kort nadat hij mij de laatste brief ongeopend terugzond schreef hij mij het onderst. Billet: Daar wij voor enige tijd, gedurende bijna een vierendeel jaars, een dorp zonder orde gehad hebben, zodat noch klok zich horen liet, noch des morgens en des avonds dikwijls geluid werd en wij thans mede buiten het genot van dit alles zijn, terwijl de lasten van jaar tot jaar aangroeien en zo verzok ik Ued bij dezen dat hierop ten minste gelet worden. Ten voordele van een plaats te werken dat vordert de mensenliefde maar dat is zo zeer geen stellige plicht gelijk mij het bovenstaande ten uwen opzichte voorkomt. Ued dienaar H Gallois, predikant vriezenveen, 25 januari 1823.

Jan Kruijs schrijft verder: geen wonder dat die man met mij ook overhoop raakt, want met de ouderlingen en alle notabele ingezetenen dezer gemeente is hij het allang geweest. Met geen derzelve leeft hij in vriendschap, niemand mag hem meer lijden. De zogenaamde Fijnen (aankomend gereformeerden) hebben met hem echter nog al wat op. Ik twijfel of dit ook wel op den duur ook stuk zal lopen. 6 februari: Gisteravond ten half tien ure zijn mij door de predikant Gallois alle de stukken betrekkelijk de huiszittende armen vergezeld door een wijdlopige memorie, veel wartaal, teruggezonden. 7 februari: De memorie van ds Gallois beneffens alle stukken van onze ondelinge briefwisseling, zijn billetten in originale, heb ik heden aan zijne excellentie de heer Gouverneur opgezonden. Die nu wel zal decideren of hij ons de gedane aanvragen al of niet schriftelijk zal moeten suppiditeren. Hij weide in zijnmemorie al vrij verre uit over den minister van Binnenlandse Zaken en Waterstaat. Dezelve memorie is getekdn door H Gallois predikant van Vriezenvaan namens de diaconie en schijnt nu eens aan de diaconen en dan weer zichzelf sprekende daarin te doen voorkomen, IV,30.

26 februari. Dezer dagen gepasseerden zondagdamiddag gaf onze ds Gallois aan zijn gemeente bericht dat hij dien dag een beroep had gekregen te Uelzen in de graafschap Bentheim. Pagina 31, 3 maart, Gisteren hield ds Gallois een preek waarbij hij aan de gemeente kennis gaf dat hij voor het beroep naar de gemeente in Uelzen had bedankt en waar hij zich weer opnieuw aan de gemeente verbond. Woensdag zal er een collecte voor hem worden gedaan. Op gemeld epreek was zeer veel aan te merken. Doch daar deze persoon bekend is loont het de moeite niet de tijd daar mee te spilen. Zij stonk van eigenliefde. Dit zij genoeg.

21-24 december 1823:

de kerstdagen zijn redelijk goed afgelopen. Echter heeft ds Gallois de 1e kerstdag en ook gisteren bij herhaling braaf gebromd waardoor opnieuw weer veel ongenoegen in de gemeente ontstaat. L. Joost en Hendrik Hekhuis verlieten onder dit gebrom, hetgeen in de aanspraak plaatsvond, de kerk, middelerwijl zaten er verschillenden op den sprong. DbJK, IV,42

dbJK, IV,62,63:

27 januari 1826. Vor eergisteren hebben zich kerkvoogden en notabelen…?…en zijn te dien einde in de school vergaderd geweest. Men was van zins geweest om in de kerk bijeen te komen dan daar beide sleutels van deselve en de dominee op de loop waren kon zulks niet geschieden. Schrift nr 1 gaat het tussen de kerkvoogdij en de predikant ds H Gallois over vergunning geven tot het bouwen van een huisje op kerkegronden door G Letteboer (Holsgraads). Dit huisje stond waar (1960, Miet’n Herman) de algemene begraafplaats is. Ook gaat het over een houtvellingskwestie. Dit is overgenomen uit het notulenboek van de kerkvoogdij 1840-1844. Op pagina 7 zegt de kerkvoogdij onder meer dat hij (ds Gallois) op zijn evenmens van hetzelfde stof als hij gevormd, neerziet, alsof zij tot een mindere klasse van wezens behoorden en hen zelf in het openbaar op de leerstoelnoemt dom als ossen, onvatbaar voor alles wat waarlijk goed, schoon en edel is, pagina 7.

Op pagina 23 (schrift nr 1) wordt gezegd dat de predikant ds Gallois voor zijn eigen gerief enige turf-, bouw-, hooi-, weidegaarden en tuingrondwaarmee hij wel altijd waar welgevallen zal gehandeld hebben. Voorts nog veengrond tot boekweitteelt die gewoonlijk op de garve gehouwen wordt, schrift 1 pag 23.

 

Gedistilleerd

Akte 14 mei 1791: Harmannus Kuiper, pagter van de import op gebrande wateren dezer heerlijkheid, XV,22

Jan Kruijs, collecteur van de import op de wijnen, 19 maart 1803 proces tegen de weduwe de Vries die wijnen zou hebben ingeslagen zonder de accijns te betalen, XVII,39,49

15 maart 1749: Berent Spijker als pachter van de import op de gebrande wateren en brandewijn doet citeren de tapperen Gerrit Spijker en Herman Spijker neffens derselven huisvrouwen en Hendrikus Pauwels om de eed af te leggen ingevolge art 45 van de vorige en artikel 22 van de laatste ordonnantie op de import op brandewijn etc CCIV,108

30 januari 1786 Gerrit ten Bruggencate Abzn als pachter van de import der gebrande wateren over Almelo en Vriezenveen ca Hendrik Spijker etc XXV,67, zie ook pag 84.

H Kuiper, 22 november 1788, pachter van de gebrande wateren over Almelo en Vriezenveen doet pondinge aan de roerende goederen en zo noig de vaste goederen van Janna en Kunniera van Olde wegens f 26,-- zijnde 1/3 van de boete als waarover gepondeten met comparants principaal wegens begane sluikinge van jenever geaccordeerd hebben en waarvoor gepondeten het huis en de landerijen tot een speciaal hypotheek gesteld hebben, XXV,90 en volgende.

22 februari heeft de huisvrouw van Jan Theunissen ten protocolle aangegeven dat zij de tapperij van de brandewijn en gebrande wateren er aangeven XXV,125

21 juli 1804, proc. D Bartelink als curator van de boedel van wijlen de wijnkoper JH Dake contra Aaltjen Boeschen laatst weduwe van Berent de Vries thans huisvrouw van G Sentz, bij absentie van dezen haren man schuld van 18 gulden 18 stuivers voor geleverde wijn, manden en flessen. Aaltjen Boeschen zegt niet meer dan een half anker wijn schuldig te zijn, wat zij met eed bevestigen wil. XXVI,1

 

Geldersen in Twente

Grzw,173, invallen der Geldersen in Twente

 

Geldhoogte

In de 69ste vergadering van Overijssels Regt en Geschiedenis gehouden te Almelo 7 juni 1892 vertoont de voorzitter, RE Hattink, negen munten onlangs te Vriezenveen gevonden op een terrein dat de geldhoogte genoemd wordt, I,3

 

Gelid

1822, IV,18, 33 aanstelling wijkmeesters. V,5,6, oostere wijkmeesters, dbJK V,70, datum niet vermeld. Aangifte van Berend Berends van een perceel en erve te Vriezenveen met een schuur zijnde nr 114 in de tweede verdeling of gelid door hemzelve bewoond. De landerijen zijn bezwaard jaarlijks aan huize Almelo

 

Gemaal

DbJK, IV,31

 

Gemeentebestuur, gemeenteraad

1823 dbJK, 29, IV twee uit de gemeenteraad benoemd als schatters

IV,40 JF Meijer als lid van de raad beeidigd en B de Vries als 2e assessor, wethouder, geinstalleerd. IV,101 gemeenteraad, V,31, benoeming gemeenteraden. DbJK, V,99/100, 14 november 1805 Claas Brouwer en huisvrouw Gezina Jansen verklaren in juni 1804 van wijlen haar vader Hendrik Brouwer den ontvangst der gemeene landsmiddelen over Vriezenveen te hebben overgenomen zonder voordien sedert behoorlijke borgtocht aan de regering alhier te hebben gesteld washalve zij comparanten tot zekerheid van laatstgemelde bij deze aan schout, kerkmeesters en zestienen uitmakende het gemeentebestuur van Vriesenveen etc., zij geven hun huis en landerijen in borgtocht. XVI,36; 11 juni 1795, de municipaliteit van Vriezenveen verzoekt aan de provinciale representanten van het volk van Overijssel dat de oude regenten van Vriezenveen haar zouden overgeven alle stukken en papieren in die kwaliteit onder haar berustende etc, Berent ten Bruggencate secretaris, Hendrik Brouwer, lambertus Peuver, Jannes Boeschen, Harm Fik, J Evertman, Gerrit ten Brugge, Jannes Boer, de overige leden absent. Archief Zwolle, stukken 1795, I,27 links. In november 1818 werden door de gedeputeerde staten op voordracht van de heer van Almelo en Vriezenveen benoemd tot gemeenteraden Barent Schoemaker, Berent de Vries en Berent Hof op een vorige voordracht waren al benoemd Derk de Lange en Jan harms Drost, de Lange en Schoemaker zouden als assessoren van de schout fungeren, I,27 (links).

Samenstelling vanhet dorpsbestuur, rpedikanten, secretaris, zestienen en vier kerkmeesters, II,4.

Samenstelling gemeenteraad 11 april 1811, zij moesten de volgende eed afleggen:

Ik zwere gehoorzaamheid aan de instellingen des Rijks en getrouwheid aan den Keizer, II,9.

 

Gerichtschrijver (secretaris)

17 juni 1639 Joannes Bonekamp, VII,23 en verdere bladzijden in proces Drost van Thill: Getuigschrift van Johannes Bonecamp geboren te Rodorpe in het stift Munster; VII,51,52 gedateerd 2 juni 1611, Aanstelling van Johan Booncmap van Roerop tot gerichtschrijver en schoolmeester op Vriezenveen, 16 mei 1638; VII,53 4 april 1709, laatste akte ingeschreven door de secrtaris Jos. Harwig VIII,5; 20 april 1709 eerste akte ingeschreven door dr Liens (secretaris), VII,6a

 

Giftbrieven en oorkonden

Oorkonde 1420. In de oorkonde 1420 wordt in het geheel geen betrekking genomen op de oorkonde van 1364. Ook in de oorkonde van 1452 heb ik de beide voorgaande oorkonden niet vermeld gevonden.

1457 20 oktober, Sweder van Voerst, beleend met Almelo en Vriezenveen, botergeld hof te Lintelo enz. Johan van Almelo staat het leen af. Zie voor de oorkonden van 1364, 1420 en 1452 en een van Sweder van Voorst, III,57.

I,57 links vermeldt dat Racer de oorspronkelijke brief van 1420 te Vriezenveen heeft ingezien, VII,352.

Aanhef en slot giftbrief 1364, brief van 1452, II,1

III,57/62 is sprake van giftbrieven van 1364,1420,1452 en van Sweder van Voorst zonder dagtekening. Slicher van Bath zegt op blz 27 van Vr. deel II Mensch en land in de Middeleeuwen, mens en omgeving: In 1364 geeft Evert van der Eze een privilege voor de Vrije Vresen die zich gevestigd hebben in het veen bij Almelo. Deze nederzetting werd eerst Almelerveen genoemd, later Vriezenveen.

SJ Fockema (89), stukken betreffende een schil tussen de buren van Vriezenveen en de heer van Almelo in Verslagen en Mededelingen Oud Vaderlands recht IV (1899, 218-225. Fockema Andreae betwijfelt de echtheid van dit privilege. 90, over Vr zie L Jonker, Staphorst Rouveen en Vr in VORG, 38 (1921)15-18, idem Vriezenveen in verzamelwerk Overijssel 1931, pagina 791/793.

In proces boterpacht 1630 tussen heer van Almelo en de Vriezenveners zeggen verweerderen Zij verwonderen zich dat de heer Clager niet de gehele inhoud van de originele brief bijbrengt, het schijnt dat de clager bang is dat deze voor hem nadelig zal zijn daarom…..verweerderen hierbij 4 authentieke copien onder letteren ABC en D, XVIII,38.

Opschriften giftbrieven of gedeelten ervan zijn vermeld in XVIII,51/58 o.a. van Henrick van Rechteren gedateerd 1555 in mei. I,54, bijzonderheden over brief 1364 en die van 1420 en verklaringen van woorden die in deze brieven worden gebruikt. In III,57/62 wordt het geschil behandeld tussen de heer van Almelo en Vriezenveen over de accijns van bier ca 1490.

 

Glazenmaker

23 november 1612, de glazenmaker van Vriezenveen contra Derk Eisen herkomende van een glas…XXIX,9

 

Glindt

Glindt is een erfafscheiding of hek (mondelinge mededeling door J Zomer, 83 jaar in 1960, aantekening van auteur Herman Jansen of Miet’n Herman van deze inventaris)

 

Akte 19 maart 1720 bij vertimmeren van het huis aan de westkant zal men dit twee voet mogen uitzetten en hen buiten tot aan de glindt…IX,15

Akte 26 oktober 1723…en over de glindt, XXIII,21 die voor off bij het huis van Hinnevelt staat

 

Gloepe

Een gloepe was een klein bosgeurntien waar volgens de overlevering vroeger vogels werden gevangen of lijsters gestrikt. In 1959 waren nog de namen bekend van……

7 februari 1760, verkopen Gerrijt Willemsen Kamp en desselfs huisvrouw Jenneken Hendriks Scheeper hun zogenaamde gloepe in Scheepersland met het daarop staand houtgewas XII,7

akte van 7 juli 1784, Gesina van der Poll weduwe Henricus Bartelink alsmede C Bartelink hebben verkocht hun zogenaamde gloepe met het daarop staand houtgewas en de gaarden etc aan Jan Albers XIV,75

19 februari 1803, Jennigjen Jansen zou tegen de knecht van Berent Gerritsen Smelt hebben gezegd dat zijn baas een ondeugende gloepe van een kerel was, XXV,135

 

Godsdienstige bijeenkomsten

dbJK V,103,104,107

 

Goud en zilver

Testament 26,01,1759, alle hare klederen alsmede haar goud en zilver, XI,49

Testament 12 februari Albert Berkhof…tot zelfs de zilveren gespen incluis, XIII,34

Testament 11 april 1772…alsmede het zilver en het goud, XIII,42

Testament 28 juni 1783, Jan Engbers en desslefs huisvrouw Johanna Schol….haar goud en zilver, XIV,65

Testament 28 juni 1783..Jan Engbers…al zijn kleren, al het zilver , horloges, gespen enz krijgen zijn twee broers en de zuster, XIV,65

Testament 28 januari 1801 van Jan Boeschen, zijn zilveren zakhorloge en zilveren gespen, XVI,3

Testament 12 juni 1802 van Johanna Witvoet, huisvrouw van Hendrik Brouwer, Gerhardiena Wiegers krijgt het boek met zilveren krappen benevens het zwarte kleed, zilveren beugel, zilveren snuifdoos en zilveren gespen, XVI,17

Estament 27 september 1807, Hendrik Jonker en zijn huisvrouw Janna Berkhof, de kleren, goud en zilver etc van testatrice aan Diena Berkhof, XVI,60.

Testament 12 juli 18008, Hermannes Scholten en huisvrouw Janna Hendriks…dan krijgt Hendrik Tijhof f 50,-- beneffens al het goud, zilver en kleren, XVI,61

Testamenet 3 januari 1809 van Jan Kleyssen en huisvrouw Pieternella Mulder, testatrices kleren, linnen en wollen, goud en zilver etc aan de kinderen van haar broer XVI,62

Akte 6 juni 1808, beneffens kleren, goud en zilver XVII,1

Akte 14 juli 1808, beneffens het goud en zilver, XVII,54

Testament 15 april 1789, Jan Costers en Geertruyt Spijker….het goud en zilver aan haar zuster Hendrika Spijker, XV,3

Akte 30 juli 1793…draagt Berent Engberts Smit zijn kleren, zilver en goud over aan zijn dochter Frederika Berends Smit getrouwd aan mannes Coster XV,34

Testament 21 maart 1796…Janna Otten vermaakt aan Josiena Kruijs de twee beste gouden ringen aan Johanna Kruijs een gouden ring, daarop volgende Josiena Kruijs haar gouden slot, haar gouden laken en haar zilveren snuifdoos. Gerhardus kruijs haar zilveren beugel XV,50

Akte 7 mei 1799…vermaakt Hendrik ten Kaate aan hendrik Hoff zijn zilveren zakhorloge en voorts zijn goud- en zilverwerk XV,67

6 juli 1715, schout Claas Kruijs verkoop wegens geexecuteerde en verlopen herenlasten van berent Brouwer een zilveren beker, een zilveren kom en 14 zilveren lepels, samen ongeveer een gewixht van 2 ¼ pond en een half loot. Koper schout Claas Kruijs voor 75 gulden, XXII,63

27 febr 1773…vordert Claas Claessen uit de nalatenschap van zijn moeder de weduwe Herman Egbert Meijer o.a. 28 zilveren knopen met 2 paar zilveren gespen en de bijbel met zilveren krappen, XXV,10

13 januari 1789 de koopman Salomon Abrahams van Almelo doet pondinge aan de onroerende goederen van Frerik Harms, f 31,16 en 5 pennies uit hoofde van in 1788 geleverde zilveren tasbeugels, mitsgaders een sithze tasse, XXV,191

24 september 1807, inventaris van de nalatenschap van Hendrik Boeschen o.a. zilveren zakhorloge, 1 paar zilveren schoengespen. XXVI,21

 

Grafschriften

Grafschriften van Nederlanders in Voormalig Indie, geslacht Fronten of Frontenius. 1653 ds Frontenius geplaatst op de kust Choromandel, II,32/36, zie ook kaartje geslacht Fronten.

 

Groenlandvaarder

In proces sluis Schipsloot VII,3 tot en met 18 wordt op pagina 13 genoemd een groenlandvaarder Pakelet.

Brief van Jan Wigger Jansen aan zijn halfbroer Jan Hendrik Pruisen te Frankfort, dossier Jansen gebrs Prinsen nr 143, dd 7 oktober 1784 dat Packelet is overleden

 

Habiet

DbJK 1822 III,77, V,50

 

Heerschap

27 maart 1802 Trijntjen ter Haar contra haar gewezen heerschap Klaas Bruyns, loonkwestie

XXV,127

 

Heidensloot

DbJK, IV,48, boom voor de Heidensloot in stukken gezaagd

 

Heksen en toverij

1618 Geese Timmermans, ingezetene van Almelervene beschuldigd van toverije; zij werd gegeseld en uit den lande gebannen doch kwam verschillende keren weer op Vriezenveen terug, waarop zij weer gevat werd II,10

Voorgericht, dbJK V,54

Heksenproces 1619 XXI,1/50

Namen der beschuldigden pag 2 en 5 waterproef pag 6: beschuldigden willen dadelijk op het water als rechten, want….. dat zij haar met procederen niet voor alle mensen zo zuiver zou kunnen verdedigen als met het water enz…

XXI,15 bekentenis van Geese Jansen, die op de waterproef “onklaar” bevonden is, geexamineert ter presentie des heren Commandeurs van Ootmarsum en de heer predikant Meilingius. Bekent dat op den dans mede geweest zij Jenne Werners toe Wierden, Kunne Hendrikxen en Roeverts Alberts. Hendrick met Roeverts Alberts dochter Mette en dat zij op de dans op een bonte kat gekomen zijn die ze eerst hadden gesmeerd. Bekent ook dat haar spoelman Roevers Alberts is die voor haar op een fiddelken speelt en dat diezelve op een zwarte hengst komt rijden en zijn zuster Mette op een grauwen kater, XXI,16

9 maart 1618 schrijft Johan van Rechteren aan de Drost van Twente dat de beschuldigden “zich die waterproeve nieth entseggen ende liever tott hoer unschult datelick up het water wyllen als rechten, want sie sich beclagen datt sie haer mitt procederen nicht voer alle die werelt so suiver solden connen verdedigen als mitt hett water, XXI,19

61 maart 1618 schrijft de drost van Twente Unico Ripperda aan de Heer van Almelo dat de door Eepe Werners en Geese Timmermans beschuldigden nl Kunne Hendrixen, Buermans Fenne, Roevers Alberts moere ende haere dochter Mette op hun verzoek aan de waterproef zullen worden onderworpen. Daartoe zal zijn schrijver Gerardt Brandt en de scherprechter of zijn knecht zich naar Almelo begeven. Mochten de beschuldigden slieten (= drijven) dan zullen ze direct in hechtenis worden genomen, zinken ze dan zullen ze onder borgtocht worden vrijgelaten XXI,24,25

zie voor verdere bijzonderheden van dit proces XXI dat gehee handelt over dit proces.

In een brief van de plaatsvervangend schout van Vriezenveen aan de Procureur Generaal van Overijssel wordt van een zekere Gerrit Engberts gezegd dat deze de zwarte kunst zou beoefenen. Hij zou oorzaak geweest zijn van langdurige ziekte van de vrouw van Jan Alberts. De plaatsvervangend schout meent echter dat zulke geruchten doro zijn vijanden worden uitgestrooid Grzw II,64

 

Hollandergraven

1492 wordt Hollandergraven genoemd

1422 III,12,14

1441 Hollandergraven III,32

1492 III,12,14

akte van 26 november 1743 van desen Kerkweg tot aan den Hollander Graven X,20

akte 22 mei 1808  van desen Kerkweg tot aan den Hollander Graven XVI,43

 

Holtingsvergadering

Akte 27 augustus 1801…als daar toe door de holtingsvergadering van goedheren en eigengeerfden gehouden binnen Wierden XVI,11

 

Honden, verbod om honden ongebungeld te laten lopen

12 april 1755, procureur Wolter Jan Kevink namens de Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen voordragende hoe dat Harmannus Boeschen stoutmoedig genoeeg geweest is om tegen de order en publicatie van 25 febr j.l. zijnen hond ongebungeld te laten lopen bewijselijk met het annexe relaas sub A van 2 jagers van huize Almelo als gelast en aangesteld daarop te vigileren. Dat hij daardoor vervallen zijnde in een boete van 5 goudgulden men denselven wel tot afdragt gesommeert heeft gehad dog dat hij weigerachtig zijnde gebleven om afdracht te maken, eisch tot betaling voor een gelijk feit worden mede beboet de weduwe Albert Berkhoff, Hindrik Post, Jan Berkhoff, weduwe Gerrit Freriksen en de weduwe Berent Berkhoff, XXIV,151

 

Hoorngeld

21 april 1804, de ontvanger Hendrik Brouwer heeft een vordering in de 3e graad in de desolate boedel van Hendrik Leenders van hoorngeld, gezaai, gemaal, geslagt etc f 23,12

 

Horloge

Akte 3 maart 1759, XI,52

Akte 15 juli 1760, XII,11

Akte 26 juli 1760, XIII,21

Testament 12 februari 1771, XIII,34

Testament 1782 van Gerrit Brouwer vermaakt aan zijn neef Johannes Kruijs zijn zakhorloge

Testament 28 januari 1801 van Jan Boeschen XVI,3

Testament 21 mei 1791 Klaas Kruijs en Grietje Otten…aan de zoon van Jan Kruijs genaamd Klaas 100 zilveren ducatons en het zilveren horloge XVI,14

Testament van Louwmaand 1811 Gerrit Meijer en huisvrouw Jennigjen Coerts XVI,68

Testament 16 februari 1790 van Hendrik ten Cate…horloge komt toe aan de zoon van Klaas Kruijs genaamd Bernardus XV,8

Testament mei 1799 Hendrik ten Cate vermaakt Hendrik Hoff zijn zilveren zakhorloge

17e weidemaand 1809, Gerhardus Hulshof doet pandkeringen contra H Hagedoorn op de 12e of 13 maart is overeengekomen door comparant met pandeiser dat comparant zou geven tot gehele liquidatie van het arbeidsloon en verschot een zilveren zakhorloge en 12 guldens in geld XXVI,29

 

de Horst (de Jöst)

akte 19 maart 1729, de halve bomen in de plantasi of genaamt de Horst aan de Dijk, IX,15

akte 14 januari 1729, beginnende van de Schuthorst, IX,43

akte 2 november 1750, een stuk land de Horst genaamd X,47

akte 29 december 1772, verkoopt Geesjen Telgenkamp weduwe Jasper Bramer haar zogenaamde horst, XIII,46

akte 4 september 1779, wordt verkocht de zogenaamde halve Horst en hooiland eindigende met den Dijk en de Aa, XIV,42

 

Huismerken (handtekening of merk van een persoon die niet kon schrijven) en huisnamen

Akte 8 juli 1713 ondertekend met huismerken van harmen Berends Krikke en Engele Berends VIII,40

Huismerk Gerrit Bramer IX,13

20 mei 1756 verkopen ridderschap en steden het erve ’t Schoutengoet XI,26

akte 22 april 1763…erve en huis genaamd Brinkhuis XII,30

akte 19 november  1765 Fenneken Frederiksen Timmer weduwe Harmen Jansen op de Aa draagt aan haar kleindochter Hermina Hendriksen Post en haar aanstaande eheman Jan Aalderink en haar erfgenamen haar gericht halfscheid van het huis, schuur, brouwhuis en verder timmeragie de Aa genaamd XII,53

akte 28 maart 1767 Hendrik Gerritsen Tromp alias het Junken XIII,14

akte van 20 juni 1773, het huis van Cuiper Jan XIV,2

1487, 6 mud goede droge schone klare winterrogge Almelermaat te leveren elke Petri in Woltershuis op de A. III,26

1822 IV,15 Smit Derk

akte 3 oktober 1772…Jan Berends Berkhoff alias Key Jan XIII,44

akte 27 juni 1775  Albert Lamberts alias Pol. XIV,13

akte 2 april 1801 Jan Fredriks alias Krikkenjan XVI,7

akte 6 juli 1804 Hindrik Gerrits bijgenaamd Strijkersboer, XVI,28

akte 23 juli 1808 de zogenaamde Bos Berends Hutte XVI,61

akte 24 november 1808, achter het huis van Mannus Everts alias Hoekhakkenhuis XVII,10

akte 6 januari 1809, achter het land van Berent Gerrits alias de Minnigheid XVII,13.

Akte 6 juli 1793 Wippen Berent, XV,32

Akte 3 april 1798 Harmen van Wierden alias Lompenharmen XV,60

In het proces Herman Geerts en Hendrik Schuurman contra kerkmeester van Vriezenveen, 1648, Dit is .. Frerick Frericks zijn merk met zijn eigen hand getrokken, XVIII,8

Akte 5 november 1639 merk Hendrik Grubbe, merk Jan Herms

Akte september 1646 worden verschillende huismerken opgegeven. XIX,88

22 oktober 1748..aan meester Hols voor meesterloon van schot Wolterskind en Bijsters Dijnenkind 17 gulden XX,1a

in 1737 wordt genoemd Jan Coster of Pompjan

11 februari 1713 wordt genoemd wijlen Bulgies Geert XXII,15

1822 dbJK, III,78 Huisesse

1823 Weitenjan, dbJK, IV,33

Pietervardus, IV,36

1823 Diekenjan of Jan Kolthof, IV,40

1823, Alberts bijgenaamd de Mies

dbJK IV,45, zie pagina 134 Bartelinksjannes

G Bramer bijgenaamd Kieftenboer, V,47

V,49, Patermanslukas

Weitenjan, V,52

Soersmina, V,65

Scholtenboer, V,88

Sneidersberend, V,94

Cot Luichien= Luicken Pauls geb 1591, VII,47

Merk van Werner Jansen in akte van 16 augustus 1644, VII,50

Akte 10 februari 1702 Jan Jansen Smit alias Geerdingman, VIII,8a

Testament 23 augustus 1707 wordt de Aeplaatse genoemd VIII,21

Akte 25 januari 1717 hun halve huis met de plaatse genaamd Oosteregge, VIII,49

Akte 28 april 1717, huismerk van Harmen Gerritsen Grubbe IX,1

Akte 1 december 1718 Hendrik Gerritsen alias VosGerrit, IX, 10 of 40

Akte 21 augustus 1725, onderscheiden met Albert Joncker en de Scheuppe

Testament 9 oktober 1731..Bestevaarsjenne

Akte van 17 november 1731, Kriekenberend, X,6

Akte 6 december 1766 Jan Jansen ten Cate alias Wevers Pol

Akte 31 juli 1769, Hendrik Jansen alias Siep, XIII,25

Akte 17 maart 1714 Hinrick Roeloffs lias Strijker, XXII,35

26 januari 1715 wordt genoemd Berend Roeloffs alias Siemptien

6 april 1715 wordt genoemd Hinrick Hofmeijer alias Santboer XXII,59

4 mei 1715 wordt in een akte genoemd Berend Gerritsen Boosman XXII,60

dezelfde pagina wordt Jan Gerritsen Wever genoemd

18 januari 1721 Jan Henrixen van Olde doet pondinge aan de roerende goederen van gerrit Henrixen Schuurman alias de Paape XXII,93

8 februari 1721 wordt genoemd een zekere Broekjan die zijn weeftouw met 1 dukaat in geld heeft verruild voor een dagwerk hooiland het Slagh genaamd XXII,95

21 juni 1721 wordt genoemd de dochter van Bullegies Geert XXII,102

29 april 1715 Bullegies Geert XXII,21,26,27

19 september 1722 Jan Hinrixen Bourman alias de Muller

31 oktober 1722 zegt Hinrick Berendsen Hopster dat hem van Gerrit Braamhaar de Jonge duegdelijk toekomt 3 carolusgulden vrij geld wegens gekocht bovenweges land van Zwadden kinderen uit het klooster XXII,19

9 januari 1723 wordt genoemd Hin Ooms harmen, XXIII,22

27 februari wordt genoemd Mullen Triene XXIII,24

25 oktober 1727 wordt genoemd Brijter Berend XXIV,10

11 mei 1728 Jan Schol spreekt Gerrt Hendriksen Schuyrman alias Pape genaamd aan tot betaling van winkelwaren en hofsadinge over 1724 en 1725 XXIV,27

26 februari 1746 wordt in een strafzaak de naam Hoekehakke genoemd XXIV,84

30 mei 1781 wordt genoemd Jan Berkhoff of AbbeJan XXV,56

deze wordt op pagina 63 AppenJan genoemd.

31 augustus 1791 Klaas Jansen of Stienenklaas, XXV,65

14 oktober 1791 Boekweit verkocht voor de kinderen van Frerik Smelt o.a. aan Jan Gerrits KnikkelJan, XXV,65

24 november 1798 Berend van den Bosch alias Bosch Berend doet pondinge aan de roerende goederen van Jan Roelofs alias Schuit Jan wegens f 70,-- voor verkochte haver.

17 november 1798, Gerrit Berends Smelt ook wel genaamd d’Boer XXV,99

12 april 1799, JH Dikkers doet pondinge aan de roerende goederen van Hendrykus Jansen alias de Fokke, f 40,-- herenlasten en bier.

9 mei 1799 Jasper ten Cate zegt te hebben doen arresteren en tegen heden citeren Fit Jan of Jan Gerritsen om de boete te betalen doordat hij het arrest is ontweken XXV,103, zie ook 104 waarin Fit Jan zich nu noemt Jan Grosthuis en zich beklaagt dat hij door Jasper ten Cate is gearresteerd welke hem door militairen heeft laten bewaken

18 januari 1800 wordt genoemd een uitgang van 18 schepel rogge rustend op het Morijers erve te Vriezenveen, XXV,111

1801 wordt Jannes Braemer alias Kieftenboer aangesproken voor 4 spint jufferenhaver jaarlijks te betalen aan de tweede predikant te Almelo, XXV,118

19 januari 1805, in deze ekte wordt genoemd Andires Pape (nu de Visch) XXVI,2

1 november 1806 in een akte wordt genoemd Hendrik Bramer alias SlotHeer, XXVI,18

19 juli 1806 wordt genoemd Jan Gerrits alias Vlogter, XXVI,16

grzwI,53, in de nacht van 4 en 5 mei brand uitgebroken bij de Hesse (31 huizen en 12 schuren afgebrand)

24 april 1794 schrijft Grietje Kruijs Otten aan Johanna Kruijs te Amsterdam dat de pokken in Vriezenveen vrij slim zijn. Zij geeft verschillende namen op en noemt huisnamen van Snijders Berend, Grobben Hanna, Kroos Gerrit, Fineman, Keep Gradus, Enties Janna, Wippen Berend, Jasper Onweer is overleden, schrift 4 blz 1 en vervolgens den Weijtenboer zijn kind is zeer onverwachts overleden, ’s morgens dood bij de moeder in bed gelegen.

Brief aan Johanna Kruijs 23 juni 1795 schrift 4 pag 22, 6 juni 1796 brief aan johannes en johanna Kruijs in Amsterdam dat G Schuurman de bruid is van SchuitJan zijn zoon Roelof welk huwelijk zo snel voortgaat omdat het een moeten is, schrift 4 pag 24; schrift 4 pad 31 worden genoemd Lap Gerrit, Stienenklaas die ’s morgens met de schuit naar Almelo was gegaan in de nacht daarop in Almelo is gestorven.

10 maart 1805 brief aan johanna Kruijs op de Grimberg worden genoemd FlogtersJan, Boersberent, de Toedbusse, schrift 4 pag 32

1806, 14 januari brief G Kruijs Otten aan johanna Kruijs op de Grimberg worden genoemd de Weijteboer en BosBerent

1804 27 januari brief aan johanna Kruijs huize de Grimberg o.a. genoemd KroesenEngbert, GortenBertus, SmitDerk, KnikkelJan

9 september 1805 brief van Chr Heineman St Petersburg aan johanna Kruijs, hierin wordt genoemd dat het Haasjen zich zeer slecht gedraagt en het kosterambt al reeds lang verloren heeft en schulden derhalve in de Policij gezeten heeft doch nu weer vogelvrij is, schrift 4 pag 57

dossier L Jonker brief nr 18 worden genoemd VuitHendrik en Golgenjans die gestorven zijn.

 

Huisstede

akte 31 januari 1725, de olde huisstede, IX,28

 

Huisvesting

Akte 3 maart 1712, Berend Jansen Fayer en zijn huisvrouw Grietjen Gerritsen verkopen aan hun schoonzoon Jan Jansen Kleine hun huis en landerijen onder beding dat de ouders voor de tijd van hun leven moeten worden onderhouden in kost en drank en alles wat zij tot haar lichaam van node hebben VIII,35

Akte 30 juli 1769, stede bij den heert XIII,25

Akte 1 augustus 1801 Stientien Fronten weduwe Jasper ten cate bedingt behoorlijke inwoning en onderhoud in kost en drank ten tijde hares levens en ziek of zugtig wordende behoorlijke handreiking zo als zij het voor goede mensen kunnen verantwoorden, zij behoudt verder de bedden zoals deze thans door haar beslapen worden en de kast in de keuken met hetgeen daarin is XVI,10

Testament 2e van de bloeimaand 1810 van Jannes Smelt universeel erfgenaam zijn dochter Berendina Smelt zijn zoon Jan Smelt f 200,-- en vrije kost en inwoning bij zijn dochter mits werkende huisbeste zo lang zijn dochter ongetrouwd zal blijven en wanneer zij komt te trouwen zal hij de winter van St Martini tot de 1e mei voor zich zelf weven maar des zomers Huisbeste weven of boerwerk doen naar tijdsomstandigheden, voorts zal Jan voor zich behouden het weefgetouw dat door hem wordt gebruikt, des jaars genieten twee linnen broeken en twee hemden, de dochter zal voor hem 2 schapen moeten onderhouden waarvan de wol haar tesamen zal toekomen en de scheerraam met zijn broer Berend in gemeenschap XVI,66

Testament december 1807 van Martien Smelt, hierin worden verschillende bijzonderheden betreffende huisvesting vermeld XVI,82,83

Akte 6 juni 1808 Gerrit Loohuis en deszelfs aanverwante Cornelia Lohuis. Eerstgenoemde draagt al zijn bezittingen over aan de tweede comparante mits de 1e comparant onderhouden en gekleed wordt etc. Voor verdere bijzonderheden zie XVII,1

Akte 15 juli 1808, Wicher Jansen maakt boedelscheiding met zijn kinderen en bedingt een stede bij de haard XVII,4,5,6

Akte 11e van Lentemaand 1809, Geesjen Hendriks Pot aan haar neef Jannes Jansen Pot XVII,14

Akte 29 van de zomermaand 1809, huisvesting en andere voorwaarden van Jannes Scherphof en huisvrouw Gerrtien Jansen Prinsen die hun huis en landerijen verkopen aan Bartus Broschot en Anna Veldhuis, XVII,17, dit goed werd getaxeerd op….een huis f 230,--, 2 akkeren bouwland f 500,--, 6 koeweiden f 240,--, ½ akker hoevenland f 20,--, ½ brink met de bomen f 50,-- de daarachter gelegen veengrond f 25,--.

6e van de wijnmaand 1809 Hendrikje Berents weduwe Claas Claassen geeft wegens haar hoge ouderdom al haar vaste en roerende goederen over aan haar neef en nicht Hermannus te Bruggencate en vrouw Christina Jansen, deze zullen haar onderhouden en kleden, verscillende bepalingen o.a. op hun kosten een spint lijn te zaaien, braken en hekelen XVII,25

 

Huttentut (stro)

DbJK, IV 71, 120 13 augustus 1828: Huttentut en grote bonen opgedaan

DbJK IV,71

Brand in huis meester Kunst, en bij onderzoek bleek dat de vlam zich alreeds in de stal in het huttentutstro aanmerkelijk verhefte.

 

Huwelijken

Comparant in desen edele geerichte dr Hein in kwaliteit als fiscis der heerlijkheid Almelo en Vriesenveen zeggende uit het register der getrouwden en gedoopten alhier op ’t Vriesenveen te hebben gezien dat onder anderen alsmede de huisvrouw van Hendrik Berends met name Henrikjen Courts te vroeg in het Craemleedde gekomen zij en hij Henrik Berendsen desselfs kind op den 2e Martius tot den doop gepresenteert ende gebragt hebbe daar nogtans denselven eerst op den 6 september l.l. ’s jaars 1722 getrouwt ende…………..in den huwelijken staat bevestigt zij als te zien uytdese twee hier venevs gaande authentiquen extracten ond er de latters A, B dat hij Henrik Berensen (dan volgt een uiteenzetting over de bepalingen die hieromtrent gelden. Hij wordt veroordeeld tot een boete van 52 gulden 10 stuiver). XXIII,36,37. Naast deze Henrik berensen worden ook nog anderen voor hetzelfde feit op het matje geroepen.

15 februari 1727 doet Gerhard Boom namens de Hoogheid der heerlijkheid Almelo en Vriezenveen pondinge aan het gereede van Roelof Schuurman om daaraan te verhalen zodanige boete als dezelve ingevolge het landrecht wegens te vroeg bijslapen bij zijn vrouw heeft verbeurd, XXIII,106.

7 februari 1728 krijgt Harmen Berends Kleine alias den Doctor boete voor te vroeg bijslapen XXIV,17

11 mei 1805 mr E Dull als amptman van Almelo en het Vriesenveen doet pondinge aan de roerende goederen van Claas brouwer wegens 21 gulden boete wegens te vroege bijslaap van bepondete met zijn tegenwoordige vrouw Geziena Jansen, idem Herman Bokdam gehuwd met Jenneken Smelt, XXVI,6

27ste van de bloeimaand 1809, Jan herms Pinxterboer weduwnaar van Geesien Hendriks en margaretha Ruitkamp weduwe van Jan Schoemaker maken huwelijksvoorwaarden, zij verklaren ieder beneden f 3000,-- aan waarde in te brengen, XVI,64

 

Hypotheken van Almeloers

Contentien en volontaire zaken stad Almelo 1626-1629, zie hiervoor XXVII/XXVIII en XXIX

Hypotheken van ingelanden van Kedingen XXVII, 57/61

 

Iemen en iemenschoer

Akte 14 mei 1770…om voor het huis een iemenschoer te mogen zetten XIII,31

Akte 29 september 1788, testament Henderikus Hendriks Pley…de ymen met zijn toebehoor aan Jannes Berends Pley XIV,188

Testament 29 mei 1802 Hendrik en Albartus Jonker zullen uit de nalatenschap van hun vader Luykas Jonker elk twee ymen trekken, XVI,15 (of XV)

 

Inboedels

1706, VIII,16a, huiskisten, kasten, ketel en pottem, nedden en builster, linnen en wollen borstrokken met uitzondering van de ijmen en het vercken.

Testament 6 januari 1707, stapel kisten met de kleren, VIII,18

Akte 18 december 1721, testament; …en alle zijn klederen, linnen als wollen en de kisten…IX,21(I)

Testament 13 januari 1725…nog een halve kaste of kiste en daarbij een kerkenboek of bijbel IX,27

Akte 17 januari 1756 Hendrikjen Evertman verkoopt haar huis met de navolgende inboedel: Beesten, paard, kisten, kasten, ketels, potten, roggenkiste, pannen, hangijzer, tafelen, stoelen, spiegel, voorts alle melkgereedschap, voorts den wassehoek etc. Zie voor dit eigenaardige testament XI,17,18,19. In dit testament is verder sprake van: schotels, aarden en tinnen die in de washoek staan, tinnen kommetjes, koffiekannetjes, tinnen lepels, tinnen bekertje, peperdoosje, tinnen zouthuisjen; akte 26 juli 1768…geeft Geertje Jansen Braemer weduwe van Lenart Wolters haar inboedel onder hypotheek. Hiervan wordt een specificatie gegeven XIII,21.

Testament 11 april 1772 van Henderik ten Cate en zijn vrouw Jenneken Brouwer, zij vermaken o.m. bouwgereedschap, wagens, ploeg, eegede, daarbij de paarden of paard bij het bouwgereedschapbehoord alsmede de kribben , exempt de jachtwagen en de chaise (ruituig).XIII,40.

Akte 13 maart 1787, XIV,83,84, inventaris der mobiele goederen van wijlen Jan Smit nagelaten. Stapelkisten, twee linnenkisten, 1 bakkertrog, 1 spint, een wegte, een lugte, de paardenkribbe en snijzomp, 1 koekribbe en 1 kalverkribbe, 1 wagen met wagenboeck, 1 voorstel van een wagen hetwelk Jan Smit geleend heeft aan Janna en Cunniera Coers van Olde en 2 raden staande aan het huis van den overledene, 4 melkvaten, 1 melkbank, 1 melkleupen, 4 tinnen telders (borden), 1 tinnen mengelen, 3 koperen koffie of theeketels, 1 tinnen theepot, 1 spiegel, 1 ligt rokken, 16 tinnen lepels, 16 aarden schotels waaronden beschadigd zijn, een koperen ketel en aker, 3 ijzeren potten en nog een kleine bakkepan en hangijzer, 2 takelen en 2 emmers, 1 okfhoofd en een spintvat, 5 stoelen en een bijl, 1 onder en een overbed, 2 peluwen, 2 kussens met linnen slopen en een laken waarop de overledene geslapen heeft en 2 gordijnen voor de bedstee. Waar de kinderen slapen, twee bedden, een peluw, een kussen met een sloop en 2 lakens, 1 vleesgaffel en 1 vlegel, 1 seve, een vorke, een grepe, een harke een selen en een halster aan een paard. Het bovenstaande heeft Jan Smit alleen toebehoord. Verder een roodbonte koe, 2 varkens, 1 karne en vuurkorf, een baaly, 1 van de eerdergenoemde stapelkisten waarin de kleren van Jan Smit en zijn huisvrouw zijn opgeborgen alsmede enig ander goed, gerichtelijk verzegeld.

Testament 24 juni 1805…alsmede de kaste en kiste staande aan de westzijde in huis….en 3 tinnen schotels met 6 tinnen lepels XVI,58

Akte 2 maart 1807 de onroerende goederen van Janna Otten wedeuwe van Jannes Schol; een glazen kast met enig tin en koperwerk, f 20,--

2 oude kasten of zogenaamde ouderwetse kabinetten met enig linnengoed, f 50,--

een porseleinen kastje met enig porselein, 10,--

een Friese klok f 7,--

enig Delfts aardewerk bestaande in schotels, borden, potten etc, f 6,--

5 bedden met toebehoren en enige beddegordijnen, f 100,--

2 kisten met enig vrouwenkleren, f 60,--

enige meubelen bestaande uit een oud bureau, 4 tafels en enige stoelen f 20,--

2 spiegels, f 2,--

een doekkist en spinnewiel beneffens enige kleinigheden, f 7,--

enig bouw- en melkgereedschap f 3,--

een partijtje oude boeken, f 2,--

5 landkaarten met lijsten f 1,--

1 koperen beddepan, f 1,--

enige ketels, potten en pannen, f 3,--

enig Keuls, Ogtrieps aardewerk f 2,10

2 staande ijzeren platen f 8,--

in akte van taxatie 5e van de wijnmaand 1809 van de inboedel worden vermeld:

bedde met toebehoren f 30,--; een kast, 3 oude kisten, 1 oude spinde f 20,-- met enige rommel; 3 a 4 vijmen ongedorste rogge en haver f 16,--, 1 koperen koffieketel met enige rommelarij f 4,--; de kleren en wat tot haar lijf behoort met een boek met zilveren krappen f 10,--, een oude Friese klok f 10,-- XVII,26

6 juli 1715 wordt namens de heer van Enschede voor 35 gulden en voor Albert Mulsteege voor 19 gulden verpondingen gedaan aan de onroerende goederen en effecten op de gehele inboedel als bedden en bulster, kisten en kasten, koeketel, ketel en potten en ’t gewas op het land, niets uitgezonderd, tevens het gras etc. XXII,64.

Akte 22 juni 1721 Jan Jansen zegt dat zijn zuster uit de inboedel van zijn vader heeft gekregen een zak, een bed met een buil XXII,103

20 maart 1751, boedelscheiding kinderen Ten Kate…het ene paard de vos en op een na de beste wagen met op een na de beste wagenboek en mesflakken met een achter en voorlinde en 3 valhekken, alle schapen met de grote schaapsruipe met al het hout van het schapenschot, de vulle kribbe met de kalverkribbe, de ijzeren egede zal in gemeenschap blijven, de ploeg met zijn toebehoren zullen de vier kinderen zo lang Glase Klaas Hindriksland bouwen mede mogen gebruiken, de beste egede (eg) bij het land, de andere voor de vijf bovengenoemde, de vorken en grepen met de bezitter van het land te verdelen alsmede de bedden, dekens, gordijnen met de lakens en kussenslopen, het vlas hekelen, al het tingoed en theegoed, koffieketels voorts alle bonte schotels met alle bonte koppen en het strijkijzer. Vervolgens zullen de vijf bovengenoemde hebben de beste roggenkisten met de roggenkist uit de boedel van Gebben Geert is gekocht; voorts de grote ijzeren pot met het kleine ijzeren potje, met de grote koperen ketel en de koperen pan, de kleine ronde tafel, twee bekkens, het kleine melkvat, een luipen (leupen) met op een na de beste balie, 2 emmers op een na de beste wanne en de grote spiegel;

27 februari onder de schulden van weduwe Herman Egbers Meijer vermeld Claas Claessen ingevolge maagscheid van zijn moeder nu weduwe van Herman Egbers Meijer dd 24 februari 1748 en nader voorwaarden van 2 maart 1761 competeert….een bed met toebehoren, 4 lakens met 4 slopen, 6 nieuwe hemden, 4 dassen met een stapelkist van zes voet, voor het kind 28 zilveren knopen met 2 paar zilveren gespen, met zijn overleden moeders bijbel met zilveren krappen, 2 tinnen borden en een tinnen schotel; XXV,10

20 juni 1786, gerichtelijke verkopeing der onroerende goederen van Jannes Tromp en huisvrouw door Jan Bisschop en JF Colenbrander, volgt een lijst van de inboedel en het vee XXV,69, waaronder stapelkisten, tinnen borden, een haal, bonte borden, bakketrog, tinnen lepels.

5 augustus 1786 Gerechtelijke verkopeing van de inboedel van Gerrit Hagedoorn Azoon, in de lijst worden o.m. genoemd 1 glazen kast, 1 kabinet met 1 hangende klok, 1 weerglas, 21 Delftse schotels, een leupen, een haalketen XXV,73

bij een boedelscheiding van Albert Meijnde in 1765 wordt een lijst van de inventaris opgemaakt. Deze is in het bezit van de familie Roelofs Oosteinde en overgebracht in VII,17/19, hierin worden onder meer genoemd twee koperen ketels een van ongeveer 7 emmers nat en de tweede van ongeveer 2 emmers nat, twee theeketels, een tinnen trekpot, een koffiemolen, een spiegel met nog een kleinder, 12 bonte fijne schotels, elf bonte borden, een tinnen kom, een tinnen mengele, 22 tinnen lepels, 3 tinnen kopjes, een tinnen melkgieter, een tinnen zoutvat, een tinnen peperdoos, twee ijzeren potten, een klein geel koperen akertje, een pan en hangijzer, een tang, drie emmers, tien stoelen waaronder enige die reddeloos zijn, 2 spinnewielen en een haspel, een deel van een bakoven, een wanne, een snijsomp met 1 mes, 2 grepen, drie vorken, 2 houwen, 3 vlegels, 3 harken, een schotvorke, een sloothaken en een loshaken, een lugtrokken en 2 lampen, een kleerkist met een hooikorf, een grote rond tafel en een kleine ronde tafel, 20 schepel haver ongeveer, zes schepel rogge, ongeveer 12 schepel boekweit, twee balien, een stoof, opgemaakt 30 april 1765.

 

Invoerverbod van meel

3 maart 1714, verbod van invoer van grutten of ander meel, II,7

 

Inwoners

In proces Hermen Geerts en henrick Schuurman contra kerkmeesteren van het Vriesenveen, 1648, worden verschillende namen van inwoners genoemd. XVIII,5/8, op pagina’s 24 tot en met 27 weer een lijst van inwoners. Proces boterpacht 1627-1630 wordt in een verweerschrift der Vriezenveners gezegd: Alsoo dat hun (vriezenveners) ofte nijmaals eenige bepalinge eyntlise ofte inde lengte, maar wel in de briette, na den tall der inwoonders daar doemaels zijnde gesett. Namen van inwoners van Almelervene in 1391/begin 1500 III,35/51

 

Jaarmarkten

29 oktober 1827, wintermarkt, dbJK IV,96, Meimarkt IV,110

IV,125 Wintermarkt; 6 mei 1829 Meimarkt V,11 (wordt hier kermis genoemd); verplaatsing markt zie db JK, V,11,12

28 oktober 1829 Wintermarkt dbJK, V,31; 1830 V,52 drukke meimarkt, de knecht en beide meiden zijn naar de kermis (wintermarkt), dbJK 28 oktokber 1830 V,74

 

Jachtwagen

Akte 11 april 1772, de jachtwagen en chaise, XIII,40

 

Jacht en jachtrechten

Verbod van de heer van Almelo om met roers (geweren) om te gaan en maatregelen tegen stropen. II,8,9

1723 de 25 augustus zijn door d ejagers van de graaf met name Jan Frederick Proulin en Johan Nicolaas Kemp aan deze kant de Coelenbeecke in de heerlijkheid van Almelo en Vriezenveren aan 2 jagers van de heer van Enschede genaamd Berend Ebinck en Jurrien Leujers de snaphanen ontnomen en zij in persoon gearresteert en alhier op het Vriezenveen gebrachtom reden dat zij daar hadden gejaagd, zijn HG Evers voornoemd casueel hier gekomen zijnde onder het behoud van de beide snaphanen (geweren) de voornoemde jagers voor ditmaal heeft gepardonneerd uit oorzaak dat eerstgenoemde jager voorgaf dat niet langer als 3 dagen bij de heer van Enschede hadden gewoond en dien volgens de grenzen van voornoemde heerlijkheid aan hem niet bekend waren, met verdere aanzegging dat wanneer zij weer in de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen te vinden waren  tot afschrifk van anderen met de kaek zouden worden gestraft, XXIII,31

 

Jansen & Tilanus

Zie schrift nr 3, staan op pg 22 enige bijzonderheden over de firma Jansen & Tilanus

 

Joden

Isaac Nathan heeft jodendochtertje, db JK IV,22,97, V,16,75

Akte 16 april 1791…het halve huis daar de Jood in woont, XV,19

23 april 1781 verzoekt Borgert Nathans Joode en Coopman op ’t Vriezenveen en aldaar geboren aan de heer van Almelo en Vriezenveen om met een nicht van hem in Amterdam woonachtig in de echt te treden, dit wordt toegestaan, XV,32

21 juli 1763 doet de Jood Mozes Jacob pondinge aan de roerende goederen van Nathan Samuel alhier XXIV,139

8 maart 1783 doet Brochart Nathans pondinge op de roerende goederen en gewassen van Berendiena Hulshoff, weduwe van Jan Leenders wegens winkelwaren ad f 31,-- en 14 stuivers., XXV,59

18 maart 1786 Benjamin Nathans doet pondinge aan de roerende goederen van Gerrit Hagedoorn en diens huisvrouw wegens f 178,-- 12 stuiver en 2 penningen wegens gehaalde winkelwaren, XXV,68

19 mei 1787 Gerrit ten Cate van Hengelo doet pondinge aan ale de gerede goederen van Abraham Levy wegens f 34,-- schuld voor beleverde Bombazijde XXV,82

8 november 1787 koopt Borghard Nathans voor f 622,-- het huis van de weduwe van Albert Costers bewoond door Lucas Fronten en Hendrik Bramer, XXV,83

3 februari 1799 procureur Jan Dikkers namens Salomon Davids joodsche koopman te Deventer contra Nathan Izak eis tot betaling van f 19,-- 12 stuiver en 8 penning. XXV,101

20 juli 1799 Lvie Liefman zegt te hebben geleend of in bewaring gegeven aan Abraham Levi 35 ducaten in goud, 28 gulden en nog 13 gulden in zilvergeld, eis tot teurgbetaling XXV,106.

28 maart 1806 Borgert Nathans en zijn huisvrouw Berendina Markus Blog zijn schuldig aan Salomon Davids en zijn huisvrouw Bet Jesoph Hertz wonende te Almelo wegens winkelwaren als manufacturen etc f 659,-- en 10 stuiver wegens geleende gelden ad f 303,--. XXVI,15

7 oktober 1806 gerichtelijke verkopingen van vaste goederen van Birgert Nathans en huisvrouw XXVI,1715 september 1808 Markus Levy koopman en huisvrouw Clara Lorhaupten, XXVI,25, 2e van de zomermaand 1810 Abraham Levy koopman in winkelwaren en vlees, verkoper in Vriezenveen en als zodanig gepatenteerd blijkens akte van patent door de plaatsvervangend schout de 16e van de lentemaand 1810 afgegeven volgnr 62, heeft wegens in 1806 t/m 1808 geleverde winkelwaren en vlees aan wijlen Jan Jansen in Vriezenveen doch enige tijd geleden buitenlands overleden, te vorderen f 51,-- en 14 stuiver, XXVI,34

 

Jufferenhaver

Juffererenhaver te betalen door sommige Vriezenveense erven aan de hervormde kerk in almelo, II,46

1828 dbJK, IV,101, jufferenhaver betaald

akte 28 augustus 1719, jufferenhaver IX,12

akte 19 februari 1724  en een schepel jufferenhaver Vicarie, IX,25

de landerijen van Berend Berends zijn bezwaard o.a. met  aan de jongste predikant te Almelo jufferenhaver 3 spint, een spint ook aan huize Almelo XVII,37

27 april 1720, ds Liens als bediende van zijn zwager dominee Henr. Revius geeft over een handschrift van 2 februari 1720 waarbij zijne eerwaarde heeft verkocht de jufferenhaver op Vriezenveen vervallen op Martini 1719 aan gerrit Bartelinck, Jan henrix van olde en Luicas Harms zijnde 27 mud en het schepel voor 14 stuiver en 8 penningen bedragende alzo in geld een som van 78 gulden 6 stuivers, de betaling etc. XXII,79.

14 februari 1801, procureur DJ Lamberts namens ds OH Swam zegt dat op Vriezenveen algemeen bekend is dat een zeer groot aantal erven en landen alhier bezwaard zijn met een uitgang van een zekere maat koren, sommige in rogge, anderen in haver bekend onder de naam van jufferenhaver sinds ondenkelijke jaren te betalen aan de jongste of tweede predikant van de gereformeerde gemeente te Almelo. Dat Egbert Esse van zijn erve jaarlijks moet betalen 2 spint haver die hij jaarlijks tot Martini 1794 heeft betaald. Wegens de revolutie meende hij deze niet meer te moeten betalen; eenzelfde aanklacht wordt ingediend tegen harmannus Boeschen jaarlijks 4 spint haver Jannes Boeschen jaarlijks 2 spint, Jannes Braemer alias Kieftenboer 4 spint, XXV,117,118

op 28 februari 1801mwordt een vordering ignesteld tegen Berend hoff, 4 spint haver jaarlijks.

Harmen Fik 2 spint jaarlijks, hendrik Koster 4 spint jaarlijks.

II,46, de hervormde kerk van Almelo telde onder haar inkomsten een reeks uitgangen onder de naam jufferenhaver waaronder haver, rogge en boter verschijnende op 11 november op te brengen door eigenaren van landerijen te Vriezenveen. In de 18e eeuw moesten 297 Vriezenveense landeigenaren tezamen opbrengen aan jufferenhaver 115 schepel rogge, 19 schepel boekweit en 59 ¾ poden (oud gewicht) boter, bovendien droegen acht eigenaren nog 60 pond boter in de jufferenhaver bij. Grzw II,151.

De jufferenhaver van Vriezenveen moest 11 november (St Martini) betaald worden aan de kerk te Almelo. Zij werd opgebracht door 297 personen en bedroeeg 115 schepel rogge en 19 schepel boekweit. Deze brachten op in 1819 f 232,-- en 12 stuiver, 1820 f 158,-- en 1 stuiver, 1821 f 259,-- in 1822 f 68,16 stuiver, 1823 f 91,-- 10 stuiver 8 penningen Grzw II,151

 

Kanaal

In de zitting van 6 december 1849 namen de provinciale staten het besluit tot het aanleggen van de Overijsselse kanalen. In 1851 werd begonnen met de aanleg van het kanaal Almelo-Zwolle.

Dit werd geopend 12 juni 1855, schrift nr 3 pagina 23.

 

Kapoenen

Akte 31 mei 1793, belooft Mannes Tijhoff en huisvrouw Kunnegien Hendriks drie gulden en twee capoenen jaarlijks te betalen aan Jan Engbers voor de aan dezen schuldig zijnde f 300,--, XV,31

 

Karmismaal

Gemeenterekening 1731, voor ’t karmismaal somme f 115,--

Gemeenterekening 1732, voor ’t karmismaal f 136,--

Gemeenterekening 1733 idem.

17 april 1753 zeggen Ridderschap en Steden dat de verteringen op jagt, visserij en kermismaal ten laste van de gemeente niet zullen mogen gaan boven f 50,--, II,6

 

Kerk, kerkheren, priesters, predikanten, kerkmeesters en zestienen

Kerkmeisteren und sestiene tot eenetwintig, VII,28

7 november 1698 testament van ds Hermannus de Lespierre, pastor alhier en Wilhelmina Elisabeth van Hoeven, VII,36a.

akte 4 april 1726, de predikant Jann Henrick Mann. Gemeente en kerkeraad in conflict met ds Gallois, zie kaartje Gallois.

Voor Grevinckhoff zie ook I,60,61.

1435 Roelof Beggher, III,8

1422 Priester Roelof Begher III,14

1424/1425 priester Roelof Begher III,16

1493, Johannes Gherlichs priester en vicaris op Almerlerveen III,30II

1826, waren kerkvoogden, zie dbJK, IV,63

I,17/23 lijst van predikanten hervormde gemeente

I,30/34 pastoors

I,34 links godsdienstonderwijzers

Op de 29ste van de slachtmaand 1801 werd het nieuwe kerkgebouw te Vriezenveen ingewijd, de commissie voor de bouw werd gevormd door ds JH van Laar, Claas Kruijs, Jan Costers, Jan Bramer, Berend Schipper, Wicher Jansen, Derk Jansen, Jan Engberts, Jan Prinsen. Een gedicht ter gelegenheid van deze gebeurtenis bevind zich in Groot Zwart II,36

III,59, Almelerveen ging vroeger te kerk in Almelo en het was daarom 1 gericht. Almelerveen, later Vriezenveen (St Antonius), een dochter van Almelo komt als kerspel het eerst voor in 1458 St Marien Magdalenen, Overijssels Tijdrekenkundig Register IV,91

1458, St Marien Magdalenen

Egbert Luyenszoon, gezworen rechter op Almelerveen, betuigt dat heet Wijbrand Zangstoke, kerkheer op Almelerveen met Frederik Gherdeszoon, Berend Hermenszoon, Johan Pauwels en Hendrik Pauls, kerkmeesters aldaar, ten overstaan van hem en zijn keurnoten hebben bekend, met toestemming van het gemene kerspel van Almelerveen etc.

Roelof Begher, 1435/1437, III,8,9

Wijbrant Zangstoke, 1458, III,9

1413 Roelof Begher pastoor in Vresenvene, III,13

1424 Johan van Wederden priester, neef van Roelof, III,16

1493 Johannes Gherlichs priester en vicaris op Almelervene. In het tijdrekenkundig register van Overijssel deel II wordt in een oorkonde van 1413 (2 mei) onder de getuigen genoemd heer Roelof Becker pastoor in Vresenvene (blz 206). Zijn naam volgt dadelijk op die van de pastoor in Almelo, dr Aris (Asis)

1486 profesta urbani papae

heer Joan de Wycke, vicaris van het altaar van het heilige Kruis der parochiekerk op Almelerveen

proces boterpacht (1630)…de Vriezenveners zeggen onder meer dat de boeren de grond niet begeerd zouden hebben als hun geen grote privilegien waren geschonken, o.m………..als dat zij zelf een richter en pastoor zouden mogen kiezen en het derde part in de breucken genieten

17 juli 1723 Dr. Dull namens de weduwe van wijlen predikant Reinier van de Poel, jaarlijks is competerende 100 carolusguldens te betalen uit de gerede inkomsten van de pastorie van Vriezenveen haar resteert nog het volle jaar dat Martiny 1722 is verschenen mitsgaders het tegenwoordige lopende jaar en het te duchten is dat hij deze conjuncture van tijden de weduwe Liens wel….zoude hebben om betaling te erlangen zo is zij genoodzaakt pondinge te doen aan de pachten die Jan Prinsen, Klooster Berend en Egbert Hinrixen mitsgaders geen der andere huurders van de pastorielanden aan ds van der Poel nog mochten schuldig zijn, (warrig verhaal) XXIII,38.

16 februari 1726 zijn kerkmeesters Jan Jansen Prinsen, Jan Luicas, Arend Waanders, Engbert Jansen

1 september 1751 zijn tot zestienen op Vriezenveen aangesteld in het Oosteinde Berent Berkhoff, Frerick Smelt, Hendrik Jansen Coster, Harmen Klaessen, Albert Santboer, Gerryt Berends Winter, Roeloff Gerrits, Jan Berens Tutertjen. In het Westeinde Jan Lucas Hols, Jan Jansen Minne, Koert Harmsen, Pieter Willem Harwig, Garryt Freriks, Roeloff Wychers, Willem Jansen Heer, Berent Gerrits Creemer, XXIV,128

Dit gebeurde door de broerder van de heer van Almelo, de graaf van Rechteren, Heere van ’t Laar op diens machtiging, zie pag. 128 XXIV.

Wolterus Wiggers geboren te Vriezenveen was pastoor te Deventer, overleed in 1673, oudheden en gestichten Bisdom van Deventer, I,177

Johannes Bramer geboren te Vriezenveen 22 december 1768 werd in 1801 pastoor te Goor, in 1805 te Borne, tot op 27 april 1833. Zijn moeder was een zuster van pastoor Meijer te Geesteren. Voor hij te Borne kwam was hij kapelaan geweest te Geesteren bij zijn oom pastoor Meijer aldaar, dan te Delden en vervolgens pastoor te Wegdam en Goor. Pastoor Bramer is niet alleen een uitstekend herder voor Borne geweest maar ook in de wijde omtrek oefende hij veel invloed uit. Hij beminde de studie en muntte uit niet alleen in theologie maar ook in de Heilige Schrift en de kerkvaders waardoor hij vraagbaak van veel van zijn ambtgenoten werd. Hij werd begraven aan de voet van het kruis op het door hem in 1827 aangelegede kerkhof. Roring I,22

Onder pastoor Johannes Bramer werd een kerk en parochie te Wegdam en een kapel te Goor gebouwd welke beide hij bediende, XXIV,80. Pastoor Bramer was schrijver van:

  1. Martinus Luther ten onrechte als kierkhervormer
  2. de RK kerk verdedigd tegen dominee Scholten, 1818
  3. handhaving van de waarheid etc tegen dominee Scholten, 2 delen
  4. ketterij der Jansenisten

Hij studeerde in Rheine, Munster en Roermond, werd daar op 2 juni 1792 tot priester gewijd, I,13

I,17/23 predikanten van Vriezenveen met verschillende bijzonderheden

I,30/34 RK geestelijken met vermelding van bijzonderheden ook over de reformatie in Vriezenveen begin 17e eeuw.

In 1395 komt Vriezenveen op de kerkenlijst der Domfabriek , kerkelijke…van het bisdom Utrecht, deel I,90, I,30 links.

Bijzonderheden over Johannes Schuren pastoor te Vriezenveen die na de Reformatie de RK kerk van Vriezenveen diende. Hij werd in 1673 door Staatse troepen opgelicht en te Coevorden gevangen gehouden. Bernhard van Galen bezorgde hem zijn vrijheid doordat hij A van Laar, dominee te Ootmarsum met dr Franken ook predikant te Ootmarsum die op Twikkel gevangen zaten, losliet. I,31.

Hollandse predikanten te Moskou, zie I,53.

Enige bijzonderheden over pastoor Wilhelmus Grevinckhoff, I,60,61 (links).

9 juni 1798…de kerkmeesters en zestienen van Vriezenveen wei plaats thans bekleed de municipaliteit aldaar, XXV,95.

19 april 1806, de kerkmeesters van Vriezenveen worden aangesproken door de koopman Jan Kruijs voor geleverde materialen ten behoeve van de reparatie van de pastorie, XXVI,13.

13e van de Louwmaand 1810 wordt de weduwe en erfgenamen van wijlen H Spijker door de kerkmeesters van Vriezenveen aangesproken voor f 50,-- als door dezelve wijlen H Spijker aangenomen zijnde tot de opbouw van de nieuwe kerk alhier te zullen betalen honderd guldens en daarop maar betaald hebbende 50 guldens, XXVI,31,32.

12e van de bloeimaand 1810, de tijdelijke kerkmeesters van Vriezenveen, geassisteerd met dr. WH van Rooyen als advocaat, contra de weduwe en erfgenamen van H Spijker zeggende dat in het jaar 1802 wanneer er op het Vriezenveen een nieuwe hervormde kerk moest worden gebouwd, men raadzaam heeft geoordeeld de penningen daarvoor bij wijze van inschrijving van de ingezetenen van Vriezenveen, in te zamelen, de predikant JH van Laar en berent Schipper zijn met de lijst gekomen ten huize van nu wijlen Hendrik Spijker, deze verzocht voor hem v00r honderd gulden te tekenen zoals ds Van laar dan ook in bijzijn van Spijker heeft gedaan en van Berend Schipper en zijn nu reeds overleden medeleden. De erfgenamen worden voor de resterende f 50,-- die nog niet zijn afgedragen, aangesproken XXVI,33.

18 oktober 1643…Johan Frijlinck predikant Vriezenveen, XXVII,14

7 januari 1677, Herman Everts Custos van Vriezenveen, XXIX,30

1408, vrijdag na St Ambrosius de bisschop en leraar. Simon van der Schulenborch en Effemia zijn echtgenote transporteren ten overstaan van Steven van Beele geheten Vlecke rigter te Rijssen en van keurnoten en gerichtslieden op de priester heer Rolof Begher of houder van deze brief met zijn toestemming het erf Roelsing in het kerspel Wederden onder het gericht Rijssen, als een door en door edel en vrij erve en goed. Tijdr. Reg. II pag 170.

Grijsboekje nr 1 54/59 vermelden verschillende kopp en verkopen van onroerende goederen van Roelof Begher, priester.

Gries boekje IV,4, Winoldus Bruins geboren te Deventer 1632 was predikant te Vriezenveen van 1658 tot 1659 in welk jaar hij overleed.

Grzwart II,9-23; besluiten van Ridderschap en Steden betreffende verschillende bepalingen de Reformatie betreffende. “Dat toen, dat is voor de Reformatie, de pastorie op het Vrieseveen niet gevaceert maar met een oud onvermogend priester bezwaart was, dien Grevinchovium niet konde als een adjunctus bijgevoegd worden ten ware de vrouwe van Almelo dien ouden pastoor Rumpelmannum door haar weledele autoriteit induceerde om iets van de pastorale profijten zijnen adjuncto te laten toekomen, so dat de acte eer en meer spreekt hoe vrouwe Agnes van Westerholt Grevinchovium voornoemd gevorderd heeft tot de benefitien als het kerkelijk offitium of bedieningen.

Het bovenstaande is ontleend aan een op 27 maart 1660 door de classicale vergadering te Deventer opgesteld antwoord aan de Staten van Overijssel op de deductie van de heer van Almelo, grzw II,13.

12 juli 1602, men zal schrijven aan de pastoren van Almelo, Vriezenveen en Borne uit naam van de synode dat zij zich vervoegen toekomende reise als men het avondmaal uit zal delen, hetzij tot Deventer of Oldenzaal, om aldaar belijdenisse te doen van de gereformeerde religie en volgens het sacrament des Heilig Avondmaals te ontvangen, zo zij zich weigerig opstellen zal men ze voor gecasseert houden. Dit is uit Aantekeningen uit de kerkeraadsvergaderingen van Deventer verschenen in archief van de geschiedenis van het Aartsbisdom Utrecht 1915 pagina 288, Grootzw II,13.

Op de classicale vergadering van Deventer van 10 en 11 oktober 1628 verklaarde Grevinckhovius dat “He fuhr dissem in papatu geordineert ende na den tidt van die Edele Vrouwe tot Almeloe nae Vresenvenne sei beropen ende nae het absterben van dem pastor aldaar voor de kerspaelluiden tot haren pastor angenommen”.

Aantekeningen uit de kerkeraad van Deventer verschenen in archief van de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht 1919, pag. 196, Grzw II,13.

De pastor van Vrijsenveen Wilhelmus Grevelinckhof heeft oock op zijn begeerte vier weecken erlangt sich verclarende in alles der gereformeerde religion tostendig te zijn, uthgenommen dat hij sich wilde na een maand in de communicatie des Heiligen Nachtmaels naerder verclaren.

Notulen classis Deventer vergaderd te Oldenzaal, 13 en 14 oktober 1601:

Also de frou van Almeloe, heft door twee van haar aen ons afgesante Edelluyden laten presenteren drie personen, omme van ons geexamineert en volgens legitime tot den miniterio toegelaten te worden te weten Johan Holtman, pastor in Almeloe, Wilhelmus Grevinckhoff tot ein pastore in Vresenvehne ende Joannes Niehof tot pastor te Wierden, is geresolveert dat deselve alhier te verschijnen, tesamen sullen geciteret worden.

Besluit van de kerkeraad te Deventer medegedeeld in Uit Overijssels Verleden, XXX door dr. Van Doorninck.

De pastor van Vriezenvene, Wilhelmus Grevelinckhof heeft ook op sijne begheerte vier weken erlangt sich verclarende in alles der gereformeerde religion tostendig te sijn uthgenommen dat hij sich wilde na een maent in de communicatie der Heiligen Nachtmaels naerder verklaren.

Notulen van de classis Deventer 13 en 14 oktober 1601 binnen Oldenzaal gehouden. Grzw II,14.

Op dezelfde pagina staat 30 maart 1618 verklaart Grevinckhof als getuige in een rechtszaak, ongeveer 60 jaar oud te zijn. Op dezelfde pagina (14) worden verschillende aan- en verkopen van erven door Roelof Begher priester te Vriezenveen in de jaren 1408-1415-1416-1417-1422, 1436 etc.

1458: Agebert Lugenszoon, richter op Almelerveen, verklaart dat heer Wijbrant Zangstake, kerkheer op Almelerveen met de kerkmeesters aldaar en met toestemming van het gemene Kerspel van Almelerveen, hebben verkocht aan de Eerzame Prior en het Convent van Galilea te Sipculo eene jaarrente van een mud rogge, tot hiertoe behoord hebbende aan de priesterlijke praebende van dien kerkheer, en gaande uit het erve en goed Johanninck in de buurtschap Hegzel. Dat daarop de kerkheer en kerkmeesters voornoemd, bij rade des gemeenen kerspels, ten behoeve dier praebende hebben gekocht een jaarrente van een mud rogge uit het erve en goed thans bewoond door Herman Gerdes op Almelerveen gelegen, Grzw II,19.

1486, Joan de Wyrke, Vicaris van het altaar van het Heilige Kruis der parochiekerk op Almelerveen.

1493, Heer Johan Gheerlichs Vicaris op Almelerveen, Grzw II,19

Grzw,20/22 staan verschillende bijzonderheden vermeld betreffende de kerk en vicarissen van Vriezenveen uit de Acta Visitationis Diocesis Daventriensis ab Aegidio de Monte Factae 1571, uitgegeven door de Vereniging tot Beoefening van Overijssels Recht en Geschiedenis.

Actum Vriesenveene den 16 november 1671 bekenne ick ondersv. Frerich Jansen glaesemaeker mits dersen geassigneerd te hebben de E. Gerrit Luxon Borger, coopman te Almelo om betalinge te mogen genieten van de respectieve kerkmeesteren van ’t Vriesen Veene van eene summa van een hondert vijffthien guldens, dito 115 carolusguldens wegens geleverde glasen, soo ick in de kercke van ’t Vriesen Veene gemaeckt en gelevert hebbe, ’t welck de voorschreven kerkmeesteren voor goede betalinge sal gevalideieren . Oirconde eygenhandige subscriptie, Actum VriesenVeene den 16 november 1671, Frerick Janssen, Glasemaeker, GrzwII,29.

17 november 1671, ick bekenne ondergeschreven ontvangen te hebben uit handen van de kerkmeesters de som van 39 carolusguldens, 12 ½ stuiver, dit in mindering van bovenstaande penningen. G Luxon, 1671, Grzw II,29.

Origineel van bovenstaande papieren in 1928 in het bezit van Jan Kruijs, Wassenaar.

Bijzonderheden over ds F Hopster geboren in 1842 in Vriezenveen, II,15.

Stukken betreffende de collecten voor de verbouw van de kerk 1800/1801

Grzw II, 31/35

17 maart 1819 schrijft schout Jan Kruijs over het onderhoud van de kerk en toren aan de Gouverneur van Overijssel. Hij zegt onder meer om de nodige fondsen voor het onderhoud te krijgen een groot gedeelte der zitplaatsen moest worden verhuurd. GrzwII,35a.

Gedicht bij de inwijding van het nieuwe kerkgebouw in Vriezenveen (1801), Grzw II,36.

De Vriezenveense kerk geeft jaarlijks een gulden en 8 stuiver op Martini, 11 november.

Boek nr 10 archief der Ned herv Gemeente te Almelo,aantekeningen van Mr GJ ter Kuile, Grzw II,151.

Toen in 18.. de kerkeraad van Vriezenveenwaarvan toen ook Bernats Kruijs en Bets Èèms lid waren, besloot om de gracht om het kerkhof bij de grote kerk gedeeltelijk te laten dempen en daar een ijzeren hek te plaatsen, ontstond tegen dit plan een sterke oppsitie waarvan de hoofden waren Jan de Groot en Gjötten Albert. A Bramer, deze liep des morgens om vijf uur al op het teerrein te roepen dat het niet gebeuren zou, IV,5. De Groot vond het een groot schandaal dat de sloot gedempt zou worden, als er dan een wagen over de straat ging zouden de doden zich in hun graf omkeren van ergernis.

DbJK, IV pagina 62-62. De kerkvoogden zijn de navolgende: Derk de Lange, president, Gerrit Engels secretaris, Derk Miskotte, Hendrikus Bramer, Jan Meijer. Notabelen: Lucas Jansen, Lucas Joost, Gerhardus Kruijs, Egbert Smelt, Gerhardus Drost, Gerhardus Oudendijk, …Coaster Harmse Oosteinde, Jan Teunis en nog een paar anderen. De heren kerkmeesteren moeten binnen 14 dagen aan kerkvoogden rekening doen en alle gelden, actien en credieten aan deselve overleveren.

Opgave van de bezittingen en inkomsten van de gereformeerde kerken in dit departement, 8ste van de hooimaand 1809.

Er wordt onder meer in gezegd dat de verpachting van de banken het laatste jaar slechts f 50,-- heeft opgebracht. De kerk heeft geen andere inkomsten dan de huur der banken en een geschenk van Zijne Koninklijke Majesteit van honderd gouden ducaten waarvan de renten voor de kerk en de armen komen, III,28,29.

Enige bijzonderheden over de eerste predikanten van Vriezenveen, ds Nolanus, ds Benthem, ds Vrijlinck, ds Bruins en om het collatierecht van de heer van Almelo en Vriezenveen, III,32,33,34,38,39.

1676, Henricus Arentsen predikant te Vriezenveen kreeg een supplement van f 250,-- uit Sibculo en Albergen bij resolutie van Ged. 24 december 1785.

In 1783 stelt Gerhardus Brouwer, predikant te Vriezenveen oud 73 jaar en in het 47ste jaar Gods kerke te hebben bediend, een request op waarin hij zegt scheurbuik te hebben waardoor zijn mond tandeloos is gewornden en het spreken hem moeilijk valt en een proponent moest worden aangesteld. Hij verzoekt om een traktement voor deze adjunct predikant, III,36,37.

III,39,40; weduwen van predikanten in Vriezenveen die pensioen krijgen.

Verschillende stukken betreffende de eerste jaren der reformatie en over maatregelen genomen tegen pastoors en schoolmeesters die de nieuwe religie niet waren toegedaan, III,51,52,53,56. Lijst van Kerkvoogden en notabelen over de jaren 1826,1843,1853,1866,1872, schrift nr 1 pagina 35 en 36.

Schrift nr 2 pag. 19/60 bevat verschillende publicaties brieven afkondigingen enz over een kwestie (1887-1890) tussen de kerkelijke ontvanger H Hoff en kerkvoogden en notabelen van de hervormde kerk van Vriezenveen. In 1887 worden als kerkvoogden genoemd Willem Bramer Hzn, Albertus Bernardus Aman, Gerrit Wessels, Jan Hendrik Smelt en Albertus Jaspers Faijer. Als notabelen Roelof jansen, Otto Roelofs, Hendrik Holland, Leonard Bernard Hospers, Johannes Eshuis, Barend Engbertus Engberts en Bernardus Dekker (schrift 2, 21 en 22)

Schrift nr 6: brieven uit St Petersburg van de familie Kruijs, Engberts en Cie.

14 maart 1802….aan de kassier Udink….alsmede een prima wissel groot R 856. Dit is geld dat hier gecollecteerd is voor de kerk van Vriezenveen, pagina 9 schrift 6.

Zwart boek III,5 verslagen en mededelingen Overijssel Recht en Geschiedenis, hoofdstuk 13 stuk VII over Willem Grevinckhof, pastoor te Vriezenveen door mr RE Hattink.

27 juni 1784 schrijft Jan Prinsen uit Vriezenveen aan zijn broer JH Prinsen te Straszburg dat de nieuwe dominee Swam vorige zondag zijn intrede heeft gedaan tot genoegen van alle toehoorders. Hij had tot tekst 2 Corr. 5:20 en wordt bevestigd door ds Kelder. De kerk was opgepropt (propvol) met volk zowel uit Vriezenveen , Almelo en omringende plaatsen, XVIII,60

 

Kerk, Rooms Katholieke

Gewijd aan de Heilige Antonius Abt uit hoofde van de stichting van Bernard Wisselink was de pastoor verplicht om eens in de maand op een zaterdag een ziele mis te lzen en vrijdags de mis van het Heilige Kruis te doen. In de parochiekerk waren 3 vikarien gesticht, de vikary van het Heilige kruis, de vilary van de heilige Antonius en de vikary van de Heilige Anna. De eerste was met twee missen ter week belast, de tweede met vier en de derde met drie. De heer van Almelo had het recht de vikarissen te benoemen, I,37

Extract uit het origineel berustende onder de koster JA Bont luidende zakelijk 1554 heeft Berend Wisselink gewezen vicaris van de kerk te Vriezenveen gegeven vier woeste akkers tot gebruik der dienaren van de kerk waarvan voor de koster vier gulden werd bedongen. Gelijk ook nog wel andere papieren rakende de kosterie in Vriezenveen onder gemelden JA Bonte zijn berustende, I,5.

Testament 24 september 1800, Janna Harberink maakt haar dochter Berendina Harberink tot universeel erfgenaam, zij moet aan de rooms katholieke pastoor in Tubbergen, de heer Bloemen, jaarlijks op Martini betalen 50 gulden, tien achtereenvolgende jaren. De pastoor moet van deze som jaarlijks  aan 4 met name genoemde personen f 3,-- per jaar betalen en het overige aan arme kloosters. Mocht Berendina ongetrouwd blijven dan aan Fenneken Schutte f 400,-- aan Janna Schutte 300 gulden, allen te Weerselo woonachtig, de rest van haar nalatenschap aan arme kloosters onder administratie van voormelde katholieke pastoor Bloemen in Tubbergen, XV,82

Oop de kerkenlijsten van de Dom Fabriek van 1395komt Vriesenveen voor (deze lijsten beginnen emt 1395), kerkelijke rechtspraak van het aartsbisdom Utrecht deel I, pag 90, I,2 (links)

DbJK IV,99 aanbesteding reparatie RK kerk en pastorie januari 1828, 15 januari 1798 legaat van Janna Harberink aan de RK kerk van f 50,--, XV,56

Akte 17 januari 1799, de voogden der kinderen van Gerrit Geerdink Lambertus Puever en Barthus Bramer namens zijn overleden vader Gerrit Bramer, hebben verkocht en dragen over aan die gemeente der Roomsgezinden van Vriezenveen het huis bewoont door wijlen Berend Boer met de brink en de bleek achter het bovenhek op het westerstuk, het hooiland achter de bouwgaarden ongeveer 3 wand, het hooiland op het oosterstuk ongeveer 4 wand, alles voor f 581,--, 15 stuiver en 8 penningen., XV,64

16 mei 1805, Gerrit Scheper en Jannes te Brugge als kerkmeesters van de RK kerk in Vriezenveen zeggen dat Johannes Brosschot een contract tot onderhoud van de pastoor aangegaan is en ondertekend heeft, dat hij daarna is komen te overlijden en dat vervolgens Jan Polhaar met zijn weduwe is getrouwd dat deze met het contract van zijn voorzaat genoegen heeft genomen, wat blijkt terwijl hij van de maand juli 1799 tot 1 november 1802 het verschuldigde heeft betaald. Jan Polhaar en vrouw hebben altijd de lusten en lasten der gemeente genoten. Brosschot had aangenomen elk jaar 4 gulden te betalen zoals ook Polhaar betaald heeft tot voor 3 jaar.

Verzocht hem tot betaling te veroordelen. Jan Polhaar zegt zich aan het bijgebracht accoord niet te houden en dienvolgens te zullen betalen naar eigen lust en welgevallen. Over 14 dagen zal worden gedecideerd; 30 november 1805 beslist het gericht XXVI,10 op advies van D. Dull dat Polhaar niet gebonden is door de belofte van Broschot, grzwII,11

Notulen Ridderschap en Steden, 19 april 1787. Goedgekeurd het rapport der commissie tot de kerkelijke zaken op het request van de Roomsen te Vriezenveen om hun kerkdienst in een huis aldaar te mogen verrichten grzwII,11

Resolutien van Ridderschap en Steden van 18,19 oktober 1785 over het bouwen van een Rooms kerk en over het oprichten van exercitiegenootschappen in de heerlijkheid Almelo, II,18

17 april 1787. ’t Rapport der commissie tot de kerkelijke zaken op het request der Roomsen te Vriezenveen om hun kerkdienst in een huis aldaar te mogen verrichten, IV,15

 

Kerk, gereformeerde

1829, 18 juni, gereformeerde gezindheid, bdJK, V,16

testament 14 juli 1800 van Hendrik ten Kate aan de gereformeerde kerk van Vriezenveen f 150,--, XV,80

 

Kerkboek of bijbel

Testament 11 april 1749….haar kerkboek met zilveren krappen X,41

Testament 13 januari 1759….haare bijbel met silveren beslag, XI,48

Testament 26 januari 1759….en de bijbel met silveren krappen XI,49

Akte 12 juli 1760….het kerkboek met silver beslag, XII,11

Akte 14 augustus 1764…. Zijn boek met zilveren beslag XII,42

Testament 4 november 1766 van Jannetje Jansen Nieboer…..aan haar broeder Gerrit desselfs zoontjen genaamt Jan een bijbel en testament met twee silverne crappen, ’t welk door haar erfgenamen, hiervooren genoemd, aan het voorseyde zoontjen van haar broeder Gerrit nieuw sal worden ingekogt en betaalt, so ras als hij hetselve zal kunnen gebruyken ende van nooden heeft. Voorts aan haar zuster Janna derselven dogtertien genaamd Jannetjen haar kerkboek sijnde een bijbel en testament; vervolgens van no 1 ……met silveren crappen so door haar testarice gebruikt is…..XIII,10

Testament 21 juni 1772 van Albert jansen op de Bruinehaar…..Jenneken Geerts krijgt zijn kerkboek met zilveren krappen, XIII,43

Testament 28 februari 1777….bijbel met beslag XIV,22

Testament 25 september 1782 van Gerrit Brouwer, Berend Johannes, Roelofdina en Geziena Fronten krijgenider een bijbel met zilveren beslag terwijl Berendina Brouwer een boek met silveren beslag krijgt, XIV,62

Testament 4 mei 1786 Otto Tijhoff en deszelfs huisvrouw Everdina Bramer maken elkander erfgenaam, het boek met de silverne krappen krijgt de zuster van testatrice.

Aaltjen Bramer XIV,80

Testament 12 juni 1802 van Johanna Witvoet huisvrouw van Hendrik Brouwer, Gerhardina Wiechers krijgt……het boek met zilveren krappen, XVI,17.

Akte 6 mei 1803…alsmede haar bijbel met zilveren sloten en haar kiste XVI,21

Testament 1 november 1804…Janna Konker weduwe van Mens Bennikes aan Lena Jonker haar bijbel met zilveren beslag enz.XVI,56

Testament 19 maart 1805….en een bijbel met zilveren sloten….XVI,57

Testament 24 juni 1805….de bijbel met zilveren beslag, XVI,57

Testament van de 2e van de bloeimaand 1810, Jannes Smelt….het boek met de zilveren krappen XVI,66

Akte 20 januari 1793….haar moeders bijbel met de zilveren krappen en…..XV,28

Akte 30 juni 1795 vermaakt Janna Berends ten Cate haar boek met zilver beslag aan Berend Hof, XV,47 27 februari 1773; vordert Claas Claassen uit de nalatenschap van zijn moeder onder meer de bijbel met zilveren krappen, XXV,10

 

Kerkespraken

Bezwaar over de afkondiging van publicatien enz. in de Hervormde Kerk te Vriezenveen na geeindigde godsdienstoefening. Daarover missive aan burgemeester en wethouders van Vriezenveen.

Archief Commissaris der koningin nr 1892 v 1859 rubriek Generale Zaken.

Proces heer van Almelo contra Vriezenveners…of afcondinge ter publijcke plaatsen nog bij openbare druck XIX,25

1699: Kerckespraecke gepubliceert 3 december 1699 door Joachim Adorlf Bonte….alsoo door de tegenswoordige aangroeyende armoede veel armen van buyten in die Heerlickheit komen etc…XX,10.

16 maart 1721, Adolph Bonthe Custos, Vriezenveen…deze kerckespraak vermeld het verbod om door de ingezetenen zelf acten van koop- en verkoop en boedelscheijding op te maken, XXII,98.

7 december 1726, gerichtelijke verkoop van vaste goederen van Gerrit harmsen Klijster afgekondigd in Kerckespraken in de drie naaste kerspels, XXIII,102

3 april 1751, procureur JW Harwig verzoekt een Kerkesprake te houden voor de afkondiging van de verkoping van de goederen van Jan en Jaspers ten Cate XXIV,125

26 januari 1754 wordt beslag gelegd op de bezittingen van Gerrit Albers , de Weiteboer. Deze is echter niet op Vriezenveen derhalve zal het arrest worden afgekondigd bij de 3 naaste kerspels kerken, XXIV,144.

12 december 1786, dr. Antonius Berends namens zijn principalen laat verkopen volgens kerkenspraken de vaste goederen van Jannes Tromp en zijn huisvrouw Johanna Vrielink, XXV,75.

Uit proces boterpacht 1630, hierin wordt onder meer gezegd over kerkespraken: Eerst omdat het ouide landrecht van Overijssel door het nieuwe gerenoveerde landrecht teniet gedaan zijnde evenwel het nieuwe landrecht dat de 12 maart 1630 door Ridderschap en Steden gemaakt is, nog niet was gepubliceerd en in notitie van de ingezetenen gekomen door enige offixie van placaat, noch bij aflossingen of afkondiging ter publieke plaatsen, noch bij openbare druck XIX,25.

In proces boterpacht (Wicher Nijkamp 1854) wordt gezegd onder meer: of die betaling niet jaarlijks geschiedde in de zomer in de maanden Juni of Juli nadat de daartoe bestemde dagen bij openbare afkondiging of kerkespraken waren bekend gemaakt III,25.

Schrift nr 2 pagina 19 kerkespraak over kwestie kerkelijk ontvanger H Hoff en de kerkeraad van de hervormde gemeente.

 

Kerkhof

IV,5 verzet tegen dempen van de gracht om de grote kerk en kerkhof.

Plas voor den Kerckhoff, VII,22 (plas is een openbare ruimte. Nu, in 1959, wordt nog gesproken van de plas als het voorterrein bij een fabriek bedoeld, H.J.)

Kruisen op het kerkhof te Vriezenveen, verslagen en mededelingen Overijssels Recht en Geschiedenis 1889,104, I,104

 

Kerksteeg

1822 IV,18, V,43

akte 24 januari 1722….westwaarts de kerksteege, IX,21II

1822 dbJK, III,77, IV,39

in de volgende akten wordt de Kerksteege genoemd

akte 14 januari 1729, IX,43

akte 13 juni 1750, X,45

akte 15 november 1776, XIV,17

akte 12 april 1799…wordt land verkocht westwaarts van de Kerksteege, beginnende van dezen Kerkweg bovenwaarts etc XV,66

10 oktober 1810 overeenkomst van de gemeente Vriezenveen met Gradus Vetker over het verbreden van de Kerksteeg (weg Vriezenveen-Almelo). Dit betreft de oostzijde van deze weg.

 

Kerkweg (de tegenwoordige dorpsstraat)

1823, dbJK, IV,33,49 25 februari, huis en gaarden aan dezen Kerkwegh, VIII,2

akte 31 januari 1725 Jan Bullechien verkoop een gaarden van den Kerkweg tot aan de olde huisstede, IX,28

akte 6 januari 1730…beginnende van den nieuwen kerkweg…IX,48

akte 28 januari 1767….an desen nieuwen Kerkweg XIII,12

akte 16 november 1775….beginnnende van den wegsloot van desen Kerkweg en eindigende boven tot aan het land van Herman Otten boer XIV,15

akte 19 juni 1786…een akker hooiland van dezen Kerkweg tot de Aa, XIV,81

 

Keuterplaats (keuterboer=kleine boer; keuterplaats=boerenbedrijf van geringe omvang)

Akte van 18 maart 1801, Lambert Letteboer en zijn vrouw Stientien Harms zijn f 500,-- schuldig aan Dr. J Lamberts te Almelo, zij geven in hypotheek hun keuterplaats op Hols Gerritsland, XVI,6.

Akte 2 januari 1800, wordt door de voogden der kinderen van wijlen Gerrit Jan Elshoff verkocht diens Keuterplaats bestaande in een huis met halve brink, de westkante onverscheiden met de weduwe  van Jan Hendriks Hoff met al de landerijen voor f 921,--, XV,72

VIII,4a: testament 1705 katerstede

Akte 26 april 1800 neemt Hendrikus Aalderink hypotheek op zijn keuterplaats de A genaamd, XV,76.

Akte 17 mei 1800 neemt Jannes Abbink hypotheek op zijn halve keuterplaats, XV,76

19 februari 1803 zegt B Gerritsen Smelt dat Jennigjen Jansen gezegd heeft dat hij een boer of hiusman zou zijn, wel heeft hij enige bouwerij aan de hand, maar daaruit volgt niet dat hij een kleine boer of keuter is. XXV,134

 

Kinkhoest

Kinderen overleden aan de kinkhoest, december 1822 IV,21

 

Klooster Almelo en Albergen

1479 overdracht van 9 mud goede klare winterrogge met jaarrente, zw III, 23.

1483 overdracht erve en getale goed van weduwe jonge Johan Pauels en kinderen van hun erf en gehele goed op Almelervene aan de prior en het convent van het reguliere klooster te Albergen, zw, III 24, I.

1482, overdracht van een geheel vrij en eigen goed op Almelervene, zw III, 24c.

1485 st Thomasavond, overdracht van 2 mud goede klare winterroge Almelermate apostoli op den prior en het convent van het reguliere klooster te Albergen uit hun 6 akkeren met alle oud en nieuw toebehoor op en dale te vene en te velde, zw III,25

1489, zaterdag na Petri, overdracht van vier mudden rogge etc, zw III, 28

Akte van 17 augustus 1721, …….gelegen onder het rentampt van Sipculo en Albergen, zw IX,21.

1442, verpachting halve hoeve land, zw III,33

1451, uitgang van 2 mud rogge van een halve hoeve op Almelerveen

1466, wordt klooster Albergen genoemd, zw III,18

1440, heeft Klaas Wederwillen in de gevangenis gezeten op de Arkenstein. Na zijn vrijlating heeft hij de belofte afgelegd om nimmermeer geweld of schade te zullen toebrengen aan het klooster Albergen of desselfs meijers, zw III,19.

1455. overdracht van een schepel goede klare winterrogge Almelosche maat, zw III,19

1478, overdracht van 10 mud goede klare winterrogge, Almelermate elken Petri te leveren in het klooster te Albergen te Almelo of te Wierden uit hun zeven akkeren etc zw III,21

Akte van 1492, zw III,12

1493, III,13

1466, III,18

1455, III,19

1479, III,22

1486, het erf en goed Jordaning in de marke van de Lutte onder het kerspel en gerigt van Oldenzaal door Roelof van Coevorden en Sophia sijne echtgenote overgedragen aan en prior en het reguliere klooster te Albergen, grijs I,60.

Egbert Ludenzoon, schout op Almelervene verklaart dat Herman ten Broeckhuys en Heyle diens vrouw aan den prior van het klooster (almelo) verkopen 6 schepel winterrogge, Almelermaat per jaar uit het land en de gehele weere waarop zij nu wonen, II,18.

17.3.1474, Egbert Ludenszoon, schout op Almelerveen verklaart dat Johan ter Wirike vicaris der kerk aldaar en Ledeken Pauelszn met Fenna diens vrouw aan het klooster te Almelo verkocht hebben 12 vrij akker gelegen tussen het viccarieland en Rutgher Schoemakersland en met het ene einde schietende aan de vrijen A en met het andere aan de ouden weg etc II,19,20.

VIII,8, bestemming gelden van land behorende aan dit klooster, resolutie ridderschap en steden (deventer 8 november 1700).

Akte van 17.08.1721….. gelegen onder het rentampt van Sibculo en Albergen, IX,21.

 

Koeweide

Akte 9 maart 1717, koeweijde in het land van olde Jan Klaassen, IX,1

Akte 2 september 1720, 6 koeweiden IX,18

Akte 20 september 1720…en een halve koeweijde

Akte 3 augustus 1723…en 5 koeweijden, IX,25

Akte 12 juli 1725…nevens 3 koeweijden  IX,29

Akte 15 januari 1728, eene koeweijde op Roelof Smitsland, IX,42,44

Akte 26 november 1743…4 koeweijden, X,20

Akte 11 augustus 1744…3 koeweijden, X,24

Ook in latere akten komen nog steeds koeweiden voor.

In proces boterpacht tussen de heer van Almelo en de Vriezenveners (1627) wordt gezegd dat een volle hoeve (16 akker) gerekend wordt tegen 32 koeweiden, XVIII,90.

 

Koffiebonen

Testament 26 januari 1759… aan Beerent Claassen hetgene zij wegens coffyboonen aan hem verschuldigt is…XI,49

1794, 25 november; voor 30 pond koffie voor Z. Ed. (Zijne Edele) de import betaald 2 gulden 5 stuiver, XXV,64

 

Kommiezen

1823, dbJK, IV,24,31

schrift nr 4, brief van Jan Kruijs 13 januari 1817 pagina 47… de commiesen ten getale van tien zijn allen nog hier. Men hoort er niet van dat ze iets uitvoeren. Het is lastig met dat alles daar men niets mag ontvangen of verzenden voor dat men hen kennis daarvan heeft gegeven.

 

Koningsjager (grensjager)

IV,15, ree gevangen op de bruinehaar, door de koningsjager naar Almelo getransporteerd.

DbJK, IV,45 Majoor grensjager Frederik Menge

DbJK, III,71

IV,15, 18 juni 1822…sedert enige tijd veel visch gevangen ofschoon den Koningsjager daartegen wel sterk in de wacht is….

 

Koopakten

Akte 8 maart 1771…verkoopt Jan Hendrik Prinsen zijn halve huis en zijn land aan zijn zuster Jenneken Prinsen voor 450 carolusguldens en aan haar eheman (echtgenoot) Jan Schipper, benevens de inboedel des huizes voor 400 gulden, hierbij is bedongen dat verkoper in het huis zal hebben……..een stede bij den heert, licht en brandvrij, een bekwame slaapplaats, zoveel plaats in het huis om zijn gerakheden tekunnen plaatsen , voorts heeft hij uit de inboedel bedongen een koekiste, den middelsten ketel een half dozijn hemden, een bed met toebehoor en 4 tinnen telders (borden) XIII,36.

Akte 13 januari 1750…Jenneken Henriks, weduwe van Jan Wilms heeft verkocht en draagt over haar huis met gaarden met de melkspinde en de oven en het huisje en de ?  X,43A.

Akte 8 januari 1767, de voogden van de minderjarige kinderen van Jan Geerts Toeter en wijlen deszelfs huisvrouw Jenneken Boeschen dragen over het halve huis thans bewoond door Jan Geerts Toeter met de halve gaarden etc. mits conditie zullen dd twee ongetrouwde kinderen met name Hendrik en Hendericus in het voorseyde halve huis behouden so lange zij ongetrout zijn een steede bij den heert, ligt en brandvrij, een bequame slaapplaetse en ook plaetse om haar gerakheden te plaatsen ziek of zugtig wordende, goede handreykinge te doen, XIII,11

Akte 28 februari 1778, Griettien Hinderix verkoopt haar huis en landerijen aan Coert Willemsen….verkooperse zal levenslang van den gaarden mogen gebbruiken 20 tred van voren aan daar den omgelegden grond is, verder de kaamer so aan de oostkante vooruyt steekt en dat so verre hen buyten als het eerste gebind gaat, de verkoperse zal deselve doen onderhouden so lange zij daar is en de duer zal zij moeten maken dat zij daar van buyten uyt en in gaen kan. XIV,26 verder dezelfde akte op 27… voor haar verkoperse jaerlix en alle jaeren daarop graeven en door den koper droog maken 6 goede voers bonte turf en op het bouw kan de verkoperse van het jaar 1777 een half want bepooten of besayen en langer niet. Voorts is bedongen dat de cooper eenmaal in het jaar aan de verkoperse zoveel stroo zal doen als zij in het bedde of legerstede van node heeft.

Hypotheekakte 26 juli 1768….Geertje Jansen Braemer weduwe van Lenart Wolters geeft onder hypotheek haar inboedel. Er wordt een specificatie hiervan gegeven, XIII,21.

Akte 14 mei 1779, verkoopt Henderina Jansen de jonge haar huyskamer met schuur etc en den halven oven en het halve huisjes daarboven enz. VIII,30

Akte 10 april 1782 Janna ten Cate weduwe van Roelof jansen verkoopt haar huys met den gaarden daaragter gelegen met geen der minste lasten ingevolge de daarvan aloude opgerigte Coopbrieff in dato 11 december 1661 aan Hendrik ten Caate voor f 650,--, XIV,60

Akte 3 september 1757 van Egbert Harms XI,38,39

Schuldbekentenis van Gerrit Rengeling en zijn huisvrouw Hendrika Albers zijn schuldig aan Jan Gerrits en huisvrouw Klasina Jansen Does f 250,--, 3 ½ % en alle jaar twee jonge hoenders.

26 december 1807, akte van taxatie opgemaakt door hendrik Bartelink taxateur te Almelo te verzoeke van de weduwe Evertman, huis, erve en schuur met 3 ½ akkeren lands opgaans met houtgewas uitgezonderd de 2 wanden bouwland van Jan Schoenmaker, f 500,--.

De inboedel f 99,--

4 dag werk hooiland op Busschersland f 50,--

een hoekjen ….land op Scholsland groot een wand f 20,--

XVI,83

2 maart 1808 verkopen Frerik Harms Fik en huisvrouw Jennegien Boeschen hun huys staande op de pastorie van de gereformeerde kerk alhier te Vriezenveen en zulks met zijn regten en geregtigheden lust en lasten en bezwaren welke daarop liggen en o.a. dat den koper niets zal vermogen en gepermitteerd zijn om het voorzeide huys af te breken of te verplaatsen en voorts denzelven verpligt is ider jaar van den grond waarop het huis staat op Martinidag aan de tijdelijke predikant der gereformeerde gemeente alhier te betalen 3 gulden en 4 stuiver emn vervolgens alles en zoodanig als zij comparanten het voorzeide huis op den 2 juli 1793 van de voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Luicas de Vries en jenneken Coers echtelieden hebben aangekogt, XVI,84

nootgerigte 17 july 1725:

Conditien van de verkoop van de desolate boedel van Evert Harmsen Coster en Aaltien Geerts, eheluiden, het huys met het gaardentien daaragter met conditie dat Evert Harmsen Coster en zijn huisvrouw den tijt haars levens in het huis zullen hebben een plaats bij den haart, ligt en brandvrij en een bequaame slaapplaatse alsmede een gaarden in de landerijen van de weduwe van Jan Luierinks gelegen op de huysstede nog 600 treden bouwland in het Nieuw en gewas daarop staande zal verkogt worden bij 200 treeden tegens malkanderen gelegen in de landerijen van Jan Hendriks Schoemaker, XXIII,73

 

Kooplieden

16 april 1700 Jan hendrik Olde, koopman VIII,20

11 april 1710, gehaalde winkelwaren van Claas Cruijs, VIII,29

akte 20 januari 1717 Berebd Bartels coopman VIII,49 en IX,1

akte 11 augustus 1718 Jan Henrixen Post ingezetene en coopman alhier, IX,8

akte 16 november 1718 Harmen Harmsen Dekker vermaakt de zaadboeken aan zijn broer IX,9

akte 13 augustus 1728 Jan Henrix van Olde, handelaar in varkens IX,42

akte 1 oktober 1740 Derk Jansen Hols en zijn vrouw zijn schuldig aan de kinderen van wijlen Pouwel van der Aa 82 carolusguldens en 11 stuivers wegens verstrekte penningen en gehaalde winkelwaren, X,7

6 juli 1705 Henrikje Freriks verzoekt te kunnen beschikken over haar boedel omdat haar man sinds een jaar is geabsenteerd, VIII,13

11 juli 1705 Hendrickjen Freriks huisvrouw van Jan Telgenkamp verklaart dat haar man langdurig absent si en zij niet weet waar deze zich ophoudt, VIII,13a.

akte 8 maart 1723….Bernardus Smelt, coopman tot Deventer (koopman in Deventer), IX,23

8 maart 1723…Jan Smelt, koopman in Rotterdam en Deventer, IX,24

12 september 1725…Berent Otten Koes schuldig wegens gekocht en geleverd linnen 125 carolusguldens IX,31

akte 24 februari 127…wijlen Henrick Jansen Hinnenveldt 877 carolusguldens 18 struiver schuldig aan Thomas Kosters en Jan ten Kaette Henrikzoon tot Almelo wegens verkochte en geleverde linnens. De erfgenamen worden hiervoor aangesproken, IX,38

11 november 1741 Geertje Berens weduwe van wijlen Jan Broertjen enz is schuoldig aan Oothmar ten Cate, koopman te Almelo, 231 carolusguldens en 15 stuiver en aan Egbert Costers 150 carolusguldens en aan Gerrit Cisters 55 carolusguldens en 7 stuiver wegens geleverde linnens.

18 oktober 1742…Hendrik Jansen Scheeper is schuldig aan Gerrit Costers, koopman te Almelo, 200 carolusguldens, X,15

akte van 2 januari 1743 Jan Harmsen Schoemaker schuldig wegens gekochte linnens aan Ootmar ten Cate 298 carolusguldens, 13 stuivers, X,16

akte van 3 januari 1743 Jan Willemsen schuldig aan Egbert Coster, Ootmar ten Cate, Gerrit Coster en zoon en Gerrit Costers Egberszoon, X,16

akte 30 januari 1743 Berent Gerritsen schuldig wegens gekochte linnens aan…..X,17

akte 19 mei 1743….Otto Jansen schuldig wegens gekochte linnens, X,18

akte 9 november 1743 Grietjen te Cate weduwe van Hendrik Hoek schuldig aan….enz X,19

akte 7 december 1744 Jan Gerrits Schuurman schuldig wegens gekochte linnens, X,26

akte 27 maart 1745….Berent Berentsen Hollander schuldig wegens gekochte en geleverde linnens aan….X,27

akte 21 juni 1749 Hendrikjen Jansen Busschen alias Timmer, weduwe van Albert Berkhoff schuldig aan….Gerrit Costers, koopman te Almelo wegens gekochte en geleverde linnens, X,42

XI,14…Jasper Braamer zijn beide zoons Jan en Johannes zijn volgens akte 3 januari 1756 toen in Lissabon.

Akte 10 december 1757, Berent Gerrits schuldig wegens gekochte linnens aan Jan en Lambertus ten Caete….XI,39

Akte 21 april 1758, Jan Feyer en zijn vrouw Janna Jansen nemen hypotheek op huis en landerijen van 510 guldens en vier stuivers wegens gekochte linnens van Jan ten Cate, Egbert, Gerrit en Jan Harmen Coster…XI,41

Akte 5 mei 1759…Hendrikus Arens schuldig wegens gekocht linnen…XIII,2,3

7 juni 1761 Jan Fayer neemt hypotheek op zijn huis en landerijen, 3500 carolusguldens, wegens schulden aan Almelose fabrikeurs, XII,17.

Akte 25 september 1761…wijlen Harmen Kosters….is schuldig aan 4 met name genoemde Almelose fabrikeurs te samen f 4865,--, 8 stuiver en 8 penningen voor gekocht linnen, XII,28

Akte 26 september 1761 Jan van Aken…verklaart schuldig te zijn aan Gerrit Hagedoorn, koopman te Almelo 270 carolusguldens wegens geleverde winkelwaren

Akte 22 maart 1672 Leenart Wolters wegens gekochte linnens schuldgi aan Gerijt Kosters, Thomas ten Cate en Gerrit kosters, f 3067,-- en 2 stuivers, XII,23

Akte 14 juni 1763…Waander Wichers geeft huis en landerijen onder hypotheek wegens schulden aan Almelose fabrikeurs, XII,30

Akte 17 oktober 1766…JanHendrik Prinsen verklaart schuldig te zijn aan Jan ten Cate wegens geleverd linnen XIII,9

Akte 20 oktober 1769 Gerrit Luicas Hols schuldig aan Gerrit Koster koopman te Almelo, 230 carolusguldens herkomende van gekochte en geleverde linnens, XIII,28

Akte 16 februari 1773…Koert Heydeman is schuldig aan Claas Cruijs wegens restante penningen van de West Indische reis…XIII,49.

Akte 20 september 1773…Jan Wolterus Bouman en zijn huisvrouw schuldig aan Berent Hagedoorn en zijn huisvrouw Christina Roos wonnende binnen Almelo voor geleverde winkelwaren 320 gulden en 15 stuivers, zij geven hun huis en landerijen onder hypotheek

Akte 14 juni 1774 Jannes Berents en zijn huisverouw Dina Willemsen Veneman zijn schuldig aa Lambertus ten Cate M’zoon 750 carolusguldens wegens gekochte linnen. XIV,8

Akte 29 september 1718 worden de zaadboeken genoemd van Harmen Harmens Dekker, IV,9

Akte 24 september 1776 Gerrit Geerdink is schuldgi aan Egbert Hufkes te Almelo wegens gekochte linnens, XIV,18

Akte 28 december 1776 Gerrit Geerdink is schuldig 70 carolusguldens aan Jan Boerman wegens gehaalde winkelwaren, XIV,20

Akte 22 april 1777 Falina Raphuis is schuldig aan Andries ten Cate, koopman te Almelo f 470,-- wegens gekochte en geleverde linnens. Deze schuld wordt overgenomen door Luicas de Vries en diens huisvrouw Jenneken Jansen Hollander, XIV,22

Akte 7 juni 1777 Engbert Lucas Hospers is schuldig aan Gerrit Coster Gerritzn, koopman tot Almelo,

f 251,-- aan Egbert Coster f 227,-- en aan GH Coster, f 322,-- wegens geleverde linnens, XIV,23

akte 7 juli 1781 Jan Brouwer en zjin huisvrouw Lugerdiena Brouwer zijn schuldig wegens gekochte linnens aan Egbert Coster, koopman te Almelo f 300,-- en aan Jan Olyslager te Amsterdam wegens geleende penningen f 439,--, zij geven hun huis en landerijen onder hypotheek, XIV,57.

Akte 27 juni 1783, Berend Boerman is schuldig aan Jan Jansen f 243,-- en 10 stuivers wegens gekochte en geleverde hoffsaadinge, XIV,66

Akte 3 juli 1783…de koppman Jan Engberts, XIV,74

Akte 7 juli 178(5?) Jan Brouwer is schuldig aan de weduwe van Johannes Oldenkate te Amterdam voor geleverde linnens, 310 carolusguldens…Hendrik Evertman neemt dit over tegen een hypotheek op het huis van J Brouwer XIV,76

Akte 5 januari 1786, Hendrik Timmerman is schuldig f 600,-- aan Abraham Kanterman voor gekochte Hoffzaden, XIV,80

Akte 21 juni 1806 Borgert Nathan en zijn vrouw Berendina Markus zijn schuldig aan Friedrich Mahler en M Brucken te Noorthorn, aan eerstgenoemde f 1168,-- en aan de laatste f 414,-- wegens op diverse tijden geleverde koopmansgoederen XVI,38

7 april 1799, Albert Harms is schuldig aan weduwe E Middelburg te … f 343,-- restant van een rekening om raapkoeken, zout, traan, coffie, gepelde garst en zeep geleverd 5 november 1792, XVII,39

1806 Friedrich Muhler Norhorn spreek Marcus en Abraham Levi aan voor f 857,-- wegens gekocht laken, sergien en ???, XVII,51

1808…Jan Schipper die in leven een aanmerkelijke koopman hier is geweest en een gegoed en zeer fatsoenlijk burger, XVII,52

1 juni 1730…Jan Henriksen Post, koopman te Vriezenveen, XVII,61

24 mei 1790, Borchard Nathans en vrouwe Berendina Marcus zijn schuldig aan Salomon Abrahams te Almelo wegens geleverde manufacturen en lijnwaten (lijnwaden) f 391,--, XV,13

akte 25 september 1796, Jan Schoemaker en huisvrouw Johanna de Vries alsmede de moeder van Jan Schoemaker Stientjen Harwig weduwe van Hendrikus Schoemaker, zijn schuldig aan Jan ten Cate jr, Lambert ten Cate en Gerrit Coster Gzn f 18.871,-- en 2 stuivers wegens geleverde linnens. Hierop is afbetaald f 5.794,-- en 10 stuivers. Zij geven huis en landerijen onder hypotheek, XV,41

24 juni 1713, Jan Hinrixen Olde vordert van berendt Harmsen Smelt 40 carolusguldens voor olykoeken, lijnwaad, laken en sersi en andere winkelwaren tot dagelijkse nooddrufte in de huishouding gebruikt, XXII,23

18 november 1713 spreekt Abraham ten Catte, koopman te Almelo aan Frederik Jansen voor 71 gulden en 15 stuivers voor geleverde linnens, XXII,29

20 januari 1714 Claas Braamhaar is schuldig aan Abraham ten Caathe 16 gulden en 16 stuivers voor geleverd linnen, XXII,31

18 maart 1714 zegt Berend Brouwer dat zijn dagelijks nering en handteringe van vele jaren herwaarts is een openbare herberg te houden en wijn, brandewijn, bier en jenever te tappen, XXII,35

1 april 1714…Arend Harmsen heeft een tapperie op het Westeinde XXII,38 (zie hiervoor ook de Woesten)

1642 Lubbert Jansen verzocht 8 dagen uitstel in een proves omdat hij moet verreizen om “sacken offairen” te verrichten naar Oost Friesland als ook naar Deventer, XIX,66

17 december 1712 dient Harmen ten Caethe als gevolmachtigde van zijn zwager Berendt Baevinck, koopman te Zwolle een vordering in tegen Jan Henrix, woonachtig op het Vriezenveen en binnen Hamborgh overleden, XXII,9.

16 februari 1715 Geert Engbers Arnninck, koopman te Geesteren contra Jan Jacobs op het Vriesenveen, eis tot levering van de voor 8 weken gekochte 2000 pond hammen a 3 stuiver het pond om deze te ontvangen tot Noorthorn

1 juni 1715 Cunnigjen Wolters weduwe van Gerrit Jansen spreekt Jan Gerritsen aan over ene obligatie heerkomende van wortelenzaad uit Friesland en dat de gedaagde schuldig blijft aan comparant 31 gulden en vier stuivers, gepasseerd in den jaare 1667 en de gedaagde heeft beloofd een behoorlijke interesse (intrest, rente) te betalen. XXII,61

6 juli 1715 comparant Claas Braamhaar en neemt aan zo gauw als Henrickjen Pauls alias Rootstart weer uit Holland komt enz., XXII,63

op dezelfde pagina spreekt Abraham ten Caethe, koopman te Almelo aan Frerich Jansen wegens geleverde linnens f 74,-- en 10 penningen.

6 juli 1715 zegt Berendjen Hinrixen Heyneman als erfgenaam van haar broer…hoe dat zij bij aftrekening op 13 september 1705 gehouden, is bevonden dat Jan Wolters Schmidt en Hinrick Berentsen van het linnen dat in Holland staat ’t welk zij emt haar beiden hebben aangenomen enz. XXII,64

20 juli 1715, de weduwe van Henrick Claassen Bramer spreekt aan Jan Harmsen Fetteker voor een zaadboek van haar man zaliger dat hem te goeder trouw voor 13 jaar is overgeven om de schulden die daarin waren uit te vorderenom aan de weduwe het geld te geven onder beding als mijn kinderen zo ver kwamen dat ze haar koopmanschap met zaadhandel doen dat J Harmsen F ’t selve boek aan de kinderen als ze het begeren, ’t boek weer over te geven, XXII,65

28 september 1720, berend Brouwer en Jan Gerritsen ten Caethe zeggen dat hun zager Frederik Scholl met wijlen zijn broer Gerrit Schol te samen koopmanschap hebben gedaan en de zaden weer hebben verkocht en uit de gemeenschappelijke boedel van wijlen kerkmeester Jan Scholl hebben ingekocht en de schade en baten der gemeenschappelijke boedel heeft moeten dragen. Zij eisen dat Fredrik Scholl de zaadboeken in de gemeenschappelijke boedel zal terugbrengen, XXII,85,88

23 november 1720 Berend Schimmelpenninck contra Lambert Waanders voor geleverd witlinnen tot 33 ellen inclusief de elle ad 19 stuiver, XXII,91

2 november 1720 Geerdink uit Gammelik op de mobilaire goederen van Coert Hinrixen van Olde voor een schuld van 62 carolusguldens en 10 stuiver voor verkochte en geleverde varkens, XXII,89

8 maart 1721, Waander ter Haar contra de erfgenamen van wijlen Lucas Berendsen eist overlegging van de zaadboeken van wijlen Luicas Berends met wijlen Berend Pauwels in maatschap gehad hebben. Hierop gecompareert Jennegien Otten huisvrouw van wijlen Berend Pauwels en geeft over een zaadboekoverselve ook Luicas Jansen in juridicio is gecompareerd de rato caverende voor zijn absente vader Jan Luicas zegt de andere zaadboeken onder Jan Hinrixen van der Beek berusten en deze van huis is en bij terugkosmt de voormalige zaadboeken in de gerigte wil overgeven, XXII,97

19 juli 1721 Waander ter Haar heeft enige ingezetenen laten citeren vanwegen het zaadboek van wijlen Luicas Berends en Berend Pauels, XXIII,1

20 september 1723, Willem Vos weer niet in het minste dat hij iets schuldig gevleevn is aan het zaadboek van Jennigjen Otten, XXIII,2

20 september 1723 dient Jennegien Harmsen een eis in tegen Jan Harmsen Vetteker wegens verdiend meidenloon, zij zegt dat de huisvrouw van Jan Harmsen Vetteker haar een en ander heeft beloofd in de lakenwinkel van de schultinne Kruijs, XXIII,2

4 oktober 1721,  Jan Waanders, koopman te Almelo doet pondinge aan de mobilaire goederen van Gerrit Harmsen Klyster, 23 carolus gulden en 6 stuivers voor gehaalde winkelwaren en geleverd linnen, XXIII,3. Op dezelfde pagina zegt Wander ter Haar dat hij te goed heeft van Berend Pouwels

f 220,-- en 3 stuiver wegens geleverd linnen, XXIII,3

6 december 1721 Hendrik Spijker koopman te Vriezenveen, XXIII,7

10 april 1722 Jan Harmsen Vetteker heeft binnen 14 dagen te betalen aan Jan Schol 13 gulden en 10 stuiver, 10 penningen voor geleverde tabak, bonen, scipels (uien), rijst, suiker, siroop etc XXIII,113

10 april 1722 Hendrik Kosters heeft aan Jan Harmsen Vetteker 22 carolusguldens geleend toen ze in Amsterdam waren, XXIII,23

6 juni 1722…is Egbert Harms om zijn koopmanschap naar Oost Friesland, XXIII,14

19 september 1722 Jan Cruijs geeft te kennen dat hij beslag gelegd heeft op enigen penningen zo wijlen Jan Hinrixen Bourman alias de Muller van Engbert Jansen Smit waren competerende om daaruit betalingen te hebben van aan hem (Bourman) geleverde Hoffzaden, XXIII,17

20 februari 1723 Albert Harms erfgenaam vanOtto Jansen Janmaat doet pondinge contra Jan Hermsen Vetteker wegens een obligatie van 28 april 1720 groot 50 carolsguldens nog voor gehaald lijnzaad 19 gulden en 13 stuivers, XXIII,24

Jan Wolters Smidt is sedert 1707 tot publieke bediening van de regenten hier op het Vriesenveen aangesteld als onder andere tot dijkgraaf en schutterwelke laatste officie althans nog is exerserende dat hij ook nog zijn koophandel en hier en buiten ’s lands doet, dat hij dus niet prodigus (verkwister) is XXIII,24

14 oktober 1724 Jan Vrijlinck in de heerlijkheid Almelo woonachtig, heeft in mei aan Coert Hinrixen van Olde 11 varkens verkocht voor 56 carolusguldens. Er is 28 gulden betaald voor de rest verzoekt hij pondinge, XXIII,55

Jan Westerinck en Berend Wenninck gerichte Oldenzel woonachtig hebben op mei ll aan Coert Hinrixen van Olde verkocht 10 varkens voor 51 carolusguldens, zij vragen betaling, XXIII,56

25 november 1724 Jan Scholl vraagt aan Otto Berendsen Coes betaling van 8 gulden en 13 stuiver wegens geleverde hoffzaden, XXIII,56

20 januari 1725 Jan Brouwer en Sinjeur Bernardus Smelt, koopman te Deventer, XXIII,57

7 maart 1725, de onderschout Gerrit Bartelink wordt van mij ondergeschrevene verzocht hem te vervangen bij Jan Brouwer,Koert en Frerik van Olde om hen gerechtelijk bekend te maken dat met de ondergeschrevene in den hare 1718 maatschappen zij geweest in zaker koopmanschap van verscheidene varkens, dat door ondergeschrevene in de maatschappie van zijn eigen geld bij het inkopen der varkens zij verstrekt 96 a 97 carolusguldens dat de verkoping der varkens in Holland door Jan Brouwer Koert en Frerik van Olden exempt eene reise altijd is gedaan, de kooppenningen daarvan ontvangen, zonder daarvan uit behoorlijke rekeninge bewijs en reliqua hebben gedaan, derhalve wordt G Bartelink ten overvloet  ofschoon na regten daartoe ongehouden alsnog afgezonden teneinde zij, Jan Brouwer K en Fr van Olden……sullen hebben te verklaren of sij gesint zijn die verstrekte 96 a 97 carolusguldens aan ondergeschrevene te betalen, ondertekend Hendrik Roelofs Huijsman. Hierop van Jan Brouwer tot antwoord gekregen dat hij sijne rekeninge sal overgeven dat het de anderen ook sullen doen dat hij vindig is den eersten dag den lieffsten omme liquidatie te maken….XXIII,60, zie ook pagina 65.

25 april 1725 Jan Harmsen Vetteker contra Aaltjen Kroll weduwe van Hendrik Klaassen Bramer wegens geleend geld, verkochte groevebiezen alsmede verkocht wortelenzaad te samen 51 carolusguldens, XXIII,65

12 mei 1725, dr Hein als volmachtigde van Wessel Volkerink, Gerrit Bink en Gerrit Rensink, alle drie in de heerlijkheid Almelo woonachtig, contra Coert henrixen van Olde, 23 carolusguldens wegens verkochte varkens, XXIII,66, zie ook 67.

21 juni 1725, Stijntien Schouten, huisvrouw van Berent Otten Koes wordt aangesproken door de weduwe Bartholomeus van Peterson tot Amsterdam wonende op de fluwelen burgwal voor 103 carolusguldens en 5 stuiver voor geleverd wit linnen, XXIII,68

30 juni 1725 Derk Claassen Craamer, koopman te Ulsen, contra Luicas Hospes. Hij vraagt betaling van 50 carolusgulden en 2 stuivers zijnde het restant koopsom van op 6 december 1724 verkochte vette varkens, XXIII,69

5 juni 1726, proc. Nic. Harwich voor hetzelf als erfgenaam van wijlen zijn schoonvader, kerkmeester Jan Scholl doet pondinge aan de mobilaire goederen van Berent bartels Dodde, 24 carolusgulden 2 stuiver en 8 penningen voor geleverde hofzaden, XXIII,77

20 juli 1726

Hendrik Jansen Timmer zegt aan Jan Pauels eens 12 gulden en 10 stuiver te hebben geleend maar hij heeft met het proces dat aan deze verklaring vooraf gaat niets te maken, hij had hem te Zwolle ontmoet bij gelegenheid dat hij naar Amsterdam toe wilde enz. XXIII,93.

21 september 1726, proc. Nic. Harwich namens zijn broeder Ad. Hendrik harwich doet pondinge contra Henrick Berends Hopster wegens 20 carolusguldens, 16 stuiver voor 4 pond geleverd lattikzaad en nog 10 pond gheel wortelenzaad, XXIII,96

12 oktober 1726, Henrik Hemmer  in Heeringe doet pondinge aan de mobilaire goederen van Wolter van Uyttert, 25 gulden en 10 stuiver als halfscheid van het nog resterende wegens 59 varkens door deselve in maatschappije met de gepondete en Berend Hesselink op Delderne merck gekocht en door denselven alleen betaalt, XXIII,98.

23 november 1726, burgemeester Derck Kraemer van Ulsen doet pondinge op de mobilaire goederen van de weduwe van Luicas Hospes voor 50 carolusguldens en 4 stuiver wegens restant aan haar zaliger verkochte en geleverde vette varkens, XXIII,100

8 maart 1727, Jan Harmsen Vetteker zegt dat hij voor enige jaren in maatschappij gehandeld heeft met Jan Krol. Hij eist rekening en liquidatie aangaande het koopmanschap, XXIII,108

15 maart 1727, Gerrit kosters, koopman te Almelo doet pondinge aan de mobilaire goederen van Klaas Henrixen Kroll wegens 31 gulden en 8 penningen geleverde winkelwaren, 3 el clooset laeken 6 gulden op 18 juni 1722 etc

21 november 1727, Menninck Brouwer in Deelder spreekt Fredrik Hendriks van Olde aan als maatschap en Frerik Freriksen voor 38 carolusguldens en 10 stuiver voor verkochte varken, XXIV,12

31 januari 1728, Gerhard van Somerhuys, koopman in Amsterdam doet pondingen aan de mobilaire goederen van weduwe Henrik Jansen Post wegens 40 gulden en 14 stuivers, de geregte halfscheid wegens geleverd linnen aan wijlen Henrik Janssen Post in maatschap hebbend Jan henriksen Bourman, XXIV,16

8 mei 1728, dr. Heijn alas volmacht voor Derck Blijker, koopman en factoor tot Amsterdam zegt dat zijn principaal aan Roelof Janssen Scuyrman en desselfs huisvrouw G Hinrixen wegens verkochte linnens competeert 55 carolusguldens nevens staageld….? Dat Jan Hinrixen Bour daarvoor borg is en aangenomen heeft de voorseide som binnen 2 a 3 maanden na dato (24 oktober 1726) te betalen, daarom doet hij pondinge contra Jan Hinrixen Bour, XXIV,27

7 juli 1728, proc. Harwig spreekt namens burgemeester Derck Craemer te Ulsenaan Luicas Hospers wegens verkochte vette varkens, XXIV,30, ook worden Gerrit en Jan Hendriks van Olde voor geleverde vette varkens aangesproken.

2 april 1740, Albert Berends Berkhoff heeft voor 70 carolusguldens linnen gekocht van Gerrit Kosters Egbzoon doch niet betaald.

24 september 1740, Willem Schimmelpenninck spreekt de nagelaten kinderen van Gerrit Feyer aan voor 55 carolusguldens, restant van in 1737 aan Gerrit Feyer geleverd linnen, XXIV,38

4 februari 1741, Jannes Prinsen heeft een vordering van 8 gulden en 1 stuiver op Fredrik van Olde wegens verkocht zaad, XXIV,44

15 april 1741, Bernardus Costers heeft een vordering op Berebt Garrits Broertjen van 333 gulden en 15 stuiver voor 5 stukken witte linnens, XXIV, 47 en 50

23 september 1741 Ootmar ten Caete heeft een vordering op Jan Berents Hopster wegens geleverd linnen van 155 carolusguldens en 8 stuiver, Jan Coster wegens idem 402 carolusguldens, Jan Cruis wegens geleverde hofzaden 90 gulden, de weduwe Derk Harms wegens geleverde hofzaden 45 gulden XXIV,49

2 december 1741, Berent Broertjen zegt in 1739 en in 1740 met Jan Broertjen samen in maatschappije van linnen koopmanschap te hebben gehandeld nu hij door de Mennisten te Almelo wordt aangesproken eist hij dat Jan Broertjen zijn deel zal betalen.

9 juni 1742, Egbert en Garyt kosters dienen een vordering in

14 september 1743 vordering van B Gerrits Broertjen op Jan Broertjen, eerstgenoemde zegt dat de weduwe Broertjen heeft beloofd dat zo haar zoon Jan Jansen weer van de reise zou zijn zij de 105 carolusgulden zal betalen XXIV,66

13 juni 1744, de weduwe Gerryt Costers heeft een vordering op Gerryt Hendryks ten Caete van 66 gulden 5 stuivers voor in 1743 verkocht linnen, 2 stukken, XXIV,72,73

16 januari 1745 Jannes Tijhoff is schuldig aan de weduwe Gerrit Kosters 69 gulden 6 stuiver.

23 januari 1745, Gerryt Nijkerk, koopman in Amsterdam heeft een vordering op Arent Waanders wegens in 1743 geleverd linnen groot 1290 gulden 17 stuiver en 8 penningen, XXIV,74

6 november 1745 Jan Coster heeft in 1743 en 1744 verkocht en geleverd aan Albert Lambers verscheydene stukken linnen tesamen voor 828 gulden en 15 stuiver, XXIV,79

27 november 1745 Albert Lambers heeft servetgoed gekocht van Jurriaan Beckman te Amsterdam, XXIV,80

27 november 1745 Gerrit Kosters doet pondinge aan de mobilaire goederen van Gerrit Nerens Servys wegens een restant van geleverd linnen ter somma van 36 gulden 4 stuiver 8 penningen.

27 november 1745 de weduwe Albert Berkhof is schuldig aan Gerrit Nieuwkerk 478 gulden en 16 stuiver en aan Gerrit kosters 131 gulden en 5 stuiver voor geleverde linnens, XXIV,80 en aan Othmar ten Cate 98 gulden ook voor geleverd linnen.

26 februari 1746 Jan Gerrits Schuurman getouwd met de weduwe van Berend Otten is schuldig aan Egbert Gerrits Coster 28 gulden 7 stuiver 8 penningen voor aan wijlen Botten en H Post geleverde linnens, XXIV,83

3 december 1746, Bernardus Koster had in 1744 en 1746 verkocht aan Berend Rutgers verscheyden stukken witte linnens waarvan deze nog 471 gulden en 5 stuiver is schuldig gebleven, XXIV,89

28 oktober 1747, Gerrit Kosters heeft in 1745 en 1746 verkocht aan Berent Hendriks Klompmaker verscheudene stukken witte linnens voor 397 gulden en 10 stuiver. Dezelfde aan Jan Egbers 32 gulden 8 stuiver voor verkochte linnens, XXIV,95

12 oktober 1748 de weduwe Jan Derks spreekt Anna Hendriks aan voor 43 gulden 2 stuiver wegens aan JH Boer geleverde hofzaden, XXIV,100

18 januari 1749 Jan Kruijs contra Berent Freriks van der Aa eis tot betaling van 19 gulden 1 stuiver voor in 1739, 40 en 42 verkochte hofzaden, XXIV,101

17 april 1749 Gerrit Costers doet pondinge op de mobilaire goederen van Jannes Tijhof en van Hindr. Albers tesamen voor 113 gulden en 9 stuiver verkocht linnen, XXIV,104

27 november 1749 Gerryt Coster doet pondinge aan de mobilaire goederen van Willem Bramer wegens 56 gulden en 11 stuiver, restant van door hem van wijlen zijn oom Jan Henrikus gekocht linnen, XXIV,108

28 februari 1750 procureur Jan Wilharms Harwig namens zin schoonmoeder de weduwe wijlen Lambert Boom voordragende hoe dat op de 18 augustus 1747 hebbe verkocht aan Antjen Bartelink een stuk grof linnen, lank 50 elle a 7 ½ stuiver de elle is 18 gulden 15 stuiver alsmede op 3 mey 1748 aan deselve 28 stuk hammen wegende na aftrek van de weegeponden 299 pond a 4 stuiver het pont is 59 gulden……XXIV,113

28 november 1750 doet Gerrit Costers Egbertszoon pondinge aan de mobilaire goederen van Jenneken Jansen Smit weduwe van Koert Henrix van olde wegens 36 gulden 2 stuiver geleverd linnen, XXIV,118

23 januari 1751 Jan ten Cate en Jan Harmsen Costers laten zeggen dat hun competeert van Jasper ten Cate en Jan ten Cate Egbertzoon in compagnie 719 gulden en 15 stuiver wegens geleverde linnens dat Jasper ten Cate zig tans van het Vriezenveen absenteerende is XXIV,119.

25 januari 1753 Jan Harmen Coster, koopman te Almelo dient een vordering in op Wycher Lambers en compagnie wegens geleverde 3 stukken linnen voor 111 gulden 5 stuiver, XXIV,135,138

6 oktober 1753….wordt gezegd als Henrikus Boeschen wederom van zijne reise zal wesen te huis gekomen, XXIV,141

9 maart 1754 Egbert Raphuys heeft in compagnie met Berent Dodde de 25 september 1751 bij Jan ten Cate gekocht 15 stukken linnen, XXIV,144

22 juli 1754, Hans Hooggrefe heeft een vordering van 40 rijksdaalders markgeld op Harmen Egbers voor verkochte varkens en biggen.

Johan Jurgen Friethoff en zijn broeder Berent Friethoff hebben aan Harmen Egbers en Jannes Jansen Vetteker als in maatschappije hebbende gehandeld enige honderden varkens verkocht waarvan nog onbetaald is 443 rijksdaalder, XXIV,147

27 maart 1755 Jannes Derks en desselfs huysvrouw Aaltjen berens zeggende hoe dat hij en desselfs mede compagnon Derk Jansen wegens gekochte linnens aan de Ed Jan ten Caate Janzoon zijn schuldig gebleven 1772 gulden 21 stuiver en dan nog 258 gulden 6 stuiver, XXIV,150

27 september 1755 Harmen egbers Meyer doet pondinge aan de mobilaire goederen van Frerik Scholten wegens 30 gulden 5 stuiver 10 penningen, restant wegens in 1754 en 175 gedane vertering en jeneveer en andere gehaalde waren waarom comparant negotie is doende XXIV,184

11 oktober 1755, Roelof Jansen heeft enige jaren herwaarts met Gerrit Brink in maatschappije van hofzaden gehandeld en selve tot den jare 1749 incluis. Hij verzocht Gerrit Brink afrekening te houden XXIV,184

17 november 1755 spreekt Harmen coster Clasina Brouwer weduwe van Harmen Berends aan voor 1082 gulden wegens aan haar zoon Albert harms verkochte linnens, XXIV,156

26 april 1766, Jan Hendrik Prinsen ende Jan Prinsen kooplieden alhier, XXIV,167

12 september 1776, Jan Hendrik Wiegers bekent schuldig te zijn aan Gerrit Herman Coster en Jan Coster respectievelijk 200 carolusguldens en 250 carolusguldens voor geleverd linnen, XXV,22

18 maart 1764 de koopman Harmen ten Cate Gerritszoon te Almelo doet pondinge op de bezittingen van Herman Fronten ende zijn maatschap Jan Lukas Schoemaker, zij zijn sinds 1761 van Vriezenveen verdwenen, XXV,30

7 juli 1764 Harmannus ten Cate doet pondinge op de mobile goederen van Harmannus Gerrits, 66 gulden en 17 stuiver, restant van 25 november 1760 voor gekocht linnen, XXV,34

15 februari 1766 wordt genoemd de compagnie van Jan Gerrits, Wolter Leenderts, Jan Hendrik Prinsen en Jan Prinsen die sedert 19 november  1763 van sodanen negotie van linnens als een ieder van hun sedert dien tijd voor rekeninge van deselve societeit gedreven heeft, XXV,41

19 september 1778, de koopman Abraham Hanterman doet pondinge aan de mobile goederen van de weduwe Klaas Jansen wegens 35 gulden, 3 stuiver en 12 penningen voor verkochte tabak en lijnzaad van 1770/1771, XXV,47

27 maart 1779, dr JW Racer gevolmachtigde van juffrouw Johanna Racerwedeuwe van Leonard Tak te Amsterdam contra Wolter Leenders, deze had  bij handschrift van 18 januari 1778 voor zich en zijn compagnon Jan Gerritsen bekend schuldig te zijn aan de weduwe Tak voor geleverde  waren 3278 gulden, 12 stuiver per resto waarvan nog betaald is 1687 gulden 12 stuiver, doet pondinge op de goederen van W Leenders, onder voorbehoud van recht en actie van voorseyde Jan Gerritsen, XXV,51

28 oktober 1788, Jan Hendrik Wiegers is schuldig aan Abraham Hanterman Almelo, 20 gulden aan Harmannus ten Caate 118 gulden wegens linnens, XXV,53

10 mei 1783 de heer Jan Coster te Almeo doende koopmanschap in linnen en rokstreept op marseille heeft in 1780 aan Berent Fronten verkocht enige stukken linnen en marseille tegen 575 gulden in 1781 een partij dito van 270 gulden en in 1783 voor 359 gulden en vier stuiver, tesamen 1204 gulden en 4 stuiver; daarop is slechts 320 gulden afbetaald ten ware de gedaagde aan de ordere afrekeningen van aanlegger in Holland enige meerdere penningen mocht betaald hebben. Verzoek dat gedaagde tot betaling der schuld moge worden veroordeeld, XXV,61

14 januari 1786 Johannes Tromp en zijn huisvrouw Janna Frielink erkennen een schuld van 171 gulden en 15 stuiver wegens door haar in 1783 gekochte manufacturen van de manufacturenfabriek te Zutphen, XXV,67

19 mei 1787 Gerrit ten Cate van Hengelo doet pondinge aan alle de gerede goederen van Abraham Levy wegens 34 gulden schuld voor geleverde Bombazijde, XXV,82

7 juni 1788 Jan Jansen doet pondinge aan de mobile goederen van Berend Jansen Tutertien wegens 26 gulden 16 stuiver en 8 penningen voor in 1781 geleverde hofzaden, XXV,86

21 juni 1788, de weduwe van Jan Harm Coster doet pondinge op de vaste goederen van Gerrit Jansen zoon van wijlen Jannes Lambers wegens 51 gulden en vier stuiver voor geleverde linnens verzoekende hiervan documentatie aan Klaas Klaassen….XXV,87

24 juli 1788, Barend Fronten contra Jan Berebs en vrouw Willemina ten Bruggencate te voren getrouwd aan wijlen Gerrit Evertman. Fronten had aan haar en haar eerste man in 1782 voor 178 gulden servetgoed geleverd….XXV,88

23 november 1788 Janna ten Kate weduwe van wijlen Roelof Jansen en Hendrik Leenders in huwelijk hebbende Janna Roelofs doet pondinge aan de mobile goederen van Roelof Warmink wegens 103 gulden en 7 stuiver uit hoofde van in 1785 geleverd zaad waarvan het restant bedraagt 29 gulden en 14 stuiver en dan nog in 1786 in november na de nadorst bij Oldenburg gestuurd aan zaad voor de som van 73 gulden en 13 stuiver, deze zaden zijn door Wicher Roelofs aan gepondete geleverd in gemeenschap met zijn voorn. Stiefmoeder Janna ten Kate en destijds nog ongetrouwde zuster Janna Roelofs, XXV,90

5 april 1800, Gerhardus Hulshoff doet pondinge op de mobile goederen van Albert Harms en vrouwe Henderica Faijer wegens 39 gulden 9 stuiver voor geleverde thee en tabak, XXV,114

20 juli 1802 de koopman JA Ledeboer te Zwolle zegt dat Benjamin ten Bruggencate wonende in Vriezenveen 5 dagen nadat comparant principaal instantie bij hem had gedaan om betaling te bekomen van aan hem geleverde koopmanswaren groot 877 gulden en 8 penningen en hij bij ondertekening van die rekening had bekend dezelve schuldig te zijn tot fraude van comparantes principaal heeft kunnen goedvinden en heeft gedaan eene nulle en frauduleuse gerichtelijke ……transport en overdragt aan Benjamin ten Bruggencate te Almelo van het huys, hof en bouwgaarden liggende tussen den goorden van Jannes de Bolte en Hendrikus Brink alsmede een wand bouwland op Geesenland voor 800 gulden die hij bekende aan hem te zijn betaald zonder dat men weet waar die penningen gevleven zijn alsook zonder dat hij gequalificeerd was om als boedelhouder van zijne vrouw de helft van deze goederen te verkopen etc etc pondinge aan bovengenoemde goederen XXV,130

19 februari 1803 verklaart B Gerritsen Smelt voor schout hendrikus Spijker….zelf zal er nauwelijks een ingezetene alhier bevonden worden die geen koopman is en velen zelfs reyzen op hunnen negotie naar verre gewetsne gelijk notoir en aan allen bekend is. Pandverweerders bouwerij brengt te weinig op om zijn huisgezin daarvan te alimenteren, hij is in tegendeel koopman en heeft altijd koopmanschap gedaan in zaden

10 maart 1804 de weduwe Hindrik Thomas te Amstredam doet pondinge op de mobile goederen van Jasper ten Kate wegens f 125,-- voor door haar wijlen man geleverde linnens in 1790, XXV,141

23 maart 1805 Jan Harmen Coster, Almelo, Gerrit Mokkelencate Almelo en D Rompelman Almelo spreken Harmen Gerritsen aan voor geleverde linnen (XXVI),5

23 november 1807, Borghard Nathans had in 1805 aan Moses Joseph van Poesak uit Hessen Darmstadt verkocht verschillende koopmansgoederen voor 90 gulden 5 stuiver en 20 penningen, deze heeft hierop aan kalfs-, schapen; en koevellen en een zakhorloge afbetaald 34 gulden en 8 stuiver.

Comparant hem gisteren hier vindende heeft hem gisterenavond ongeveer half 12 doen arresteren en tegen heden klokke 4 doen citeren met verzoek hem tot betaling te veroordelen. Moses Joseph erkent wel dat hij schuld heeft aan B Nathans maar weet niet hoeveel omdat hij zijn boek niet bij zich heeft, XXVI,22

9 januari 1808 Adolph NieuweKelder in Haarbrink pondinge contra Kobes. Bokhove in 1806 geleverde zaden aan diens zoon Fredrik Bokhove f 26,-- 13 stuiver 8 penningen die bepondete aangenomen heeft te betalen XXVI,23

6 februari 1808 dr JH Warnaars namens Abraham Hanterman pondinge aan de mobile goederen van Claas Bramer wegens 22 gulden 14 stuiver geleverde winkelwaren, XXVI,22

29 oktober 1808 Wicher Berkhof contra Grietje Gerrits, pandverweerder woont op het Vriesenveen en wel in een huys en daar achter gelegen gaarde, door hem voor eene somma van f 1100,-- aangekocht, is niet op het land of boerschap geboren of opgevoed maar van anders afkomstig, die dezelfde kostwinning als hij ….de welke bestaat in eene tapperij, sluizepagt van het Vriesenveen en negotie in turf, zijn landerijen liggen van het huis verwijderd zijn bouwerij strekt alleen tot bij werk en eigen gemak en voordeel, hij mest zelf geen beesten maar is gewoon de door hem gebruikte varkens jaarlijks te Almelo te kopen en een vet koebeest van Zwol. Zijne overledene vrouw was ook van geen boerenafkomst maar heeft eene niet onaanzienlijken negotiant tot vader gehad. Dat hij de meid als werkmeid heeft opgegeven voor de belasting maakt hem niet tot boer, dan kan men even goed de Graaf van Twikkel onder de boeren rangschikken, XXVI,25,26

18 september 1654, vrijwillige jurisdictie 1630-1658 nr 2592 stad Almelo

Jan Harmsen van ’t Vene spreekt aan Hendrik Berents voor 2 gulden, XXVII,24a

30 januari 1595 spreekt Gert Harmens van ’t Venne Hausman voor 4 Daler kopenschap XXIX,2

26 juni 1598 Claas ten Brinckhuys op ’t Venne contra Jan van Delden (Almelo) voor 4 Daler koopmanschap….XXIX,4

29 november 1602 koopman Henricks van Vresen Vene contra Jorien Zwissen 4 gulden zes en een halve stuiver kopmanschap, XXIX,4

25 mei 1662 Joost Wijntjes borger tot Oldenzaal en zijn zwager Gerryt Stuyven tot Rhenen contra Jan ten Kenkhuis 953 gulden gehaalde witte lakens XXIX,20

28 november 1681 weduwe Egbert Fronten verkocht linnen aan de weduwe Sweer Hennik te Almelo 8 gulden 17 stuiver XXIX,36

20 maart 1770, testament van Jan Otten Schuyrman koopman op het Vriesenveen XXX,35

Bernardus Kruijs uit Vriezenveen aan Gerhardus Kruijs Leiden 12 januari 1836: De Hollandse kooplieden gaan overmorgen weer met de zaadzak uit….” Groot zwart I,33

Uit aantekeningen Claas Kruijs geboren 1802 Deze sprak in de diligence, de kastelein uuit den Bijenkorf op den Nieuwen Dijk te Amsterdam alwaar de Vriezenveensche kooplieden gewoonlijk logeren….groot zwart I,47

1 juni 1730 Teunis Bruins en Ida Holshorst, echtelieden, nemen 500 carolusgulden hypotheek op hun bovenland te Rectum van Jan Hendriksen Post en diens huisvrouw koopman tot Vriezenveen, XXVII,61

rekening van Lambertus ten Cate Abzn aan de heren Claas Kruijs en Co groot 760 gulden voor 20 stukken linnen, Almelo 30 maart 1769

rekening van Harmsen ten Cate Gerrits aan de heren Claas Kruijs en Coert Heijneman in compagnon groot f 1041,-- 5 stuiver voor 24 stukken linnen, Almelo 13 maart 1769

rekening van Harmen ten Cate Gz aan de heren Hendr Bramer en Klaas Kruijs f 605,-- 10 stuiver voor 15 stukken linnen, Almelo 15 april 1773

rekening van Gerrit Coster Egbtz groot f 2140,-- voor 43 stukken witte lijnwaden aan de heren Hinderik Bramer, Claas Kruijs en compagnon de 15 april en 10 mei geleverd 1773

voor rekening van de heer Claas Kruijs hebben wij van den heer Hendrik Nerentse Bramer zestien guldens ontvangen voor onkosten op 5 stuks holl. Linnens van zijn Ed. aan ons overgeleverd die wij volgens order naar Lubeck aan de heren Muller en Horneman ter dispotitie van de heer Kruijs zullen spederen, Danzig 24 augustus 1774

Rekening van Johannes Oldenkott aan de heren Janse Kruijs en Engeberts groot 170 gulden 14 stuiver voor tafellakens en servetten, Amsterdam 18 november 1778, grzw II,143-144

 

Kooyplas, Kooye, Kooyker, Kooykershuus

Sluisjen op het Vriesenveen bij het Kooykershuys gelegen, VII,6,9,10,11

1694, Egbert de Kooyker VII,12

akte 17 februari 1723, Berent Egberts kooyker, IX,23

akte 2 november 1750….naast aan het Kooyenland aan Berend Geerligs Kooyker

akte 12 februari 1757, hooiland liggende tegen de Kooye….in deze akte wordt verder genoemd de Kooyendijk, XI,34

akte 12 mei 1764 Geertjen Berens Kooijker, pagina 38. Op dezelfde pagina geslachtsregister Berend Egberts Kooyker, XII,38

akte 28 juni 1766….beginnende van den Kooyendijk XIII,5

akte 28 juni….de Oosterse Geere XIII,5

op dezelfde pagina in een andere akte de Toeterije, de Deele

akte 1 juni 1786 Hendrik van de Kooye en zijn huisvrouw Gesiena van de Kooye, Berent Hoek en zijn huisvrouw Janna van de Kooye dragen over een hoek bouwland bij de Almelose Kooye gelegen zoo en in dier voege als haar voorzaten van Willem Bramer hebben aangekocht aan haar hoog geboren gravinne douariere van Rechteren vrijvrouwe van Almelo en Vriezenveen, XIV,81

akte 2 november 1750, Willem Bramer en zijn huisvrouw Kunnera Geers hebben verkocht en dragen over een stuk land de Horst genaamd liggende in des verkopers landerijen naast het Kooyenland aan Berend Geerlings Kooyker en deszelfs huisvrouw Jenneken Grutters, X,47

akte 25 januari 1802….heeft Derk Jaspers aangegeven een stuk gras- of gaardenland liggende bezuiden Kooykershuis

7e van de huysmaand 1810….de halve wolterskamp in de Grefeten beoosten de Oosterkooy, XVII,29

18 april 1722 wordt in een koopacte van Superplusland genoemd Berend Egberts Kooijker, XXIII,13,18,92

17 september 1740 Berend Berkhof Kooyker heeft een vordering van 100 gulden op Albert Berends Berkhoff, wiens boedel voor schuld wordt verkocht. De percelen 4 en 5 respectievelijk 2 wanden en een wand bouwland worden gekocht door de Kooyker XXIV,37

31 januari 1756 Frerik Jansen doet pondinge aan de goederen van weduwe Berend Jansen Berkhoff alias de Kooyker XXIV,164

27 januari 1776 de heer schultus JH Dikkers contra Berent Geeerligs op de buyten Kooye (dit was de kooy, die gelegen was ten noorden van de tegenwoordige Aadijk waar nu (1959) nog de boerderij “de Kooy” is gelegen, H.J.) XXV,18

15 september 1785, de scholtus Jan hendrik Dikkers doet pondinge aan de roerende goederen /zaadgewassen, schuiten, turf in het veen onverdeeld met de hoogheyd des huizes en heerlijkheid Almelo en Vriezenveen etc etc toestendig de Kooyker Berent Berkhoff wegens 69 gulden verschoten penningen en afrekeningen, XXV,57

2 maarrt 1782 procureur JF Hein namens de weduwe AH Bartelink doet pondinge aan de roerende goederen van Berend Berkhoff Kooyker wegens 50 carolusguldens zijnde een jaar pacht van de kooykersplaatse, verschenen martini 1781 XXV,58

28 april 1798 wordt genoemd de sluyse bij de Kooijkershuis XXV,93

13 oktober 1798, de advocaat Fiscaal van Twente, eis van aanspraak tegen Wicher Berkhoff alias Looijker, XXV,99

gemeenterekening 1733, de kooijker 6-0-0-

gemeenterekening 1756, de kooyker geeft in een rekening van het jaar 1756 van de scholte en gesworenenen verteert 1-13-8

gemeenterekening 1791, de kooyker geeft in een rekeninge voor verteringen door scholtus en gesworenen en landmeter sum suis 9-0-0

 

Kostuums, kleding

IV,7, ceremoniele dracht als Vriezenveense linnenhandelaars zaken wilden doen aan het keizerlijk hof in St Petersburg.

Testament 3 maart 1724..een blauw lakens lijfje en een paar gebloemde kroplappen, IX,26

Testament 13 januari 1725..een karseijsen rok, IX,27, op pagina 28: een sarsiene schort

Testament 19 oktober 1730…haar bruine kleed met haar zwarte rijlijf en borstrok en kroplap en twee van de beste trekmutsen, X,3

Testament 9 oktober 1731…een bed met de lakens en tussentoggen, X,5

Testamenet 29 januari 1751…een bruin lakense rok, X,47

Testament 13 januari 1759…haar tuigdoos met al haar mutsen en neusdoek en haar overig linnen en wollen kleren, XI,48

Testament 4 november 1766, Jannetje Jansen Nieboer enigszins zwak van lichaam vermaakt haar zusters dochter Hendrikjen Jansen Feyer haar kist en kleren en haar tuigdoos met de mutsen daarin XIII,9

Testament 28 maart 1767…nog aan dezelve zijn bruine rol en het zwarte cammisool alasmede aan Derk Hindrix 2 hemden aan Hendrik Gerrits 2 hemden, de overige kleren zullen door beiden gedeeld worden, XIII,13

Akte 14 augustus 1779 vermeekt Harmtien Gerrits van Dijk onder meer aan Geertien Jansen Prinsen 250 carolusguldens alsmede het linnen en wol dat in testatrices kist bevonden wordt, XIV,41

akte 4 december 1779 vermaakt Engeltien Braemer weduwe van Berend Harmsen Cromnueze haar kist met kleren aan Aaltien Albers, XIV,44

akte 1 januari 1780, testament Jannes ten Cate en zijn vrouw Fenneken Jansen Nijboer aan Henderik Gerrits zijn borstrok met de daarin zijnde zilveren knopen en met de zilveren gespen van de schoenen, XIV,45

akte 9 september 1769…haar kiste met kleren, XIII,27

testament 6 juli 1780, Albert Jansen Dodde vermaakt aan zijn neef Jan Gerrits onder meer zijn timmergereedschap en kleren, zilveren broek- en schoenengespen, een zilveren slotje en de stropdas, XIV,51

testament 18 april 1781 van Hendrik Gerrits op de Bruinehaar aan Gerrit Engberts zijn neef zoon van Engbert Gerrits zijn borstrok met zilveren knopen, XIV,54

testament 25 september 1782 van Gerrit Brouwer… zijn neef Johannes Kruijs krijgt testators zakhorloge alsmede het beste kleed en Gerhardus Bernardus Kruijs ieder een borstrok met zilveren knopen, verder krijgen Jan en Klaas Brouwer ieder een half dozijn van de beste hemden en hun zuster Marta Brouwer een half stuk onversneden linnen doch de overige hemden zullen in huis blijven. Gesiena Fronten krijgt de zilveren broekgespen, Berendina Brouwer krijgt de zilveren schoengespen en de meiden een ordentelijke rouw bestaande uit jak en schorteldoek en een rok, XIV,62,63

testament 29 september 1788, in het testament van Henderikus Hendriks Pley worden genoemd: de beste bruinen rok met blauwe kamisool, de zwarte rok en zwarte camisool met de zwarte broek, zwarte kousen en zilveren knopen…de andere bruine rok met de blauwe broek en de baluwe kousen, het weefgetouw met de witte kousen, witte zakdoek, witte das, witte handschoen en de ijmen met zijn toebehoor, een nieuw kleed, een snaphaan, een zwarte zijden doek, XIV,88

testament Janna Jonker weduwe van Mens Bennikes aan Lena Jonker de kist, haar bijbel met zilveren beslag en een greine rok en een friese boezelaar, aan haar zuster Hindrikje Jonker een bed met een bont overtogt, een kussen en 8 hemden, XVI,56

testament 24 juni 1805 van Maria Jansen Schoemaker aan haar nicht Janna Berents een greine rok, een bruin bont jak en een friese schorteldoek uit te keren wanneer voormelde Janna Gerrits in staat is voormelde kleren zo die thans zijn te kunnen dragen, XVI,58

19 januari 1807, testament Aaltjen Fronten weduwe Hermannus Brouwer, haar zoon Beren f 40,-- vooraf en de bruine damasten rok aan haar dochter Geertruyd Brouwer f 125,-- en het beste bed, alsmede het beste zwarte kleed en de hemden, aan haar zoon Gerhardus Brouwer f 150,-- en op een na het beste bed, de best beslagene kist en het onbesneden linnen; aan haar dienstmaagd Janna Kolthof haar wit bonte jak, haar geruit greinen rok en friese boezelaar, XVI,59.

Testament 12 februari 1809 van Stientje Jansen weduwe van Roelof Otten vermaakt Geziena Bosch, dochter van Albert Bosch en Johanna Roelofs f 50,-- en haar stapelkist met 3 bonte jakken, het zwarte jak met de rok en haar bijbel, XVI,63

Testament van de 2e van de bloeimaand 1810 van Jannes Smelt…aan zijn zoon Berend f 100,--, voorts de broekgespen en aan zijn kleinzoon Jan de schoengespen.

Testament 21 januari 1790…Dijka Jansen echtgenote van Jan Boerman vermaakt aan Diena Timmerman een groen gestreept greinen rok, een groen bont jak, twee mutsen en een zilveren kruis, XV,8

Akte van 30 juni 1795 Janna Berents ten Cate vermaakt haar bedden en de kist en een damasten rok aan haar nichtje Jenneken XV,47

Testament 21 maart 1796 vermaakt Janna Otten haar beste boek met zilveren beslag aan Gerhardus Kruijs, XV,50, haar wit sitsen rok en drie van haar beste klederen aan Josiena Kruijs

22 augustus 1822 schrijft J van der Voort aan Bern. Kruijs in St Petersburg onder meer: Zo gij over een jaar of wat eens weer komt wat zult gij dan een verandering op het Vriezenveen zien, het is alsof gij in een heel andere plaats komt, inzonderheid met de kleeding, waar of dat naar toe moet weet ik niet….grzwI,4

 

Krentewegge

IV,124….korintenwegge van 6 gulden

 

Kronen (in de kerk)

Testament 3 augustus 1763 Hendrik Gerrits van Dijk geopend 2 maart 1778; naast verschillende legaten aan de familie….aan de kerk van het Vriesenveen 100 carolusguldens zullen worden besteedt en aangelegd tot eene kroone in de kerk aldaar (deze kroon in 1959 nog aanwezig in de NH kerk van Vriezenveen, HJ)

1801, 19 november aan mejuffrouw J Kruijs op de huize Grimberg af te geven op het veer te Rijssen…heden agt dagen zijn de nieuwe kronen in de kerk gehangen en zijn deftig uitgevallen, schrift nr 4 pagina 28

 

Kruis, crusifix

Testament 30 januari 1716, VIII,47a

Testament 21 jauari 1790, erft Diena Timmerman van haar tante Dijka Jansen, ehevrouw van Jan Boerman haar zilveren kruis, XV,8

 

Kruijs, dagboek van schout Jan Kruijs

Beginnende 12 april 1822 tot III,67/78, IV 15/135, V vanaf pagina 1/128, daarachter index op het dagboek. Een kopie van het dagboek bevindt zich tevens in het archief van het Historisch Musem Vriezenveen.

 

Kruijs

Cornelius, admiraal Rusland

Bijzonderheden over Cornelius Kruijs zie Groot Zwart nr 3 pagina 126/137

 

Krijgsvolk, krijsverrichtingen

18 februari 1814, inkwartieringen en vervoer van Franse gevangenen.

1583/1584 betaling van schatting tot onderhoud van krijgsvolk van Verdugo. Verdrag van 1531 over betaling van schattingen, II,13,14

In 1666 werd Vriezenveen door de Munsterse troepen overvallen en geplunderd (korte geschiedenis van Overijssel door J van Schreven? Deel 1, pag 87), I,6.

I,5: de munstersen hadden in het begin van de louwmaand het Friesche Veen en het dorp Emmen in Drenthe overvallen en geplunderd, Wagenaar, XIII,200

29 september 1665 trok de bisschop van Munster over de grenzen naar Twente, bezette daar Enschede, Ootmarsum, Almelo, Oldenzaal en Diepenheim, v.c. Arend IV,1 pag 743

van Ootmarsum uit keerden zij zich tegen Vriezenveen dat zij moordbranden vd Arend IV,1 pag 751, en schrift nr 3 pagina 28.

I,6, In 1607 werd huize Almelo door staatse troepen overvallen. De ruiterie was gelegen bij de buren op het Vriesenvehnen, I,6.

De Munsterse troepen kwamen in 1666 vanaf Ootmarsum met vijftienhonderd man  te voet en te paard in vij esquadrons de 5e januari ’s morgens vroeg het dorp Vriesen Veen overvallen alwaar veel bestiaal ende goet was geslacht ende vierhonderd man van d’onze in lagen. Het lag rondom in moeras of water en had zich tot nog toe beschermd. Maar door ’t middel van ’t ijs raakten de vijanden over, namen driehonderd en zestig gevangen behalve officieren en maakten goede buit, desgelijks deden tot Emmen een dorp tussen Coevorden en Groningen, schrift nr 3 pagina 28.

 

Landbouwvereniging

In 1889 werd in Vriezenveen een landbouwvereniging opgericht, bijzonderheden hierover schrift nr 3 pagina 38

 

Landmaten en landnamen

1457 genoemd halve hoeve van 8 akkeren, III,7

1424, de twaalf akkeren

1424 in koopake wordt De Weeme genoemd en is sprake van een huis gebouwd op geestelijke grond, III,16

1426 Het Oosterbroik, III,17

1466, een halve hoeve van 8 akkeren met hunnen opgang en eenen akker broekland voor 5 mud schoone winterrogge en 3 mud schone garst Almeleermate, III,18

1484 worden genoemd 10 akkeren, III,25

1822 Boersstege opgehoogd, IV,19

1828 Pillenland, IV,101

1828 “Pad” IV,115

1830, Woestenhek aanbesteed, de Woesten, V,115

3 febr 1822 Woestenhekke opengebroken, dbJK, V,123

1479, erf en goed de Zuidwendige tussen Peter Pauelsland aan de Wester en de landweer aan de Oosterzijde met alle oud en nieuw toebehoor, op en dale, te veene en te velde, III,23

1483, een goed gelegen buiten den Olden Weg tusschen der Beginen en Johan Wichersland van den Oldenwege op tusschen der vicarien en Johan Wichersland

1483, Stubbenland, III,24I

1485 in akte vermeld 6 akkeren enz st Thomas Apostoli avond, met alle oud en nieuw toebehoor op en dale, te vene en te velde, III,25

1486, twee akker bij de vicarij, III,26

1487, Petri avond: tien akkeren op en dale te velde, te lande te weide, III,27

de Heidensloot, V,116

1489Zaterdag na Petri: acht akker en een vierdeel Gheerlands met oud en nieuw toebehoor op en dale, te veene en te velde, III,28

1505 en 1506, de vryheit up den beke, III,31

1425 wordt genoemd “de Zegmaat” onder geesteren, kerspel en gerigt Ootmarsum, III,34

1822, dbJK, III 78, Boerstege

1822 Waterleidijk, Pastorijland

1823 Ouden Hoevenweg, IV,39

1823 Boerstege, IV,39

1823 Waterleidijk, Paterswal

1823 dbJK de Beeke en de Plaai, IV,48

1824 Boerstege, dbJK, IV,52,53

1825 het Kaadijkje, dbJK, IV,53

1827, dbJK IV,92 de Woesten

1828 dbJK, IV,115,117 “de Pad”

Boerstege, IV,52,18,19,52, III,178, V,119

1526 verkoop van landerijen tussen den olden wegh en tussen de vicarien, III,4

1451 akte “des Hertoghenland” , III,5

akte 1486 Stubbenland, III,10

1478 de Nije Maat op dat Vene, III,11,12

dbJK, V,115 land boven de weg

dbJK, V,123 Woesten en boven den weg en 3e Ouden leidijk, Oosterhoeve (1746), VII,4

akte 22 oktober 1701 tot aan den Waterleidyck, VIII,7

III,11, Vierendeellands

1458, halve hoeve lands, III,13

1416, halve hoeve III,14

1479, 10 akkeren op Almelervene te hooi- weip en bouwland en te veene op en dale, III,21

1487, 10 akkeren III,27

1422 buiten de A en in het Westervierendeel, III,15

1422”de geer” en die halve hoeve buiten schietende aan de Nije A, III,15

1426 de Nije A en de Hollandergraven, III,17

1469, de Tiende half akkerlands gelijk die gelegen zijn tussche de 6 akkeren van Ave Schulten en de 8 akkeren van Ludeke Schulten, III,20

1479 Op en dale te veene en te velde als 7 akkeren binnen en 4 akkeren buitendijks, III,22

1479, 4 akkeren buitendijks, III,22

1479 de landweer, III,23

1483 Beginenland, III,24I

1483 buiten den olden weg, III,24I

1483 Vicarien, III,24I

1486 Vicay, III,26

1441, Hollandergraven, III,32

in akte 1470 wordt genoemd “de twaalf akkeren lands”

1495 halve hoeve, 1508 7 akkeren, III,1

1495 overdracht van aanspraak op 10 akkers te Almelervene door Albert Zuidersz en Ghebbe zijn huisvrouw aan het klooster Sibculo met eenen groenen struik

1526 in akte van 14 febr worden genoemd 8 akkeren met 2 woeste akkers gelegen op Almelervene buiten den Oudenweg tussen het Beginenland (Bagijnenland) III,4

akte 1486, Stubbenland, III,10

de Nije Maat, 1492, III,11,12

Almelerbroick, 1527, III,11

Hollandergraven 1492, III,12,14

De Nije A, 1416 III,14, 1422 pagina 15

Buiten de A, 1422, III,15

1422 De Geer, III,15

1424, De Weeme, III,16

1425, Oosterbroek, III,17

1427, binnendijks, III,17

1823 Doctersland, IV,24

1823 Kleijssens Maat, IV,36

akte 20 juli 1726 Vicarienlandt, IX,35

akte 1 maart 1727 groene boomtieslandt, IX,39

akte 7 sept 1727 Voss Willemslandt, IX,41

akte 15 januari 1728 Rutger Berentslandt, IX,42

akte 13 augustus 1728 Toetbroersland, IX,43

akte 14 januari 1729, Pixensland, IX,43

akte 16 januari 1729, Vossmaathe-Geesterse Deelen den Oever, IX,44

akte 21 jan 1729, Geesenland, IX,44 en Jan Klaassensland

dbJK, IV,119, Oude Hoevenweg

dbJK, digt gemaakten Leidijk, IV,130

de hoeve in de Polle, dbJK, V,15

de Maat, V,20, het Woestenhekke weggestolen

V,41, de Strype (striepe)

V,48 idem Balkenbeld

V,63, de Woesten

18 augustus 1830 Woestenhekke geopend, V,64

dbJK, V,67, digtgemaakten Leidijk

15 april 1820, de 3e Oude Leidijk

V,111, V,117 het geheele Oosteinde is naar de Woesten op reis gegaan (31 juli 1821)

V,119, 12 sept 1821 bovere Boerstege en 2e Ouden Leidijk

6 juni 1733, Plaay of Vossemate, VII,7

VIII,1, vier akkeren land verkocht van het klooster Almelo op en daale, te Veene, te velde, te heyde, te weyde met Topp en Twijgh en daarop staand huis en timmeragie

VIII,4, verkoop land in Bagijnenland door klooster Almelo

9 mei 1701 Heer van Almelo verkoopt een stuk hooijlands genaemd den plaay

27 mei 1702 Grubben Vierdel, VIII,10a

6 oktober 1703, wordt genoemd Vicarienland, VII,12a

VIII,19, Oldengraven

Akte 24 mei 1709, Glazxemakersland, VIII,25

Akte 15 juni 1709, pastoryland naast de schoele (school), VIII,26

9 november 1709 Vicaryland genaamd de Richterije, VIII,27

akte 21 maart 1710, landerijen gelegen buiten den Olden doorgraven weg, VIII,28 (d.i. Buterweg)

akte 25 maart 1710, vijf vierendeel akkers bovenwegesland, VIII,28

akte 12 juli 1710, drie want landt

VIII,29 in dezelfde akte worden ook koeweyden genoemd

Akte 1 augustus 1719 halven woesten akker, VIII,30

Akte 8 april 1711 28 akkeren venelandt gelegen tusschen de zogenaamde Strampen

Akte 5 april 1712 St Cruis Vicarienland, VIII,33a

Akte 21 april 1712, wordt land verkocht buiten den buiterweg, VIII,34

Akte 23 september 1712, achter den buiterweg, VIII,36

Akte 10 dec 1712 In de Schipperije, VIII,36a

Akte 28 dec 1712 een hoevenakker, VIII,37

Akte 23 juni 1714 een akker bovenwegesland, VIII,41,43

Akte 9 maart 1714 akker turfland op de Oosterhoeve, VIII,41

Akte 23 mei 1714 wordt land verkocht bij de doorgraven weg, VIII,43

2 april 1746 Rotgert Berensland, X,29 en Huismansland

akte 5 april 1746….een dagwerk hooiland in de Oostere Geere, X,29

akte 7 juni 1747…Fuyt Harmensland, X,33, op dezelfde pagina Toetbroersland

20 november 1747…Kort Gerritsland, X,35

10 dec 1747…Bagijnenland ookstwaarts de Rigterije, X,36

akte 29 jan 1749…Telgenkampsland en Geerlinkmansland, X,40

akte 29 maart 1749, Vos Willemsland, X,41

akte 21 juni 1749….huis op Pastorienland, X,42, op dezelfde pagina “de Weeme”

14 maart 1750…Haaloversland…X,45,47

akte 13 juni 1750….St Antony-vicarie, X,45

18 aug 1751 het zgn Jan Spikkesharmenland, 23 oktober 1751 Kintmansland, Telgenkampsland, Olde Thusland X,50

akte 3 okt 1714 ’t Weemenland, VIII,44

akte 23 febr 1713, Olde Scholsland VIII,44a beginnende van den buyteren wegh of den olden Kerckweg

akte 30 okto 1715 van den buyteren doorgraven weg tot de Aa, VIII,46, zie ook pagina 48akte 16 juli 1717, stuk land Den Start, de Spotkamp, den buyteren Camp ende den Oever, IX,4

akte 11 januari 1718 huis verkocht op Pastorienland, IX,7

akte 22.3.1719, Woestenlandt in de wester Woesten, IX,11

akte 19 febr 1720 de westerse Richtenije IX,14

26 febr 1720 Pixenland, IX,14

akte 17 mrt 1720, desen olden Kerckwegh Patersland, IX,15

akte 12 juni 1720, twee want bouwland, IX,16 benevens een goordentien genaamd de Huysstede, IX,17 en een want bouwland groot 100 treden roedenmaate

akte 15 september 1720…met de Eckelhorst tot aan de Aa, IX,18a hier wordt verder genoemd de Nieuwe Kerkwech

akte 19 oktober 1720, Olde Scholsland IX,18a

akte 15 april 1721 Ooster Nieuwland, IX,20

akte 18 augustus 1721…het halve Hoffmansgoedt, IX,21

akte 20 april 1722…huis staande en gelegen op Vicarienland, IX,21II

akte 11 jan 1723…een woestenakker in de westerwoesten gelegen buiten den olden Kerkweg, IX,23

akte 3 aug 1723…en vier want bouwland IX,25

akte 11 juni 1723…een woestenakker in de Westerwoesten gelegen buiten den olden Kerkweg, IX,23

akte 12 juli 1725…Pastorijenlandt, IX,28

akte 26 juli 1726, Jan Luyerinksland, IX,36

akte 5 maart 1729…pastorijenlandt, IX,45

akte 23 augustus 1730….eindigende aan de zoogenaamde waterleydijck, IX,2

akte 2 december 1740….vierendeel akkers bovenwegesland gelegen op de Westerhoeve beginnende van den buiterenweg enz  X,8

akte 27 jan 1741….hooiland gelegen in de Woesten in de westere Schipperie etc X,8

akte 28 jan 1741….van dezen kerkweg beginnende dan 300 treden in Jan Onweersland, X pagina 9 op dezelfde pagina Coesesland

akte 4 maart 1741…in de Westerwoesten

akte 15 april 1741….in het zgn Jan Teunis Geesenland, X,10

25 aug 1741…Pastoryenland…X,11

op dezelfde bladzijde…gelegen tussen de Weeme

X,12 het zgn Paaschensland, X,12

Akte 11 nov 1741…Albert Raphuisland, Jan Bartelsland, St Cruis vicarie, X,12

Akte 3 febr 1742…Busschersland, Olde Scholsland, Krikkenberendsland, X,13

Akte 4 augustus 1742…de westerwoesten, X,14

Akte 1 september 1742….de Dille….akte 10 oktober 1742…de Plaay…X,15

Akte 3 jan 1743…Kintmansland…X,16

Akte 9 nov 1743…Frontemansland, X,19, op dezelf pagina Santboersland

Akte 26 nov 1743, van desen Kerkweg tot aan den Hollandergraven, X,20

Akte 7 maart 1744….Jonkers Geesenland, X,22

18 juli 1744….in het zgn Rigtersland, X,23

akte 11 aug 1744….alsmede het broekland beginnende van den Dijk offte Aa tot aen off met den Hollandsen graaven, X,24

akte 11 mei 1745….het Slagland, X,27

akte 21 febr 1756 Busschersland, XI,21

akte 29 febr 1756, Kromneuzenland, XI,21

akte 6 maart 1756, Jan Onweersland, XI,22

akte 8 mei 1756….beginnende van dezen Kerkweg tot aan off met den Olden Graven, XI,24

XI,25, Hoajansland

Akte 8 mei 1756….Jan Teunis Geesenland, XI,25

Akte 22 mei 1756…Jan Koorsland, XI,27

Akte 29 mei 1756…tot aan den zogenaamden Padt, XI,27

Smukjesland, XI,27

Akte 19 juni 1756….in de Geer, XI,27

Akte 3 juli 1756….Jan Claassenland, XI,28

Akte 4 december 1756….op het Pastorienerve, XI,31

15 jan 1757…het Croemenland, XI,31

akte 12 febr 1757….hooyland aan den Schipsloot de Toeterije genaamd, XI,33 op dezelfde pagina…tot aan het Schothorstdijkjen

akte 29 december 1755….4 akkeren lands op en dale met een akker hoevenland in de Oosterhoeven XI,13, in dezelfde akte, het Wstere Nijeland, op dezelfde pagina….het vierendeel

akte 11 jan 1756…. De zgn Campe met den Spotkamp….de Oever het Nijelenad…buitensuperplusland, XI,15

akte 17 jan 1756, Bartelmansland, XI,17

17 jan 1756….Pillenland, XI,17, op dezelfde pagina Piksen Derksland

akte 12 febr 1757…torf of griftenland liggende tegen de Kooye begint van den Schipsloot hen buiten tot aan den plas, vier dagen werk en hooiland de deele genaamd….tot aan den Kooyendijk en agter den Kooyendijk, XI,34

akte 3 mei 1757, Bagijnenland, XI,35

akte 3 mei 1757….Fransmansland, XI,36

akte 3 mei 1757….Huysmansland, XI,37

akte 10 dec 1757….St Crucen Vicarye, XI,39

akte 2 febr 1758….Toetbroersland, XI,40

akte 27 mei 1758….Haaloversland, XI,41

akte 29 mei 1758….Jan Spikker Hanenland, XI,42

akte 3 juni 1758….Strijkersland, XI,42

akte 15 juli 1758….Doddenland, XI,43

akte 2 december 1758….een akker hoevenland gelegen op de Westere Hoeve, Knol Jans akker genaamd, XI,46

akte 18 dec 1758….de Telgenhorst, XI,47

akte 19 november 1759….St Crucen Vicarie, XII,4

akte 3 mei 1760….met een gaardentjen genaamd “het Ekkeltelgjen” XII,7

in dezelfde akte op pagina 8…den Minkgaarden

akte 21 mei 1760….het zgn Bagijnenland XII,9

12 juli 1760….in het zgn Ooster Vierendeel, XII,10

akte 18 november 1752….op het Pastoryland…. XI,3, ook dezelfde pagina….de Snikkerye of Mikkerye

akte 2 dec 1752…op het st Crucenvicarye, XI,4

akte 9 jan 1753…gelegen in Jan Lubberland, oostwaarts Sijmensland, XI,4,11

akte 25 maart 1753….gelegen in het zgn Smukkjesland, XI,5

akte 11 mei 1754….Krikken Berendsland, XI,7

16 nov 1754….van den Olde weg tot aan den Aakamp, XI,9

akte 22 febr 1755….Geerlinkmanland, XI,10

akte 4 maart 1755….Fransmansland, XI,10

akte 6 december 1755….de Agtermaat, XI,12, in dezelfde akte “de geere”

akte 6 dec 1760….3 vierendeel akker bovenwegsland op de Westerhoeve, XII,12

akte 13 december 1760, Kot Gerritsland XII,13

akte 22 dec 1760….een want bouwland in Pillenland XII,13, in dezelfde akte…een dagwerk hooyland in de geere

akte 2 febr 1761…gelegen omtrent den Padt, XII,14

akte 19 febr 1761….het zgn Scheepersland, XII,14akte 8 april 1761…het zgn Bartels Geesenland, XII,15

8 juni 1761…een huis staande op de St Anthonie Vicarie aan de zuidzijde van dezen kerkweg, XII,16

26 juni 1761…dagwerk hooiland in de Ostere Geere, XII,17

akte 7 juli 1761….2 akkeren hooyland in het zgn Geerlinkmansland, XII,17

akte 11 juli 1761, halve akker bovenwegsland den Vosakker genaamd van den buiterenweg bovenwaarts, XII,18

akte 12 mei 1759…Jan Freriksmanland….Fransmansland….en eene koeweyde in Papenland tot aan de Weteringe, XII,3

akte 2 febr 1760….2 akkeren Superplusland gelegen omtrent in den Strampel, XII,6

akte 13 sept 1760…haar huis op de Pastorienland agter de schoole, XII,11

akte 27 aug 1761, ¾ akker bovenwegsland Lubbersland genaamd op de Westere hoeve (westerhoeven), XII,18

28 aug 1761, Hols Jan Dirksland op ’t westere stukke, XII,19

26 sept 1761…huis van Jan van Aken staande op st Antonie Vicarie, XII,21

akte 5 dec 1761…1 akker Woestenland aan de Stouwe, XII,22

akte 22 maart 1762…4 want bouwland achter den Padt, XII,24

akte 22 maart 1762…Smukkies Albersland…Vasserland…Croemneuzenland, XII,24

akte 22 mei 1762…het zgn WeeversPolsland, XII,24

akte 19 juni 1762…Siemensland, XII,25

akte 29 juli 1762…Haaloversland, XII,25

29 jan 1763…Smit Roelofsland,,,,Huismansland, XII,28

akte 2 aug 1763…Graven Jenneland en PiksenDerksland, XII,31

22 oktober 1763…een dagwerk hooiland in Bagijnenland, XII,32

akte 26 nov 1763…Papenland, XII,33

akte 6 dec 1763…Bongersland, Strijkersland XII,33

akte 2 mei 1764 Fuit Harmsland, XII,34

in dezelfde akte wordt ook genoemd de Tuiterie op dezelfde pagina wordt ook de Toeterie genoemd

akte 5 mei 1764…Onweersland, XII,36

akte 5 mei 1764…den Brink in Haviksmettenland, XII,pag 36 en Vos Willemsland

akte 30 juni 1764 Pillenland, XII,40

akte 24 juli 1764 Geerlinkmanland, XII,41, op dezelfde pagina akte 25 juli Fuit Harmensland

akte 21 nov 1764…en een akker turfland in de Greften gelegen beginnende van den olden Schipsloot hen buiten, XII,44

akte 1 mei 1766…olde Jan Klaassensland, Jan Teunis Geesenland, Koert Klaassensland, XII,46

akte 16 maart 1765 St Crucen Vicarye, XII,45

9 mei 1765…Haaloversland, XII,47, op dezelfde pagina Sijmenland

in akten van 9 mei 1765 XII,48 Stabrink, Emtenland, Cromnuizenland

akte 20 juli 1765…een akker hooyland van den buyteren weg tot aan de Aa, XII,49

20 febr 1766, Jan Bartels Doddenland, XII,52

akte 22 febr en 1 maart 1766..bovenwegesland op de Westerhoeve, XII,53

akte 10 mei 1766…Gravenland…XIII,1, op dezelfde pagina 1 ½ akker hoevenland op de Oostere Hoeve bij den Santvoort

akte 10 mei 1766…een akker woestenland in de Westere Woesten in de begravene landen, XIII,1

akte 10 mei 1766…Vossesland, XIII,3

akte 9 juni 1766…Crols Gerritsland, XIII,4

akte 9 juni 1766…de Rigterije, XIII,5

akte 14 juni 1766…Glaase Klaasland, XIII,5

akte 2 augustus 1766…Oostere Geere, Papenland, Fuit Harmsland, Stokvisland, Bartelsgeesenland, XIII,8

akte 6 dec 1766, het zgn Weversland, XIII,11

akte 24 januari 1767…Eupenland westwaarts Strijkersland, XIII,12

akte 25 febr 1767…een akker turfland genaamd de Greften op de Oosterhoeve beginnende van den olden Schipsloot hen buiten…, XIII,12

27 juli 1767…Papenland, XIII,16

akte 27 febr 1768…de bolakkers, XIII,17

akte 30 juni 1768…Frontemansland, XIII,19

akte 1 juli 1768, Mosroelofsland, XIII,19

akte 28 dec 1768…Jan Ottenland, XIII,23

akte 28 jan 1769…Uepenland en Strijkersland, XIII,24

akte 3 maart 1769… St AnnenVicarie, XIII,24

akte 22 april 1769, …Krikken berentsland, XIII,25

akte 30 juli 1769…Jan Onweersland, XIII,25

akte 21 juli 1769…Smittiesland, XIII,26

akte 21 oktober 1769…St Annen viccarie, XIII,28

akte 6 jan 1779, Stokvisland, XIII,29, op dezelfde pagina FuitHarmsland en de zogenoemde Toeterije

akte, 14 mei 1770…Pillen en Coesesland, Frontemansland, den Pad

9 juli 1770…een goorden op Doddenland, XIII,32

koopakte 14 febr 1771…Huysmansland, XIII,34

koopakte 12 maart 1771…het zgn Jan Teunis Geezenland, XIII,36

akte 20 juli 1771…Strijkersland en Croemenland, XIII,38

akte 6 april 1772…tot aan den Pat, XIII,40

akte 3 okt 1772…Coopmansgoorden, XIII,44, op dezelfde pagina…Missiesland

akte 20 jan 1773, het zgn Busschersland van desen nieuwen Kerkweg tot aan den buyteren doorgraven weg, XIII,47, in dezelfde akte Paesschensland en Krikken Berendsland.

Akte 4 febr 1773…Padt in Smukkies-Albertsland, XIII,48

9 febr 1773…de Rigterije in de Westere woesten, XIII,49

akte 12 febr 1773…op ’t Westere Vierendeel van de st Cruicen Viccarie, XIII,19

akte 6 april 1773…Uepenland of Bongersland, XIII,51

akte 6 nov 1773…het zgn Mansland, XIII,4

akte 13 nove 1773…Glaese Berentsland, XIV,5

akte 23 april 1774, Coster Gerritsland, XIV,7

akte 11 juni 1774…geeft Jannes Berends zijn huis gelegen op de Toeterije onder hypotheek, XIV,8, in dezelfde akte wordt genoemd Vlegenland

akte 21 juni 1774…grasland in Vossesland, XIV,8

akte 8 mei 1775…Kintmansland

akte 17 juli 1775…Stiegjansland, XIV,14

akte 16 november 1775…zgn Huysmansbrink, XIV,15 en op dezelfde pagina Rutgersland

akte 18 maart 1776… een stukke zaailand de Horst genaamd in Gurten Willemsland, XIV,16

akte 15 nov 1776…oostwaarts Graven Jennenland, westwaarts de kerkstege, XIV,17

akte 12 dec 1776…Doddenland, XIV,19

akte 14 dec 1776…Tuerberendsland, XIV,19

akte 14 dec 1776, Roesterland, XIV,19

akte 22 april 1777…Pastoryenland, Sijmensland, Bagijnenland, de Play, XIV,22

akte 20 april 1777…Luierinksland, XIV,23

akte 7 juni 1777…Roesterland, XIV,23

akte 24 juli 1777…Fransmansland, Papenland, Mansland, XIV,24

akte 9 febr 1778…Haaloversland, XIV,25

akte 9 febr 1778…1/2 akker bovenwegsland opgaans kort aan de Stuiwe, XIV,26

akte 28 febr 1778…Jannes Joostenland, XIV,26

akte 1 okt 1778…een hoekjen land genaamd den Pannekoeken Bol, XIV,31

akte 17 april 1779…Jan Broensland, XIV,34

akte 4 sept 1779…een akker hooyland in de Schipperie, XIV,41

akte 15 nov 1779…wordt een stuk hooyland genaamd den Play groot 3 dagwerk gemaai zijnde gelegen naast de zgn Blanke Meer, XIV,42, zie ook 49

akte 8 mei 1780…een dagwerk hooyland agter den Dijk ’t Broek genaamd XIV,49

akte 1 juni 1781…een grasgoorden Glaasemakersgoorden genaamd, XIV,55

akte 7 juli 1781…Hospersland, Rutgersland, Hendrik Coesesland, Rigterije en de zgn Toeterije, XIV,57

akte 24 juli 1781…verkoopt Gerrit Luicas Hols bouwland bovenwaarts ingaande tot den eersten Leijdijk…XIV,58

akte 20 april 1782…Siemtiesland, XIV,60

akte 5 mei 1783…de weduwe Jan Leenders verkoopt ¾ akker bovenwegesland bij de zgn Coesesbelt, XIV,68

akte 2 maart 1801…Grootenland, XVI,6

akte 8 april 1711, verdeling van de bijkans 28 akkeren veenelandt gelegen tusschen de zgn Strampen. De heer van Almelo worden 10 akkeren toegewezen, VIII,31

akte 18 okt 1785…een dagwerk hooiland in Jan Reutenland, XIV,76

akte 2 mei 1788…de weduwe van Adolf Hendrik Bartelink draagt over de Glasklaasgoorden op Haaloversland beginnende van dezen Kerkweg tot aan de waterleiding aan Wicher Jansen voor 285 gulden 11 stuiver, XIV,85

akte 26 mei 1788, Albers Fennenland, XIV,85

op dezelfde pagina Papenland en Egbert Kroezenland

akte 22 febr 1788…Geesenland, XIV,86

akte 27 aug 1801…met de daarachter liggende achtermaat

akte 31 december 1802…140 treden bouwland en de halve opslag van de eeste tot de tweede Leidijk, XVI,12

akte 1 dec 1801, Hendrik Leenders is schuldig aan zijn zoon Roelof leenders f 90,--, hij draagt daarvoor over de 2 wanden bouwland op Paaschensland aan de binnenkante van den nieuwen Padt, XVI,12

testament 21 mei 1802…de helft van 1 ½ wand bouwland op de Krosery, XVI,15

akte 12 juni 1802…huis staande op de Rigtery of st Cruisken Vicarie, XVI,17

akte 31 jan 1803 Ernst Frederik Drost en huisvrouw Roelofdina Jansen zijn schuldig aan  Wicher Jansen f 89,-- en 7 stuiver tegen 3% hypotheek op hun huis met 2 wanden bouwland op de zgn Fjet en ½ akker turfland op de Paterije, XVI,20

akte 21 febr 1802…Marienland XVI,20

akte 21 mei 1803…4 wanden bouwland op Glaze Klasensland of Fjet voor f 140,--, XVI,22

22 nov 1802…Roestersland, XVI,22

31 dec 1803…Bartelinksland, XVI,23

25 juni 1803…den Pad tot aan den eersten Leidijk, XVI,23. In andere akte op dezelfde pagina den nieuwen Pad

akte 24 juni 1801…de Oostere Hoeve, XVI,24

6 aug 1803…2 akkeren lands op de Pastoriehoeve, XVI,24

akte 17 dec 1803…een akker bovenwegs- en turfland vanaf den Woestenweg noordwaarts zo ver zich de Vriezenveensche gerechtigheid uitstrekt, XVI,31

6 dec 1804…Toeteije, XVI,32

13 jan 1803…Kunnen Jansland, XVI,34

14 nov 1805….1 ½ wand op Leenders of zgn Pompjansland, XVI,36

akte 15 mei 1808….een half dagwerk hooyland in ’t Lange Slag achter den ouden Graven, XVI,43

22 mei 1808…een dagwerk hooyland op Hoekhakkenland in de zgn Geer

akte 18 maart 1808…1 dagwerk hooyland in de Koelen 4 wanden bouwland op den Fjet, XVI,44

akte 12 okt 1808….Mos Roelofsland en Doddenland, XVI,45, op dezelfde pagina Olijslagersland

akte 21ste van de zomermaand 1810…uitgenomen een grasgaarden aan deze zijde van den buiteren weg behorende tot de Vicay, XVI,52

26ste van de Hooimaand 1810…het bouwland op het Westere Stukke boven den nieuwen Pad, XVI,52

26ste van de sprokkelmaand 1811…St Crucen Vicarij, XVI,54

akte 14e van de hooimaand 1810…. En nog een perceeltje land in de Deele, XVI,67

31 dec 1805…1 akker woestenland nabij het woestenhekke…XVI,72 in dezelfde akte wordt de stuiwe genoemd

10 januari 1805…2 wanden bouwland op den Fjet, XVI,82

akte 3 febr 1808…gaardenland op Vleegenland

akte 2 maart 1808…huis staand op de pastorie van de gereformeerde kerk alhier, XVI,84

akte 6 juni 1808…een hoekjen turfland genaamd den Driehoek gelegen bij de Hooge Brugge, een ½ dagwerk hooiland liggende in de Heyde, XVII,1

akte 9 juni 1808…beneffens twee zielen wanden (een wand was 120 treden lang en een ziele wand 80 treden), in dezelfde akte Glaseklaasgaarden gelegen op Haaloversland, XVII,3

akte 11 juni 1808 Bosch Berendsland, XVII,3

12 okt 1808…Kwart Boersland, XVII,8

akte 7 dec 1808…een ½ akker turfland op de Westerhoeve genaamd de Vosse akker, XVII,11

7 dec 1808…Siemtjesland, XVII,12

14 dec 1808…nog den opslag achter het westere stukje op Paaschensland beginnende met den Hogen Leidijk, XVII,12

6 juni 1809…2 wanden aan de zuidkante van de zoogenaamde Smokkelpad, XVII,13

akte 6 jan 1809…aan den zgn Woestenweg, XVII,13

akte 6 jan 1809…Jan Aukensland, XVII,13

akte 28 juni 1766…de Oosterse Geere, XIII,5, op dezelfde pagina in een andere akte de Toeterije, de Deele

7e van de oogstmaand 1809…een bouwgaardentje op Quart Gerritsland binnen de Waterleidijk groot circa een spind lands voor f 19,--, XVII,19

25ste van de herfstmaand 1809, 4 dagwerken hhoyland afgerekend van den Kadijk na Woestenlands gerechtigheid voor f 300,--, XVII,22

28ste van de herfstmaand 1809…een perceel hooi- en heideland groot 3 akkers in de Toeterij beginnende agter den Waterleydijk tot aan den Aadijk, XVII,24

Akte 7e van de hooimaand 1810…den halven Wolterskamp in de Grefeten beoosten de ooster Kooij, XVII,29

26ste van de sprokkelmaand 1811…het woonhuisje van Lucas Fredriks zijnde nr 253 op de st Crucen Vicarie aan welke de pacht der huisplaats jaarlijks met f 3,-- moet worden voldaan aan Jan Tollenaar voor f 256,--

14 juli 1808…Volkoorsland, XVII,53

Akte 4 juni 1788…Huttenland, XV,1

Akte 9 juli 1788…Vossenland, XV,2

Akte 10 april 1790, 4 wanden hooiland op Smukjes Albersland van den ouden Pad en dan noordwaarts in …XV,12

Akte 16 juli 1789 gras, hooi en zaailand van den oldenweg tot den Aakamp, XV,16

Westwaarts hiervan ligt de st Annen vicarie

Akte 9 jan 1790…Grietenland, XV,17

Akte 14 juli 1800…1 ½ wand bouw- of hooiland op Pompjanasland, XV,29

Akte 13 mei 1793…den nieuwen Pad, XV,30

Akte 1 juni 1798 Berend Dircks en zijn cameraadt hebben van JL Ernst een stuk turfland de Bekkedelen genaamd met de schuur daarop staande mitsgaders de turfbakken….XV,32

Akte 6 juli 1793…een stuk land den Bol genaamd gelegen aan de Zwarte Plas

Akte 7 dec 1793, Barend de Vries en Aaltjen Boeschen, ehelieden, dragen over hun huis op het Oosteinde te Vriezenveen en 6 wanden bouwland alsmede de Toeterije aan Wiecher Berkhof

Akte 10 febr 1794…2 dagwerk hooiland genaamd de Vossemaat en een dagwerk genaamd de Vooroever, XV,36

Akte 4 april 1794, verkopen Barend Coers en Frerik Bos als mombaren over de nagelaten kinderen van Lucas de Vries en vrouw Jenneken Koersd der kinderen huis op het Pastoryenerve over de kerk ingevolge voorzeyde conditiën, zo mag dit huis door de eigenaren nooit worden afgebroken of verplaatst alsmede moeten de eigenaren op Martini aan den tijdelijken predicant van Vriezenveen voor desselfs huisplaatse prontelijk betalen een somma van 3 gulden en 4 stuiver, voor 300 carolusguldens vrij geld aan Frerik Harms, XV,37

Akte 25 september 1794…11 wand bouwland op de zogenaamde Toeterij en Vuttrjanland, XV,41

Akte 6 dec 1794? de halven oever…den halven Camp…1/4 van den Spotkamp…1/4 van de Greften en een hoekjen op den Boeren superplus.

Akte 30 juni 1795 vijf vierendeel dagwerk hooiland genaamd de Toeterij in ’t Oostere Vierendeel

Akte 20 j

30 juni 1804…de Horst op het zgn Schuppen Jaspersland…XV,53I

20 juni 1800…2 dagwerk hooiland in Bagienenland (Bagijnenland), XV,49

Akte 20 oktober 1797…1 3/8 hooiland in den Oever, 2 dagen hooiland in de Kempe, 3/8 dagwerk hooiland in de Spotkamp, ¼ dagwerk in de Pannekoeken, ½ akker dito in de Woesten in de begraavene landen, XV,50

Akte 9 augustus 1796…alsmede een wand bouwland op Geesenland, XV,50

Akte 5 april 1797…2 koeweijden in Stiegjansland…XV,52

Akte 9 juni 1797, 2 wand bouwland op de Gelekerie en een koeweide op Kuitmansland, XV,53

14 augustus 1795…een dagwerk hooiland in Spiekerslandt, XV,53

19 mei 1797…dagwerk hooiland in het Ooster Vierendeel en in ’t wester Vierendeel de agtermaat op, Schuppen Jaspers Land en de horst…en 3 wanden bouwland op Heydemansland, XV,53I

30 juni 1804…de Horst op het zogenaamde Schuppen Jaspersland, XV,53I

Akte 23 mei 1797…Frederikus de Groot en desselfs huisvrouw Janna Engberts dragen over aan Jan Josep L Lappenberg en desselfs huisvrouw Jenneken Rierink te Amsterdam hun huis en schuur agter het huis met het hofjen voor het huis op st Crucen Vicaryen, XV,53I

31 dec heeft Beerent Waanders in de 50ste penning aangegeven de aankoop van een opslag liggende op den Viet (Fjet?)

Akte 27 nov 1797, Albert Harms de Boer en diens huisvrouw Henderica Fayer hebben in dec 1786verkocht en dragen over aan Jan Roelofs hun huis met daarachter liggende gaarden aldernaast aan de Boerstege aan de oostzijde voor f 284,--, XV,55

21 dec 1797 aangifte in de 50ste penning van aankoop van een dagwerk hooiland liggende in het zgn Bartelsgeesenland aangekocht van de erfgenamen van wijlen Frederik Santboer voor f 50,--, XV,56

31 maart 1797 heeft Jan Nijboer in de 20ste penning aangegeven een aankoop van een dagwerk hooiland in de Deelen aangekocht van Gerrit Engbers voor f 96,--.

Akte van 27 jan 1800 …een stuk land verkocht eindigende aan den Kadijk, XV,73

Akte 6 febr 1800…een dagwerk hooiland in de Oostere Geere, XV,74

Akte 21 april 1800, Berend Bramer en huisvrouw Berendina Boeschen dragen over aan Hendricus Jonkman en huisvrouw Maria Schoemaker 8 wanden bouwland met de opslag daarachter tot aan de eerste Leidijk, XV,75

Akte 6 maart 1799 doet Gerhardus Kruijs aangifte van de koop van huis en schuur met 1 ½ akker lands opgaans met de stege op Haalsoverland, XV,75

Akte 22 juli 1799 worden genoemd Hofjansland, Klasiesland, Koesesland, Huysmansland en de Olden Graven, XV,78

Akte 27 juni 1800…3 akkeren lands op Huysmansland van den Olden Weg tot de Aa met het daarachter liggende broek tot aan de Olden Graven, XV,79

Akte 31 juli 1800…met een anpart hooiland in het Slag, 2 wanden bouwland op de Geelkerie, XV,80

In proces over verhoging van de boterpacht tussen de heer van Almelo en de Vriezenveners is meermalen sprake dat een hoeve in Vriezenveen 16 morgen is. De Vriezenveners betwisten dit XVIII,28-95

Proces boterpacht (1627-1630) In een verweerschrift zeggen de Vriezenveners dat in de privilegebrief staat dat het eens gemeten land niet weer gemeten zal worden…XVIII,41

Proces Vriezenveners contra heer van Almelo (1630), de Pastoorshoeve, XIX,9

In hetzelfde proces wordt gezegd XIX,42: dat des Pastoirshoeve zo noch ongesplittert is en deze is 16 morgen tot aan de Olden Weg toe, XIX,42

20 febr 1641 verkopen Jan Jansen Scholten en Aele, eheluiden, aan hun dochters Trine en Geertken Jansen genaamd zes akkeren lands, XIX,68

Akte 27 september 1644 wordt genoemd de halve Bijsterije, XIX,73,75

Akte 25 maart 1632…landerijen genaamd de Bijsterije, XIX,92

Akte 14 okt 1713…in Groene boomtjesland in de Woesten, XXII,28

Akte 23 juni 1715, Gerrit Jansen Kirre wonende op de Richterije, XXII,62

20 september 1720 verkopen de erven Jan Scholl hun halven akker bovenwegeslandt, XXII,85

Jan Jansen Kleyne heeft in dec 1720 binnen de stad Almelo een ruiling of buytenschap gehouden met een Broekjan van een dagwerk hooiland het Slagh genaamd waarvoor Broekjan zou uitleveren zijn weefgetouw met 1 ducaat in geld, XXII,95

7 maart 1722, Jan Luicas heeft van Jan Pauels een stuk land gekocht op de Superplus voor 170 carolusguldens, XXII (of XXIII) ,11

Akte 4 juli 1722…de Kerksteeg, Vicarienland en 2 akkers turfland in Patersland, XXIII,15

In koopakte van 11 febr 1711 worden onder meer genoemd den Start, de Superplus, de Spotkamp, de buteren Camp, het Nieuwlandt en het buitere Deeltjen, XXIII, 0 en 00

17 juni 1724, dr. Dull waarschuwt de destrahenten en cooperen dat het Vicarienlandt door Jan Harmsen Vetteker van de graaf is aangekocht voor 1000 carolus guldens en daarna een huis daarop gezet, XIII,51

Beerent Wiegers is schuldig aan de weduwe Jan Willem Harwig te Almelo 2 ½ % hypotheek op zijn huis mitsgaders 6 wand bouwland met den opslag liggende op Doddenland, XV,59

5 januari 1797 heeft Jan Theunis aangegeven in de 50ste penning een aankoop van 2 wanden hooiland op Havixland, XV,65

9 april 1799 geven Jan Kleysen en desselfs huisvrouw Petronella Mulder hun huis en land op Mosgeertsland in hypotheek, XV,166

10 juli 1799…Doddenland, Paaschensland de Paterie, Bovenwegeslandt

Akte 25 jan 1799…st Crucenvicary, XV,70

Akte 7 sept 1799 dragen Jannes Frielink en desselfs huisvrouw Hendriekien Koks over aan Jan Vugtevenne en huisvrouw Alberdina Hendriks hun huis op de Geelkerie etc XV,71

5 mei 1725, Jan berentsen Berckhof en Jan Freriks hebben omtrent 14 dagen voor Pasen aan Frerik Freriksen verkocht hun ¾ dagwerk hooiland gelegen onder de Klokkenslag van Wierden de Braaksel genaamd voor 100 carols guldens, dit is niet betaald, XXIII,60

2 maart 1726 wordt verkocht van Berent Otten Koes het bouwland met nieuwe gesaay daarop staande vanaf den pat bovenin, XXIII,82

8 maart 1727, Jan Gerritsen te Caette doet ingevolge gerichtelijke schuldbekentenisse anpondinge op de vaste goederen van Roefloff Jansen Schuurman o.a. op zijn anpart in de zgn Toeterije, XXIII,107

17 september 1740 koopt de scholtus Kruijs uit de failliete boedel van Albert Berends Berkhoff een koeweide in Jan Onweersland, XXIV,37

7 juni 1742, Albert Vrijlink zegt van Roelof Gerritsen Smelt gekocht te hebben een goorden beginnende van de nieuwe kerkweg en eindigende aan de Kalverweide van de Pastorie met recht om die te betimmeren, XXIV,53

8 febr 1749, het huis van Albert Vrijlinck staande op Pastorienland wordt gekocht door de weduwe Scholtinne Kruijs voor f 211,-- en 11 stuiver, XXIV,102

11 maart 1749, de weduwe Scholtinne Kruijs doet pondinge aan de bezittingen van Egbert, Berent en Jannes Harms Cromneuze wegens verpondinge, contributie en gesaay van het zgn Croemenland, XXIV,103

30 okt 1751 worden verkocht o.a. 2 siele wanden lands, een koeweide tot aan de Telgenhorst, XXIV,130

28 november 1772, wordt genoemd Dodden en Rappers Albertsland, XXV,8

De markerichter van Geesteren verkocht buiten medeweten der gewaarden voor twee tonnen Deventer bier aan die van Vriezenveen eene uitgestrekte broekgrond, eigendom der marke, liggende tussen Geesteren en Vriezenveen in de zgn Deelen, I,7

19 juli 1777 doet Hendrik Spijker pondinge op huis en landerijen van Hendrik Hopman gelegen in Pillenland, XXV,25

18 febr 1764 worden huis en landerijen van Jan Freriks gerechtelijk verkocht o.a. 6 dagwerken hooiland in de Slaage en 1 akker turfland in de Grieften beginnende van den olden Schipsloot hen buiten, XXV,29

2 mei 1778, verkoping nagelaten goederen van wijlen Mettien Lucas Vos, hier worden als landnamen genoemd Croemenland, Paeschensland, Wolter Freriksland, Vossesland een hoekjen gaardenland op Vossesland genaamd Sant Lukien, XXV,43

6 april 1783 wordt genoemd een ½ grasgaarden op Haaloversland, XXV,60

12 dec 1786 verkoping van een perceel grasland op het zgn Olde Scholsland

15 mei 1787 verkoping van de zgn Glaasklaasgaarden gelegen op Haalsoverland beginnende van de Kerkweg tot aan de waterleiding, koper Wicher Jansen, XXV,81

4 dec 1788 verkoop van 5 vierdeel wand land op Doddenland, XXV,90

22 febr 1800, verkoop van 2 wanden land op Bartelinksland met een koeweide op Polsland, XXV,113

10 juli 1802…een wand bouwland op Geesenland, XXV,130

18 juni 1808, verkoop wegens schulden van wijlen Gerrit Hospers, een aandeel Supelenplusland, een aandeel hooiland, 1/3 dagwerk in de Geer, XXVI,24

19 nov 1808, worden verkocht o.a. 2 akkers turfland in de Greften, XXVI,27

16e van de zomermaand 1810 heeft de gemeenteschutter koeien geschut uit de hooilanden van de Deele, XXVI,36

6 augustus 1807, in testament van Fredrik Klumper en zijn huisvrouw Janna Hendriks Post (protocollen en testamenten van het landgerigt Almelo) worden genoemd de Woesten, Oosterhoeve, Derksland, Pilsland, Schepersland, Hoflandsland, Hospesland, Rutgersland, den Bol in de Woesten, het wulfersmaatjen in Geesteren, Frontemansland, XXX,79

Uit protocol 3 juni 1615, XIX,65, Hendrik Grubbe, schout in Vriezenveen geeft machtiging van overdracht aan de kinderen van Jan Jansen van hun 6 akkeren land op en dale te venne, te velde, huis, hoff top, twijgh niets uitgezonderd, XIX,67

20 febr 1641 verkoopt Jan Jansen Scholten en Aele, eheluiden, aan haar dochteren Trine en Geertken Jansen zes akkeren lands met huis etc

1424 Egbert Jonkeer te Almelo verklaart dat heer Johan van Wederden, priester, het door deze van zijn neef heer Roelof gekochte  en op de grond van Weeme op het veen gebouwde huis, leggen en voeren mag tot zijn beste wanneer hem dat genoegt. Voorts staat hij toe dat Gerhard Geelkijne als officiaal tot Oldenzaal daaraan mede zijn zegel hecht omdat dit huis gebouwd is op geestelijke grond, groot zwart II,18

Uit gemeenterekening 1754: Gerrit Winter, schout, geeft in een rekening uit 1753 voor Gangen gedaan voor de gemeente naar Paterswal en Almelo, Boerstege, Stouwe, WQoestendiek en Kerkensteege

Gemeenterekening 1754: Lambert quatte voor eenen halven dag arbeyden in de Weeme 6 stuiver.

Jan Muller 5 ½ dag arbeyden aen de Weeme en kerke

Hindrik Egbert de Groote aen de Weeme 5 ½ dag gearbeyd

Juli 1848…een adres van enige kopers van Rigterijlanden, III,20

 

Landrecht

1492; 10 akkeren op Almelervene laten liggen volgens landregt, paalregt en de oude gewoonte overgedragen aan klooster Sibculo, III,29

nootgerichte 13 september 1648….dinaar landrecht etc XVIII,13

1691, de ingezetenenen van het Vriesenveen moeten zig naar den Letterlijken Inhoud des Landregt gelijk alle andere ingezetenen reguleren, II,4

 

Landweer

1479…erf en goed de Zuidwendige tussen Peter Pauelsland aan de Wester en de landweer aan de Oosterzijde met alle oud en nieuw toebehoor op en dale te veene en te velde. Keurnoten Klaas Jacobs en Geert Johan Roelofszoon, III,23

 

Leesgezelschap

IV,22, V,109 en schrift nr 3 pagina 39

 

Lemen wand

DbJK, IV,106 Gisteren de oude stenen van den …..gruttersmolen naar beneden getransporteerd en de zolder schoongemaakt. Circa 2000 hele en 1000 in stukken zal den koop van f 11,-- ten naastbij bedragen. Hiermede wil ik het huis voor het achtereind dicht metselen daar thans nog een lemen wand is.

 

Limieten Vriezenveen

Stukken over het plaats gehad hebbende verschil tussen de Goedsheren van Den Ham en Linde en enige ingezetenen van Vriesenveen wegens de grensscheiding der veengronden, 1814

Archief kabinet portefeuille 1813-1823, omslag 1814.

 

Lissabon

Akte 3 januari 1756 waren Jan en Johannes Braamer in Lissabon, XI,14

15 maart 1725, Gerrit Hermelink te Lissabon, genoemd in een verkoopakte van Johan Smelt van 2 dagwerk hooiland in Rectum, XVII

 

Lonen

1826, dbJK, IV,72 boerenknecht f 38,-- per jaar

1827 nieuwe knecht gehuurd voor f 40,--, dbJK, IV 91,95: meid gehuurd voor 20 rieders en de gewone toegaven

1 febr 1721 Gerrit Henr Schuurman heeft nog 3 dagen helpen gras maaien voor 1 gulden 16 stuiver, XXII,95

20 september 1723, Jennegien Harmsen verklaart in 1717 op Pasen in huis zijn gegaan van Jan Harmsen Vetteker en daar 4 jaar te hebben gewoond als dienstmaagd. Van haar loon heeft zij niets ontvangen, dit bedroeg in 1717 19 riederen, een paar kousen, 2 ½ el breed doek en 2 hemden, 2 schorteldoeken, een paar schoenen, 3 pond vlas, XXIII,2

16 mei 1722, Berend Jansen heeft 3 jaar bij Jan Harmsen Vetteker als knecht gediend tegen een jaarlijks loon van f 38,--, 2 hemden, een paar schoenen en een linnen broek, XXIII,14

15 november 1727, Jan Pauels is schuldig aan Berendien Berends 16 gulden en 16 stuiver, twee handschoenen, 2 schorteldoeken een derde half el breed doek en een paar schoenen, XXIV,12

17 januari 1728 Otto Gerritsen Pill en huisvrouw Aaltien Harms contra Jan Brouwer, 5 gulden en 5 stuiver wegens verdiend scheren van 7 jaren en voor comparante 4 gulden min 5 stuiver loon als maagd (dienstmaagd) gediend heeft bij Jan Brouwer nog 7 stuiver en 8 penningen en een paar schoenen daarvoor, 1 gulden en 15 stuiver, nog 2 ellen linnen en een half, XXIV,15

Henriken Claassen geassisteerd met haar vader Klaas Harmsen spreekt Berend Brouwer aan wegens een jaar loon van Pasen 1727 tot Pasen 1728 ter somme van 24 gulden, een paar schoenen, 2 hemden en 2 ½ el breed doek, een schorteldoek en dan nog een half jaar loon, Berent Brouwer heeft haar met dreigementen van slaag en andersinds haar uit het huis gejaagd….XXIV,29

23 september 1741, Janna Jansen Hopster komt toe uit de boedel van wijlen haar vader wegens 2 jaar verdiend maagdeloon, 48 gulden, XXIV,50

20 maart 1751, Berendjen ten Cate heeft haar broeder Jasper een jaar als dienstmaagd gediend en daarom 20 rijder ider van 24 stuiver, 2 schorteldoeken, 2 hemden, 2 ½ el breed doek, een paar schoenen, 3 pond vlas en 2 ½ ….. spinnen. XXIV,124

23 juni 1753, Wycher Lamberts (Glas) is schuldig aan Aaltjen Hendriks een jaar loon, 28 rijders en kleding wat een meid toekomt….XXIV,138

24 mei 1788, Hermen Holtwijk eist van Gerrit Jan Schelfhorst betaling van f 12,-- voor 12 dagen helpen timmeren, voor geleverd hout f 6,--.

2 januari 1802 dient Grietien Schoemaker een vordering in tegen Hendrik Leenders van 5 hemden en 2 linnen broeken en een schorteldoek van de volle breedte in 1787 verdiend, XXV,125

8 januari 1803 Jennegien Jansen zegt dat Berent Gerritsen Smelt haar gehuurd heeft van Pasen 1802 tot Pasen 1803 voor loon aan geld 26 gulden 8 stuiver, voorts 2 hemden, 2 schorteldoeken en ½ el breed doek, 2 ½ pond vlas en een paar schoenen en voor een godspennink 12 stuiver, dat zij tot 27 december bij hem heeft gewoond en dat hij haar toen ontslagen heeft en weggejaagd daarom doet zij pondinge op al de mobilia van B Gerrits Smelt wegens bovengenoemd loon of de waarden daarvan alsmede voor kostgeld van 27 december 1802 tot Pasen 1803 zijnde 14 weken voor een daalder per week, de somma van 21 gulden of zoveel meer of minder het gericht zal oordelen te behoren XXV,133

19 september 1807, Grietje Gerrits heeft zich van Pasen 1807 tot Pasen 1808 verhuurd als dienstmaagd bij Wicher Berkhof tegen 28 gulden en 16 stuiver per jaar aan geld, voorts 2 ½ el breed doek, 2 hemden, 2 voorschoten, 1 paar schoenen, 2 ½ pond vlas, 15 dagen voor haar te spinnen, twee dagen zijn paard aan haar te lenen. Voor enige tijd heeft W Berkhof haar doen delegeren en verhuizen. Het loon in geld is uitgedrukt 41 gulden en 10 stuiver, XXVI,21

31 oktober 1807, Aaltje Nijhof dienstmaagd bij Jannes Boeschen verdiende een jaarloon van 24 gulden met de volgende toegisten: 2 ½ el breed doek gerekend op 2 gulden 5 stuiver, een paar schoenen 1 gulden 6 stuiver, 2 hemden 3 gulden, een grote schorteldoek 1 gulden en een stuiver, een vlassen schorteldoek 1 gulden 10 stuivers, XXVI,22

Groot zwart boek I pagina 56:

Voor 50 dagen beesten hoeden aan H Weiteman 1 paar kousen ad f 0,50, 2 ¾ el wollen goed f 1,35, 1 rode doek f 0,30, samen f 2,15.

Rekening van doctor PL Bruins over 1845 37 visites en 22 maal medicijnen, tesamen f 45,60.

6 oktober 1849 G Kruijs….voor 56 dagen beesten hoeden aan Julia Smit gegeven 1 ¾ el rode baai a f 1,57, 2 el merinos f 1,20, 2 boezelaars half katoen haf linnen f 0,50, samen f 3,27, Grzw I,60

1849 betaalt C Kruijs Gzn de rekening aan de geneesheer G.O. Boom voor 42 visites en medicamenten f 19,85, Grzw I,61

29 oktober 1850 krijgt Julia Smit voor 61 dagen beesten hoeden van C Kruijs Gzn 1 blauw baaien borstrok ad f 1,25, 3 el wollen goed f 1,50 en een doekje f 0,50 samen f 3,25, Grzw I,63

uit aantekeningen Claas Kruijs Gzn: in 1847 betaalt hij geneesheer PL Bruins voor een verlossing, 13 visites en 7 keer medicijnen over hetjaar 1846 f 18,65, Grzw I,58, op pagina 60 aan J ten Bruggencate voor geleverde geneesmiddelen over 1848, f 15,60, rekening aan dokter Stork 5 visites te Vriezenveen f 12,50, op pagina 61 rekening G.O. Boom over 1849 42 visites en medicamenten f 19,85, rekening van dr Stork medicamenten voor f 19,85, rekening van dokter Stork over 1849 f 11,90 en medicamenten van ten Bruggencate f 7,20

dbJK 18 april 1822

drie veenhouwers uur dfagloon 3/2 dagen 3 man f 2,-- 5 stuiver, voor de kost 3 man f 1,16, 3 mengelen jenever a 7 stuiver is f 1,-- en een stuiver, samen f 5,-- en 2 stuiver; de kost is denkelijk iets te hoog gerekend, III,67

 

Lotelingen, schutterij, verlofgangers, militairen, soldaten

1822, namen lotelingen dbJK, III,69

1823, dbJK, IV,30,32,43,45

1825 dbJK, IV,55-56

1826, lotelingen dbJK, IV,64,78,81,123,135, V,9,18,25,41,44,51

V,66,71 schutterij, dbJK

V,74, zie ook 75,79,80,81,106,108,109,112,124,125,128

 

Lijkwagen

Archief burgerlijk armbestuur.

December 1908 lijkwagen gekocht van P Boven Jzn te De Wijk bij Meppel voor f 625,--, XX,19

 

Markt

27 september 1721, Berend Grobben heeft 9 mei 1718 op ’t Vriesenveense markt aan Gerrit Scheepers 3 ossen verkocht voor 58 carolus guldens, XXIII,3

17 september 1740, Harmen Felhorst doet pondinge op de roerende goederen van Frerik Freriks wegens 20 gulden en 10 stuivers voor op de Vriezenveense Karmis gekochte varkens, XXIV,38

In een overeenkomst van de gemeente Vriezenveen met Gradus Vetker betreffende het verbreden van de Kerksteeg wordt onder meer gezegd dat……….het hoekje gronds genaamd de varkensmarkt voor de deur zal blijven (Gradus Vetker woonde waar café Winkel is in 1960, hij dreef een herberg.

7 mei 1829, de varkensmarkt is gisteren op het plein voor de kerk gehouden om reden dat B Hof niet langer achter zijn hek aan de zuidkant van de Kerkweg wilde dulden en ze vandaar op eigen houtje bij zijn nieuw getimmerde huisjes achter zijn andere huis, onlangs gezet, wilde verplaatsen. Dientegevolge heb ik eergisteren laten omroepen dat de varkensmarkt voortaan voor de kerk zal worden gehouden, V,12

 

Maten, schepel, spint, mengelen jenever, etc

Dagb J Kruijs pag 67 III, zie ook V,11, dagb JK V,33 wordt genoemd spint en schepel; 3 febr 1822, zes schepel van de vije, dagb JK V,123

19 juli 1721 de weduwe van Henrik Roeloffs is schuldig aan weduwe Frerik Harmsen 7 spint rogge wegens mullen huur XXII,104

1509, op de sterfdag van Griete van Woertreden zal elke conventaal een half mengelen wijn genieten, grijs II,2

 

Meijers (sibculo)

1527, Henrick van Rechteren Heer tot Almeloe vergunt aan de meijers (huurders) van Prior en Convent van Sibculo wonende op Almeleervene om ter eeuwigen tijde hunne beesten mede te laten gaan in Almeler Broick en zulks zowel uit gunst als van een wel gekweten soms geld, III,11

 

Minister G Kruijs

In schrift nr 3 pag 56 een krantenknipsel zonder datum over de benoeming van G Kruijs tot minister van marine

 

Moeije

Akte 5 mei 1746….maakt tot erfgenaam zijn moeije Anneken Hendriks Hinsevelt, X,31

23 november 1726, Jan Pauwels als erfgenaam van zijn moeije Jennegien Jansen  XXIII,100

10 juli 1745 worden in een erfeniskwestie een oom en moeije genoemd XXIV,78

 

Molens

Rosmolen dagb JK V,111, 5 ecember 1821 Het water wordt dagelijks hoger ofschoon de molen veel weg maakt. Dagb JK V,121

VII,2 het recht van huize Almelo met uitsluiting van alle anderen tot het houden van wind- en watermoelens in de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen

Nevens een rosmolen (testament 26.04.1706, VIII,17

Akte van 3 november 1725… voorts twee rosmolens de eene staande op de landerijen van Gerrit Harmsen Koster en de andere rosmolen op Busschersland, IX,32

Akte van 13 augustus 1728…ook de rosmolen op het land van Arent Waanders IX,43

Akte van 17 november 1731, een gaarden achter de molen X,6

Akte 30 oktober 1751…..heeft de rosmolen met de grond….X,50

Akte 20 maart 1756…..hebben verkocht en dragen over hun rosmolen met den grond mits het recht van Jan Hoek om daar op te malen voor eenige jaren bedongen heeft XI,23

Akte 21 maart 1756 Jan Klaassen verkoopt z’n huis met land alsmede de rosmolen aan Claas Jansen en zijn huisvrouw Grietjen Henriks XI,23

19 februari 1764…Klaas Jansen en Grietje Hendriks dragen over hun rosmolen aan…..19 met name genoemde nieuwe eigenaar XII,33

7 december 1776 draagt Gerrit Geerdink een anpart van de rosmolen en zijn huis en landerijen over aan Gerrit ter Heijne, XIV,18

Akte 5 juni 1779..daarbij het aanpart van de rosmolen op Coster Gerritsland aan Wieger Gerrits voor f 68,--

Akte 5 mei 1804 kopen Egbert Wichers en huisvrouw Geertje Barvel een half huis met de halve gaardens achter de meule gelegen XVI,27

Akte 23 juni 1792…….de rosmolen op Harm Wintersland XV,27

Akte 20 juli 1793….Berent Engbers Smit draagt onder zekere voorwaarden zijn huis, landerijen en inboedel , gaardens, de oliemolen over aan zijn dochter Gerhardina en haren man Hendrik Boeschen XV,34, ondertekend Berend Engbers olly Smit (zie hiervoor onder oliemolen)

Akte dd 14 augustus 1795….een aanpart van de rosmolen XV,53I

1 februari 1721 dient Gerrit Henr. Schuurman een rekening in ten laste van Jan henriks Heijneman van f 3,-- voor het maken van de Meulenromp XXII,95.

19 juli 1721 wed. Henrich Roelofs is schuldig aan weduwe van Frerik Harmsen 7 spint rogge wegens mullen huur (huur van de molen), XXII,104

Dagb JK IV,35, grutterij

1824 Waterwind, korenmolen dagb JK IV,51 idem rosmolen.

Dagb JK IV,83, gruttemolen voor afbraak verkocht (is niet doorgegaan, zie blz 84)

1827 dagb JK, IV,94, Gruttemolen thans definitief verkocht…..voor f 7,--.

1797 Heer van Almelo had alleenrecht van het houden van wind- en watermolens in de heerlijkheid almelo en Vriezenveen VII,2

Dak van de molen op veel plaatsen gelapt zijnde hetzelve door de hoenders aanmerkelijk beschadfigd dagb JK V,49.

Dagb JK 24 april 1817, V,85, met den aanbouw ener watermolen niet veel gevorderd.

27 mei 1817 V,90, watermolen.

Dagb JK, V,98, dit voorjaar (1818) een plan voor een watermolen tot stand gebragt. Op deze pagina worden ook meerdere bijzonderheden over de molen gezegd.

Najaar 1819: kroonwerk op de watermolen gemaakt, Dagb JK, V,103,107,108

Geen molens die door wind of water bewogen worden, maar twaalf rosmolens waarvan op tien koren wordt gemalen, een oliemolan en een gruttersmolen. Prov. Archief Zwolle, varia nr 48, statistische opgaven van de provincie Overijssel.

1619, vergunning aan Jasper Jansen op ’t Vriesenveen tot het plaatsen van een oliemolen en regeling van de pacht, II,7

21 april 1822, molen werkt gedurig dagb JK, III,68

IV,6 de schout Jan Kruijs had ook een brouwerij en grutterij aan de oostzijde in een gebouwtje van het oude scholtenhuis later eigendom van de familie Engels.

12 november 1740 Jan Jansen Menne, Hendrik Heijneman, Engbert Smit en Jannes Prinsen zeggende dat zij met Jan Kluppels een rosmolen tegenwoordig staande op het land van Gerrit Roelofs en H Heyneman hebben gekocht dat daar nu enige reparatie aan moet geschieden maar dat Jan Kluppels weigert mee te betalen zijn zevende deel der kosten zijnde 9 gulden, 6 stuivers en 11 penny te betalen XXIV,41

De smokkelhandel in zout wordt thans ongemeen sterk gedreven. Ook worden er vele kleine partijtjes van 2,3,5 tot 6 zakjes toe aangehaald. Het gemaal heeft in de vorige maand omstreeks f 80,-- opgebracht. Op de waterwind Korenmolen ligt starig alle dagen een commies zodat er genoegzaam niet kan gesmokkeld worden. Bij de rosmolen doen ze continueel de ronde. De westere drie en die bij de Lange zijn niet in werking, die bji Engels is onlangs verkocht, behorende aan B de Groot ad f 135,-- meen ik en wordt wellicht afgebroken. De Leendersmolen is door de buren ook gesloopt, doch zal misschien elders worden geplaatst, IV,52.

Aantekeningen van GK van Hogendorp op een reis door de Veluwe, Overijssel en Drenthe in de nazomer van 1819 zegt o.a.: de korenmolentjes ion de huizen worden bewerkt door paarden, onlangs is er een windmolen gezet om de landerijen droog te houden, II,44.

14 september 1776 wordt namens de wed. Jan Haselbeeke gerechtelijk verkocht huis en landerijen van Gerrit ter Heine waaronder een anpart aan de rosmolen, XXV,22

2 augustus 1850 is van hier verhuisd de molenaar JH Steffen, grzw I, 62. JH Steffen woonde bij de grote kerk waar J van der Heide zijn groentezaak heeft (in 1960), De molen stond op Jaspersland achter de waterleiding.

In 1805 schrijft de secretaris Johannes Kruijs aan de schout JH Dikkers in Borne dat de goedsheren en geerfden van Wierden een protest hebben ingediend tegen het plaatsen van een watermolen in Vriezenveen, grzw II,53.

In de eerste helft van de 19e eeuw was er een vergunning nodig om met graan naar de molen te gaan. Zo’n vergunning uit 1837 is nog in bezit van de familie Roelofs. Hierin worden verschillende hoeveelheden vermeld. Overgebracht in VII, 19, 20.

Over het bouwen en de exploitatie van de windwater later ook korenmolen in Vriezenveen, 27 juli 1816. In dit stuk worden o.a. de namen der commissieleden vermeld. Verder staan hier bijzonderheden vermeld over de grootte van de molen, de wieken alsmede de bedragen waarvoor door verschillende ingezetenen ingeschreven was, alsmede over de verpachting van de molen. III, 56,57,58,59 tot en met 71

Over de oprichting van een watermolen, schrift 3 pag 26,27,33

1804, 27 januari brief aan Jo Kruijs huize de Grimberg… veel stof tot een watermolen, deze week is weer een tekening gedaan. Er zijn maar weinig tegen maar of het uigevoerd kan worden… schrift 4, 38

 

Nachtwakers

1826 Hendrik Schipper nachtwaker, dagb JK, IV,63

1826, Jannes de Bolte oudste der nachtwakers overleden, dagb JK, IV,73

1826 nachtwachten Schipper en de Bolte, dagb JK, IV,76

Dagboek JK, IV,22,23, Hendrik Schipper Albertzn aangesteld als nachtwaker

Gemeenterekening 1756: voor de vier nachtwakers en een klokluider ieder 16 gulden tezamen 80 gulden

 

Nieuwe vaart (van Hengelo naar de Vecht)

1822 IV,17,20,31,32

23-26 juli gepasseerde zondag den 21 july hebben ik, den heer de Jong ingenieur, bij mij gehad om over de geprojecteerde nieuwe vaart informatie in te winnen. Ik heb nog hoop dat dezelve zal tot stand komen. Omdat door deselve ene communicatie met de nieuw aangelegde kolonie bij de Ommerschans zou worden geopend. Want ene andere vaart ten behoeve van dezelve lopend van daar in de vegt hebbende haar uitwatering in de nieuwe vaart van Van Marle is ook voor enige tijd aanbesteed voor dertig duizend gulden.

Pagina 20 waterpassen van de geprojecteerde vaart.

Pagina 31 en 32 IV, 25 maart-2 april 1823

Gisteren naar Almelo geweest wegens de geprojecteerde vaart van Hengelo naar de Vegt. De stukken, te weten de opgemaakte kaarten door de landmeter de Jong aan de burgemeester van Almelo ingezonden zijnde, wierden geexamineerd en wijders om het vinden der kosten ge sproken. De schout van Hengelo zal een begroting van de goederen welke langs deze vaart zouden verzonden worden, opmaken. Ik geloof dat van deze vaart niets wordt te ware het gouvernement de te doene negotie wille garanderen. De kosten van deselve met de nodige sluizen en bruggen worden begroot op ruim honderentweeenzeventigduizend bulden. De gehele distantie van Hengelo af tot in de Vecht is ongeveer of wel ten naastenbij zeven uur gaans.

 

Nieuwsjaarwensen

Dagb JK V,37

 

Oliemolen, olieslager etc

19 januari 1730… wordt in hypotheekakte genoemd Engelbert Smiit, olieslager op Vriezenveen  XVII,61

Akte dd 20 juli 1793, Berent Engbers Smit draagt onder zekere voorwaarden zijn huis, landerijen en inboedel mitsgaders de oliemolen over aan zijn dochter Gerhardina en haren man Hendrik Boeschen, ondertekend Berend Engbers olly Smit, XV,34

Akte 11 juni 1795, doct. E Dull en proc G Troost als curatoren van desolaten boedel van Hendrik Boeschen hebben 11 augustus 1794 forn veilrn fr vaste goederen van Hendrik Boeschen en diens ehevrouw Gerritdina, olieslagers welke goederen bestaan in een huis, een oliemolen en met name genoemde landerijen, koper wordt Ambram Hauterman voor f 2650,-- en heeft 24 augustus tot kooperen benoemd Hendrik Arents, Jan en Jannes Engberts en Jan Costers, XV,46

In 1619 beklaagde zich de Heer van Almelo dat Jasper Jansen op het Vriezenveen een olimolen opstelde. I,36 links.

21 april 1798, aanbesteding door dr E Dull en procureur GJ Troost als curatoren van de insolventen boedel van Hendrik Boeschen en bij de minst aannemende aan te besteden het onderhoud en alimentatie van Berend Engberts Smit off olieslager…..XXV,92,93

10 mei 1800, proc. DJ Lambers als gevolmachtigde van mevr SCF van Rechteren Almelo zeggende dat aan comparante jaarlijks uit de oliemolen te Vriezenveen voorheen van Hendrik Boeschen en vrouwe toebehorende hebbende en op 11 asugustus 1794 gerichtelijk aangekocht door Hendrik Arentsen, Jan Engbers, Johannes Engebers en Jan Costers jaarlijks competeren 50 oliekoeken dat echter laatstgenoemden sedert enige jaren de betaling hiervan weigeren voorgevende dat die aan haar niet zouden toekomen, daarom doet zij inleidinge in de vermelde oliemolen voor zover de jaarlijkse 50 oliekoeoen betreft, XXV,1114

19 januari 1730. Uit protocollen Kedingen. Gerrit Smit en Henrichjen Abrahams, ehelieden, zijn schuldig aan Engelbert Smit olieslager op Vreizenveen en erfgenamen 250 carolusgulden hypotheek op hun half huis op de Haermaet in Wierden, XXVII,61

 

Ommerschans

28 augustus 1823….een bedelaar Martinus van Engelen naar de bedelaarscolonie de Ommerschans opgezonden, doch is teruggewezen wijl er geen mens uit de provincie Overijssel werd aangenomen

 

Ongel

1822, IV,21

 

Onrust in Vriezenveen

Ongeregeldheden in Vriezenveen, notulen CdK nr 13016 januari, 252 25 januari, 1873

 

Ontvangers

Dagb JK, IV,23. Heden is alhier een nieuwe ontvanger van de directe belastingen en accijnzen komende van Kampen Groskamp genaamd, gearriveerd. Heden nacht ten 12 uren gaan de nieuwe belastingen in, 31 december 1822

Aantekening LJ in IV,8: In het huis Jonker wordt Lukas Joost overgrootvader van de tegenwoordige eigenaar JF Jonker. Nadat Lukas Joost en zijn vrouw beide plotseling zijn gestroven kort na elkaar, stond het huis leeg. Het werd later verhuurd aan de ontvanger Wilhelmi, bij wie ingebroken werd en een secretarie gestolen werd, deze werd door een raam aan de westzijde van het huis naar buiten gebracht in de tuin en daar van achteren geopend. Er zou 4000 gulden in gezeten hebben, doordat de ontvanger juist de accijns van de turf had ontvangen, IV,8

Hieraan voegt H Jansen de volgendde overlevering toe: Er werd bij het onderzoek naar het verdwenen geld ook een put onderzocht staande voor het huis van de familie Kleyse, daar waar nu (1960) de heer Herman Smelt woont. Er werd niets gevonden. Deze overlevering gehoord van D Eshuis. HJ was toen een jongen van ongeveer 12 jaar, dit was dus omstreeks 1911/1912

 

Oorijzer

Testament 15 april 1708, en ’t silveren oorijzer, VIII,22

Testament 22 maart 1723… haar zilveren oorijzer aan, IX,24

Testament 29 januari 1751….haar zilveren oorijzer, X,47

Testament 31 december 1759… het zilveren oorijzer, XII,5

Testament 4 november 1766… met het zilveren oorijzer, XIII,10

Testament 30 maart 1769… vermaakt Hendrika Jansen Tijhof haar zilveren oorijzer aan haar naaste bloedverwanten, XIII,25

29 september 1761, Berent van der Aa en huisvrouw Hendrikjen Berendsen van hetVriezenveen maken elkaar erfgenaam. Het dochtertje van wijlen haar zoon Jan van der Aa krijgt de kast die in de kamer staat en haar kleren, mutsen en het zilveren oorijzer met haar zilveren gespels op de schoenen, XXX,21

 

Oosteinde en Westeinde van Almelervene

1458, oosteinde III,13

1486, westeinde van Almelervene, III,26

1492, westeinde, III,29

1493, bezit van klooster op ’t Westeinde van Almelervene, III,30II

 

Oosterhoeve

Akte dd 18 maart 1636, VII,49 (1746),4

Akte 21 augustus 1725, turfakker op de Oosterhoeve IX,30, XI,13, VIII,41, XIII,1, XIV,72

31 augustus 1801 XVI,31 (1806) XVI,38

¼ akker turfland op de Oosterhoeve XV,32

Akte 14 februari 1800… 1 ½ akker turfland op de Oosterhoeve, XV,75

Akte 11 juli 1800…. Een halve akker turfland op de Oosterhoeve XV,78

16 december 1780, ½ akker hoevenland in de Oosterhoeve, XXV,55

 

Oost Indie vaarders

Actum Almelo, 7 maart 1717

Wij burgemeesteren Schepenen en Raad der Stad Almelo doen cond en certificeren met dezen dat voor ons in eigene persone erschenen is Derk Bartelink oudste zoon van Gerrit Bartelink, onderscholtus op ’t Friesenveen, ons voordragende hoe dat hij comparant voornemens was in ’t Korte voor commandeur over de soldaten na Oost Indien te varen p[ ’t schip de Visch…. Hij geeft verschillende volmachten voor eventuele verkoop van zijn bezittingen, XXVIII,2

 

Ouden Hoevenweg

1822 dbJK, III,77,78, V,43, IV,39,119

15 september 1713 zegt Jan Hinrixen Post dat Gerrit Frericken ten Caathe comparant met geweld voor het hecke (of becke) heeft geholden en niet na de Hoevenweg heeft willen laten volgen XXII,25

2 november 1742 de weduwe Luikas Fick en Jan Geersen hebben een kwestie over het graven van een dagwerk turf, hierin wrodt genoemd de Olden en den Nieuwen Hoevenweg XXIV,57

 

Oude weg

1526 wordt land verkocht van den olden weghe en tussen de vicarien

1474 wordt in een koopakte een goed genoemd gelegen buiten de olden weg, III,5, ook II,19, IV,15

21 december 1700, hooiland bij de oudeweg, VIII,2a, akte 17 september 1711, olden wech, VIII,32

Akte 20 december 1712, den olden weg, VIII,37

Akte 10 gebruari 1716, 3 akkeren aan den olden weg, VIII,48

Akte 15 september 1720.beginnende van den olden wech, IX,18a (1727),38

Akte 5 maart 1729…., 5 akkeren van den olden weg tot den olden graven, IX,46

Akte 5 augustus 1746…..3 akkeren lands beginnende van den olden weg tot aan den Dijk of Aa alsmede het broekland daarachter liggend tot aan den olden graven, X,31

Akte 19 febr 1757…beginnende van de oude weg tot aan off met den dijk ofte Aa, XI,34

Proces boterpacht 1630, XIX pag 9… dat hij (landmeter Sasse) de pastoorhoeve hebbe gemeten van den olden wech off tot aan den Aa.

7 maart 1722, Claas Braamhaar heeft op 18 september 1711 verkocht zijn land van den dijk tot den olden weg, XXIII,11

11 juli 1788 wordt Berend ten Bruggencate aangesproken om bij te dragen tot onderhoud avn de brug in de waterleidingen en in de oude weg, XXV,88

17 maart 1474 wordt land verkocht scheidende aan de Vrysen A en den ouden weg.

 

Palen en paalrecht

1492, zie III,29

6 november 1668, die van ’t Vriesenveen contra de Heren van Almelo over het zetten van palen op de scheiding van Vriesenveen, II,4

 

Papenvonder

VII,3,4,10,14,15

Pagina 3, 26 okt 1747….welke Bavesbekke een lopende stroom is nooit droog en bijna altoos met schuiten bevaarbaar, zelfs een groot eind boven het Papenvonder en boven de eerste sluizen van het Superplus

Pagina 4, 6 augustus 1746, verklaring van verschillende personen dat de Schipsloot zijn begin neemt bij het Papenvonder uit de Bavesbeke

Pagina 10, 9 juni 1747, verklaren verschillende oude ingezetenen met namen en leeftijd genoemd, dat het hun wel heugt dat de Schipsloot van des Kooykers huis op het Vriezenveen gegraven is

 

Pastorie

Akte 1 augustus 1804, opgenomen van het Burgerlijk Armbestuur f 500,-- a 4% tot reparatie vanb de pastorie, XX,17

Juni 1804, f 200,-- opgenomen ter reparatie der pastorie van ds HJ van Laar, XX,25

17 maart 1819 schrijft de schout Jan Kruijs van Vriezenveen aan de Goeverneurs des Konings van Overijssel onder meer dat de Pastory in de jaren 1804-1805 gedeeltelijk gerepareerd is waartoe de penningen door aanslagen over de gemeente zijn gevonden, dan daar deze last te zwaar drukte is men genoodzaakt geweest f 900,-- tenegoteren om de meest dringfende reparatien te voltooien etc. Er zouden nog verschillende reparaties nodig zijn aan de pastorie doch het geld ontbreekt. Hij verzoekt de gouverneur om krachtdadige bijstand, Groot zwart nr 2, 35,36

 

Paterije, Patersland, Paterswal

In het proces m.b.t. de Schipsloot wordt de naam Paterswal genoemd, II,38-39, 1822 dbJK, III,77,78, 1822/23, IV,19,39

1825 “gote in Paterswal” dbJK, IV,60

1926, bruggetje op de Paterije afgebrand, dbJK, IV,67,112

Hoogwater, Paterije en Paterswal, dbJK, V,40,,43,70,102,

6 augustus 1746 Paterswal, VII,7

15 maart 1743, tot aan de paterie, VII,15

8 mei 1749, Patersdijk, VII,16

Akte 24 januari 1722…twee akkeren turfland gelegen in Patersland, IX,21II

Akte 20 juli 1726, turfland liggende in Paterslandt, IX,35

Akte 21 augustus 1754 op de zogenaamde Paterie, Patersland genaamd, XI,7

Akte 3 februari 1759…op de zgn Paterie of Patersland, XI,51

Akte 11 mei 1765, een akker turfland op de paterie, XII,49

Akte 20 juni 1880, ½ akker hoevenland op de paterie, XV,49

Akte 25 juni 1798…een halve akker turfland op de Oostere Hoeve de Paterie genaamd, XV,59

Akte 30 december 1801, een akker turfland op de Paterie, XV,79

25 november 1769, wordt genoemd de zgn Paterswal, XXIV, 172-173

20 maart 1751, boedelscheiding familie ten Cate wordt genoemd een akker turfland op de Paterije

1806, 14 januari schrijft G Kruijs-Otten aan Johannes Kruijs op den huize Grimberg…de weg na Almelo is eenige dagen over Paterswal geweest, reeds loopt de Kerksteege nog overal over…schrift nr 4, pagina 37.

 

Pokken, epidemie

In schrift nr 4 pagina 1 en vervolgens wordt geschreven over een pokkenepidemie in Vriezenveen in 1794.

1803, 19 november een brief aan mej J Kruijs op huize Grimberg af te geven op het veer te Rijssen:

De pokken vallen hier ook in en verspreiden haar, dat meissien van Brugge Gerrit is reeds weer beter etc etc, schrift 4 pagina 27.

 

Processen

Proces Jan Smelt en processtukken drost van Thill. Contra de Vriezenveners, VII, 20/56. Vervolg proces van Thill, zwart XVIII,4/37. Op pagina 23 verklaart dr van Thill dat hij geen genoegen nam met de gepondete paarden.

VII,21, uitspraak binnen de stad Kampen door gedeputeerden van Landschap van Overijssel over het proces Drost van Thill en de Vriezenveners, 13 maart 1650. De gemeente Vriesenveen wordt veroordeeld tot betaling van 1600 carolusguldens met de intresten.

Proces ingezetenen van Vriezenveen contra de heer van Almelo over verhoging van de boterpacht, XVIII 28/94

 

Protestantenbond, Nederlandse, afdeling Vriezenveen

Deze werd opgericht 12 febr 1885 met aanvankelijk 89 leden; het bestuur werd gevormd door J.O. Meijer, voorzitter, J.L.L. Tilanus secretaris, G de Lange penningmeester. In schrift 3 pagina 35/37 staan hierover meer bijzonderheden alsmede een ledenlijst bij de oprichting.

 

Raadhuis Vriezenveen

Aankoop door de gemeente Vriezenveen van een huis aldaar van de heer JH Jansen om te dienen tot gemeentehuis voor de som van f 3500,--. Het desbetreffende raadsbesluit goedgekeurd, notulen GS 1874 nr 79,80.

Ingebruikneming nieuwe raadszaal 20 september 1937.

De mairie van de gemeente Vriezenveen certificeerd dat de huur van een lokaal dienende voor het huis der gemeente voor het jaar 1814 de somma van drie en vijftig franken zal belopen; uit hoofde in de gemeente geen eigenlijk stads- of gemeentehuis bestaat.

Vriesenveen, den 13 october 1813

De maire

G Engels.

Justificatie stuk bij de begroting 1814 Vriezenveen.

 

Recht van terugkoop

Akte 24 juli 1784 de weduwe Jannes Clomp verkoopt enige koeweiden in haar landerijen aan Gerrit Holland voor f 120,-- met recht van terugkoop binnen 6 jaar, XIV,69

 

Rechtspraak

1728 Protest van de heer van Almelo over het doden van een man en vrouw bij het klooster Sibculo, II,10

17 april 1753, rechten van de heer van Almelo, II,5

 

Regenkleed

= zwarte doek die vrouwen bij een begrafenis over de muts hadden.

In een aantekeningenboekje van Hendrikus Boeschen schrijft hij 1788: Amsterdam Tomas.

Hendrik Wymar op de Heerengracht daar Hendrik van Lubau bij is een zwart regenkleed met te brengen.

IV,2.

 

Richtmaal

2 juni 1834 schrijft Gezina Kruijs aan Bernardus Kruijs te St Petersburg, groot zwart I,9

Zaterdag hadden de arbeidslieden bij Claas (Kruijs) eenen aangenamen dag namelijk het 29 rigtmaal, de buren waren er ook bij verzocht en onzen buurman M Spijker, zij hadden eenen kouden ham en wittebrood en stoete erbij, zij hebben in overvloed gehad, van alles wierd overgehouden, vervolgens dronken zij nog eens lustig, den ham zoals gebruikelijk is met twee flesschen wijn hebben zij uitgehangen, ook een slag…..

 

Rigters en Schulten

De schout Engels kwam uit Ootmarsum, IV,6

Claus Frederickszoon en gesworen richter op Vresenveene, VII,20

20 juni 1710 schultus Claas Kruijs, VII,20

23 maart 1639, Herman geerds schulte, VII,22

6 april 1648 scholtus Frederick Egbers, VII,28/29

29 november 1635 Bartholt Johansz scholtus, VII,40

Herman gertsen en Henrick Grubbe, beide gewezen scholtussen, 8 mei 1643, VII,44

3 januari 1700 scholtus Lucas Harms, VIII,1,2

VIII,3, de zalige schultus Jan berents Brouwer VIII,3

30 april 1709 laatste akte opgemaakt door Lucas harmsen als schout, VIII,6a

1422 Lude Ludenszoon, III,14

1422 Hendrik Linthorst, III,14

1466 Egbert Luden, III,18 zoon van Lude Ludenzoon, III,19

1470 Berend Grubbe gezworen schulte op Almelervene III,20

Hendrik van der Aa gezworen schulte op Almelervene, 1480,82/87, 89,92, III,3,23,24,25,26

DbJK V,98 20 september 1818 aanstelling van Jan kruijs als schout van Vriezenveen

23 mei 1709 1e akte van Schultus Klaas Jansen Kruijs, VIII,25

25 mei 1691 verzoekt de schultus te benoemen. Als zodanig wordt aangesteld de secretaris Harwich, VIII,36, akte 11 juli 1725 Claas Kruijs schultus, VIII,39

akte 23 februari 1682, Otto Frederix Schultus, VIII,47

18 februari 1716 Harmen Luix schultus, VIII,48a

1505 Lude Egbertsen, gezworen schultus op Almelervene, III,30II

benoeming rigter op Sunte Walbrugken, III,59

1458 Overijssels tijdrekenkundig register IV,91

Egbert Ludensen is dan gezworen rigter op Almelervene.

D blz 90 (dr Aris of Avis), 1458 St Marien Magdalenen, Egbert Ludenszone gezworen rigter op Almelervene betuigt etc D blz 184 (dr Aris)

1466 St Urbanusdag Egbert Luden rigter op Almelerveen betuigt etc D blz 205 (dr Aris)

1469 st Matthijsavond Egbert Ludens Schulte op Almelerveen doet kond etc 1470 Petriavond ad Cathedran, Berend Grubbe gezworen schulte op Almelerveen

D blz 263 (dr Aris)

1474 naasten daags na Cregidii, Herman Jacobs rigter op Almelerveen, gerigtsluden Johan Clawesus en Johan Wychers

D 323 (dr Aris)

1478 St Johansavond Natiritas, Berend Grubbe, gezworen scholte op Almelerveen, doet kond.

Gerigtsluden: Rotgher Schomaker en gert Johan  Roelofszoon

1495 St Vitus (dr Aris)

Johan Egberts gezworen schulte op Almelerveen.

1469 Egbert ludens schulte op Almelerveen

1470 Berend Grubbe gezworen schulte op Almelerveen III,20/23, 1478,1479

1480 Hendrik van der Aa St Thomasavond, 1482/1487, 1489,1492 III,23/29

1493 Johan Egbertszoon III,30II

Ludeken Egbertszoon 1505, 1506, III,31

23 mei 1709 eerste akote opgemaakt als schout door Klaas Jansen Kruijs, VIII,6a

akte 28 november 1724….Claas Kruijs schultus, IX,27

1 oktober 1740 Johs Kruijs scholtis, X,7

27 juli 1748, Johs Kruijs, schultis

akte 15 september 1749….laatste akte van de schout Johs Kruijs, daarna treedt op Berend Jansen Berkhoff als verwalter schultus, 13 juni 1750 eerste akte van de schout Hendrik Bramer zijn laatste akte op 23 april 1752, daarna weer Berend Jansen Berkhoff als verwalter schultus tot 13 april april 1753 tot 1 mei 1756, de eerste akte van de schout Jan hendrik Dikkers, X,43

Zie voor dit laatste ook XI,24

In proces harmen Geerdts en Hinrich Schuurman contra kerkmeesters van Vriezenveen, 19 october 1635 oldenstijls verklaart Bartholt Johans indertijd uit naam en vanwege de weledele en gestrenge Johan van Rechteren thot Rechteren ende Bredenhorst heer tot Almelo en Vriesenvhene een gezworen schulte op voorzegde Vhene XVIII,8

Noodgericht 13 september 1648 Frederick Egbers Schultus XVIII,11

Jasper Hinrix gezworen schultus op Almelerveen, XVIII,56 (1555)

Akte van 23 maart 1627 Henrich Grubben gezworen schultus op Vriesenveene, XVIII,67

Akte 10 maart 1724 wordt genoemd de overleden schultus Jan Berendsen Brouwer, XXIII,46

I,24/29 namen en bijzonderheden over rigters, schouten en burgemeesters

Lijst van plaatsvervangend schultussen op pagina 29, lins zwart boekje I

1470-1472 Berend Grubbe schout op Almelerveen, ook 1478,1479 zie pagina 20, grijs II,18 links

lijst van rigters van Vriezenveen met aanduidingen waar in de verschillende boekjes over hen gesproken wordtt. Groot zwart II, 121/129

Hendrik Linthorst 1416, III,13, 1422 III,14, 1418 zegel: een veld bezaaid met schijven (bijdragen geschiedenis van Overijssel III-330

Lude Ludenzoon, 1422, III,14/16 Lude Ludenzoon geheten Jonge Luden 1423 of 1424 III,15

1425 of 1426 III,17 1426 III,17, 1428 III,18, 1427 III,17, 1440 III,19, zegel 1422-1440, bijdrage geschiedenis Overijssel III pagina 331

Fredrik Gerdes, 1435 of 36 III,8

Egbert Lugen of Ludenzoone

Zoon van Lude Luden III,19, 1458 III,13?, 1451 III,19, 1455 IV,19, 1466 III,18, 1469 III,20zegel anker met 2 blaadjes 1455, zegel 1464 zie kaartje, bijdragen geschiedenis van Overijssel VII,179

Berend Grubbe, 1470 III,20, 1478 III,21, 1479 III,21/23, zegel 1472 zie kaartje

Herman Jacobs, 1474 III,5 1475 zegel een lelie, bijdragen Overijsselse geschiedenis VII,177

Henricus Filius Ludolphi

1476 XVIII,51

Hinric van de Ae, 1480 III,23, 1482 III,24, 1483 III,24, 1484 III,25 1485 III,25 1486 III,26 1487 III,26,27, 1489 III,28 1492 III,28/29 zegel: een als baar gestelde degen met de punt naar beneden, boven vergezeld van een liggende wassenaar beneden een ster, bijdragen Overijsselse geschiedenis VII,170

Johan Egbertszoon, 1493, III,30

Claas Fredrikszn

1497, III,4

Luiken Egbertszoon

1505 III,30/31 1506 III,31

1514 zegel een keper, bijdragen geschiedenis van Overijssel VII,174

Henrick Johansz, 1519,1531

Jasper Hendrikszoon

1548 VI,1, 1555 XVIII,58

Hinrich Tonissen

1586 deductie pag 199, 1595

Hendrik Grubben

1614, 1618 XXI,32, merk van Grubben zie kaartje nr 9, 1639 XVIII,11 en voor 13 september 1648 Henrick Grubbe, gewezen schultus, 8 mei 1643 VII,44

Barthold Johansz Dodde

1619 XXI,44, 1627, 1635 VII,40 XVIII,9

1636 VII 41,42, 50, 49, 48, 46 is 30 maart 1618 omtrent 31 jaar oud XXI,36, VII,50, zegel zie kaartje nr 9 uit 1627, bijdrage overijsselse geschiedenis 326 en VII,47

Herman Geerds

28 januari 1639, VII,23, 5 april 1639 VII,44,23, 17 juni 1639 XVIII,10,17

1644 ouderling VII,45 1648 kerkmeester XVIII,22 is 1648 omtrent 52 jaar oud XVIII,46

zegel van Herman Geerds, VII,47I

Fredrik Evertsen

22 nov 1643 volontair zaken en contentien stad Enschede, zoon van Evert van Weerselo, koster in Vriezenveen.

Fredrik Egberts

Almelose oudheden/Racer, pagina 626

1647 VII,34,39,55, 1648 VII 31,40,46,24,56, zegel VII 47I en 39

Hendrik Egbers

1644 Almelose Oudheden pagina 626, 1645

Jan Bartels Dodde

2 okt 1681 Aaltje jansen dochter van olde scholte Jan Bartels huwt met Gerritsen zoon van G Jansen

Jan Bartholts kerkmeester 1648 XVIII,22, is in 1648 ongeveer 38 jaar oud.

Jasper Jansen

VII,47I

Zegel van Jasper Jansen VII,47I

Verwalter scholtus 1638 XVIII,22,23

Jan geerts

1676 rekeningen rentmeester Sibculo en Albergen.

Otto Frerix

1677 zoon van de schout Frerik Egberts

1680 XX,4, 1683 kohier der vuurstedencedel

Lukas Harmsen (koster)

1681 rekeningen rentambt Sibculo en Albergen, in het kohier van de 1000ste penning van 1694 wordt hij genoemd Olde Scholten

Hendrik Alberts Crol (Krul)

1686

Jan Berendsen Brouwer

1694 lijst van de 1000ste penning Nederlandse Leeuw 1916 pagina 121

Jan Berendsen zoon van Berend Hendriks Kruijs

20 november 1681 gehuwd met Geesje koers weduwe van Berend Jansen Brouwer

Claas Kruijs, 1 mei 1709

Claas jansen Kruijs zoon van Jan Berends Kruijs huwt 16 sept 1694 met Geertjen Engberts van Engbert Janssen Smith en 7 jan 1700 met Geertjen Lukassen Scholl van Lukas Jansen Scholl (gehuwd te Wierden).

Johannes Kruijs geboren te Vriezenveen 11 maart 1716 zoon van Claas Jansch Kruijs en van Geertjen Lucassen Scholl, hij was gehuwed met Geertje Brouwer

Jasper Frederiks van Olde, 1696

Zoon van Fredrik Gerritsen Olde huwt 21 oktober  1688 met Hendrikjen Hendriks van Hendrik Gerrits Spanjert en 6 sept 1696 als scholte te Vriezenveen met Elsjen ter Keurst van Herman ter Keurst te Rijssen. Zij hertrouwt 1699 met Albert Wilters Smit

Lukas Harmsen (koster)

20 maart 1699, 1700-1 mei 1709

zoon van Harmen Everts Coster te Vriezenveen kleinzoon van Evert van Weerselo.

Zijn weduwe hertrouwde 1755 met Jan Hendrik Dikkers die in 1756 schout werd in Vriezenveen. Johannes Kruijs komt reeds 30 maart 1739 voor als schout alshowel hij toen nog minderjarig was

Zegel van Johannes Kruijs 1749 een kruis onder aan beide zijden de letters J en K, boven aan beide zijden een eikenboom.

Hendrik Braamer, 1750 en 1751

Was gehuwd met Hendrikjen Hendriks Winter dochter van Hendrik Gerrits W en aaltje Jansen Tonissen.

Gerrit Winter 1753-1756

Geborne 26 maart 1713 zoon van Hendrik Gerrits Winter en van Aaltje Jansen Tonissen gehuwd met Gezina Egberts Raphuijs en later met Johanna van Olde dochter van Jan Hendrik van Olde en van Berendje Hendriks Heyneman, zijn weduwe hertrouwt in 1762 met Mannes Gerrits zoon van Gerrit Frerycks

Jan Hendrik Dikkers, mei 1756-1795 en 1803-1811

Geboren te Rijssen 1 okt 1723 zoon van Jan Dikkers en Dirkje Harmelink trouwt in Vriezenveen 6 april 1755 met Geertruid Brouwer weduwe van schout Johannes Kruijs en later met Fenneken Mollink weduwe van Otto Bruins, op

10 december 1780 te Borne

Hendrik Spijker, april 1795-1803 (februari)

Geboren 21 oktober  1739, overleden 22 november 1808 zoon van Bernardus Spijker en van Gezina Kruijs huwt eerst te Amsterdam met Maria van den Berg 8 december 1765 en later op 5 oktober 1776 in Almelo met Adolphina Sophia Hein dochter van Heorg Hendrik Hein en van Johanna Sidonia Huneveld.

Berend Wichers 26 april 1797 tot schout gekozen, zijn verkiezing wordt door de gedeputeerden der provisionele representanten van het volk van Overijssel bij besluit van 27 mei 1797 gedisapprobeerd en Hendrik Spijker wordt door dezelfde in zijn functie gecontinueerd. Jan Hendrik Dikkers 16 febr 1803 aangesteld als schout door het departementaal bestuur van Overijssel, 25 febr 1803 beeidigd overleden 16 maart 1811.

Gerrit Engels, maire

Bij besluit van 28 maart 1811 nr 10 van de heer prefect benoemd tot maire. Hij wordt met de tegelijkertijd benoemde gemeenteraadsleden op 11 april 1811 plechtig geinstalleerd door mr. GJOD Dikkers als daartoe door de heer Sous Prefect gecommitteerd nadat elk afzonderlijk de navolgende eed had afgelegd:

Ik zweere gehoorzaamheid aan de Instellingen des Rijks en getrouwheid aan den Keizer.

Geboren te Ootmarsum 19 december 1790 zoon van Gerrit Jan Engels en van Hendrika Noordhuis, huwt op 2 april 1813 te Vriezenveen met Johanna Derks dochter van Hermannus Derks en van Hendrika Jansen overleden te Vriezenveen. Maire 1811-1814, schout 1814-1818

Jan Kruijs

Bij koninklijk besluit van 10 september 1818 benoemd tot schout te Vriezenveen werd 23 november alszodanig geinstalleerd. Schout 1818-1825, burgemeester 1825-1830 geboren te Vriezenveen 14 juli 1767 zoon van Claas Kruijs en van Grietje Otten, huwt eerst op 27 januari 1793 met Anna Broers dochter van Jan Hendrik Broers te Amsterdam, voorts op 28 juni 1795 met Maria Johanna Ursinus Grevenstein te Zwolle, dochter van Joacobus Ursinus Grevenstein en van Anna Maria Roulot, overleden te Vriezenveen op 22 december 1830.

Gerrit Engels

1831-1852 burgemeester bij koninklijk besluit van 27 januari 1852 nr 16 eervol ontslagen

Claas Kruijs

Burgemeester van 1852-1870

Geboren te Vriezenveen 22 maart 1802 zoon van Gerhardus Kruijs en van Aaltje Winter, huwt eerst op 30 juni 1832 met Jesina Juliana Kruijs, voorts op 8 februari 1851 met Frederika Bramer. Bij koninklijk besluit van 27 januari 1852 benoemd tot burgemeester van Vriezenveen

Alexander Leonard Nilant

Burgemeester 1870-1872, geboren te Olst 8 febr 1831

Candidaat notaris, burgemeester van Blokzijl 1859-1870, idem van Markelo 1873, overleden te Markelo 20 maart 1907. Huwde in Blokzijl op 7 april 1864 met Fennigje Buisman geborne in Blokzijl, overleden in Roermond op 22 december 1920. Hij was een zoon van Lambertus Nilant burgemeester te Olst en van Florentina Eleonora baronesse van Plettenberg.

Herman van Barneveld

Burgemeester 1873-1879 geboren te Rijssen 7 december 1843, zoon van Willem van Barneveld genees-heel- en vroedmeester en van Maria ter Horst. In 1879 benoemd tot burgemeester van Avereest.

Johannes Otto Meijer

Burgemeester 1879-1885 geboren te Vriezenveen 29 december 1822, zoon van Frederik Meijer en van Alberdina Holland (was koopman in St Petersburg).

Jonannes Conradus Bouwmeester

Burgemeester 1885 geboren te Ommen 12 oktober 1858, zoon van Alexander Carel Bouwmeester burgemeester te Ommen.

17 april 1753…..dat de schout aldaar (Vriezenveen) zal worden aangesteld door de ingezetenen en geapprobieerd door de heer van Almelo volgens de constitutie van 1420, II,5

 

Rit

(gaten in stegen of mennewegen)

dbJK V,52,53,59,64,67

 

Rusland, Rusluie

Vertrek en aankomstdata van Vriezenveense rusluie naar en van St Petersburg, V,144,156

In I, 41/53, brieven en namen van Vriezenveners welke in Rusland zijn geweest alsmede namen van leden der Hollandse Hervormde gemeente in St. Petersburg en Moskou.

I,45, inwijding nieuwe kerk in St Petersburg. In 1838 ontving de ouderling Jan Hendrik Heyneman 22.000 roebel voor het gehouden toezicht op de bouw van de kerk en de kerkehuizen. Heyneman was in 1781 te St Petersburg geboren als jongste zoon van de koster Coenraad Heyneman die zich in 1778 in St Petersburg met zijn vrouw en drie kinderen daar had gevestigd, I,45

I, 47 links over de Hervormde kerk in St P, bijzonderheden over het handelshuis Jansen-gebrs Prinsen dat ook handel dreef in Duitsland en Zwitserland, I,48/52

27 juli 1825 van St P terug in Vriezenveen, Lucas Brouwer, Berend Engberts, Albartus Engberts, Hendrik Smelt, Hendrik ten Cate. dbJK, IV,59

1826, dbJK, IV,68, bericht uit Rusland; zoon van Hulshof uit St P aangekomen.

1826 vertrek van enige Vriezenveners naar St P, dbJK, IV,70

1826 Johannes Kruijs en zijn neef Gerhardus zijn (1826) in St P dbJK, IV,77

4 juni 1827, Claas Kruijs en zijn neef eveneens Claas Kruijs, uit St P aangekomen in Vriezenveen, dbJK, IV,87 een beschrijving van hun reis naar Vriezenveen

F Harmsen van St P terug, IV, 88

1827, 9 augustus L Brouwer, H Smelt, E Engberts en Hulshoff na een reis van 13 ½ dag in “deze residentie”aangekomen. dbJK, IV,91

Op 27 september 1844 paspoort afgegeven aan LG Hulshoff Vriezenveen voor St P, archief Gouverneur van Overijssel.

Op 13 juli 1830 paspoort aan Engbertus Jansen voor St P. Archief Gouverneur van Overijssel, portefeuille nr 615

Op 8 juni 1827 aan W Jansen Vriezenveen voor St P, portefeuille nr 525. J Kelder paspoort 21 september 1841, 3112. Op 3 okt 1832 C Companjen, bnr 4350. Op 28 okt 1846 Jan Companjen nr 4262. Op 23 juni 1826 JZU Kruijs, portefeuille nr 496. Op 8 juni 1827 aan B Kruijs. Op 20 juli 1832 aan Bernardus Kruijs, nr 3121. Op 17 sept 1844 aan JH Plei, nr 1980. Op 24 juni 1826 Hendrik Smelt, nr 496. Op 24 juni 1828 Hendrik Smelt, nr 555. Op 30 juni 1843 J Teunis. Op 6 mei 1841 aan H Winkel, allen uit Vriezenveen voor St P.

1 juli 1823 (archief gouverneur v Overijssel) 1e div. nr 1. Paspoort naar St P afgegeven aan Engbertus Engberts woonachtig op het Vriesenveen.

Op 23 juni 1826 paspoort afgegeven aan Engbertus Engberts voor st Petersburg, archief gouverneur van Overijssel 1826 1e divisie juli nr 11 portefeuille 496.

Paspoorten in de maand mei 1824 afgegeven Lucas Brouwer 25 mei St P, Berend Engberts uit Vriezenveen 25 mei St P, Wicher Jansen uit Vriezenveen 25 mei St P. Reden paspoort: handelsbetrekkingen. Ze betaalden allemaal f 3,25, archief gouverneur van Overijssel, 1824, 1e div. 1 juni 1824, nr 637.

Paspoorten in mei 1825:

Hendrik ten Cate van Almelo 6 mei, Joh. Gerh. Kruijs 6 mei voor St P, Joh Kruijs 13 mei voor St P, GJ Engberts Almelo 17 mei voor St P, B Kruijs 17 mei voor St P, archief gouverneur 1e divisie 1 juni 1825, portefeuille nr 465

J Bom, 21 september 1841 paspoort afgegeven voor St P zegel en leges f 9,15, archief gouverneur van Overijssel, 1 okt 1841 nr 3112

Op 24 juni 1828 aan Engbertus Engberts, portefeuille nr 555.

Op 13 juli 1830 aan Engbertus Engberts voor St P, portefeuille nr 615

Op 19 april 1844 aan E Engberts voor St P

Op 8 juni 1827 paspoort afgegeven aan HW Engels, Vriezenveen voor St P.

Bijzonderheden over Vriezenveense Rusluie IV,5,6,7,7a,8,9

1822, augustus, Engbert de Groot en Jan Engberts Janzn naar St P afgereisd, IV,18

1823, vertrek van Engbertus en Gerhardus Engberts naar St P.

IV,37, 1823 Engbert de Groot en Jan Engberts uit St P aangekomen, dbJK IV,38, brief ontvangen Jan Bramer uit Lubeck dbJK, V,28

3 januari 1756 schuldbekentenis van Jasper Jansen Braamer en desswelfs huisvrouw Geesjen Telgenkamp zijn schuldig aan Leenart Wolters en desselfs huisvrouw, 2935 carolusguldens. Hij heeft hiervan 1500 carolusguldens betaald”sullende de dan nog resterende penningen ad f 1`435,-- door zijn beide zoons Jan en Johannes Braamer bij haar terugkomst van Lissabon bij aldien gelt ofte goederen komen mede te brengen, XI,14

Testament 14 augustus 1772 van Jaccominda Harwig, weduwe van Jan Mulder, zij onterft haar zoon Coenraad Mulder woonachtig te St P, XIII,42

5 november 1830, dbJK, V,75, Claas Kruijs van St P alhier gearriveerd, dbJK, V,96

17-22 juli 1817, dbJK, V,96 de kooplieden Brouwer, G Engberts en een jongetje van Jan Harms Drost zijn op de laatstgemelde dag des morgens om 11 ¾ van hier naar St P vertrokken.

21,22 augustus 1821 Heden namiddag den 22 augustus zijn Lucas Brouwer, Gerh Engberts, Hendrik Engberts des laatst gemelden broeder en Jan de Groot naar St P afgereisd

5 okt 1821 Hedenmorgen zijn de kooplieden Jan Engberts en Engbert de Groot uit St P na een reis van 19 dagen gearriveerd, dbJK, V,120

17 maart 1822, drie Russen gearresteerd, dbJK, V,126,127

V, de pagina’s 144/156 vermelden namen van Vriezenveners die van of naar St P vertrokken in de jaren 1780/1856

19 september 1827, dbJK, IV,93, Claas Kruijs en zijn neef eveneens Claas Kruijs en Albartus Harmsen met extra post naar St P vertrokken, 9 okt 1827. dbJK brief van Claas uit Memel ontvangen, de reis tot daartoe in acht dagen afgelegd, IV,94.

Op 16 okt 1827, IV,94, brief ontvangen van Claas Kruijs dat ze goed in St P waren aangekomen. De reis werd in slechts 13 dagen en 3 uur afgelegd. Op deze pagina ook een korte beschrijving van de reis.

1828 dbJK IV,116, de reizigers Smelt en Engberts zijn te 12 ¼ uren vertrokken naar St P. Pag. 119 de jonge Heeren Engberts zijn gisteren uit St Petersburg te Almelo in welstand aangekomen.

24 augustus 1828, Wicher Jansen uit Petersburg alhier weer gearriveerd, dbJK, IV,121

4 juni 1829 B Kruijs, Jan Bramer en Bern. Klumper na een reis van 9 dagen uit St P in Vriezenveen gearriveerd, 1829 2 juli J N|Bramer naar Lyon vertrokken, V,18

24 juni 1823, Lucas Brouwer, Berend Engberts en Wicher Jansen gingen tot Lubeck over land en vandaar scheep naar St P, dbJK, IV,46

15 juli 1823 was de dominee van St P in Vriezenveen, dbJK, IV,46

1823 zware overstroming in St P, dbJK, IV,50

1825vertrek naar St P van Johannes Kruijs en Hulshof, ten Cate en Joh. Kruijs, dbJK, IV,56

14 okt 1829 vertrek van Bern Kruijs en B Klumper naar St P

22 mei 1829 Eergisteren een brief van onze Claas gehad uit St P, hunne compagnie is in tweeen gescheiden. De ene partij is L Brouwer, Gerh Engberts, Hendrik Engberts, Jan de Groot en Claas Kruijs Jzn; de andere partij is Engbertus Engberts, H Smelt, H Schol Engberts en Bernardus Kamp, dbJK J Kruijs, V,14-15

10 augustus 1830 Jasper en Jan ten Cate de eerste na een afwezigheid van 25, de laatste van 12 jaar alhier in gezondheid uit St P aangekomen, dbJK, V,55, pagina 63 vertrek van Gerh Engberts en JH Hulshoff naar St P

28 augustus 1830, schoonzoon van J Kruijs, Brouwer te Almelo, uit St P aldaar aangekomen, dbJK, V,66

dbJK, V,70 H Smelt afgereisd naar Frankrijk 5 juni 1829.

Gisternamiddag arriveerden de heren Reizigers B Kruijs onze neef Jan Bramer en Bern. Klumper alhier, komende van St P na een reis van 9 dagen. Zij hebben 4 dagen en 1 uur van deselve op de stoomboot tot Lubeck toe, doorgebracht. Hadden ze vervolgens de reis met extra post voortgezet dan waren ze binnen de 7 dagen van St P hier geweest, dbJK, V,15.

25 juli 1829, Wicher Jansen, Jan Tijhof, Joh. Tutertjen, Jan Engberts naar St P vertrokken, V,21

G Engberts uit St P over Hamburg en Amsterdam in welstand te Almelo aangekomen, V,23

Alexander Kruijs, J Bramer en de jonge Jan Brouwer naar St P vertrokken, dbJK, V,27.

GK van Hogendorp, aantekeningen op een reis door de Veluwe, Overijssel en Drenthe in de nazomer van 1819.

Er wordt o.m. gezegd: Nog een andere bijzonderheid van deze plaats is, dat er een fatsoenlijke buurt is, bestaande uit twee of drie families waarvan sommige leden regelmatig naar St Petersburg gaan en de koophandel in het groot drijven en op zekere jaren terugkomen om hier in rus en met gemak te leven, II,44

22 november 1749, Jannes Derks doet pondinge aan de mobilaire goederen van Gerrit ten Caate om daar aan te verhalen een som van 10 roebels precederende wegens aan denselven tot St P, zijnde geleende roebels, XXIV,108, zie ook pagina’s 109 en 110.

20 november 1751, gericht gehouden, schout Hendrik Braamer, assessors pr. A Harwig en ad. Hendrik Bartelink, compareert in desen Ed. gerichte Jan Gerrits geassisteert met desselfs bediende JW Harwig zijn Ed daarvoor erkennende bij dezen zeggende, hoe dat hij van deesen soomer met Gerryt ten Cate in maatschappije van linnen coopmanschap is gereyst naar St Petersburg aldaer eenigen tijd geweest zijnde den comparant is versogt geworden van een kaamerheer van haar keyserlijke Majesteit van Rusland om met haar Keiserlijke Majesteit en zijn excellentie op de jagt te vaaren, dat hij sulks hebbende aangenomen, aan hem comparant door geseyde maakerheer om tot ene gedagtenisse te behouden en vewaaren sy vereert en gegeven geworden een blauw kleet beneffens een kamisool met silveren passementen beset, dat hij comparant en Garryt ten Cate geseyde kleet beneffens eenige andere goederen op gepasseerde donderdag van Almelo haelende en daarmede aan het huis van Garryt ten Cate vaarende, hij comparant het kleet en carmisool mede naar zijn huis willende nemen is hem sulks door geseyde Garryt ten Cate onthouden en gesegt dat hij het niet hebben soude, dat hij comparant op gisteren den 19 dezer aan de gedaagde door twee nabermans heeft laten afvragen of hij aan hun het kleet soohem  vereert was, wilde laten toekomen, heeft daarop geantwoord van neen, hij sal het niet hebben waarvan het bewijs in cas van negotie desen onbedongen word, soo word den comparant genoodzaakt geseyde Garryt ten Cate tegens heden te doen citeren en concluderen. Dat geseyde Garryt ten Cate bij decreet van desen Ed. Gerichte zal worden gecondemneert om het kleet soo aan hem comparant door sijn excellentie den heer Kamerheer van haar Keyserlijke Majesteit van Rusland is vereert en gegeven geworden te laten toekomen en uitvolgen laten, voor behoudens en ongepreajudicieert zijn actie of preatensie so hij daarop mogte sustineren te hebben sulks stellende met eysch van kosten. Hierop erschenen Gerryt ten Cate en verzoekt van bovenstaande aansprake visie en nodig copie met een temijn van 14 dagen cum expensis, XXIV,132,133

Brief van Christine Heyneman aan Johanna Kruijs in Vriezenveen, de oude Boss Fredrik Bos 1766 te Vriezenveen gehuwd met Clasina de Vries, was wever te St P (geslachtsregister) ook zijn dochter Aaltje was in St P (1807) had een pensioen van duizend roebel, I,58 links

Vriezenveners in Spanje (zie onder Spanje)

Vriezenveners in Lissabon (zie onder Lissabon)

27 juni 1778, Klaas Kruijs contra Coert Heijdeman en huisvrouw: Vermits gepondete in de voorlednen week haar huishouding hier ter plaatse opgebroken en naar St P verplaatst hebben, zoo verzoekt comparant dat deze….mag geschieden in subsidieern juris ter plaatse van de tegenwoordige woning van gepondete of indien zulks te St P alzo niet kan geschieden dat de week van deze verzochte aantijgingen bij een brief door de schout dezer gericht aan gepondete gezonden wordt, of dsat deze dementiatie geschiede op zodanige wijze als het gericht het veiligst en gevoegelijkst zal vinden om deselve aan gepondete te weten te doen komen. Decreet: De versogte opbiedinge geaccordeerd en zal daarvan per extract bij een brief aan deselve de wheete so veel mogelijk komen te geschieden en aan gepondete eenen termijn van nu af bepaald worden tot den 18 september naastkomende 1778, XXV,45,46, zie ook pag. 47

2e van de zomermand 1810…spreekt Abraham Levy de erfgenamen aan van Jan Jansen alhier woonachtig doch enigen tijd geleden buitenslands overleden. Levy had winkelwaren en vlees geleverd, XXVI,34

In de jaren 1773 tot 1777 bedroeg het gemiddeld aantal Hollandse schepen in de Russische havens aangekomen niet minder dan 642.

In 1794 kwamen nog 341 Hollandse schepen in Rusland en in 1795 (Franse tijd) slechts 4 die in beslag genomen werden. In 1796 kwam er geen aan, grijsboekje I,9.

Grijs boekje nr 1, pag 10 en 11 bijzonderheden over admiraal Cornelius Kruijs.

Grijs boekje nr 1, pag. 26,27,28 lijst van predikanten bij de Hervormde gemeente te St P.

Zwart boekje nr I, 6 okt 1806 E Smelt, Lucas Brouwer en broer Jansen van Vriezenveen, over land naar Vriezenveen vertrokken.

Groot zwart nr 1, pagina 1, op dezelfde pagina: Gerrit Grobbe staat weer te trouwen met een smidsdochter, een goed slag van meisje, denkelijk zo om en nabij de 20 jaar oud…Jan Grobben gevalt het hier niet denkelijk gaat hij aanstaande voorjaar weer terug, hij kan met weven weinig of niets overhouden, zo zegt hij. Jannes en Mannes Adams hebben zo zij zeggen, eventjes hun brood; Bosch en zijn familie leven nog op de oude voet, doch spaarzamer zij vangen aan iets over te houden, aan te denken, hetwelk zij wel hadden mogen doen. St Petersburg 16 okt oude stijl 1806, Aaltje Bosch gaat ook nog aan, zijn oude lui zijn goed in orde; met de kinderen Adams gaat het niet vooruit, zij hebben onlangs weer wat van de kerk gekregen, gelukkig dat zij hier zijn. Adolf Schoemaker is voor enigen tijd in Moskou overleden. Jan Bramer denkt aanstaande zomer waar men zegt naar het vaderland terug te reizen met het voornemen zich bij ons neer te laten.

16 juli 1840 schrijft Joh Gerh Kruijs uit St Petersburg aan zijn moeder in Vriezenveen o.m.: de nieuwe Hollandse winkels worden wat de inrichting aanbelangt, niet van de mooiste en Joh Adams schrijft dat hij zeer zwak wordt en verzoekt hem geld te sturen, Groot zwart I,24

20 september schrijft Joh Gerh Kruijs uit St P aan zijn moeder in Vriezenveen onder meer de gebrs Harmsen zijn met het bouwen van de winkel zo goed als klaar, zodat zij van nu af aan beginnen te handelen. D Harmsen heeft zich in Finland laten inschrijven, dus moet hij naderhand daar nog heen reizen om den eed af te leggen. Ook neef Jan Tijhof wordt in Finland ingeschreven, Groot zwart I,27.

Februari 1841 schrijft Joh Gerh Kruijs uit St Petersburg aan zijn moeder in Vriezenveen onder meer: Neef Johannes heeft voor enige tijd het geluk gehad een levering van linnen, bat. Doeken etc bij het hof gehad te hebben waar hij zeker mooi bij verdiend heeft…. Groot zw I,28

Reis van Joh Gerh Kruijs van Vriezenveen tot Lubeck, zie Groot zw I,28,29

Reis van Claas Kruijs geboren 1802 naar St Petersburg in 1818, Groot zw I,45,46 beschrijving van dezelfde van een reis van St P naar Vriezenveen.

Claas Kruijs geboren 1802 gaat op 17 mei 1836 van Vriezenveen naar St P en geeft een beschrijving van deze reis, Groot zw I,46/48

Beschrijving van een reis naar Londen, Valenciennes en Parijs van G Kruijs Gzn, Groot zw I, 48-52

Aantekeningen van G Kruijs Gzn, I,57; 1846 31 mei zijn aangekomen van St Petersburg, B Kunst, W Winkel en J Companjen, hebben het treurig bericht meegebracht dat op 19 mei te Moskou overleden was Herman Engels.

6 juli 1868 schrijft Alexander Kruijs aan zijn zuster Jacba Pruim-Kruijs omdat het hem zeer slecht gaat: een stuk zwart brood met een glas thee is volkomen genoeg, het slimste is dat ik mijn kamer niet betalen kan. Hij werkte op een fabriek doch werd ontslagen, de oorzaak, zegt hij, blijft een geheimenis….Onze Hollanders hier geloven niet anders als ik ben bedronken geweest, hetgeen vroeger nu en dan wel plaatsgevonden heeft doch deze keer zijn zij geheel en al op een dwaalweg en geloof ik dat ik hierdoor geheel verloren ben, in Godes naam dan ok ben zo een eenzaam leven zat, is mij ook tot last daar ik niet weet hoe ik van de ene dag tot de andere zal komen. Groot zw I,65

Op 20 augustus 1868 schrijft hij weer aan zijn zuster dat het nog steeds treurig met hem gesteld is en hij nog steeds geen betrekking kan krijgen hoewel men hem dit wel beloofd heeft. Hij zegt dat hij, om toch te kunnen leven, alles heeft moeten verkopen, zelfs zijn meubilair, beddegoed en kleren,

en doch, schrijft hij verder”, ben ik in schulden geraden en weet niet waarvan te betalen.

Mijn kamer waar ik vier maand gewoond heb heb ik moeten verlaten. De bemiddelde familie dekt niet aan mij, als ik niet gauw een betrekking bekome kom ik immermeer in schulden en daarvoor heb ik character genoeg om mijn familie niet blamage aan te doen en mij zelven te offeren. Mijn vrouw weet niet dat het mij zo slecht gaat (Deze woonde zoals uit andere brieven blijkt in Parijs). Groot zwart I, 65/67.

Brieven van Hendrik Herman Kunst 31 jaar die op 20 september 1855 te Vriezenveen huwde met Margaretha Chefina Jansen, 24 jaar. Het jonge echtpaar vertrok naar St Petersburg en geeft in brieven naar huis van deze reis en van de aankomst in St Petersburg uitvoerig verslag, verder brieven aan hun ouders in Vriezenveen. Beschreven in Groot zwart I, 69-105.

In een brief van L Joost Jansen uit St Petersburg 11 december 1855 wordt genoemd Eultjen (Aaltje?) Berkhof die Grietje gaarne eens spreken wilde, dat is een vrouw van in de 80 jaren, die alle oude lui van Vriezenveen goed gekend heeft en het Vriezenveens beter spreekt als een onzer, groot zwart I,83.

Reis van Vriezenveen naar St Petersurg van HH Kunst en zijn vrouw Grietje Jansen 20 oktober 1855 van Vriezenveen per wagen naar Munster via Hengelo, Enschede, Glanerbrug. Aankomst in Munster ’s nachts om 1 uur. Op 21 oktober vertrek uit Munster des morgens om 7 uur per trein naar Bieleveld, aankomst daar half tien ’s avonds. Op 23 oktober vertrek uit Bielefeld naar Hamburg des morgens om vier uur, aankomst in Hamburg des namiddags half drie, 24 oktober verblijf in Hamburg. Op 25 oktober aankomst in Berlijn des namiddags om 3 uur. Op 26 oktober ’s avonds naar Koningsbergen vertrokken en ’s nachts aldaar geslapen. Op 27 oktober ’s morgens 8 uur van Koningsbergen per post naar Tilsit, aankomst ’s avonds half zeven. Op 28 oktober om 11 uur ’s avonds vertrokken naar Tauroggen.

Op 29 oktober aankomst in Tauroggen in wagen met 4 paarden, verder des namiddags vertrokken uit Tauroggen om 1 uur. Op 2 november aankomst in Riga, 3 november ’s morgens om 5 uur vertrokken uit Riga. Op 7 november aankomst in Narva, 8 november vertrek uit Narva ’s avonds om 6 uur. Op 9 november aankomst in St Petersburg ’s middags half een, groot zwart I, 76.

Een Vriezenveens koopman op jacht met keizerin van Rusland (Jan Gerritsen), Groot zwart II, pagina 1 en 2.

Namen, bijzonderheden over Vriezenveners in St Petersburg, XXXI.

Aantekeningen van Johannes. Kruijs, de latere vervangend schout en secretaris van Vriezenveen: 6 augustus 1785 ben ik hier in St Petersburg gekomen en vervolgens gekregen (dan volgt een lijst met kledingstukken met de prijs in roebels en kopeken).Daarna volgen dergelijke lijstjes van 6 augustus 1786, 1787, 1788, 1789, 1790 en 1791, 22 september 1792 was de schrijver in Vriezenveen; september 1794 in Lubeck laten maken 120 k. met toebehoor en maakloon, een broek en maakloon 34.2.

12 september 1794 oude stijl alhier (dat is in St Petersburg) gearriveerd. Dan volgt weer een lijst kledingstukken met de prijs. Groot zwart II, 138.

Hendrik Smelt (’n oolen Smelt) stotterde. In St Petersburg gaf hij Bramer die bij hem in de zaak werkzaam was, een berisping omdat hij de andere avond dronken thuisgekomen was, deze mopperde tegen en zei dat Smelt altijd wat op hem  te zeggen heeft en hij zo geen leven heeft zodat hij liever uit het raam zou springen. Smelt opende daarop het raam en zei: a a a stoebleif.

J.O. Meijer, ook bij Smelt, stond bekend als een der beste verkopers.

Als een der Vriezenveners in St Petersburg overleden was, sloten allen op de dag der begrafenis hun zaken en volgden de lijkstoet, zij droegen dan lange rouwsluiers om hun hoed.

…..Bramer pleegde zelfmoord, hij was een zeer gezien man, mocht echter niet op het gewone kerkhof begraven worden maar te Pera waar op zijn grafzerk een zeer waarderend opschrift was geplaatst.

…..Bramer hield te St Petersburg equipage (2 span paarden) bij zijn dood liet hij schulden na, zijn kidneren werden door de Hollandse kerk gesteund.

DbJK, I,46.

25 juni 1824. Gisteren naar Almelo geweest bij gelegenheid van het vertrek van onze schoonzoon Lucas Brouwer naar St Petersburg in gezelschap van Barent Engbertsen Wicher Jansen. Zij vertrokken ten 3 uren op Lingen en wijders op Lubeck om aldaar scheep te gaan.

DbJK 27 mei 1825:

Heden een brief van Johannes uit Lubeck ontvangen alwaar zij des zaterdags des morgens omstreeks negen uur in welstand waren aangekomen. De brief was van  maandag de 23ste.

Idem 27 juli 1825:

Zondag tegen de avond zijnde de 24 dezer zijn de Russe kooplieden onze schoonzoon Lucas Brouwer, Berend Engberts, Albartus Engberts, Hendrik Smelt en Hendrik ten Cate (van Almelo) na een voorspoedige reis van 16 dagen van St Petersburg weder geretourneerd. De volgende dag zijn de vader en moeder van eerstgenoemden beneffens Jacob en Alexander om hun te verwelkomen.

Onze zoon Johannes bevond zich (in St Petersburg) in den besten welstand en vond er wel schik. Ook waren zijn patroons bijzonder met hem in schik. Een derselve Langhans is met de kooplui tot naar Berlijn gereisd en is ook voornemens na verloop van enige tijd de vrienden hier te bezoeken.

24 juli 1829:

De reizigers Wicher jansen en de jongelingen Jan Tijhof en Johannes Tutertjen hebben zo even ten een ure afscheid genomen, vertrekken morgen na de middag, ze gaan met de stoomboot van Lubeck naar St Petersburg.

25 juli Jan Engberts heeft zo even afscheid genomen van ons, zij vertrekken namiddag ten 2 uren.

DbJK, V,24.

6 augustus 1829, donderdag eergisterenavond is Jan Bramer van zjin reis van Parijs teruggekomen en met hem onze dochter Johanna van Brussel komende 11 augustus 1829.

DbJK, V,23

Moeder, Johanna en Alexander waren ’s namiddags naar Almelo om G Engberts te verwelkomen, welke den vorige avond van St Petersburg over Hamburg en Amsterdam in welstand was te huis gekomen. Voormiddag had hij ons brieven van Claas per expresse toegezonden waarbij mijn Benjamin, Alexander, ook derwaarts wordt opgeroepen. Hoe gewenst en voordelig deze tijding ook zijn mocht, niettemin heeft dezelve mij zeer getroffen. En dies te meer omdat ik hem na zijn vertrek van hier waarschijnlijk nimmer zal weder zien. Het moet en mag, als het hem maar welgaat. Al mijn vier zonen zijn dan van mij in een ver en afgelegen land evrwijderd. Ik zal mij zulks zo goed mogelijk getrooosten als het hem maar mag welgaan. DbJK, V,23

Uittreksels uit zakenbrieven van Kruijs-Jansen in St Petersburg aan leveranciers in Holland en Duitsland, III,5-17

Er werd haring verkocht, linnen, bloembollen, tabak, Goudse pijpen, garens, Woromesische talk, katoenen kousen.

25 augustus 1826 uit een zakenbrief uit St petersburg aan M Udink en Cie.

Onze L Brouwer, H Smelt en E Engberts met een zoontje van Jan Kruijs (schout/burgemeester Vriezenveen) zijn 16/28 juli hier overland aangekomen en onze E de Groot, GJ Engberts en B Kruijs met W Jansen den 20 juli o.s. overland van hier naar het vaderland vertrokken en volgens bericht aldaar gelukkig gearriveerd, III,5

In een Deventer kalender of schrijfalmanak (bladzijde met jaartal ontbreekt maar volgens de aantekeningen daarin geplaatst gaat het over 1767). De inhoud ervan is overgebracht in III,71-79 en IV 1-8. Het gaat hier om verkochte stukken linnen en soms worden reisroutes vermeld. Zijdreven handel op de Oostzee provincies.

In schrift nr 2 pagina 1-18 wordt een kwestie beschreven tussen de hervormde predikant K Gillot in St Petersburg. Ds Gillot kon met zjin gemeente niet overweg en wilde de NH kerk en de goederen in handen spelen van de Duitse kolonie in St Petersburg.

Reisjournaal van Vriezenveen naar St Petersburg van Jacob Zacharias Ursinus Kruijs, schrift 3 pagina 44-51.

9 september 1805 schrift Chr. Heineman te St Petersburg aan Johanna Kruijs…..dat het Haasjen zich zeer slecht gedraagt en het kostersambt al reeds lang verloren heeft en schuldenhalve in de Policij gezeten heeft doch weer vogelvrij is, schrift 4,57.

13 augustus 1807 brief van Chr Heijneman uit St Petersburg aan Johanna Kruijs. Zij schrijft o.m…….. zo kwam onze lieve oude vriendin Aaltien Boss en haar vader die na een dodelijke ziekte overstaan te hebben het eerste maal weer bij ons was ’t welk ons dan hartelijk verheugde en wij hem weer welkomen in het leven hieten. Misschien dat zij nog wel weer haast op ’t Vriesenveen komen want ’t Fabrique komt uit Petersburg weg naar een andere plaatse, Kostrowa, genaamd die over 1000 werst van St Petersburg is. De oude Boss heeft zijn afscheid en een pensioen van jaarlijks duizend roebelzo lang de oude man leeft, zijn dochter Aaltjen, zegt men, krijgt eens voor allemaal 500 roebel doch zij wist het nog niet voor gewis. Goddank dat de oude mensen nog een ondersteun in haar oude dagen hebben, daar de oude ziek was vreesde ik voor haar, als zij er mee naar Vriesenveen gaan, kunnen zij er goed van leven, schrift 4,57-58, zie verder pagina 63 waar bijzonderheden vermeld staan over deze Boss.

De schriften 5, 6 en 7 bevatten uittreksels uithet copieboek van de fa Kruijs, Engebrts en Co uit St Petersburg.

Hieruit enige aantekeningen:

Schrift nr 5 pagina 2, inklaring van een kist apothekersmaterialen (1796), bloembollen en quispeldozen, pagina 3 Adolph en Jan Schoemaker in Moskou.

Pagina 5 linnen 6 febr 1797, brief aan C Hanemann in Lubeck aan Johan Anth. Luntzman en Comp. In Hamburg.

Pagina 6 opdracht aan M Udink in Amsterdam om 6 a 700 handrottinge te kopen, niet duurder dan f 1,-- per stuk, Chr Huisman en Comp in Chemnitz leverancier van slaapmutsen.

Schrift 5 pagina 9, rottingen, chocolade, tabak op dezelfde pagina staat 31 juli 1797 de heer J Engberts reist vandaag naar Croonstadt om vandaar scheep te gaan naar Lubeck en verder naar het vaderland terwijl Zed dit zomer niet recht wel geweest is.

Op pagina 10 Haarlemmerolie en apothekersmaterialen, pagina 11 27 november 1797, de 21ste dezer zijn de HH Kruijs en Engberts gelukkig aangekomen.

26 januari 1798. Voor 14 dagen is van onze huis de heer Engbert Smelt van hier naar Leipzig gereist om daar verdere kennissen zoekende te maken, de heer Smelt zal zijn reis verder naar Holland voortzetten en komende zomer vandaar weer op hier retourneren.

Schrift nr 5, uittreksels copieboek Kruijs, Engberts Cie pagina 12, 4 caraat diamanten zenden 2 van 12 en de andere 2  14 op het caraat.

Pagina 14, 20 juli 1798…de vrienden Engbers en Smelt zijn eergisteren in welzijn gearriveerd.

28 juli 1798, Adolf en Jan Schoemaker te Moskou…over 14 dagen of 3 weken denken wij ons naar het vaderland aan te nemen als de schrijver dezes (Claas Kruijs) Joh. Engberts en Gerh. Kruijs

pagina 15, 3 augustus 1798, aan ND le Lievre en Zonen, Hamburg

de kisten Batiste ontvangen, tesamen bedragende f 7637,-- en 8 stuiver.

Pag 16, 27 augustus 1798, WA Schoonheten te Workum, brief over gezonde cichorei en boter.

Pagin 17, 17 september, onze vrienden als de oude heer Kruijs alsmede zijn zoon (G. Kruijs), de heer Johannes Engberts zijn eergisteren van hier afgereisd over land naar huis.

De rekening van f 2500,-- over twee kisten linnen ontvangen.

Pagina 19, 31 januari 1799 aan Jan Bramer in Moskou, verzoek om incassering van wissels.

Pagina 20, 22 febr 1799, 30 dozijn zijden kousen besteld bij fa Faumer en Co te Hamburg.

Pagina 21, bestelling op tabak bij Friedrich Justus in Hamburg.

Schrift 5, uittreksels copieboek Kruijs Engberts en Co

Pag. 22 Adolph en Jan Schoemaker Moskou. 28 maart 1799 met genoegen zagen wij Ued alsmed UE beminde en kinderen in volmaakte gezondheid. Zending van 2 kisten tabak per voerman, 70 kopeken per poed. Op pagina 23 aan dezelfden een rekening van 543,85 roebel voor 5 kisten tabak.

Over de in verschillende brieven genoemde Adolph en Jan Schoemaker tekent L Jonker op een losse aantekening aan: Adolph Nendrik Schoenmaker geboren te Vriezenveen 1750 zoon van Hendrik en Stijntje Harwig.

Jan Schoenmaker geboren te Vriezenveen 1760 overleden te Vriezenveen 1816, voor 1795 gehuwd met Johanna de Vriez dochter van Lukas en Jenneken Coers.

23 oktober 1799 pagina 23 aan Adolph en Jan Schoenmaker te Moskou…..dat Jannes Coers van af was hij is al een maand of vier van ons af en tegenwoordig in een bierhuis daar half bier verkocht wordt….de reden waarom Coers niet meer bij de fa Kruijs, Engberts en Cie is wordt niet gemeld….U zoudt dit zelf wel kunnen denken schrijven ze aan de Schoenmakers in Moskou. Jannes koers geboren te Vriezenveen in 1791 zoon vanBerend Jansen Coers en Hendrika Schoenmaker, een zuster van Adolph en J te Moskou.

Zakenbrieven Kruijs Engberts en Co St Petersburg

18 mei 1800 bestelling aan M Bruine in Amsterdam 200 pond rooktabak de Rookende Wandelaar nr 1, 100 pond rooktabak nr 2, schrift 5,24

op pagina 25 20 pond rood zeggellak nr 12/10 pond idem nr 10, 10 pond dito nr 9 5 pond zwart nr 10, 5 stollische (?) kazen, r mandjes koningspijpen direct naar St Petersburg zenden verder 150 groote en 350 kleine glaasjes Haarlemmerolie.

Op pagina 26 brief over betaling van wissels en een bestelling van 28 stukken linnen aan de fa Woermann en Comp in Bielefeld.

31 juli 1800 brief aan M Udink; onze compagnons Johannes Engberts en gerhardus Kruijs behouden in Vriezenveen aangekomen na een reis van ca drie weken.

14 augustus 1800 de heren Johannes Engberts Gerhardus Kruijs alsmede Engberts zijn zoon en neef hier voor een grote drie weken arriveert.

28 augustus 1800, de heren Jan en Egbert Engberts zijn heden naar Croonstadt vertrokken om de reis over Lubeck naar het vaderland aan te nemen, schrift 5,29.

Schrift 6,1: Deze week is een schip met stukgoederen gekomen van Amsterdam onder Pruisische vlag.

Pagina 2: 1 oktober 1801, Alexandre Duquxon Valencies, de factuur van 100 halve Pieces Batist (stukken Batist) ontvangen

Pagina 7: 28 januari 1802, brief aan Adolph Schoemaker. Hierin wordt geklaagd dat in St Petersburg een heel slechts negotie (handel) is.

14 maart 1802, brief aan de kassier Udink…..alsmede een prima wissel groot 856 roebel. Dit is het geld dat hier gecollecteerd is voor de kerk van Vriezenveen, pagina 9 schrift 6.

23 mei 1802 Arnold Korneman in Lubeck. Verzoeke een ignesloten brief af te geven aan de jeren gebrs Engberts en Kruijs die aangekomen zijn of spoedig zullen aankomen, pagina 9 schrift 6. Op dezelfde pagina: onze compagnons Jan en Egbert Engberts en G Kruijs verwachten wij in een 14 dagen hier en dan rest schrijver dezes Johannes Engberts naar het vaderland.

Schrift 6,9: 14 juni 1802

Bestelling van 100 pond bestens gezouten linkvis, 20 agtel. Deeltjes besten nieuwen haring, 2 vierendeeltjes Friese boter, 1 zak met de beste nieuwe grauwe erwten, 6 beste Stolkse kazen van over de 20 pond, 4 dito Leidse, 10 pond besten Carolina rijst, 50 pond beste geperelde gort, 6 mandjes beste koningspijpen, 2 vaatjes beste beschuit, 2 mandjes kleine porseleinen pijpen zoals men doorgaans a costi gebruikt, 2 mandjes kleine comptoir pijpen

4 juli 1802, schrift 6,11

de heren Jan en Egbert Engberts en G Kruijs zijn eergisteren na een reis van ca 3 weken alhier gearriveerd uit het vaderland.

Op dezelfde pagina 15 juli 1802. Hier inliggende zenden wij aan Ued eene bekendmaking van onze gemeente hier van de intree predicatie die onze nieuwe dominee Lamping voorleden zondag gedaan heeft. Wij verzoeken vriendelijk om de goedheid om dat in de maandelijkse boekzaal te laten plaatsen.

18 juli 1802, schrijven dezes Johannes Engberts en L Brouwer denken in tijd van 14 dagen van hier naar het vaderland te vertrekken. Hier inliggende zenden wij u een connossement over 1000 poed of 606 staven ijzer, het is de beste soort genaamd oude Sobel, Ued gelieve dat voor ons in ontvangst te nemen en te meesten voordeele voor ons te verkopen, 31 staven daarvan gelieve Ued maar te laten staan voor onze rekening, zie zullen wij naar Vriezenveen laten komen.

Ued gelieve dit ijzer voor een somma van f 2800,-- te laten verzekeren, schrift nr 6,12

12 augustus 1802, schrift 6,12

aan Jan H Harwig, Amsterdam

…….een connossement over een koffer met oude kleren en zak met bedden en een kistje met zeep geladen in het schip genaamd de Anna Brouwer, schipper Adriaan Dk Zijlstra van Lambert Dake. Ued gelieve de goederen aan Lambert Dake die van hier vertrokken is en reeds in het vaderland gearriveerd is, verder af te zenden.

2 januari 1803, schrift 6,14, brief in het Duits aan Baumgarten en Hoofstetter te Londen.

Zij bedanken voor de hartelijke ontvangst die hun compagnon E Smelt in Londen ten deel viel, p14.

11 januari 1803, schrift 6,14

bestelling in Lijon van 20 dozijn zijden kousen en 8 dozijn zijden doeken.

Pagina 15 Jan Engberts 12 april 1803 in St Petersburg overleden.

Pagina 16, aan David Cohen in Amsterdam.

Bestelling van 1100 rottingen waarvan 50 beste soort die vorig maal f 5,-- per stuk gekost hebben.

7 juli 1803, aan Marten Udink

verzoek om bij de heer Klaas de Koning Tilly te Haarlem te kopen 500 kleine en 200 grote glaasjes Haarlemmerolie. Onze vriend en compagnon de heer Smelt benevens de heer Brouwer zijn voor enige dagen hier wel behouden van Vriezenveen aangekomen, schrift 6,17. Op dezelfde pagina 24 juli 1803, onze compagnon E Engbers en G Kruijs zijn voor twee dagen over land naar het vaderland vertrokken.

13 september 1804, schrift 6,22: de heren Kruijs, Engberts en Joost zijn hier heden na een korte reis van nog geen drie weken gearriveerd.

4 oktober 1804, de heren Smelt en Engberts junior en Jansen, op 1 oktober van hier overland naar Holland afgereisd, pagina 22 schrift 6

4 oktober 1804…..de heer Smelt en de jonge heer Engbers zijn voorleden zaterdag in gezelschap van de heer L Jansen van heir naar het vaderland gereisd, schrift 6,23

16 december 1804, de heren van Stratum & Kleijn, Amsterdam.

……wij hebben hier zo eenen vroegen winter dat het schip waar het linnen in geladen is nauwelijks in Croonstadt binnengekomen en toen het van Croonstadt hier naar de stad  zoude zeilen is het op de halven weg in het ijs ingevroren en alle goederen worden over het ijs uit het schip gelost, schrift 6,23

21 febr 1805….brief aan Hernn Laer Weber Woerman en Comp te Bielefeld.

Commissie voor 20 stuks ongebleekt linnen te zenden aan Hinrich Arentsen te Almelo. Daar dit tot een proef dient om in Haarlem te laten bleken.

30 juni 1805, brief aan M Udink om te bestellen bij Klaes de Koning Tilly te Haarlem en op de postwagen van Naarden op Hamburg te bezorgen 50 grote en 150 kleine glazen Haarlemmerolie, schrift 6,27, op dezelfde pagina 8 augustus 1805, onze compagnons E Smelt en de jonge J Engberts verwachten wij in een 14 dagen a drie weken uit het vaderland.

25 augustus 1805….aan A Hanemann in Lubeck, verzoek om 2 kisten met kleren geladen in het schip Aeolus schipper Simon Stahl door te zenden naar Hamburg, Bremen, Nordhorn en verder aan Kruijs-Engberts in Vriezenveen, schrift 6,28

8 september 1805…..de heren Egbert Smelt en Jan Engberts zijn heden 8 dagen van een heel voorspoedige reis gehad te hebben, in volkomen welstand hier gearriveerd; de heren Johannes Engberts en Gerhardus Kruijs zijn voornemens maandag 11 september van hier naar het vaderland te vertrekken, schrift 6,29.

3 oktober 1805, wissels voor Baumgarten, Hoofstetter en Cie, Londen

24 oktober 1805 voor Angerieur en Hassier in Lijonm schrift 6,30

29 december 1805, een afrekening met een firma in Valenciennes, schrift 6,31

8 juni 1806, M Udink…schipper Fabian Mellen en in Libau overwinterd is, is voor een groot 8 dagen hier aangekomen met averije aan onze papier bij hem geladen, is 54 riem van nat geworden, in vertrouwen dat op de Toll voor rekening van de assuradeurs verkocht wordt zo haast mij de documenten daarvan bekomen zullen wij deze Ued bezorgen, schrift 6,32

3 augustus 1806, David Cohen.

Uw schrijven van 3 juni onder adres van de heer Udink met een ingesloten ruwe diamant van ca 2 karaat daar onze vriend zeer wel mee tevreden was, ontvangen. Wij verzoeken u om te zenden 4 karaat Glasemakers diamanten van 13 a 15 stuk Pr karaat, zijmoet zwart en goede kanten hebben om glas te snijden. Onze vriend Udink heeft ons wel enige gezonden maar wij zijn vertrouwelijk  dat ze u van uw schoonzoon wel iets royaler in prijs zult bekomen. P.s. wegens het schildpaddenstokje moeten u melden dat hier tegenwoordig geen een bekende schipper van Amsterdam is die hetzelve aan vertrouwen.

10 augustus 1806, David Cohen in Amsterdam

Zo het mogelijk is verzoeken u om ons een nota van de edelgesteenten daar uw schoonzoon niet handelt te zenden en daarop zowel prijzen als de soortementen te noteren, een goudarbeider heeft ons daarom verzocht……schrift 6 pagina 34.

14 mei 1820 de heer Willem Simons te Amsterdam.

Uwe commissie op 24 vaten beste kaarsentalk ontvangen.

14 mei 1820 de heren M Udink en Co.

Verzoeken te laten kopen 12 flacons beste liquer Anisette, 3 vaatjes Leidsche meiboter, 3 vaatjes beschuiten en 3 anker beste Schiedammer jenever alsmede aan een goedschipper te geven 1 anker Labberdaan (Jonker tekent hierbij aan gezouten kabeljouw) hetwelk de kapitein voor eigen provisie moet aangeven, waarbij hij overigens niets te bezorgen heeft. Voor onze eigen provisie verzoeken nog met bovengemelde goederen te verladen 4 Leidsche en 4 Hollandse kazen, schrift 6 pagina 35.

3 juni 1820, M Udink & Cie.

Verzoek om in te kopen nieuwe haring

400/16 ton zo haast deselve onder f 4,-- voor ½ 6

600 a 800/16 ton zo haast deselve onder f 3,--

1000/16 ton zo haast deselve onder f 2,50

De kapitein Zonderen Mellema zijn reeds enige tijd hier doch de per laatsten verladen vruchtbomen zijn op de zee meest alle verdroogd hetwelk waarschijnlijk aan de onachtzaamheid en het niet bevolgen onzer order der boomkwekers toe te schrijven is. Over de naar Moskou gezonden haring hebben wij eindelijk bericht ontvangen, dezelve daar tot 130 roebel per ton met 8% rabat op 6 maanden verkocht. De haringkopers zeggen dat de Schotse haring die altijd beduidend goedkoper verkocht wordt, sedert enige jaren zo in kwaliteit toenam dat de laatste ontvangene tegen de echte Hollandse proef houden kan. Voor uw ansjovis is ook nog geen betere prijs te maken en onze kaas staat mede nog in goede rente (of reuke).

De witte talk eerste soort is onlangs van 150 op 155 roebel gestegen, schrift 7, pagina 1.

11 juni 1820, de heer Herms. Brasz te Amsterdam.

Hebben het genoegen u de expeditie der 12 vaten talk met het schip de vrouw Anna Christina kapitein EC Kreye naar costy te melden, connossement en rekening hierbij….De prijzen van de talk zijn weer aan het rijzen en reeds op 160 roebel per (?), schrift nr 7 pag. 1

15 juni 1820, de heren Willem Simons en B Handlugten en Zoon. Voor enige tijd hebben wij voor uw rekening 24 vaten 1ste kaarsentalk tot 150 roebel per …gekocht, de verlading aanbesteed aan kapitein Willem Jacobs, het schip de Windlust, schrift 7 pagina 2.

De nieuwe bestelling van 6 vaten ontvangen, de talk is gestegen tot 160 roebel, schrift 7 pagina 2

2 juli 1820…. Met de haring ziet het er slecht uit, men iedt om slechts 60 roebel per ton en zullen om haast bereid moeten vinden om a tout prix te verkopen zodat de speculaties dus geheel verkeerd lopen. Ten aanzien van de ansjovis is het niet beter gesteld, die tot 50 roebel per ank. Verkocht is en de heren Jansen Joost & Cie hebben voor enige dagen mede een partij, die verleden jaar door van Lennep aan HE. Was geconsigneerd, ongeveer tot die prijs verkocht, schrift nr 7,2.

15 juni 1820 de heren W Simons en B Handlugten & zn te Amsterdam rekening van 51 vaten talk bedragende 14.226,19 roebel.

23 juli 1820 M Udink Cie.

Gisteren de nog nagebleven 48 ton haring verkocht tot 60 roebel per ton op 3 maanden credit en zo is de allerdroevigste zaak op de hoogst onaangenaamste wijze beëindigd. Men herinnert zich geen jaar dat er zo weinig Hollandse haring gekocht is, de grote menigte der Schotse heeft de consumptie der Hollandse haring bijna geheel vernietigd, schrift 7 pagina 3.

27 augustus 1820 M Udink & Co.

Oze vrienden en compagnons zijn de 14e dezer in goede welstand van hier gearriveerd en onze vrienden en compagnon Brouwer en GJ Engberts van hier de 21 dezer over land naar het vaderland vertrokken, schrift 7,3

31 augustus 2810, W de Boer en zonen Boscoop.

Over de slecht verpakte vruchtbomen. Voorstel om het verlies te delen, schrift 7,4.

7 september 1820 Kapitein Zacharias Jansz is nog niet komen opdagen. Wij begrijpen niet hoe of hij zo lange uitblijft daar een kapitein Muntendam gisteren in 20 dagen van costi is aangekomen, die heeft ook haring aan boord, de andere is nog niet verkocht, schrift 7, 4.

21 september 1820 Kapitein Jans is eindelijk de 7e gearriveerd na een reis van 30 dagen enz.

Wij hebben onze 600/16 na veel moeite met ca 200 roebel verlies verkocht, de haring is slechter als de Deense die hier ook veel verkocht wordt, schrift 7,4.

28 september 1820 M Udink & Co.

Verzoeke aan de heer Kooy te zeggen dat wij de Borave (Borax) voor twee dagen van de Toll ontvangen hebben, de prijs is zeer gedrukt.

5 oktober 1820, M Kooy Amsterdam.

De Borave verkocht ofschoonde door u opgegeven prijs van f 2500,-- er niet geheel uitkomt zoals uit onze nota blijkt, schrift 7,5.

14 november 1820

Hendrik ten Cate Hzn en Comp Almelo.

Wij zien uit Ued (Uw Edele) geëerde letteren van 18 passato (brieven van de 18e jongstleden) de afzending van een kistjemet 12 stuks linnen, onze afspraak was echter maar van 6 stukken, schrift 7,5

2 november 1820, M Udink & Comp.

…met de haring gaat het nog zo heen. Wij kunnen er ook niet laten braken omdat de brakers ieder vaatje openen willen en zulks plaats gehad hebbende willen de kopers niet hebben, schrift 7,6.

12 november 1820 EC Ninaber Amsterdam.

Over gezonden tabak, schrift 7,6.

30 november 1820, Woermann & Weber, Bielefeld.

Commissie 25 stuks ongebleekt linnen naar Amsterdam te zenden transito ter bleking, schrift 7, 7 en 8.

Op pagina 8 een brief aan FW Kronig & Sohne, Bielefeld een commissie van 25 stuks ongebleekt linnen naar Amsterdam te zenden transito om te bleken. Idem aan Henkel en Bielefeld 25 stuks ongebleekt linnen transito Amsterdam en Laar & Co 25 stukken ongebleekt transito Amsterdam om te bleken.

3 december 1820 M Udink & Co.

Onze haring en de uwe verkocht tot 80 roebel per ton met 10% korting voor de braak de helft op 4 maanden, de andere helft op 6 maanden te betalen. Niet kapitein Krege maar kapitein Geerd Wesl is te Croonstadt aangekomen, de eerste met het schip De Onderneming is te Pitbau (?) binnengelopen. Jansen Joost & Cie hebben nog circa 6000/16 vaten staan. Wij wensen voortaan denkelijk geen haring meer voor onze rekening te ontvangen want om een 4000 roebel bij een artikel te laten zitten is zeer spijtig. Melding der bestellingen van 100 stuks ongebleekt linnen te Bielefeld met verzoek deze in ontvangst te nemen en ze te Haarlem op de bleek te zenden.

….bij gelegenheid verzoeken wij om toezending van een prijscourant van Russische produkten. Hopende eerstens over de goede realisering van de talk bericht van u te ontvangen,

21 december 1820, JD Nieman te Haarlem.

De beide kisten bloembollen ontvangen, de ene kist per auctie hier laten verkopen de ander aan een vriend te Moskou gezonden. Onze vriend meld ons dat de bloembollen daar dit jaar zeer overvoerd, er waren twee Hollandse……of Handels Gartner (zo zij zich noemden) met grote partijen bloembollen aangekomen. Hier bij het auctie (veiling) verkopen veel onkosten als 4 ½% voor de auctionist en onkosten, de advertenties in de kranten, schrift 7,10

21 december 1820 Fischer junior & Cie Lauban

Commissie doeken 150 Dts, 25 Dts kinderdoeken.

21 december 1820, Johan Samuel Esche in Limbach.

Verzoeke om het herhaaldelijk schrijven te staken wegens de porto onkosten. Wij hebben u onze ontevredenheid betuigd over de gezonden waren waarop wij 60% hebben verloren, onder geen voorwaarden willen wij verder met u te doen hebben, schrift 7,10

Schrift 7,11: Betalingen en prijsopgaven van verschillende firma’s in Amsterdam, Zittau, Londen, Leeds, Glasgow en Valenciennes.

11 febr 1821 M Udink & Cie Amsterdam.

Uw ansjovis is nog niet verkocht, schrift nr 7,13.

25 maart 1821 DF Weber & Cie, Hamburg

verzoek om bij de Deense haring compagnie over haring te informeren, schrift 7,14

Op dezelfde pagina 29 maart 1821 aan M Udink & Cie opgave gedaan van prijzen van Borax, talk en vislijm.

26 april 1821 de heer M Kooy Bzn Amsterdam.

De volmacht van de erven wijlen de heer R Kooy ontvangen van een bankbiljet groot 6500 roebel, werd aan de heer M Udink & Cie toegezonden om dat bedrag met de interest te incasseren na aftrek van de onkosten. De volmacht moet in het collegie van buitenlandse zaken in het Russisch overgezet worden, ter bekoming van het mandaat zjin wij 5 of 6 keren in het collegie geweest, doordien het zo lang geduurd heeft hebben de erfgenamen echter bij de koers geprofiteerd, die thans merkelijk hoger is dan voor 14 dagen. Verder zending van twee wissels, schrift 7,15.

6 mei 1821 M Udink & Cie.

Zending wissel 7400 roebel a 10 st.

Voor een paar dagen hebben aan Kapitein JG Bart een pakje K.E. nr 1 waarin 500 Zeeuwsche rijksdaalders ter hand gesteld om aan Ued. Te geven, inliggend het recief (ontvangstbewijs) door kapitein Bart afgegeven. De heren Jansen Joost & Cie hebben de haring (denkelijk van de heer van Lennep Coster, 4000 zestiende) gisteren tot 40 roebel per ton verkocht denkelijk met 10% korting en op verscheiden maanden, dat zal zeker voor die heren ook een aanzienlijk verlies uitleveren, schrift 7,15

6 mei 1821, de heer M Kooy zending der secunda wissels.

Connossement over 75 aan ons verladen kostjes Borax ontvangen, er is geen vraag meer naar dezelven, de koopman die van Ued verleden gekocht heeft, zei ons daarvan nog niets verkocht te hebben, schrift 7,15

7 mei 1821 Aan de heer M Schauer uit Moskou op zijn verzoek een brief van recommandatie aan de heren M Udink & Cie ter hand gesteld en daarin gezegden heren verzocht, zo zonodig de heer Schauer een som van f 1000,-- te willen fourneren, pag. 16.

10 mei 1821 monsieur Lelievre…..Valenciennes

factuur over 47 stukken batist van fr 6260 ontvangen. Enkele dagen geleden hebben wij vernomen van de heren Udink & Cie dat zij u een bedrag van fr 13660 hebben uitbetaald, schrift nr 7 pagina 16.

3 juni 1821, DF Weber in Hamburg.

Bestelling 500/16 tonnen nieuwe Altonaer haring tegen hoogstens 4 mark courant per 1/16 ton op dezelfde datum aan M Udink & Cie. Bestelling 200/16 nieuwe haring van de eerste vangst als deze onder f 4,-- het zestiende is moet zijn goed uit, klein, weinig gezouten als dezelve niet anders is dan verleden jaar dan gelieve Ued deze opdracht niet uit te voeren.

Wanneer de neiuwe haring de f 3,-- bereikt verzoeken wij te kopen 196/16 en 30/8 ton alsmede 100 stuks…..kazen en 200 Edammer jaasjes van 3 of 4 pond ofwel van beide de zwaarste, als verleden jaar, de kaas gelieve u op verzoek van onze vriend niet eerder als in de maand augustus te verzenden, schrift 7,17.

Op pagina 18 29 juni 1821, Meinert en Cie in Oelnitz bei Lichtenstein in Sacksen bestelling op kousen.

5 juli 1821 M Kooy Amsterdam

De Borax wordt tegenwoordig tot 48 roebel op 6 maand verkocht de prijs van Galanga is van 7 tot 8 roebel per poed, wordt hier weinig gebruikt.

Witte kaneel is hier in het geheel nit te verkopen dus raden wij u deze niet te zenden, schrift 7,18.

Op dezelfde pagina 5 juli 1821 M Udink en Cie

Zending connossement over een kist met oude klare met verzoek deze naar Almelo te zenden.

Schrift 7, pag.18

Maigre Freres & Cie, Lijon

Zending wissels bedrag roebel 6718 (voor zijden kousen)

Schrift 7 pagina 19

30 augustus 1821 Onze vrienden en compagnons L Brouwer en GJ Engberts benevens een broeder van laatstgenoemde en een neef (Jan de Groot) zijn gisteren hier over land van Almelo gearriveerd, onze vrienden en compagnons Jan Engberts en E de Groot zijn voornemens a.s. zaterdag de reis naar het vaderland te aanvaarden.

30 oktober 1820 M Udink en Cie, schrift 7,19

Het schijnt dat de handel in haring hier onherstelbaar bedorven is, tenminste zolang de verkoper hier of de afzenders a costy zich niet onderling verbinden deze haring niet dan gezamenlijk en nooit onder de prijs te verkopen, is er geen speculatie meer op.

9 december 1821 de heer JD Nieman Haarlem.

Connossement van 2 kisten bloembollen ontvangen door de bijzondere onvoorspoedige reis van kapitein Dik is de aankomst tot Ued nadeel zeer vertraagd. Vervolgens wordt de raad gegeven de bollen assortimenten samen te stellen als volgt± 6 a 10 hyacinthen, 10 conquitten, 10 crocus, 10 ranoncelen en nog de een of andere kleinigheid. Verder worden in dit schrijven genoemd hyacinthen, narcissen, anemonen, tulpen, irissen. Crocussen zijn hier weinig gezocht.

Schrift 7,20

Op dezelfde apgina en pagina 21 dato 3 januari 1822 wordt aan Udink en Cie geschreven dat de zaken van de heer Bartelink volgens hoogst waarschijnlijk gerucht in een zeer miserabele toestand zijn. Hij heeft zich nog niet openlijk verklaard doch zal dat denkelijk niet lang meer uitblijven en Ued uitgeschoten geld zal grotendeels verloren gaan.

14 maart 1822, M Udink en Cie

Derk Bartelink heeft niet openlijk, meer onder de hand, op de hier gebezigde wijze geaccordeerd, of is tenminste werkzaam, volgens het gerucht betaalt hij 30% in verschillende termijnen van welke de uiterste 3 jaar zoude zijn. In een PS aan datzelfde schrijven wordt gezegd de ND Bathelingh heeft het getal der failissementen alhier voor enige tijd ook vergroot, zijnde masse zou hoogst miserabel zijn.

28 maart 1822 M Udink

Verhoging van invoerrechten alle invoer van linnen, halflinnen uitgezonderd Batist verder alle bonte manufacturenartikelen uit wit, groen en zwart laken en casemir, jenever en meer andere, voor kaas, haring enz zijn de inkomende rechten onveranderd gebleven, pagina 22.

13 juni 1822, M Udink en Cie. Ondanks verschillende en dringende voorstellen heeft Bartelink nog geen kopeke betaald. Met crediteuren is hij ook nog niet in het reine. Verder wordt gezegd inl. een connossement over twee per kapitein Wiebes verladen kisten inhoudende de oude klerenwasch en twee stukken ruw linnen en enige verdere kleinigheden, waarde f 600,--, schrift 7,23

22 augsutus 1822…de afreis van L Brouwer, GJ Engberts en E Engberts naar het vaderland zal hopelijk de 27ste volgen, schrift 7,24

17 november 1822 brieven aan JD Niemann Haarlem.

En Seket en Cie in Amsterdam over bloembollen. Deze waren slecht verpakt en reeds geheel bedorven. En kist ervan werd naar een relatie in Moskou gestuurd maar ook daar slecht verkoopbaar. De markt was met bollen overvoerd.

12 december 1822, M Udink en Cie. Gaat over aankoop van 50 vaten potasch tot 95 roebel per vat, schrift 7,25.

31 januari 1823, M Udink en Cie

de 12 dezer hebben aan de heren Woerman en Weber in Bielefeld order gegeven 20 stukken ongebleekt linnen aan Ued te verzenden, verzoeken zulks naar Haarlem op de eerste bleek te verzenden.

Nevengaande een bekendmaking over Bartelink in de courant van gisteren, zo Ued wensen mocht dat wij Ued pretensie van hem vervolgens in de konkours opgeven dan verzoeken ons daartoe een volmacht te zenden een derzelve aan de heer Engberts zonder voornaam te stellen, zoals men hoort zal er wel niet veel uit de massa uitkomen.

9 februari 1823

de commissie tot aankoop van hazevellen ontvangen maar hebben tegen dien prijs nog niet kunnen kopen. Van onze vriend uit Moskou ontvingen wij bericht over de verkoop van bloembollen heeft uitgebracht, roebel 450, komt Ued de rein provisie roebel 310, schrift nr 7,26.

20 mei 1823 M Kooy Amsterdam

eindelijk zijn wij geslaagd de vaten Galagan tot 10 roebel per poed. Te verkopen. Van het bedrag na aftrek van inkomsten zenden Ued 2745 roebel tot 9 7-16 st per roebel.

27 maart 1823, W Simons, Berent Handlugten en Zn Amsterdam.

Gisteren volgens uwe order aangekocht 25 vaten of karns witte talk tot 89 roebel per Berkowitz, de aankoop van de zeeptalk hebben niet kunnen doen, de 25 vaten door de scheepsmakelaar laten aannemen in het Hollandse schip de Vrouw Arina. Kapitein HW Drent tot f 50,-- Hollandse courant met 15 %..

27 april 1823 M Udink en Cie

Bij het braken van de potasch is het wegens het gewicht 100 uitgekomen dat nog een vat meer genomen. Het huis van Severink en Zonen is voor enige tijd gefailleerd, schrift 7,27

15 augustus 1823, Sekat en Cie Amsterdam. Wij hebben de eer Ued te berichten de aankoop van 3000 stuks hazevellen nl 2000 Otbornie en 1000 eerste soort. Voor een paar dagen zijn de hazevellen in vaten verpakt, geladen in het schip Resolution, kapitein I Strobuur.

15 augustus 1823, Seket en Cie, Amsterdam, schrift 7,27

12 juni 1823 M Udink en Cie

bestelling op haring en connossement over een kist met oude kleren met verzoek deze naar Almelo te zenden.

27 juli 1823 M Udink en Cie

onze vrienden de heren GJ Engbers en E Engberts zijn 22 dezer na een reis van 18 dagen over land uit Nederland behouden aangekomen

12 oktober 1823 M Udink en Cie

over de Hollandse haring hoort men hier talrijke klachten, men vind inderdaad slechts nu en dan een vaatje passabel is, in het algemeen is hij droof, rood aan het ruggegraat en zout, dit geldt zowel van de gewoonlijke als van de maatjesharing. Verder wordt gezegd dat door het lakenswaardig gedrag der thans levende landgenoten, het aanzien van de hollandse haring en het zakendoen door de Hollanders daalt.

Op 18 maart 1824 wordt nog eens gezegd dat de vaderlandse haring zeer in aanzien daalt. De Altonasche haring verdringt de Hollandse, schrift 7,29

10 juni 1824, M Udink en Cie

Mededeling dat de meekrapprijzen laag zijn. Verder wordt gezegd: Wij wensen van ganser harte de gelukkigste uitslag op de bemoeiingen om de vaderlandse haringhandel weer naar zijn voormalige vorm en bloei terug te voeren.

22 juli 1824, M Udink en Cie

Slottelijk hebben wij nog de eer Ued bekend te maken dat onze L Brouwer de 3e dezer na een voorspoedige zeereis hier gelukkig aangekomen is en onze GJ Engberts en B Kruijs den 8 dezer over land naar het vaderland vertrokken zijn.

22 juli 1824

Engelbertus Cornelis Ninaber en zoon

Dat mij tot hiertoe Ued geen commissie gegeven hebben was omdat wij dachten dat Ued geen voorraad zoude hebben en omdat wij juist geen behoefte aan tabak hadden daar wij onze tabakswinkel in een manufacturenwaren winkel veranderd hebben. Er volgt verder een bestelling op 400 p. amerikaanse tabak, schrift 7,pag. 31

12 augustus 1824 Eng. Corn. Ninaber, Amsterdam

bestelling op 1000 p tabak om UE tabak in Rusland vernieuwden opgang te doen verkrijgen en teffens het algemeen geworden schandelijk misbruik van UE naam in merken met het meester gevolg te keer te gaan, schrift 7,31

21 november  1824, M Udink en Cie

In deze brief wordt geschreven over de noodlottige 7e november toen St Petersburg getroffen werd door een overstroming die duizenden slachtoffers eiste. De havenpakhuizen werden vernield en de aldaar opgeslagen haring ging grotendeels verloren, schrift 7, 32,33

23 juni 1825

Onze  E de Groot, GJ Engberts en B Kruijs zijn 14 dezer na een voorspoedige landreis hier aangekomen en onze L Brouwer, H Smelt en E Engbers zullen over weinigen dagen de terugreis naar het vaderland aantreden.

18 juli 1825, Maigre Freres und ….(?) te Lyon,

de zending zijden kousen van f 3154,-- ontvangen, schrift 7,35

4 mei 1826, M Udink en Cie

binnenkort zal UE door de heren Woersman en Weber in Bielefeld een kist met 35 stukken grijs linnen gezonden worden

VII,77 en 78

Enige gegevens uit het doopboek der Hollandse gemeente te St Petersburg waarin kinderen van Hollandse ouders door een Czaar, Czarina of een prinses ten doop worden gehouden. Verder wordt op deze pagina’s gewag gemaakt van twee lijkdienst. De een 25 december 1773 van PW Harwich die ’s avonds gezond te ruste ging en ’s morgensdoodgevonden werd.

De tweede was J Scholl, schoonzoon van Harwich, krank uit Holland aangekomen de 4e juli 1774….

Bijzonderheden over vice-admiraal Cornelis Kruijs, commandant der Russische marine in begin 18e eeuw, groot zwart III, pag. 126 t/m 137.

Dossier firma Jansen gebr Prinsen verschillende brieven over de zakenreizen in Duitsland en Rusland, hetzelfde dossier brief nr 11 schrijft Jan Prinsen uit Vriezenveen aan zijn broer te Carlsruhe over een reis naar St Petersburg, zie ook 12,13 t/m 17. Deze brieven zijn in een apart dossier opgenomen in de archiefbewaarplaats van het museum en staan vermeld in de inventaris die gelinkt is aan de website.

Ook de volgende brieven tot en met 187 zijn zakenbrieven over betalingen, leveranties en verkochte goederen. Brief nr 31 vraagt Joseph Rohman uit Wenen in een brief of Gerrit Geerdink en Paul de Ruyter naar Spanijen zullen gaan (28 maart 1780). Brief nr 14, Jan Prinsen schrijft 30 juli 1784 aan zijn broer Jan Hendrik Prinsen in Mannheim .

Brief nr 15, van Wigger Jansen uit Rooyenswijk dd 16 september 1779 aan de fa Kruijs, Engberts te St Petersburg. Sinds 5 weken ligt het schip waarmee zij van St Petersburg zijn vertrokken, te Rooyenswijk. Het wacht op goede wind.

Brief nr 16, Jan Prinsen St Petersburg, 26 januari 1781 aan zijn broer JH Prinsen in Vriezenveen. Hij schrijft over betaling van een rekening van toebak en verzoekt verder toezending van 15 a 20 stukken Masellies alle van Baumwolle van de weduwe Bafienk (weduwe Bavink in Almelo) te verzenden naar Lubeck of met neutrale schepen vanaf Amsterdam.

Brief nr 17 van Jan Jansen uit St Petersburg, 1 november 1784 aan gebrs Jansen in Strassburg. Gaat over een zending tabak, kousen en handschoenen

Brief nr 18, Jan Prinsen uit Vriezenveen, 26 juli 1783 aan JH Prinsen in Mannheim. Hij is voor inkopen naar Amsterdam geweest en heeft goederen voor Rusland verkocht en verzonden.

Verder zullen 112 stukken linnen per schip uit Amsterdam worden verzonden.

Broer Wigger (halfbroer van Jan prinsen) zou uit moskou thuiskomen. Verder schrijft om de boerderij en de slechte oogst. Hendrik Braamer en hermannus Boeschen zijn uit Bergen in Noorwegen weer in kopenhagen. Zij dachten per eerste gelegenheid op Lubeck te varen, de anderen zijn nog in Koerland.

Brief nr 22, circulaire van de firma Harmsen, Langhaus en Co, 3 mei 1844 te St Petersburg over verandering van zaken.

Brieven nr 25/31, beschrijving van een reis van Vriezenveen naar St petersburg van HH Kunst en MC Jansen, Zij waren 20 september 1855 te Vriezenveen getrouwd. De eerste brief is gedateerd 21 oktober 1855, de laatste 9 november 1855 toen zij in St Petersburg aankwamen.

In brief nr 32 beschrijft zij (MC Jansen) nog eens de erbarmelijke reis voordat zij goed en wel in St Petersburg aakwamen. In deze uitvoerige brief zegt zij verder dat zij ’s avonds alle vrienden en bekenden verwachten, wel een 60 personen. Zondanavond zijn reeds bij hen geweest C Feick en vrouw, E Smelt, G Engels, J Feick, Lukas Joost en B Harmsen.

Brief nr 34 worden verschillende Vriezenveners in Rusland genoemd b.v. A Harmsen, J Engberts. Over deze laatste alsmede over zijn vrouw waren de jonggetrouwden (HH Kunst en MC Jansen) slecht te spreken. Bij hun aankomst in St Petersburg hadden ze niet eens bood en zout gestuurd laat staan iets anders. Verder wordt nog genoemd F Meijer van wie ze een bruin porseleinen theeservies kregen.

Brief 35: Hierin worden weer verschillende Vriezenveners genoemd welke in St Petersburg zijn (18 december 1855). J Meijer die vorige week geretourneerd is en G Harmsen, C Companjen en Tutertien en J Jonker die op reis wil naar het vaderland.

Brief nr 49

Brief van Herman Kunst uit St Petersburg 22 augsutus 1856 aan zijn schoonmoeder (Jansen) in Vriezenveen. Vader (Wicher Jansen) uit Vriezenveen is op bezoek geweest. Hij is overzee teruggegaan. De versiering van de Hollandse kerk ter gelegenheid van de kroning van ??? kostte 2500 roebels. Verder wordt gezegd dat Joost en G Hulshoff op bezoek geweest zijn.

Verder worden nog een aantal brieven behandeld die allemaal terug te vinden zijn in de inventaris (zie website) en de dossiers van het Historisch Museum

 

Schapenhouderij, schepers

Scheper Hendrik Schelfhorst dood in het veld gevonden. DbJK, IV,72,73

Zoon van Willem Kobes de scheper van Holleman, dbJK, IV,75

3 februari 1822, verbod aan schaapherders om in de Woesten te komen. DbJK, V,123. Verboden hoeden van schapen op de Superplus, 30 april 1732, boekweyt wordt opgevreten en gegraven turf vertrapt, VII,6

nootgerichte 4 september 1715 worden van Harmen Gerritsen Smelt o.m. verkocht 16 schapen oude en jonge voor f 20,--, XXII,66.

20 maart 1751 boedelscheiding kinderen ten Kate….voorts alle schaape met de groote schaepsruipe met al het hout van het schapenschot, XXIV,122

9 november 1799, procureur Hendrik Hoek. Procureur J Dikkers namens mr J van der Plas Bouwmeester Scholtus van Hellendoorn doet pondinge op de mobilia van Jan Vugtervene wegens gekochte schapen f 21 18 stuiver en 6 penningen, XXV,108

18 oktober 1800 van Klaas Bruijns is een drop schapen geschut in de Woesten, hij moet f 10,-- en 10 stuiver betalen, XXV,116

 

Schapenschot

Akte 5 augustus 1771…..de schure of schapenschot waartoe deselve thans gebruikt wordt, XIII,38

Akte 26 december 1803….veengrond tot den eerste Leidijk en daarop staand schapenschot, XVI,51

Akte 8e van de oogstmaand 1809…5 wanden bouwland met schapenschot en daarachter gelegen veen voor f 220,--, XVII,18

Akte 6 december 1794…1/4 van een huis, schuur en schaapschot, XV,44

16 maart 1715….een huisplaatse tussen desen weg en het schaapschot, XXII,57

 

Schatters

1823 dbJK pagina 29 IV

 

Scheerraam

Testament 2e van de Bloeijmaand 1810 van Jannes Smelt….en de scheerraam met zijn broeder Berend in gemeenschap, XVI,66

 

Schipsloot

II,3, gedeelten proces Albert Freriks Joncker cs tegen de heer van Almelo over de sluis of ziele (zijl) in de Schipsloot op het Oosteinde, uitspraak 15 april 1755

II,38/39

Graven van de Schipsloot, de sluis op het Oosteinde, verbod om met Geesterense turf door de Schipsloot te varen, zie ook VII,3/18

1822 dbJK, III,78

1797 VII,1

1819 Schipsloot aan de Paterije, V,102

graven van de Schipsloot, VII,3

1731 schoonmaken van de Schipsloot VII,6

9 juni 1747 verklaring omtrent het graven van de Schipsloot vanaf het Kooykershuis tot aan het Papenvonden. VII,10,16,17, landerijen tussen de schipsloot en de olden wegh op de Oosterhoeve gelegen (Oude Hoevenweg), VII,49 akte 1636

Naast de Schipsloot, akte 23 september 1705, VIII,14

Akte 22 januari 1757….turfland beginnende van den Schipsloot, XI,32

12 februari 1757….hooyland aan de Schipsloot de Taterije genaamd, XI,33

 

School

Akte 15 juni 1709 huis staande op pastoryland naast de schoele, VIII,26

1822 aanbesteding nieuwe schoolbanken, IV,19

25 augustus 1821 dbJK, V,118, vergroting school

akte 13 september 1760…huis op de pastoerienland achter de schoole, XII,11

15e van herfstmaand 1809, Gerrit Engels plaatsvervangend schout JH Dikkers schout, Frerik Aman, Jannes Jonker, Berent de Jonge en Gerrit Freriks als kerkmeesters van Vriezenveen hebben verkocht en dragen over aan Jan Kruijs vrouw en erfgenamen het oude schoolgebouw staande achter de kerk op Pastoryland voor f 72,--, XVII,20

22 maart 1715 Derck Menrinck is verleden maandag geweest ten huize van Gerrit Braamhaar toen…….de kinderen uit de school kwamen XXII,58

akte 20 juli 1720…het huis van Berend Waanders staande op Pastoerienland naast de school XXII,82

22 februari 1721 verkoping door de erfgenamen Schol van huis op Pastorienland gelimiet.

Oostwaarts Harmen Coops westwaarts de school, XXII,97

11 juni 1755 wordt Melchert Brinkman aangesproken voor een boete van 25 gulden voor het houden van bijscholen. Dit was door de heer van Almelo en Vriezenveen bij verordening van 9 juni 1744 en 13 mei 1755 verboden, XXIV,149

15 maart 1755 krijgt ook de vrouw van Gerrit Hindriks Vossebeen een gelijke boete voor het houden van bijscholen, XXIV,150.

9 maart 1846, heden is het bouwen ener nieuwe school met de leverantie van alle daarbij benodigde materialen, dezelf is aangenomen door Gerhardus Oudendijk voor f 6.590,--. Het minst was ingeschreven door Nierman uit Enschede nl f 6868,-- (Oudendijk had geschreven f 6895,-) doch voor bovenstaande som door hem gemijnd; zijn borgen zijn H Smit en A Berkhof. Groot zwart I,56.

20 juni 1846 is aan het nieuwe schoolgebouw de eerste steen gelegd door burgemeester G. Engels en de onderwijzer Jan kunst in tegenwoordigheid van B Kruijs, L ter Brake, A Evers (toen de schoolcommissie) en E Engberts, H Smelt, W Jansen, J ten Cate, JH Hulshof, C Kruijs Gzn, JG Kruijs, DG Harmsen ingezetenen van Vriezenveen, onder de eerste steen is een tabaksdoos inhoudende een vlesgen met een papier waarop de dag der aanbesteding, de prijs waarvoor en de namen van bovengenoemde leggers des eersten steens, aannemers en getuigen door eigen handtekening vermeld. Uit aantekeningen G Kruijs Groot zwart I,57.

Gemeenterekening 1733, Jannes Gerlink te goede aenspikers tot de schoele, 8 stuivers

Gemeenterekening 1754, Harmen Teunis door order van de kerkemeesters de schoole schoongemaakt, f 2,-- 15 stuivers

Camp Berent 5 dagen aan de Weeme en 2 ½ dag aan de school, 4 gulden 10 stuivers.

Gemeenterekening 1762 Harmen Teunis voor schoonhouden van de school 1 gulden 10 stuivers.

In 1811, 11 april, een akte van verkoop vanhet schoolgebouw in 1808 overgelegd aan het gemeentebestuur van Vriezenveen, II,9

 

Schoolmeesters

DbJK, 24 april 1817, V,85

Onze nieuwe schoolmeester Derk Eshuijs van Almelo wordt eerstdaags gewagt. Hij was tevens voorzanger in de kerk. De meeste Vriezenveners wilden hem niet en lieten hun ogenoegen blijken als er in de kerk gedurende de godsdienstoefening gezongen moest worden, ziek ook pagina’s 86/88, 90, 92/95

Aanstelling schoolmeester Jan Kunst, 1819, V,104

DbJK, IV,70, onderwijzer Jan Kunst

DbJK, IV,72, schoolmeestershuis

Aanstelling 16 mei 1638 tot schoolmeester van Vriezenveen, Johan Booncamp van Roerop, VII,52

Akte van 12 januari 1709 Adolph Hernrik Harrewigh schoolmeestrer, VIII,49

Akte 15 september 1725….keurnoot schoolmeester Adolph Henrik Herwigh, IX,31

Akte van 27 januari 1758 ondertekend door Gerhardus Harwig, schoolmeester XX,72

In akte 4 juli 1722 wordt genoemd de schoolmeester Adolph Harwich, XXIII,15

Hendrik Berents Stroomer is schuldig aan Hendrik Harwigh wegens schoolgeld 1 gulden 8 stuivers, 1723 XXIV,19

27 maart 1745, de schoolmeester A H Harwigh dient een vordering in van 100 gulden tegen Hendrik ten Cate, XXIV,75, I,35/38 (links). Aanstelling als schoolmeester van Jan Kunst, I,38 links, 12 december 1820; 3 december 1797 3e jaar van de bataafse vrijheid; aanstelling van de schoolmeester burger GJ Warmelink op een jaarlijks tractement van 100 gulden, vrije woning genaamd de Kosterije met het daartoe behorende stuk land etc, groot zwart II,50

1676 Jannes Vrylinck krijgt een supplement van f 50,-- van de Rentmeester van Twente; 1803 krijgt de schoolmeester GJ Warmelink 50 gulden van de financiele commissie, III,35/36, op deze pagina’s ook bijzonderheden over schoolmeesters Sibculo.

Een hoofdonderwijzers benoeming in 1863. Deze beschrijving werd geplaatst in een album aangeboden door Mr Nieuwenhuis schoolopziener bij zijn 40 jarig ambtsjubileum. Het stuk is te vinden in schrift 3 pagina’s 62-66

L Jonker, nr 74 concept van intekening/contract om een Franse meester te beroepen.

 

Schoppe (schuur)

Wordt genoemd in akte 20 mei 1775, XIV,12

Wordt genoemd in akte 28 oktober 1722, XXIII,20

 

Schuiten, schippers, schipperij

dbJK, IV,22,29

dbJK, IV,48, schuitentol, zie ook over schuiten pag. 104,118

1797 sluizengeld van schuiten, VII,1 en 3, V,55

1830, schuitje in het Westeinde getimmerd, V 56,61,62,63,68,76,77,109

VII,10 vervoer van Geesterse turf door de Schipsloot

Akte van 27 maart 1806, een halve akker hooiland in de oosterse schipperije, XVI,68

Testament 15 februari 1790…de vader behoudt de schuyte met toebehoren wat hij met de schuuyte en turfhandel verdient zal half voor de dogter Aleyda wezen en zoo hij de schuyte voor zig niet gebruikt zal de dogter die voor haar mogen gebruiken, XV,10

1822, IV,20,21, VII,4

16 juni 1840 betaalt het Burgerlijk Armbestuur f 1,35 aan Jannes Leushuis voor het halen van een schuit schadden voor Geesterse Fenne, XX,44

20 juli 1747, Lukas Albers Jonker contra Harmen Klaassen Jonker die hem heeft mishandeld met de schipboom geslagen en met de keeten van zijn schuit op het hoofd geslagen, XXIV,93

15 september 1785, laat de scholtus Jan Hendrik Dikkers beslag leggen onder meer op schuyten en turf van de kooyker Berent Berkhoff

15 juni 1799Gr. Pennink als procureur Fiscaal van Twente, zeggende bij….van het antwoord van Gerrit Berends Smelt anders genaamd de Boer bevonden te hebben dat het schijnt dat dezerzijds getuigen zich zouden hebben vergist, doch ook dat parthij daarbij een excuus van defensie heeft… door de daad waaover deselve beschuldigd is als begaan tegen den staat waarin de eygenaar zich met dien tol en den tot behoud en verdediging van den selven in de Beek gebruikte boom bevindt etc, XXV,104

13 juli 1799 zegt Gerrit Berends Smelt ook genaamd de Boer onder meer dat de heer van Weleveld geen recht heeft om de doorvaart van schuiten te beletten etc, XXV,105

In 1815…..kan des winters met schuiten groot Een Last, gevaren worden naar Almelo en Borne, Wierden, Rijssen enz., provinciaal archief collectie varia N 48

Statistische opgaven van de provincie Overijssel 1815.

19 febr 1803 beklaagt B Gerritsen Smelt zich dat zijn dienstmaagd Jennigjen Jansen onder meer geweigerd heeft zijn schuit naar de Schipsloot te brengen, XXV,135

4 juli 1807, de plaatsvervangend schout Jan Kruijs doet pondinge op de roerende goederen van Jan Jansen Slot wegens f 68,-- 5 stuiver en 2 penningen voor gekochte schuit met toebehoren op de verkoping van de goederen van het kind van Jan Nijboer, XXVI,20

 

Schutten van vee

DbJK IV,34,93, schutten van vee in de Woesten. Schutten van varkens dbJK, IV,113

30 augustus 1732 Geert Vrijlinck en Jan Aaman aangesteld als schutters in verband met verbod van schapen en hoeden op de Superplus, VII,6

in 1852 wordt onder ontvangsten van het Burgerlijk Armbestuur vermeld Schutgeld f 10,--, XX,51

20 februari 1723 Jan Wolters Smidt is serdert 1707 tot publieke bedieninge van de regenten hier op ’t Vriesenveen als onder anderen tot Dijkgraaf en Schutter, XXIII,24

8 oktober 1746, kwestie over het schutten van drie schapen waarvoor 8 stuiver schutgeld was betaald, XXIV,86,87

12 augustus 1788 kwestie over het schutten van vee XXV,88,89

10 oktober 1800 Jan Albers als schutter aangesteld door de municipaliteit van Vriesenveen contra Klaas Bruijns eisch tot betaling van schutgeld voor zijn drop schapen in de Woesten f 10,-- en 10 stuivers, XXV,116

20 maart Jan Bramer contra Klaas Bruijns en desselfs scheper Hendrik Jansen eisch tot betaling van 7 gulden schutgeld der schapen van Klaas Bruijns door comparant den 17 dezer van zijn eigen land geschut voor de knollen waardoor hem importante schade is toegebracht. Klaas Bruijns wil de schade indien bewezen, vergoeden, XXV,127. Zie ook voor deze kwestie pagina 128, hierin verklaart Luykas Klaassen dat de schapen van Klaas Bruijns van hem comparant en vele anderen dagelijks grote schade toebrengen dat deselve de 6e dezer hebben gelopen en geweid op het land van comparant en zelfs zijne rogge op het land hebben opgeweid pondingen en schadevergoeding van f 25,--, XXV,128

7 juli 1803, Albert Bosch enKlaas Pleij de aangestelde schutters van Vriezenveen contra verschillende personen voor geschutte beesten; allen onder Wierden woonachtig, XXV,138.

16 november 1805 JannesBom als diacon ook namens zijn ambtgenoten contra Claas Bruijns eisch tot betaling van 3 gulden wegens zijne geschutte schapen welke door de huisvrouw van Egbert Jonker junior zijn geschut op haar eigen land welke penningen zij dadelijk aan den Armenstaat heeft geschonken, XXVI,9.

18 april 1807, Jasper ten Cate doet pondinge aan de mobilia van Jan Kuyper van Albergen wegens f 26,-- voor onlangs in dengoorden van Mannes Derks thans in huur bij Albert Bosch, geschutte schapen, XXVI,119.

10den van Weidemaand 1809, Hendrik Jansen de Jager zegt dat gisteren op zijn land in pacht bezittende van de huize Almelo heeft bevonden een aantal schapen toebehorende aan Hendrikus Jonkman en Hendrikus Broertjen op het zelve land weidende en grazende. Hij heeft toen de schapen geschut, maar de schepers hebben desniettegenstaande de schapen vandaar vervoerd om deze schatting te ontduiken XXVI,29.

14e van de zomermaand 1810, Albert Abbink en Jannes Reijnders stellen zich borg voor de schaden als de 14 beesten (van Gerrit Aalbrink, Hendrikus Kuiper, Jan Kuijper en Jan Bekhuis te Geesteren) die zich thans bij Jan Harm Drost in den schutstal bevinden (en door Fredrik Aman en Jan de Jager geschut zijn geworden) in de hooylanden onder Vriezenveen hebben toegebracht XXVI,36

16e zomermaand 1810. Hetzelfde (zie bovenstaand) doen Albertus Bramer en Bernardus Embrink voor de schade toegebracht door 12 beesten van Geesterense eigenaren die door Jan Hof als gemeenteschutter zijn geschut uit de hooylanden de Deele bij de buiterenwegssloot, XXVI,36.

15e herfstmaand 1810 Jan Hof, Gerrit Keyzer, Jan Fredriks, als schutters van Vriezenveen contra Jan Harbers alias ScheperJan eisch tot betaling van 8 stuivers schutgeld XXVI,37

12 mei 1628 Johan Aman contra Mans Smijt van Dulmen (Almelo), Smit had beesten geschut van Aman, XXVII,2.

17 november 1758, de Heer van Almelo op de Vriezenveense weidlanden een schutgeld van vier guldens hebbende gesteld op ieder jarig neest en zo na proportie tegen het…..II,7

 

Schutten van water

2 juli 1631 request van de ignezetenen der heerlijkheid Almelo en Vriezenveen en ’t Gerichte van Delden en Rijssen over wateroverlast door het schutten van water op de Schuilenburg, II,41

 

Schutterij

1822 Inschrijving voor de schutterij, IV,19

4 oktober 1823, 40 pieken uitgereikt aan de rustende schutterij, dbJK, IV,48, zie ook pagina 113.

Groot zwart 3,173A, onwillende schutters in Twente januari en februari 1831

 

Secretarissen

25 mei 1690 secretaris Harwich benoemd tot plaatsvervanger van de schout, VII,36; noodgericht 13 september 1648..Bonecamp gerichtsschrijver XVIII,12

23 juli 1627 Joannes Bonecamp gerichtsschrijver op het Venne XXVII,1

16 december 1651 Joannes Bonecamp gerichtsschrijver op ’t Vresen Venne XXVII,23

grijsV,17, Fredrik Gerhard van Groes gerichtsschrijver te Vriezenveen

 

Sibculo

Akte 1458, III,9

Akte 1527, III,11

Akte 1493, III,13

Akte 1483, III,24/2

Overdrachten, aan- en verkoop van grond en schenkingen aan Klooster Sibculo, III,26-32

1512, bezit erve en goed Rosinck te Vasse

1508, het klooster Zibekelo verkoop 3 mud rogge uit een vrijen akker lands op Almelervene op en dale, te veene en te velde aan Arnt Frederiks die daarnaast met 7 akkeren lands geland is, III,1

Idem verkoop van grond 1518.

1495 overdracht van aanspraak op 10 akkers te Almelervene door Albert Zuidersz en Ghebbe zijn huisvrouw aan het klooster Sipculo met eenen groenen struik, III,2

1519 in akte 22 februari draagt Albert ten Brinckhuis en Ghebbe diens huisvrouw hun halve hoeve zijnde acht akker op Almelervene met huis, hof en hout en als een vrij onbekommerd goed over aan de prior en convent van het klooster van Galilea te Zibeloe, III,3

1526 is in een akte sprake van het spijker van het klooster Albergen, III,4

1483, Petridag, overdracht van Hessel Hermansz en Griete zijn huisvrouw op de prior en het convent van het klooster in Sipculo van drie mud goede drooge marktschoone winterrogge Almelermate jaarrenten, III,24/2

1487 St Mathiasavond, overdracht op de prior en het convent sipculo van vijf mud goede drooge marktschoone winterrogge Almelermaat, III,27

Akte 26 juni 1802 van der Wijck als landrentmeester van Twenthe en voorts geautoriseerd bij resolutie off appointement van de commissie tot de administratie der financiën van het voormalig gewest Overijssel van den 15 den juni 1802 draagt over al het toebehoor van gronden van Sibculo voor zooverre die onder het gericht van Vriesenveen mogten gelegen zijn en sulks aan en ten behoeve van SCF gravin van Rechteren Almelo, H Krul, Jasper Zweers, JG Bruyn de weduwe van Jan Zweers erfgenamen van haren zoon Klaas Zweers en Engbertus Zweers kooperen respective van Sipculo met zijn toebehoren op den 20 december 1796 door hen van het voormalig gewest aangekocht, dit voormalig gewest of het Bataafsche volk daarvan….XVI,18

Land geeigend voor klooster Sibculo

1492, Hendrik van der Aa, gezworen schulte (schout) op Almelervene, eigent ten overstaan van keurnoten Bertolt ter Horst, als momber van den prior en ….en ten behoeve van het convent te Sipculo als de oudste rentbrieven hebbende aan 10 akkeren land op Almelervene welke Wicher Herman Jacobszoon en Henniken zijn huisvrouw hebben laten liggen en zulks volgens het beschreven landregt, het paalrecht en de oude gewoonte.

Keurnoten Egbert Harmen Jacobszoon en Ludeken Egbertszoon, III,29

Man en twee vrouwen gedood bij het klooster Sipkulo, deze behoorden tot een troep heidens, II,10

1492 st Anthonius, overdracht schuldbrief III,28

1492 st Agnaten, overdracht akker hooiland op klooster Sibculo, III,29

1492 st Nicolaasdag, overdracht van landerijen aan het klooster, III,29

1492, III,30I, bezit van klooster geheten de Strijpe.

1505 kwijting van vordering aan het klooster, III,31

1453 wordt convent Zybekelo genoemd, III,34

1512 zie III,51

1797 klooster Sibculo, VII,1

Koopakte 15 februari 1706 met haar olde Sibculo gerechtigheden, VIII,17

17 augustus 1721 verkoop van het halve Hoffmansgoed gelegen onder het Rentampt van Sipculo en Albergen, IX,21

13 november 1762 overdracht van Albert Jansen Santboer aan het door hem bemeyert erve, XII,27

Akte 13 november 1762, overdracht in naam van Ridderschap en steden van het halve erve Het Brinkhuis aan Jan Jansen Jonkman en de andere helft aan Gerrit Jan Jansen, XII,27

15 febr 1721, Gerrit Harmsen Smelt heeft indertijd het erve en 4 akkeren lands en daarop staand huis gelegen aan de bovenkante van dezen weg zoals hij hetselve van de Staten der provincie van Overijssel heeft aangekocht, XXII,96

25 oktober 1755, verkoop halve Hoffmansgoed door Gedeputeerden der provincie, XXIV,158

Zwart I,9,10 vermeld bronnen waaruit geput kan worden over Sibculo

I,10, diefstal in het klooster Sibculo 1489, bijdrage tot de geschiedenisn van Overijssel IV pag 361…een monnik te Sibculo stal ongeveer 1000 Rijnsche guldens met behulp van Hendrik Hermansz ten Broeckhuis.

1572 Hermannus….prior in Sibekeloe betuigt zijn dank aan Campen voor een grote gave die het klooster van de stad ontving, Sibekeloe anno domini 1572 den 5 juni

I,10, 1510 Gijbert Hoff thans te Sibkelo, NW Kampen n 1267

1 november 1609, op verzoek van de kerkvoogdij van Gramsbergen om enige subsidie van de Landschap tot voltooiing van de aangevangen reparatie van hun kerk, besluiten Ridderschap en Steden dat daartoe aan hun zullen worden uitgekeerd de opbrengst van de verkoop van twee vervallene huisjes te Sipkeloe die men aan de rentmeeester Sticke reeds heeft gelast te verkopen, NW Kampen n 3691

1547, 4 juli provinciaal archief Zwolle charter van Sibculo, folio 157, overeenkomst van Johan van Laar tot Hoenlo, XXX,1

24 febr 1553, broeder Franciscus, prior van het convent van Zebekeloe ontslaan Albert geboren op het erve de Brake te Hardenberg en echte zoon van Harmen en Swenne te Braicke uit allen echt en eigendom, XXX,1

22 december 1548, Broeder Franciscus prior van het gemeente convent in Zibbekeloe verkopen aan Jasper Henrichs, schulte (schout) op Almelervene en Aleidt diens vrouw, de 9 vierdeel boter op Almelervene, provinciaal archief Zwolle, charter van Sibculo, folio 160 XXX,1

17 september 1254 gaf Otto IV graaf van Bentheim de nonnen van Schoonebeek (een klooster bij Coevorden) verlof in de marke Itterbeck op de zogenaamde Moortkoele, nu de Striepe, een boerenhoeve te stichten waaraan een uitgestrekt weiderecht voor schapen verbonden was. Later in 1416 worden hiervan door koop eigenaars de paters Cisterciensers van Sibculo. Deze hadden er een grote schapenfokkerij waarvan gezegd werd dar er meer dan 1000 van deze dieren gehouden werden. Na 1648 (dr. Jonker tekent hierbij aan: onjuist!) toen de meeste geestelijke goederen verbeurd verklaard werden, werd de graaf van Bentheim andermaal eigenaar van de Striepe en van alles wat daar door de nonnen van Schoonebeke en de paters van Sibculo was tot stand gebracht.

Grijs I,5

1416 Lutgard Polmans, abdis van het convent van het klooster van Assen verkopen aan het klooster te Zebekelo hunne erven de Barlehaar en Schultinck gelegen in de buurtschap Itterbeke, grijs I,5

1420, Mattheus van Schoneveld anders geheten van Graventrope draagt over op het klooster te Sibbekeloe de erven Bennekinck en Keddinck met 3 ½ waer etc. in de buurtschap Itterbeke, grijs I,5

Grijs I,61 en 77, overdracht, verkoop of aankoop van onroerende goederen door het klooster Sibculo in de jaren 1416/1503.

Enige geslachten van Voorst begraven te Sibculo, grijs I,67 links.

1492 Derck van der Schulenborch, drost te Laghe, geeft 500 gouden Rijnsche guldens aan het klooster tot een testament en zielgave tot heil zijner ziele en van die van juffrouw Henrick zijne echte huisvrouw, waarvan 250 betaald zijn en 250 door de erfgenamen betaald zullen worden te zullen beleggen aan eeuwige erfrente, om daaruit een monnik en priester te onderhouden en een altaar te bouwen in de kerk met hunne memorie beschreven door de plaatsing van hunnen namen met grote letters op een tafel hangende op het altaar of in de muur naast het altaar, dagelijks zal er een mis aan dit altaar gedaan worden en op hun sterfdsag zal een memorie gehouden worden en elk conventaal 1 pint wijn hebben, opdat zij des te vuriger voor hen biddenetc. Zie hiervoor grijs I,75 links.

1493 het klooster was vrijgesteld van alle tollen en weggeld over de brug te Ommen, grijs I,75

1496 maagscheid tusschen de erfgenamen van wijlen Willem Avering en het klooster Sibculo waarbij zij 22 morgen land onder het kerspel Terwolde op Veluwe afstaan aan het klooster tot het stichten van een eeuweige memorie voor W.A. en zijn huisvrouw Machteld in het klooster, grijs I, 75

1498 Derick van der Grave heeft bij testament na zijn dood aan het convent vermaakt al zijn goederen zonder onderscheid onder voorwaarde dat het convent ieder jaar op St Johansdag na aan de zomer of daaromtrent aan de gemeene broeders van het convent zal geven 2 vaten Bremer of Hamburger bier, naardat de tijd gelegen is om daarvan vrolijk te zijn en voor Dirick’s ziel te bidden. Voorts dat zo te eeuweige tijd deze voorwaarde niet worden nagekomen, de ene helft der vermaakte goederen zal vervallen aan de St Michailskerk, de andere ten behoeve van de armen van het H. Geest Gasthuis te Zwolle, grijs I,76

1502, het convent vergunt aan vrouwe Lamme, weduwe van Otto Groter, levenslang te …. Het huis dat zij nu te Kampen bewoont en dat na haar dood weer aan het convent zal komen, grijs I,77

Grijs I,61 tot het einde vermeld bezittingen, renten, aankoop en verkoop van goederen door het klooster Sibculo. Het vervolg hiervan grijs II, 1/9. Op deze bladzijden komen ook testamenten voor evenals verpachting van huizen en landerijen.

1516, het klooster verpacht het erve Johanninck kerspel Wierden buurschap Hexell levenslang voor 20 mud pachtrogge Almelermaat jaarlijks kommervrij te Marienborch in des convents korenhuis of te Zwolle te leveren en nog 4 dito mud rogge voor de maat op het Vresenvene waarvan hun het gebruik vergund is zolang het convent die niet behoeft, voorts zullen zij het convent dienen eens bij grane en eens bij stroo, grijs II,4

1516 Buurrigter met de gezamenlijke buren der marke Itterbeeke verkopen aan het klooster een stuk broekland het Ymenbroick geheten met een stuk veenland voor een wel betaalde som gelds welke de buren voor brandschatting en dincktal(?) voor de gewone buurschap Itterbeke hebben uitgegeven toen de Geldersche lagen binnen en omtrent Noordhorn, grijs II,5

1510 gift van Jonker Seyger van Rechteren van 300 gouden Rijnsche guldens  om voor het zieleheil van hem en zijn nabestaanden te bidden. Verder begeren Jonker Seyger en zijn huisvrouw Joffer Mechtelt van Doerwijck voor het altaar begraven te wornden. Verschillende bijzonderheden omtrent deze schenking zijn te bvinden in grijs II,5,6

1524 het convent te Sibculo erven en goederen hebbende liggen in verscheidene heerenlanden en dus dikwijls ergens iets te doen hebbende waar zij in persoon niet kunnen komen, machtigen de leekebroeder Arnt van Losser Ambtman en verwarer hunner goederen in het land van Ghelre en Veluwe om in regten voor hun op te treden, grijs II,7,8

1526 Henrick van Rechteren heer te Almelo beleent als leenheer Herman Grubben te Vrederingen het erve Roesinck te behoeve van het klooster Sibculo, grijs II,13 links.

Grijs 3 Geertruid van Exoe had drie gouden Rijnlandsche gulden (jaarrente) geschonken aan de klooster vban Sipculo, Noordhorn en Albergen, TR IV,370

14 febr 1503, het klooster Sibculoheeft van Gheryt Bruens, canunnik te Deventer tot een uitgang ontvangen 5 van de 30 gulden erfrente die hij heeft van de stad Deventer onder verschillende voorwaarden. Zie hiervoor grijs boekje 4 pagina 1. Dezelfde geeft om Gods wil aan het klooster Sibculo een eeuwige erflosse en regten wederkoop van de 9 mud rogge jaarlijkse rente uit het erve ten Marienborch en den molen aan hen verkocht zullende de losse ten allen tijde mogen geschieden met 100 enkele gulden keurvorstelijk die het convent ook van hem ontvangen had, mits een jaar te voren op de pachtdag opzage doende, grijs III,2. Op dezelfde pagina 1 september 1503 klooster Sibculo verkopen aan mr G Bruens 10 gouden keurv. Jaarlijkse erfrente uit een erve en huis aan de Brink aldaar (Deventer) waarin nu Berent ter Ruigghen woont en voorts uit alle goederen van het klooster binnen en buiten Deventer, waarvoor Gherijt 200 dito gulden betaald heeft.

Heren Blankfoort toe den Hoogenhuize gehuwd met Anna Sibilla van Langen was van 1664-1673, toen hij overleed, rentmeester van Sipkulo en Albergen, grijs IV,39

20 augustus 1493 het klooster Sibculo erkent schuldig te zijn een lijfrente van 34 34 gulden aan vrouwe Hilligje Voet van Keppel, grijs V,54 op dezelfde pagina beloven dezelfden wegens de weldaad tot een testament gedaan door vrouwe Hillegond Voet wedeuwe van heer Gheerd van Keppel Ridder, jaarlijks te kopen een vat…..

1463 Jacob van Essen heeft verpand aan het klooster Sipculo het erve Arwijnck en het lutteke Broeckhuis onder Ulzen die Berend van Asbeck in huwelijk met van Essen moei Elzeken ontvangen had doch door hem aan vrienden verkocht waren te kopen zullende dat convent hem, als onderleenheer van de Kotterstede lutteke Broeckhuis, die niet zwaar kan worden belast wegens elke huldiging een Rhijnlandse gulden betalen, grijs V,77

1477, prior en het gemeene convent van Sibculo bekennen aan Mette ter Toerne weduwe van Johan ter Toerne levenslang schuldig te zijn 1 mud goede klare rogge jaarlijkse rente in haar huis te Oldenzaal te leveren.

1487 Thonijs de Reygher heeft gekocht van klooster Sibculo een erfelijk mud rogge dat het convent had uit het erve en goed van wijlen ….ter Toerne blijkens opschrift was hij te Oldenzaal gevestigd, grijs V,5

1493, Hessel Mulert geeft om zonderlinge gunst en een welbetaalde som geld aan de prior, het convent, de broeders en dienaars van Sipculo, als zijnde dat klooster door de heilig kerk naar geestelijke en keizerlijke rechten uit hoofde hunner orde, gevrijd van alle tollen en weggeld, de bevoegdheid om vrij te rijden en varen en hun goed te dragen en drijven over de brug te Ommen ongehinderd door hem en zijne erfgenamen of diegenen die zich die brug geheel of ten deel enige tijd ondervinden, grijs VI,20

1458…koopt het klooster te Sipculo een jaarrente van een mud rogge uit het erve en goed Johanninck in de buurtschap Hegzel. De kerkmeesters van Almelerveen met wiwer toestemming een en ander geschiedde hopen hiervoor terug een jaarrente van een mud rogge uit het erve en goed thans bewoond door Herman Gerdes op Almelervene gelegen.

Memorieboek Sibculo, 1501-1548, rijksarchief Zwolle.

Erven van het klooster op Vriezenveen, Stockelma, Frederik Luykens, Wysse Egberts, Albert ten Brinckhuys, Herman Lubberdick, Berendt Zweerslandt, Frederic Egberts, Egbert Ludenslant, Gheert Wesselinx kinder, Johan Egbers Westwert, Peter Johan Pouwels, Henrick Herm Colps, Dee Schulte op ‘t Veen, III,46

Op dezelfde pagina rentmeesters van Sibculo en Albergen, VII, 57

Hier worden enige bijzonderheden gemeld over de stichting van het klooster. Op 23 oktober 1406 werd het eerste kappelletje ingewijd in tegenwoordigheid van veel edellieden en anderen uit de omtrek. De stichting kreeg de naam Onze Lieve Vrouw in Galilea. Oorspronkelijk  een fraterhuis des Gemeenten Levens sloot Sibculo zich in 1418 aan bij de orde der Bernardijnen of Cisterciensers. In de loop der tijden verkreeg Sibculo door legaten, schenkingen en aankoop een groot bezit aan land, huizen, tienden etc. In Vriezenveen bezat het klooster in 1531 dertien erven. In 1524 werd een rentmeester benoemd over de bezittingen in Gelderland, met de hervorming vervielen de bezittingen van Sibculo aan het Landschap Overijssel, de laatste prior kreeg een pensioen van de Staten. In 1604 werd de kerk voor afbraak verkocht, de muur naast het kerkhof moest blijven staan voor een afscheiding

VII,56a en b

Rentambt Sipculo en Albergen, register van erven 1649 (rijksarchief Zwolle)

FriesenVeen: Luickies Freriks hoff is thiendvrij daaronder hoort een stuk lands groot … daartoe is geen hooyland ende ’t weydelandt is slecht…waarop geweid worden vier koeien.

Engbert Wijssens goed is mede thiendvrij, daaronder hoort een camp groot 5 mudde, een weidelant op ’t einde van ’t saaylant, daarop geweyd worden 9 koeien wanneer d’r niet van gehooydt wordt.

Roelof Berends Hoff is mede thiendvrij daar onder hoordt een camp grootte 3 mudde, hooyland gelegen voorwaarts uyt nae Almeloe ende wordt van ’t weidelandt afgegraven anders op ’t weidelandt worden geweidt 4 koeien ende 2 peerden.

Harmens Egbert Hoff is van groote ende gelegenheyd als Roelof Berents Hoff

Brinckhuys op ’t Vriesenveen is verpandt den tyt van 20 jaren aan Borgem Nijkercken voor 1170 gulden waarvan voor ’t laatste op Martini 1654 zal verschijnen. Jonker tekent hierbij aan: Derk Nijekerken is burgemeester te Zwolle, 18 febr 1648, verslagen en mededelingen Overijsels Recht en Geschiedenis XXIII,102.

Het schoutengoed mede op ’t Veen is verpand aan Berend Schulten voor 1260 gulden den tijdt van 20 jaren, waarvan ’t laatste op Martini 1654 verschijnt, VII,56a, 56b

Aantekeningen VII,57

1495 St Vitus, Albert Zweders en Ghebbe zijn huisvrouw dragen over aan het convent Sipculo hun aanspraak op de 10 akkers op Almelervene gelegen tussen Herman Jacobszoon en Ghert Hendriksen twaalf akkers.

1519 Albert ten Brinckhuis en Gheze zijn huisvrouw dragen over hun halve hoeve zijnde de 8 akkers op Almelervene met huis etc ten wert en naast Ghert Albertinck en ten oosten naast Johan Lubbertszn.

1458 Johan Balcken, wijlen Henrich Balcken echte zoon, draagt over aan het klooster te Sipkulo ½ hoeve lands op het Oosteinde van Almelerveen hem aangeerfd van zijn ouders.

1492 Herman Claaszoon en zijn vrouw Lijse dragen over aan het convent Sipkulo jun akker hooiland op Almelervene.

1492 Hendrik van der Aa, schout, Bartolt ter Horst als momber van de prior en Kelner en ten behoeve van het convent te Sipculo als de oudste rentebrieven hebbende aan 10 akkeren land op Almelervene die Wicher Herman Jacobszoon en Henriken zijn huisvrouw hebben laten liggen.

Stukken betreffende een proces der gezamenlijke meyerluiden van de provinciale goederen van het klooster Sibculo contra de graaf van Rechteren, over het uitstaan van enige veenakkers en het reeds laten verkerkspraken om dezelfde te laten verkopen, 1758,1759 (rijksarchief Zwolle)

Volgens de heer van Almelo lagen de veenakkers niet in Zalland maar tussen de Bruinehaar en het klooster Sibculo langs de dijk van de Strijpe nae het Clooster gaande zuidwaarts binnen de Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. Verder geeft de heer van Almelo nog meer argumenten dat dit gebied tot de Heerlijkheid behoort o.a. voor enige jaren (1739) werd de schoolmeester Willem Mentink aan de zuidkant van de beek dood gevonden. Dit werd aangegeven aan het gericht te Vriezenveen, welke ook de schouwing heeft verricht. Ook de vossen die aan de zuidkant van de beek gevangen werden, werden gemeld aan de schout van Vriezenveen om voor de premie in aanmerking te komen. De vossen ten noorden van de beek werden in Hardenberg aangegeven. In Vriezenveen werden aangegeven in 1731 6 jonge vossen, in 1732 4 vossen, in 1740 1 oude vos, in 1744 4 jonge vossen, in 1745 1 oude vos, in 1747 2 oude vossen, in 1748 3 jonge vossen. Verder wordt hierbij nog vermeld een verklaring van Albert Wesseler, wonende te Uelsen over de grenzen van de Heerlijkheid. Verder wordt hierin gezegd: dat die van Sibculo gerechtigd zijn bijlangs de Beecke op den Balckenbelt hunne schapen te houden; 5 januari 1677 Henricus Arentsen pastor in Friezenveen is getuige, VII,66.

Verder nog een bijlage, een verklaring van de schout van Vriezenveen Johs. Kruijs, dat op 30 maart 1739 schouwing werd verricht op het lijk van schoolmeester Willem Mentink die aan deze, dat is aan de zuidkant, kant van het klooster was verongelukt

VII,69

1630, Lukas Freriks, Berend Jan Schultus, Claas ten Brinkhuis, Jan ten Brinkhuis, Engelbert Witsen, Evert Roelofs ofte Hofman en de Berent Hoffman, samen meijerluiden van de erven van Sibculo gelegen in Vriezenveen, beklagen zich dat de pachtsom die zij jaarlijks aan de provincie betalen, uitgezonderd in 1628 en 1629 toen de heer van Almelo de pachten zo veel heeft verhoogd, daarom verzoeken zij ootmoedig weer onder de verpachting en ontvangst van het Landschap (van Overijssel) te komen en dat het derde jaar pacht nu aankomende Martini verschenen, supplianten van de heer van Almelo geremitteerd mag worden daar wij in deze 2 vorige jaren meer aan de heer van Almelo betaald hebben als voordien in 3 jaren aan het Landschap, VII,71.

Bescvhrijving en opkomst van het klooster Zibekelo uitgegeven 1725 bij S Luchtmans en D Haak in Leiden, XVIII beginnend bij pagina 14 t/m 54.

Grzwart III,35. Op de 51 vergadering van Overijssels Recht en Geschiedenis in 1883 te Hengelo een artikel over Sibculo van J Hagerman op pagina 9.

Uit archief van de geschiedenis van het aartsbisdom Utrecht deel 53, pag. 107 schrijft J Kleintjes over weerspannige monnikken in Sibculo in 1573 en 1574, groot zwart III,164

 

Slachtvisite

DbJK IV,22,42,43V,76

 

Sluizen en Zijlen (waterschutten)

De zijlen werden ten overstaan van de secretaris van de heerlijkheid Almelo verpacht, dbJK IV,72, zie ook pagina 124.

Ook V,28 en pagina 70

Oude zijl, V 115,116

Gerrit Bartelink was tot 1723 sluiter van de sluis, VII,3

1746, sluiter van de sluis was oudtijds de oude Wescher, VII,4, Jan Hogers was een jaar lang sluiswachter maar toen weggejaagd, VII,5

11 sluisjen op het Vriesenveen bij het Kooykershuys gelegen sedert Martiny 1692 beginnende in pacht aan de Wescher jaarlijks 15 carolusguldens en verder voor de tijd van 6 jaar, VII,6

22ste van de grasmaand 1809 dr DJ Lamberts als rentmeester van Graven van Rechteren en Limporg doet pondinge aan de mobilaire goederen van Albert Berkhof om daardoor te verhalen

f 364,-- en 6 stuiver wegens achterstallige sluizepachten van de jaren 1805-1808 volgens publieke verpachting van 14 september 1805, XVII,51

1808….dat W Berkhof zijn bestaan heeft uit zijn wel ter nering staande tapperij, uit zijn negotie in turf en daarbij ook veeltijds sluizewachter is XVII,52

12 oktober 1726, procureur Nic. Harwich namens Geeze Vrijlinck en Hinrich Janssen Boeschen zeggende dat door Jan Geerds, Gerrit Berckhof en door de zoon van Frerik Jansen Tuttertien aan haar is aanbesteed een nieuwe sluis te maken en zetten op de Superplus voor 70 carolusguldens. De sluis is reeds geruime tijd geplaatst maar zij kunnen geen betaling krijgen, XXIII,98

Den 28sten september 1795 werd de rentmeester van huize Almelo verhinderd de sluizen en de tol op Vriesenveen te verpachten door de municipaliteit ofwel een gedeelte van deselve met een menigte ingezetenen van Vriezenveen, I,10

28 april 1798, de provisionele representanten of municipaliteit van het Vriesenveen hebben op 21 septemner 1796 ten behoeve van de gemeente Vriesenveen aan de meestbiedende verpacht voor de tijd van een jaar het sluizengeld van de turf komende uit de geesterensche en vriezenveensche venen en passerende door de sluize bij het Kooykershuis en wel van 1 oktober 1796 tot de laatste september 1797, pachter is geworden Wicher Berkhoff voor f 290,--. Hierop is betaald f 150,--, XXV,93

2 juni 1804 Procureur DJ Lambers als rentmeester van gravin van Rechteren Almelo doet pondinge op de mobilia van Albert Berkhof wegens f 210,-- zijnde 1 jaar sluistol van Michalius 1802-1803, XXV,144

30 november 1805 procureur DJ Lambers namens FRBR graaf van Rechteren en Limpurg doet pondinge aan de mobilia etc van Albert Berkhof wegens f 312,-- en 18 stuivers rugstendige pacht van de sluizen op Vriezenveen tot Michalius 1805, XXVI,10

22ste van de grasmaand 1809 wordt beslag gelegd op de goederen van Albert Berkhof wegens f 364,-- en 6 stuivers achterstandige sluispachten van Michaelis 1805-1808 ingevolge publieke verpachting van 14 september 1805, XXVI,29

Uittreksel brief van JH Dikkers, schout in Vriezenveen waarin hij schrijft over het verschil van de bewuste sluize in de Hollandergraven, versl 78 ste vergadering Overijssels recht en geschiedenis, I,2

DbJK, IV,48

20 oktober de 25ste twee bomen, een voor de heiden en de andere in de Beeke van den Plaai aanbesteed voor f 23,--, welke den huize Almelo voor de helft aangaan. Aan deze bomen zou den schuitentol gelijk van ouds aan de huize Almelo worden betaald, met dien verstande dat de gemeente daarvan de helft zou trekken.

5 november: Op 29 oktober de gemelde bomen geplaatst. De 30ste werd een van de palen van de 1e boom afgekapt door Egbert Teunis omdat hij hem aan zijn oever niet wilde hebben staan. De 2e dezer weer een andere paal ingezet. Dezelfde namiddag is de boom in de Plaay met geweld opengebroken. De 4e is de boom voor de Heidesloot in stukken gezaagd. Luykes voor 2 jaar gemeenterekening 1753 en 1754 van de sluis f 20,--.

Gemeenterekening 1754, Engbert Hindriks geeft in een rekening over proces van de sluis voor drie gangen naar Delden en brievepost verschoten geld f 4,00 5 stuiver.

Concept brief van de schout JH Dikkers van Vriezenveen geboren 1723 overleden 1811 waarin hij Racer aanvalt omdat deze de Almeloers heeft willen laten deelnemen in het verschil van de bewuste sluis in de Hollandergraven, II,22

DbJK, V,116.

10 en 11 juni 1821, hedennamiddag is de graaf van Almelo aan mijn huis geweest om het accoordd wegens den ouden zijl te treffen waaromtrent dan ook zijn overeengekomen:

1. dat zijne excellentie voor schadevergoeding zal genieten een som van 1000 gulden

2. beide zijlen die van de graaf en die van de gemeente in eenen om de helft te verpachten

3. om te beproeven om de boom voor den Heidensloot waar voorheen ook sluisgeld werd geheven, weder te herstellen en zulks in gemeenschap te doen strekken.

Uit brief van Jan Prinsen Vriezenveen dd 30 augustus 1783…de sluizen zijn Bartelink door de gravin afgenomen geworden en zijn gister bij de meestbiedende verpacht geworden. Zo men zegt heeft de rigter te Almelo gepacht voor 3 jaren en wat hij daarvoor betaald heeft weet ik nog niet maar f 700,-- hier al voorheen alle jaren geboden worden…XVII,38

 

 

Smid, smederij etc

Akte 11 augustus 1722….het huis met de smith en den slijpsteen, IX,22,23. Op deze pagina’s ook verkoop van de smidsinventaris en verdere bijzonderheden.

Akte 28 juni 1791, Jan Otten en Diena Smit zijn huisvrouw hebben verkocht een half huis en land alles op Smiet Roelofland vermits dat de Smiet niet mag opgebouwd worden tot een woning, XX,15

 

Smokkelen

1822, dbJK, III 72,74, IV,21

smokkel in zout, dbJK, III,51 (1824)

1829: De commiessen gaan dagelijks de huizen rond of er ook gesmokkeld wordt, dbJK V,35,47,48,122

akte 14 september 1788….verklaren Janna en Cunniera Koers van Olde f 78,-- schuldig te zijn, XIV,87 aan de pachter van de import op de genever Harmannus Kuiper. Zij geven huis en landerijen in hypotheek.

1803-1804 proces tussen de collecteur van de import op wijnen Jan Kruijs te Vriezenveen tegen de weduwe de Vries te Vriezenveen.

XVII,39/49.

In kasboek van Burgerlijk Armbestuur in de jaren omstreeks 1850 worden evrschillende inkomsten gemeld van aangehaald zout, meel en varkensvlees.

XX, verschillende pagina’s.

4 juni 1755 Lorijs Ortel ook voor zijne consorten importmeesters voor de brandewijnen en gebrande wateren contra Aaltjen Lukas huisvrouw van Hendrikus Pauwels…zij legt een eed af bij absentie van haar man  dat zij nog harentwegen iemand van haar huisgezin het questieuze vaatje in haar bakoven op 25 juni 1753 bevonden aldaar, gebracht te hebben nog hebbe doen brengen direct nog indirect nog in enigshande maniere kennis ofte wetenschap daarvan sij hebbende…..XXIV/149

 

Snaphaan

17 febr 1787 Hendrik Arentsen, kapitein en Gerrit Jansen, vaandrig van een compagnie schutters contra Berent ten Bruggencate om restitutie van een snaphaan te hebben hem als shcutter van genoemd compagnie uitgereikt omdat hij de compagnie heeft verlaten. XXV,77

 

Snuifdoos

Snuifdoos met scildpad ingelegd, dbJK, IV,59

Testament 26 maart 1802….haar snuyfdoos….XVI,13

Brief van Jan Prinsen Vriezenveen 14 oktober 1783 aan zijn broer JH Prinsen te Mannheim: Hij vraagt zijn broer bij thuiskomst 1 of 2 mooie snuifdozen mee te brengen, XVIII,59.

 

Sociale toestanden

DbJK, V,99 (1818) “Eykelen zoeken door behoeftige oude lieden”.

9 oktober 1735 verklaren de kerkmeesters van Vriezenveen dat zij genoodzaakt bent geworden om de oude luiden Hendrik Jan Hinne en desselfs huisvrouw Jenker Claessen van de armen te onderhouden omdat hun kinderen zij niet kunnen onderhouden en zij door armoede niet langer aan de kost kunnen komen, XX,11

in 1849 bedroeg het door de Armenstaat bedeelde personen 150, XX,28

 

Societeit

Deze werd opgericht in 1876. De eerste vergadering werd gehouden op 28 september 1876, zie ook schrift 3 pagina 34

 

Spanje

5 mei 1764 verklaren Jan Gerritsen en desselfs maatschap Jan Prinsen dat zij verschillende keren vanuit Spanje gelden hebben gezonden aan hun compagnon Barent Wijchers, XXV,32/34

Brief nr 31 Jansen gebrs Prinsen: vraagt Joseph Rohman uit Wenen in een brief aan gebrs Prinsen in Frankfort 28 maart 1780 of Gerrit Geerdink en Paul de Ruyter naar Spanje zullen gaan.

 

Spinnen, spinmaal etc

1822, IV,20

1823, spinweek, dbJK, IV,50,82

spinters IV,131, zie ook 134

1 oktober 1829 dbJK V,28, heden wordt er met drie braken gebraakt.

Spinweek dbJK, V,38

20 november 1830 dbJK, V,78, de vrouw is sedert enige dagen aan het hekelen.

DbJK, V,110, uit spinnen gegaan, akte 17 januari 1756….een stede bij den heert ligt en brand vrij en als zij ’s winters spint de lampe op de hand, XI,19

1823, dbJK, IV,43

20 maart 1751…boedelscheiding kinderen Egbert ten Cate. De dochters zullen elk haar spinnewiel en de haspel zullen mede mogen gebruiken, XXIV,123

12 februari 1800 verkoping van goederen van Jan Mollink o.a. een spinnewiel voor 2 suiver, XXV,112

12 januari 1802 zegt Grietien Heydeman dat in de desolate boedel van H Leenders o.a. een koste met de klederen daarin, 2 bedden, 2 kussens, een peluwe en spinnewiel haar toebehoren, XXV,125

5 februari 1803, Jennigje Jansen contra Berent Gerritsen Smelt, zij dient een eis in over achterstallig loon en verklaart op 5 februari 1803 daar zij trouwens ook naar het gebruik dezer plaatse onder boeren heeft bedongen 2 ½ week om voor haar zelve te spinnen dat bedenktelijk een deel van haar loon uitmaakt, daarvan is bij akte van ponding geen melding gemaakt.

1 december 1835, Bernardus Kruijs in Vriezenveen aan Gerhardus Kruijs te Leiden o.m. neef en nicht Brouwer zijn hier gekomen om hun spinneweek te houden, groot zwart I,32

 

Staphorst

Plaatsbeschrijving van de gemeente Staphorst, III 63,64

 

Straat

19 febr 1803 verklaart Berent Gerritsen Smelt dat het dorp een reguliere steenstraat heeft ter weerszijden van welke de huizen zijn gelegen. XXV,134

 

Striepe

Akte 5 maart 1801, Hendrik Timmerman is schuldig aan Maria Hoek weduwe wijlen Harmen Grobbe en zoon Harmen Grobbe beiden op de Striepe f 450,--. Zij geven hun huis en inboedel onder hypotheek, XVI,6

Akte 4 juli 1807, Evert Holties wonende op de Striepe.

In een proces over het smokkelen van wijn door weduwe de Vries te Vriezenveen wordt enige keren de Striepe en Harmen Grubbe op de Striepe genoemd, XVII,39/49, jaren 1803/1804

28 februari 1806 Hendrik Timmerman en huisvrouw Janna Hekhuijs zijn f 666,--, 12 stuiver en 8 penning schuldig aan maria Hoek werduwe Harmen Grobben en desselfs zoon Harmen Grobben op de Strijpe, XXVI,12

10 oktober 1807 weduwe Grubben en zoon op de Striepe, XXVI,20

1682 Herman Grubbe neemt in erfpacht een der beide erven op de Striepe om te bouwen. De vrouw van Grubbe was ene Lamberts, een dochter uit dit huwelijk Hosanna Grubbe werd ten doop gehouden door……van Moerbeke echtgenote van ……Grubbe bij de priester van Tubbergen. Later is de tak op de Striepe protestant geworden. Ook de Gubbe’s op Menninkshave (omtrent den Ham) waren katholiek.

Geerdink, pagina 469, grijs II,24

 

Storksboom

Akte 25 november 1805….zich strekkende zuidwaarts tot aan de storksboom, XVI,72

 

Studenten

Ingeschreven Vriezenveense studenten, II,28

 

Superplus

1743 genoemd in II,38-39, 1828 dbJK, IV,112 turfgraven op de Suplenplus.

VII pagina 3 eerste sluize van het Superplus, pagina 4, weg op de Superplus VII,6

Verbod hoeden van schapen op de Superplus boekweyt wordt opgevreten en de gegraven turf vertrapt, VII,6,18

VII, 16 (1706) Superplus.

18 febr 1723, land op de Superplus, IX,23

11 april 1729….mtsgaders 2 akkeren Superplusland….IX,47

5 maart 1746….een akker Superplus, X,29

akte 5 februari 1752….op den Superplus…XI,1

akte 12 februari 1771….een halve akker turfland op het Superplus, XIII,34

27 april 1805….4 akkeren turfland op den Boeren suplenpluus, XVI,33.

6 augustus 1805 een akker turfland op de grote Suplenpluus, XVI,34

14e van de hooymaand 1810, Berent van den Bos vermaakt zjin landeijen en hutte gelegen op den kleinen Superenplus aan Gradus van ’t Rot, XVI,67.

Akte van 15 februari 1792 een akker turfland op den boerensuperplus, XV,36, akte dd 30 december 1797….verkocht aan Jan Koster hun akker turfland op de Supelenpluys, XV,56

Akte 17 november 1800 doet Klaas Kruijs namens zijn zoon Gerhardus aangifte van de koop van 2 akkers turfland op de Supelenpluis, XV/78

16 december 1780 wordt verkocht 2 akker Superplusland voor  f 228,-- en 10 stuivers, XXV,54

Bij een boedelscheiding van Barend Winter 4 oktober 1794 worden genoemd 2 akkeren Suplenplus land.

 

Tabaksdoos, tabak, toeback

Akte 21 mei 1802….en de zilveren tabaksdoos XVI,14

akte 15 maart 1729….selfs vrij te houden in toeback….IX,46

20 november 1720 Roelof Smidt heeft binnen 14 dagen te betalen aan Pieter harwich 39 gulden 1 stuiver voor winkelwaar, voor gehaalde toeback nog 29 gulden en 10 stuiver en zes voor geleverde turf, XXII,91

6 november 1724 Lambert Janssen Boom te Almelo doet pondinge contra Jan Pauwels voor 30 carolusguldens wegens toebackaccijns ‘s jaars

XXIII,55

18 september 1802 Abraham Hanterman pondinge aan de mobile goederen van Albert Harmsen  wegens 34 gulden 1 stuiver en 8 penningen geleverde snuif en tabak, XXV,131/132

16 september 1695 comp. Dr. Andreas Rothof volm. Van Sr Rothof tabakshandelaar te Amsterdam contra Gerrit Bartelink en Aaltjen Willink eheluiden, 747 gulden en 5 stuiver voor ontvangen tabak.

 

Tapperij

1808…dat W Berkhof zijn bestaan heeft uit zijn wel ter nering staande tapperij. XVII,52

akte juli 1808….Johanna Kruijs en haar erfgenamen twee huizen op de Sanct Crusen Viccarije zui en noordwaarts dezen kerkweg, het ene bewoond wordende door Jan Kruijs en het andere door de castelein Hendrik Timmerman, XVII,54

 

Testamenten

15 maart 1729, IX,46

27 juli 1748 X,37/39

17 januari 1756… testament van Hendrikjen Evertman XI,17/20

testament 12 februari 1771 van Albert Berkhoff, hierin worden onder meer genoemd timmergereedschap in het Stichting van Utrecht, zilveren gespen….XIII,34

testament 11 april 1772 van Hendrik ten Cate en desselfs huisvrouw Jenneken Brouwers, zij vermaken verschillende legaten, in dit testament wordt ook verschillend boerengereedschap genoemd XIII,41/43

testament 26 november 1785 van Gesina van der Poel, weduwe AH Bartelink stelt tot universeel erfgenaam haar jongste zoon GJ Bartelink en het kind van haar oudste zoon CA Bartelink in des vaders plaatse…zij verklaart verder te onterven haar 2 oudste zonen CA en JR Bartelink zo vanwege haar ongehoorzaamheid jegens haar comparante en slecht gedrag in het gemeente als in het bijzonder omdat zij comparantes haar goederen heimelijk uit haar huis ontroofd en in een kwade en ongebonden levenswijze doorgebracht hebben ein in de kwade levenswijze alsnog blijven voortvaren en volharden enz. XIV,78

testament 26 maart 1802 van Egbert Smelt en huisvrouw Hendrika ten Cate….aan de beide dochters van haar broeder Jasper, Christina en Johanna  genaamd haar kleren etc met uitzondering van haar zilveren beugel met de nadelkoker, een snuifdoos en een klein doosje hetwelk zal geerfd worden door de dochter van haar zuster Hosanna Wicherdiena (Joost), XVI,13

25 december 1807, testament van Martien Smelt eerst weduwe van Jan Gerritsen, laatst van Jan Evertman vermaakt aan haar nigte Fennegien Smelt. Zie voor bijzonderheden van dit eigenaardige testament XVI,82/83

16.03.1791 testament van Fenneken Jansen Olyslager weduwe Wolter Bramer.

16 april 1791 testament Gesiena Kruijs weduwe van Bernardus Spijker, XV,19

testament 14 juli 1800 van Hendrik ten Kate…hij insitueert Johannes Kruijs tot boedelredder zijner nalatenschap net verzoek om te zorgen dar de zoon van Mannes Hoff genaamd Hendrik goed onderwewzen wordt in het leren lezen en schrijven voor welke administratie hij Johannes Kruijs voor zijn moeite zal trekken 4 percent, XV,80

testament 7.11.1800 van Berendina Kruijs weduwe Jan Hendrik Prinsen maakt universeel erfgenaam haar meid Trijntien Brouwer thans bij haar wonende met beding dat deze bij haar zal moeten blijven dienen tot haar dood mits haar in kost en kleren te onderhouden en behoorlijk te verzorgen, comparante verbindt zich wanneer door onverhoopte voorvallen van trouwen of anderszins veranderingen in deze dispositie gemaakt mochten worden om alsdan aan haar meid jaarlijks te betalen ingaande met Pasen 1801 tot aan het einde van haar dienen f 35,--, mocht Trijntje Brouwer  voor comparante komen te overlijden dan zal het loon in haar boedel terugkeren zonder dat haar erfgenamen daar iets van trekken, XV,83

akte van maagscheiding (boedelscheiding) 22 okt 1706 van de kinderen van Jan Jansen Jonckman en Berendje Jansen voor elker kind…..en elk een kist van vijf voet lang, elk kind een keteltjen van een emmer nat, als ook elk kind een koe op een na de beste met een zijde spek en half mud rogge XXII,12

8 juli 1805 nootgerigte te Almelo opening van het testament van de hoogeboren vrouwe Sophia Caroline Florentina gravin douariere van Rechteren geboren gravin van Rechteren Almelo van 25 oktober 1794

universeel erfgenamen hare beide zoons Frederik Lodewijk Christiaan en Frederik Reinhard Borehard Rudolph de oudste zoon het huis en de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen tegen uitkering van

f 100.000,-- aan zijn broer mocht de oudste zoon de heerlijkheid en het huis afstaan aan zijn jongste broer dan moet deze de som uitbetalen. Het huis en de bezittingen afkomstig van haar grootvadeer Adolph Hendrik zullen altijd in de familie  en de naam van Rechteren de …..en zulks ten eeuwige dage zolang een mannelijke oir van de familie van Rechteren gevonden wordt, XXX,77

 

Tinsen en andere uitgangen

Aangifte van Berent Berents, datum wordt niet genoemd, van zijn huis en erve bezwaard is met jaarlijks aan de huize Almelo met 27 pond boter, het pond a 6 stuiver  f 8,-- en 2 stuiver, aan de jongste predikant te Almelo jufferenhaver 3 spint en een spint ook aan de huize Almelo XVII,37

1479, 12 mud goede en klare winterrogge Almelermate aan het klooster te Albergen, III,22

1479, vierendeel goede rode meiboter Zwolsche maat aan het klooster te Albergen, III,23

1483, drie mud goede droge marktschone winterrogge Almelermaat aan het klooster Sibculo

1478, behoudens het was in de kerk en de komijn aan de heer van Almelo, III,11

27 augustus 1719 wordt een goed verkocht met het bezwaar van het negende part te betalen wegens pastoorskoren, kosterskoren, jufferenhaver, tollen holden, de heren van Almelo’s haver, armenjagerskoren IX,12

akte 19 febr 1724 4 akkeren lands bezwaard met 16 pond boter met de gerechtigheid van haver en een schepel rogge aan de pastoor.

Akte 21 april 1779, anderhalve akker lands bezwaard met een uitgang aan de tweede predikant te Almelo jaarlijks 2 ½ spint rogge het 3e jaar e spint, XIV,35

1492, vierendeel van een half pond was per jaar in de ker te Almelo en een vierendeel pond komijn aan de jonckheer van Almelo, III,12

1493, half pond was per jaar in de kerk te Almelo en een vierendeel pond komijn t.b.v. de jonckheer te Almelo III,12

1428, twee mud goede winterrogge III,18

1520, Johan Claes en Aleijt zijne echtehuisvrouw verkopen erfelijk aan

1521, overeenkomst betreffende schatting te betalen door de ingezetenen van de heerlijkheid Almelo en Vriezenveen, III,6

akte 2 augustus 1717, landerijen belast met bezwaar van verpondinge, contributien, bollenholden, pastoorskoren, kosters- en armenjagerskoren, bouwhoenders en dienst, IX,6

1487, rogge aan Prior en convent Sibculo, III,27

de kerk van het Vriezenveen had een uitgang (1 gulden en 8 stuiver) te betalen aan de hervormde kerk te Almelo, II,46

1491, broeder Herman, prior van Zybekeloe en het gemeene convent bekennen aan heer Evert Muller vicaris te Almelo levenslang schuldig te zijn 4 ½ mud winterrogge Almelermaat op elke St Peter….waarvoor hij aan het convent tot zaligheid zijner ziel en van die zijner ouders voor een testament gegeven heeft 4 ½ mud die hij had op het Vresenvene uit 6 akker lands behorende aan Herman Claessens etc, III,7

1428, twee mud goede winterrogge uit een halve hoeve op Almelerveen overgedragen op Willem Lubbertszone geheten Getekaten, III,18

den 20 januari 1749 betaalt aan de kerkmeester Hindrik Arentzn te Almelo twee jaar wasgeld, het jaar 1746 en 1747 martij vervallen is aan geld f 2,-- 16 stuiver, XX,2

2 maart 1726 wordt van Berend Otten (Koes) voor schuld verkocht om het bouwland met nieuwe gesaai daarop staande vanaf den Pat bovenin met zijn gesaai.

Pastorijenkoren, jufferenhaver, armjagerskoren, kosterskoren met de haver van den huize Almeo, voorts bollen en beerholden met het maken van de nieuwe Kerkweg elk naar zijn contingent XXIII,82

18 febr 1764, gerichtelijke verkopinge der vaste goederen van Jan Freriks bezwaard met een extra ordinaire last van 14 stuiver wasgeld alsmede 10 pond boter aan de armen te Almeo, XXV,28

1 november 1778

’t huis staande aan deze Kerkweg met den akker lands opgaans gedeelijk onverscheijden met Albert Wolters Costers en Egbert Jonkman met een extra ordinaire uitganck aan de tweede predicant te Almelo bestaande uit 2 spint rogge en aan wasgeld 4 stuiver en ½ in de twee jaren. XXV,48

9 januari 1779, burgemeester Adolph Henderik Boom (Almelo) doet pondinge aan de immobile goederen van Jan Alderlink op de Aa wegens 38 gulden en 8 stuiver voor 2 jaar Fikkarijen uitganck uit zijne plaatse de Aa genaamd, XXV,50

18 januari 1800 FR Heck door SCF van Rechteren vrouwe van Almelo en Vriezenveen Unica Collector van de Viccarien der Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen gebeneficeert met den uitgang uit het morijers erve op Vriezenveen doet pondinge aan de mobilia etc van Hermannus Jansen op het Vriezenveen wegens 18 schepel rogge of de waarde van dien onder voorzeide viccarien  behorende, zoals die op de verschijndag gekost heeft zijnde een uitgang uit het zogenaamde Morijers erve verschenen op Martini 1797, 1798, 1799 alles onder aanbod van de gewone korting van een Braspennink per schepel, XXV,111

6 juni 1801, procureur DJ Lambers geassisteerd met dr. JW Racer namens de gravin van Rechteren Almelo, zeggende dat de zogenaamde boerhaver jaarlijks aan het huis Almelo tenminste 10 mud of 40 schepel door die van Vriesenveen verschuldigd, door kerkmeesters van Vriesenveen als van ouds op te halen en te voldoen, door hen behoort opgehaald en voldaan te worden, dat deselve echter daarvan sedert 1795 in gebreke zijn gebleven, zodat versculdigd is in de jaren 1795 tot en met 1800, dus 6 jaar, 240 schepel haver, pondinge op de mobilia van voorzeide kerkmeesters met name Wicher Jansen, Derk jansen, Berent Schipper en Jan Bramer, XXV,121

20 april 1804, de ontvanger H Brouwer heeft een vordering op de desolate boedel van H Leenders personeelsmiddelen van hoorngeld, gezaay, gemaal, geslagt etc, 23 gulden en 12 stuivers, XXV,142

20 febr 1807, verkoping van de vaste goederen van Borgert Nathans en vrouw te weten huis en hof, 4 wanden bouwland, 3 bouwgoordens en een koeweijde alles gelegen opgaans het huis en erve voornoemd, lasten: ½ mud rogge jaarlijks en kaarsengeld aan de armen van Vriezenveen, XXVI,18

12 december 1807, procureur D Bartelink namens Harmannus ten Bruggencate als kerkmeester te Almelo doet pondinge aan de mobile goederen etc van Derk Wessels wegens 30 spint rogge of 21 gulden wegens een jaarlijkse uitgang van 3 spint, XXVI,22

12 december 1807, procureur D Bartelink namens Harmanus ten Bruggencate als kerkmeester te Almelo doet pondinge aan de mobile goederen etc. van de weduwe Berend Kobes, 20 gulden, 8 stuivers wegens een uitgang van 8 pond boter, XXVI,22

22ste van de herfstmaand 1810

procureur D Bartelink namens Harmannus ten Bruggencate als kerkmeester der gereformeerde kerk te Almelo doet pondinge aan de mobilia van Derk Wessels wegens 20 gulden 10 stuiver en 12 penningen jaarlijkse uitgang van 5 spinden rogge wegens 10 jaren agterstand van een jaarlijkse uitgang aan de organistenplaats ’s jaars 5 spint, XXVI,38

13 juni 1786 de heer Jan Hendrik Dikkers scholtus van Vriezenveen en desselfs eheliefste Fenneken Mollink dragen over aan Gerrit Harmsen Coster twee bleiken achter het huis van de koper over het water de ene langs de Hagen of Strank en de andere achter deselve naar de zijde van de Hofkamp zijnde bezwaard met een jaarlijkse uitgang aan huize Almelo van zes hoenderkiekens, XXX,53

1445 Egbert Jonkeer te Almelo, Elisabeth van Voorst jonkvrouwe te Almelo en Johan hun zoon transporteren zonder wedercopie op het convent te Sibculo van St Berends orde, het erve Banyng onder het kerspel Eulzen, ’t welk dat convent tot dus ver tegen zes pond was per jaar van hen in oacht had gehad, grijs I,65

17 april 1753, accoord tussen heer van Almelo en de inwoners van Vriezenveen….dat de boerhaver zal moeten bedragen 10 mud of 40 schepel als vanouds door de kerkmeesters omstreeks kersttijd op te halen, II,6

12 maart 1754 zeggen Ridderschap en Steden onder meer…..om de koster vanouds zijn koren te laten genieten, II,6

 

Torenklokken, gemeentetoren

Aanbesteding herstel gemeentetoren Vriezenveen, aankondiging in de Provincie Overijssel en Zwolsche Courant van vrijdag 15 januari 1858 (Dr. Avis)

In de oude houten toren was een steen ingemetseld met het jaartal 1858.

DbJK 17 november 1826 IV,74

Onze grote klok in de toren welke in vele jaren niet is geluid voor omtrent 3 weken gangbaar gemaakt en uit de gebarsten klok de klepel weggenomen omdat men vreesde dat er een stuk zoude uitvallen en alzo iemand ongelukkig maken.

De klepel werd in 1923 bijhet afbreken van de houten toren teruggevonden.

DbJK, IV,94, leijendekker uit Schuttrop 22 oktober 1827, haan van de toren gehaald en laten vergulden, kosten 28 gulden, dbJK IV,95/96

November 1827 Haan van de toren naar beneden gevallen. Torenuurwerk moet gerepareerd worden, kosten f 25,--. DbJK, IV,96

Reparatie toren en kruis van de toren, dbJK 1828, IV,115/116

Torenuurwerk verbeteren dbJK 16.02.1922, V,124

Archief burgerlijk armbestuur febr 1797 aan Gerhardus harwig voor klokkensmeer en touw 10 gulden 5 stuiver en 8 penningen, aan Koppeljan voor het uurwerk 4 gulden en 10 stuiver aan Gerrit Jansen de Smyt 9 gulden XX,20

Januari 1823 schrijft ds Gallois aan de schout Jan kruijs dat Vriezenveen een dorp zonder orde is zodat noch klok zich horen liet noch des morgens en des avonds, IV,26

17 maart 1819 schrijft de schout Jan Kruijs aan de gouverneur in de provincie dat de bij de kerk staande houten toren is voorzien van drie klokken. Wegens bouwvalligheid van de toren de grote klok sedert jaren niet geluid is en de daaraan volgende in 1816 is gescheurd.

Gemeenterekeningt 1731, kosten van het luiden van brand 7 stuiver

Gemeenterekening 1731 buter Berent van luiden 17 gulden

Gemeenterekening 1754 Lubbert Smidt voor smeden aan de klokken en in de weeme, 8 gulden

Claas Jansen de jonge geeft in een rekening van arbeidsloon in de weeme en aan geleverd hout aan de toren en kerk en school 15 gulden en 9 stuivers.

Gemeenterekening 1756 Gerryt Schypper geeft in een rekening van het jaar 1756 gewerkt te hebben  de grote klok verhangen en voor de dominee gewerkt te hebben en aan het woestenhekke en elders gewerkt te hebben samen 10 gulden en 6 stuiver

Gemeenterekening 1756

Jan Roelofs Smyt geeft in een rekening uit 1756 de klepel in de grote klok gemaakt te hebben en verscheiden ander werk gemaakt voor de gemeente, samen 31 gulden en 5 stuiver

Klaas Jansen de Jonge geeft aan in een rekening gewerkt aan de klok en elders, samen 3 gulden en 9 stuivers.

Gemeenterekening 1756 voor de vier makers en een klokluider elk 16 gulden samen

Dezelfde uitgave in de gemeenterekening 1762.

Gemeenterekening 1791 Berent Lucas voor twee nieuwe wurgers in de klokken gemaakt verdient daaraan 8 gulden.

Gemeenterekening 1791 Gerrit Jansen Smit voor gemaakt ijzerwerk aan de toren en uurwerk volgens rekeningen 12 gulden en 5 stuiver. Schrijvende over het jaar 1796 zegt Grietje Kruijs Otten in haar dagboek: Ook zijn beide torenklokken in dit zomer gegoten door een man van Emmerik, schrift 3,13

Voor de grote rooster daar de oven en vormen werden gemaakt, onze hele plaatse moest wagendiensten en werkdiensten afstaan. De klok was al lange in stukken en was stuk geluid bij het oprichten van de vrijheidsboom toen de patriotten de Fransen verwelkomden. Schrift 3 pagina 13.

De Vriezenveense torenklokken, een artikel in het Twents zondagsblad van 27 januari 1924 door L Jonker, schrift nr 2,61/66

1827 adv. Overijsselse courant

Men presenteert te verkopen een grote gebarsten torenklok etc, schrift 3,34

1795, maart: schrift 4,16: de vrijheidsboom is geplant voor de weg van de kerk en door het luiden is de torenklok gebarsten.

1796, 6 juni Johannes Kruijs aan Johanna Kruijs in Amsterdam….dat het met het klokkengieten langzaam gaatm zijnde men eerst de binnenvormen klaar zodat er nog wel een maand mee zal heengaan, schrift 4,24

1796 24 mei aan Johanna Kruijs in Amsterdam, de klokkengieterij wordt klaargemaakt, alle paarden tot in ons huis hebben deze week moeten dienst doen voor stenen van Rijssen, leem en plaggen vanhet oude kerkhof daar het bestek van de oven en daar de vormen worden ingemaakt net als een muur en beukenhout daar de oven mee gestookt wordt, zij staat net voor de rooster en oostwaarts en daar is een tent van planken overgeslagen, het zal nog wel enige weken aanhouden eer ze klaar zijn. Er wordt gezegd van Tubbergen zullen ook gieten. Die gieter heeft zijn vrouwtje hier ook, zijn in vrouw Mullers kamer, zij gaat wel op haar juffrouws gekleed met lange haren, schrift 4,26

Groot zwart nr 3,21 In verslagen en mededelingen Overijssels Recht en geschiedenis XLIII schrijft Rientjes over opschrift en versiering der grote klok te Vriezenveen.

Groot zwart nr 3 pag 168/172 stukken over de klokkengieters Vigt en Haitijsen. Voigt goot de in 1943 geroofde klok. Haitijser is de gieter van de Vriezenveense Mariaklok die in 1945 terugkwam nadat deze in 1943 door de Duitsers was geroofd.

 

Trouwen

Zie dbJK, IV,128

 

Tuin

Akte 23 april 1752…met een tuin is afgetuind geweest

 

Turf, turfgraven etc

DbJK IV,119 de sponturf staat in het water, turfhalen blz 122; 5 juni 1829 turfgegraven op de hoeve in de Polle; V,15 Turfvaart, V,107.

1 september 1821 Wij krijgen heden 25  voer turf binnen, dbJK V,118

8 juni 1744 hangende het proces Albert Frerich Jonker contra Heer van Almelo betreffende de sluis op het Oosteinde, mocht geen Geesterse turf door de Schipsloot vervoerd worden, VII,11

12 juni 1626 Hendrick Alberts van ’t Venne spreekt aan Hindrick Sussen (Almelo) aan voor anderhalf daalder van een half dagwerk turf, XXVII,2

11 november 1650 Gert Luicks van ’t Veene spreekt aan Geriet Harms (Almelo) voor derde half daalder resterende van een dagwerk turf

11 november 1650 spreekt Berent Berckhof Johan Jansen (Almelo) aan voor 12 gulden wegens een half dagwerk turf, XXVII,21. Zie voor leveranties van turf ook de volgende bladzijden.

8 febr 1593, Albert Rovers uit Vresenvehne spreekt aan Hanema Almelo voor 12 daler herkomende van Komenschap

21 maart 1594 Berent kluppels van ’t Vene spreekt aan Zwissen (Almelo) voor een daler turf, zie ook de volgende pagina’s van XXIX over de leverantie van turf aan Almelose burgers.

1808 Jan Werf gaarder der onbeschreven middelen en ontvanger van de import op het middel van de turf te Vriezenveen, Groot zwart 2,55

 

Varkensgang (gras en eijkckelen)

Akte 13 juni 1712 wordt huis verkocht benevens een koewijde met den varkensgang in gras en eijckelen, VIII,34

Akte 12 januari 1709, varkensgang neffens hoendergangen, VIII,49

Testament 17 januari 1756…varkensgang met gras en eijckelen zowel gelezen als ongelezen, XI,18

 

Vastelavond

2 febr 1715, Wicher braamhaar contra Derck Timmer. Derck Timmer zegt dat Berent Brouwer heeft belooft comp vrij te houden van zodanige verteeringe op vastelavond bij Wicher Braemhaar quam te doene verteeringe. Berend Brouwer verklaart: als Wicher Braamhaar en Derck Timmer hunnen eed willen doen het geld te betalen als op deze tijd van zondag en maandagh is verteert ten huize van W Braamhaar op de beyde vastenavondsdaege gedaan, XXII,55

 

Veenegge

Lichte eg door 1 of 2 mannen getrokken omdat de paarden in het veen niet gaan konden.

8 november 1830 dbJK, V,76 de knecht heeft een gedeelte rogge met de veenegge ingemaakt.

 

Veenhouwen, veenbranden

DbJK, 1822, III,77, IV,46

Het veenbranden gaat maar voort.

1826 dbJK, IV,67

13 juni 1827 dbJK, IV,88, de veendamp is veel minder.

29 mei 1829, daar is de laatste tijd veel gebrand, men had veel last van de rook, V,15

veenhouwen, V,111

In een proces over verhoging van de boterpacht omstreeks 1630 wordt in een der stukken gezegd….dat Vene opwaarts met branden, ploegen ende andersinds cunsumeeert tot, XVIII,39

Zie ook XIX,56

26 oktober 1805 Abraham Levy heeft voor ongeveer 2 jaar gehuurd of gekocht van Jan Harms Pinxterboer om te weten tot den jare 1809 incluis, 14 akkers veenland gelegen aan het klooster of limietscheiding tussen de eerste en die van de Vriezenveensche ingelanden dat desniettemin Fredrik Jansen heeft op een gedeelte dier akkers of wel op de daarop staande boekweit, beslag gelegd, onder voorwendsel van daartoe als eigenaar bevoegd te zijn weshalve comparant verzoekt JH Pinxsterboer te veroordelen de 14 akkers voor den bepaalden tijd te laten cultiveren of bewerken. JH Pinxterboer zegt de 14 akkers verhuurd te hebben onder het expresse beding van op geen andere voet dan hij dezelve in huur heeft genomen van Jannes Vrielink, Berend Smelt hendrikzn, Egbert Jansen, Jan Holland, Fredrik Fik en Hendrica Fredriks, XXVI,8

In het zelfde proces wordt in een verweerschrift van de Vriezenveners gezegd: Hiertoe blijkt dat elke Vries zijn eigen lant mag vercoopen, ook buiten consent der Heeren. Ende de wijle de Heer Anlegger sie Vriezenven gecarfden in zijn articul replyse verclaert (als sie dan ook zijn) zo moet hij ook vergunstigen ende toelaten, dat de gearfden in haer gemiente marck en ofte boerschop machtigh zijn te doen na Overijsselschen ofte in specie na Twentischen Landrechts etc XVIII,40

In proces boterpacht 1630 wordt onder meer gezegd dat Evert van Hekeren heere tot Almelo in ’t jaar 1391 den vrijen Vriesen verkocht heeft een diel van het Noortbroeck ende dat voor eene summe geldes ende eenen halven erffpacht alsoo dat een halve hoeve aldaar niet meer en geeft dan een vierendeel van een emmer Swolscher mate, nae beloop der olden hoeven, die sij van oldes beseten…..boven die nije Aa, XIX,47

Akte 23 oktober 1699

Ick ondergeschreven attestiere en verclaere voor d’oprechte waerheyt dat ick ten tijde als Evert van Weerselo coster alhier in zijn leeven was menigmaal als men de dooden zoude verluiden ben versogt om uijt sijnen naam de dooden helpen verluijden waarvoor ick hebbe genoten telckens twee kannen biers ende de coster niet wierde versocht om te helpen luijden hij coster daarvan ook nijt en profyteerde, ’t welck mede bij Herm Everts Costers tijden meede is gepasseeert preasenteerende ten allen tijde soo noodigh eenen solemnicken (heilige) eede te stercken. Actum Friesenveen.

23 oktober 1699…volgt ondertekening, XX,6

dezelfde verklaring geven op 20 febr 1700, Albert Hijndrykse en Gerrit Bartelink, XX,8

XX,9 klacht van de Vriezenveners bij de heer van Almelo tegen de kosterse (koster) die sich nijt ontsiet om op Vriesenveen te eijschen van ieder doode die begraven wordt boven hetgene van olts gebruickelijk vier stuiver en omme sulcke nieuwe beswaeren te verhoeden en die nijt op sulcken gemeynte behoorde gebracht te worden hetwelk haer nijet toe en comt hoewel zij costersche van ’t gedachte Vrijsenveen onder bedwanck van sulckes te hebben alas men midt die doode licken comt om die te begraeven die luede het hecke voor die noes toe sluit etc XX,9  16 okt 169

 

Veeziekten, besmettelijk

Maatregelen van de heer van Almelo tegen besmettelijke veeziekten, 15 januari 1745, II,5

DbJK, 6 maart 1817. De sterfte onder de gallige beesten gaat nog steeds voort. De schapen sterven meest alle weg. Sommige hebben ze al verloren. Dit ongeluk heeft ook andere plaatsen doch niet zo hevig als hier, V,85

Aantekeningen Claas Kruijs, anno int jaar onses heren Jesu Christie 1 duisent 7 hondert 8 en veertig op de maan October, doe stierf hier al het runtvee weg na een stilstant van drie jaar, groot zwart II,135. Op dezelfde pagina schrijft Claas Kruijs van het jaar 1749: In augustus is de sterfte hier weer onder het runtvee gekomen en een menigte weer gestorven soo dat het hier drie of vier reijsen achter malcander. So dat hier om de drie duisent stuks sint in de cuilen begraven en tegenswoordig nog het gantsche Hollant door.

 

Veldwachter

DbJK, IV,75/76, veldwachter S Barfde, de veldwachter kwam mooi dronken terug. V,41, veldwachter smokkelt varkens, V,47 22 augustus 1830 veldwachter Jan Barfde, V,65.

16 november 1821 veldwachter Gerhardus Luit naar Groningen vertrokken. DbJK V,121 27 december 1821 Jan Barfde als veldwachter aangesteld, V,122

 

Verkoping

VII,48, verkoping van een vierendeel land op 20 januari 1636. In deze akte wordt melding gemaakt van verschillende handelingen die toen bij een verkoping golden. Er wordt gesproken van telboom, keersen uitganck, ende de keerse opgesteiken wesende etc.

Dit is ook te vinden in XXII,19/20 waar op 25 maart 1713 een gerechtelijke verkoping plaatsvond. Op pagina 16 van XXII is ook te vinden welke handelingen verricht werden bij een openbare verkoping, 22 febr 1721

2 maart 1726 verkoopvoorwaarden bij de verkoop van vaste goederen van Berend Otten (Koes), de verkoop zal geschieden bij guldens van 28 stuivers het stukkeschrijven onder de tellioren verhoging en keersenuitganck

de losse zal ten aanzien van het laatste perceel aan de eigenaren volgens Landrecht voorbehouden zijn, wordende de eerste 3 percelen met bewillinge van de eigenaar finalijk ende sonder losse verkocht waarvan denselven is…bij desen XXIII,82

verkoping te Vriezenveen in 1636.Onder de stukken betreffende een proces over de terugbetaling van 1600 carolusguldens tegen 6 ¼% door de gemeente van Vriezenveen in den jare 1635 opgenomen van den Drost Laurens van Thil en juffer Joanna Margaretha van Reede, eheluiden te Saasvelt, komt voor het onderstaande, groot zwart II,3

extract uit het Vriezenveense protocol waaruit blijkt hoe in die dagen een verkoping te Vriezenveen plaatsvond. Gemelde stukken berusten in het rijksarchief in Zwolle. Zie heirvoor verder groot zwart boek II,3

verkoping van huis en erf op het Oosteinde van Vriezenveen waar thans (1960) de familie Roelofs (de Oalups) woont. Overgebracht in VII van de originele koopacte (1759) in het bezit van de familie Roelofs, VII,11/17

 

Verplaatsing huizen van Buterweg naar het huidige dorp

Akte 13 juni 1712 Jan Hinrixen Olde verkoopt zijn huis exempt den Es staande buiten desen wegh gelimiteerd oostwaarts de steege van Roeloff Engbertsen Smidt, westwaarts Henrick Frerix Olde en dan nog een gaarden tussen oostwaarts Roeloff Willemsen westwaarts Roelof Engbertsen Smidt met de gaarden daar achter neffens een koeweijde met de verckensganck in gras en eekelen aan Pieter Harwigh en zijn huisvrouw Jennegien Jansen voor 1150 carolusguldens.

Nogh is bescheijden dat cooper of besitter van ’t huys uyt de landerijen sullen hebben als de huyzen huyden offte morgen worden opgetrocken soveel plaatse buyten den nieuwen weg (tegenwoordige Dorpsstraat) als zij buyten hebben laeten liggen met den vrijen opwegh, VIII,34/35

In proces over verhoging van de boterpacht in de jaren rond 1630 wordt in een processtuk gezegd….alhoewel zij die landen in de lengte hebben aangemaakt en haar huizen van beneden naar boven gesett…..XVIII,34

Waarschijnlijk slaat dit op de huizen die toen reeds (1630) van de buterweg naar het tegenwoordige dorp waren overgebracht.

In een proces boterpacht omstreeks 1627-1630 wordt in een verweerschrift van de Vriezenveners onder meer gezegd….dat zij een diel tot weilant hebben moeten laten liggen ende sinnen met haer huizinge en de stallinge das nijen angemaacten boulante nageruct, als uth de caerte onder E ’t ersien, ’t welck oock noch huydichen dage geschiet zonder blijckelijk….staent ofte consent nock oock oppsitie des bezitters huizes Almelo XVIII,40

Proces boterpacht 1627-1630, In verweerschrift der Vriezenveners zeggen zij onder meer…..datgene soe tegenwoordig veene ende ongelijck torflant is, namals durch graven ende branden mit grote moeijlijckheit ende arbeijt tot boulant gereduceert ende geconsumeert entlick ende ten leste soe lage ende watersuchtich wort dat het ter vogelweide beliggen moet, alsdan door gebreck van voorden te bouwen de Vriesen voorn: sich des hongers nijet werden konnen entwaren XVIII,43

In hetzelfde proces verklaart Herman Toenis van Staphorst dat de Vriezenveners een deel bouwland tot weiland laten liggen, omdat zij dat niet meer konden bouwen daar het te laag wordt XVIII,60.

Henrich Lubberts oud omtrent 55 jaren, getogen, geboren en langen tijd gewoond hebbende op ’t kerspel van Vriesenvene verklaart dat hij omtrent 30 jaren op ’t kerspel Staphorst gewoond heeft en nog woont. Hij verklaart onder meer dat de Staphorstsche en Rouveense landen meer uit de wilde heide en onlant tot land door grote vlijt en arbeid van de ingezetenen zijn gemaakt en hun huizen van de benedendijk tot aan de bovendijk of weg hebben moeten laten zetten en maken en alzo een deel bouwland tot weideland laten liggen omdat zij dat niet meer konden bouwen daar het te laag ware, XVIII,62

In hetzelfde proces wordt 17 juli 1627 verklaart onder meer…..dat de voorsaten van de verweerderen telckens als meerder lands in de lengte tot hare hoeve aangemaakt, oock hare huysen opgenomen en op verder plaetse gestelt hadden zonder dat zij nochtans ’t eenige tijden meer als een eijmer botters betaelt hebben, XVIII,75

Proces boterpacht omstreeks 1630, verklaren de Vriezenveners dat…..de bouwluiden hebben van tijt tot tijt tegen den opganck van hun olthoevig land nieuwe landen aangemaakt, hunne huizen naar gelegenheid van haren aanwas verder getransporteerd zonder beletsel of inreden van de tijdelijke heren van Almelo of iemand anders alsmede uit de voorgeallegeerde caerk blijkt en in het proces genoegzaam is bewezen XIX,12

Proces boterpacht 1630 zeggen de Vriezenveners….dat het voorss. Veene ten tijde van den eersten brieff al geheel in de breete bebouwt en gecultiveert is geweest te weten van de Bawesbeecke tot aan de Wijrder Woeste XIX,37

GK van Hogendorp, aantekeningen op een reis door de Veluwe, Overijssel en Drenthe in de nzaomer van 1819: Vele jaren geleden bevond zich de kolonie op te lage grond en trok iets meer noordwaarts op met huizen en alles, II,44

In een proces van omstreeks 1490 inzake het betalen van accijns voor gebrouwen bier zeggen de Vrije Vriesen die wonen op Vriesen- ende Almloerveen dat zij van onland het veen tot land hebben gemaakt en wat onbewoonbaar was wonnbaar gemaakt hebben tot vermeerdering en verbetering der heerlijkheid van Almelo, III,61

In hetzelfde proces zegt de heer van Almelo dat Almelerveen vroeger te almelo ter kerke ging en het was daarom 1 gericht, III,60

Uittreksel notulen Ridderschap en Steden, 26 april 1650. Op het request van Claas en Jan ten Brinckhuis op ’t Vriesenveene meijeren onder den convent Sipkelo versoekende subsidie om neffens andere hunnen huysen te mogen opsetten tot aan de bouwlanden, wordt gehouden in bedencken, II,13

 

Vicarissen

Joan de Wijcke, III,10

1827 20 december, St Crucen Vicarijgoederen verkocht dbJK IV,98 zie ook I,37

7 januari 1702 ’t Vicarienlandt VIII,7

15 september 1714 doet dr Theod. Bruins namens zijn huisvrouw Geertruid Schuitemaker uit kracht van vicariepacht aan deselve door zijn HoogGraaffelijke Excellentie verleent, pondinge op de effecten en inboedel des huysses van Harmen Janssen om daar aan te verhalen 12 gulden, 10 stuiver en 8 penningen wegens de jaren 1712,1713,1714 XXII,46

17 juni 1724

dr Dull waarschuwt de destrahenten en cooperen dat het Viccarienlandt door Jan Harmsen Vetteker van sijn HooGraaflijke Ed. is aangekocht voor 1000 carolusguldens en daarna een huys daarop gezet welke cooppenningen nog onbetaald zijn, XXIII,51

In Vriezenveen waren 3 vicarien gesticht namelijk de St Crucenvicarie XI,4 en 39, XII,4 X,12 VIII,33a XV,70,53I XVI,52 XIII,19 XII,45 IV,98 XV,70

De St Antonie vicarie X,45 XII,16 en 21

De St Annenvicarie XIII,28 en 24

Mededeling dr Avis provinciaal archivaris Zwolle in 1959.

1486 profesta Urbani papae heer joan de Wijcke, vicaris van het altaar van het Heilige kruis der parochiekerk op Almelerveen

25 febr 1773 de dames keller van Almelo hebben te vorderen uit de nalatenschap van de weduwe Herman Egbers Meijer Viccarierogge en haver nader te specificeren, XXV,10

12 november 1774 Frederik de Jonge doet pondinge op de vaste goederen bestaande in het huis en verdere timmeragie staande alhier op ’t Vriesenveen op de St Cruicen vicarie toestendig Bartolt Rierink

7 maart 1776 Gerrit lambers zeggende dat hij uit hoofde van zijn huis en landhuur aan de tijdelijke vicaris van de st Anthony vicarie ruim 240 gulden schuldig is en daarvoor aan zijn landheer FW Thetra gedreigd wordt, met regt te zullen worden aangesproken daar comparant de pacht niet kan betalen doet hij vrijwillig gerechtelijk verwin ten profijte van gemelden tijdelijke viccaris op al zijn mobile goederen XXV,19

9 januari 1779 procureur PW Harwig bediende van de heer burgemeester Adolph Hendrik Boom van Almelo doet pondinge aan de immobile goederen van Jan Alderink op de Aa wegens 38 gulden en 8 stuivers voor 2 jaar Fikkarijen uitganck uit zijn plaatse de Aa genoemd XXV,50

18 november 1780 compareert JW Harwig voor de brouwer Jacob Hendrik Boom en doet pondinge aan de mobile goederen van Jan Aalderink Hospes op de Aa wegens 68 gulden over 2 jaar pacht of Fikkarijenuitganck uit zijn plaatse gehoorende onder de Kleissen Ficcarie zijn de de jaren 1779 en 1780 telkens op Martinij verschenen gewezen waarvoor comparants wijlen vader de burgemeester AH Boom Ficcaris geweest tot Martiny 1780 XXV,53,50

1 febr 1806 procureur D Bartelink pro en namens desselfs broeder H Bartelink als tijdelijke vicarissen van de St Crucen vicarie pondinge aan de goederen van Hendrik Timmermans en vrouw wegens 22 gulden huur van de huisplaats van zijn huis met de hof, 3 koeweiden en 1 akker woestenland XXVI,11

20 febr 1806, Hendrik Timmermans en huisvrouw Janna Hoekhuys zijn schuldig wegens verzegeling van 5 maart 1801 groot f 450,-- voor de verlopen interest een gekocht koebeest en voorschoten geld ter voldoening van de huisplaats en landhuur aan de vicarissen f 216,--, 12 stuiver en 8 penningen XXVI,12

24 maart 1806 wordt bovenstaand voor schuld verkocht zijnde het huis staande op de sanct crucen vicarie, koper Herman Grubbe op de Striepe voor f 575,-- XXVI,16

30 mei 1807, procureur Bartelink en voor zijn broeder Hendrik Bartelink als vicarissen van de sanct Crucen vicarie contra Gerrit Haarhuys eisch tot betaling van vier gulden restant huur of pacht van een huis of land gehorende onder de sanct Crucen viccarie, XXVI,20

Grijs boekje I,61 links de priester Egbert Bilzebeke (1418) van Ootmarsum sticht ter eere Gods, der Maagd Maria en Allerheiligen eene vicarij in het klooster Sipkulo welke hij o.a. dat uit met het door hem van Albert Corneste gekocht erf Ledebrinck bij de Wedeme in Ulzen. Hij verzoekt de bisschop Frederik hemzelf tot eerste vicaris in te stellen en de benoeming van de volgende vicarissen aan de prior van Sipkeloe toe te staan. Tijdr. Reg deel II,244

….1554 heeft Berend Wesselink gewezen vicaris van de kerke te Vriezenveen gegeven vier woeste akkeren tot gebruik der dienaren derzelve waarvan doenmaals bedongen voor de coster indertijd vier gulden, groot zwart II,20

7 september 1808 schrijft de scholtus JH Dikkers van Vriezenveen aan de Landdrost van Overijssel dat in Vriezenveen twee vicarien zijn nl de sanct Antonius en de sanct Crucen vicarie bestaande in landerijen met twee oude boerenwoningen, gedachte vicarien zijn van alouden en ondenkelijken oorsprong waarvan de inkomsten altoos tot heden toe door den huyze Almelo of Graaf van rechteren aan bijzondere personen verschonken geworden, groot zwart II,37

17 maart 1474 wordt Johan ter Wirike vicaris der kerk aldaar (Vriezenveen) genoemd, II,19

28 april 1512 Johan Gerlaci vicaris van st Antoniius op ’t Vresenvene, II,20

op dezelfde pagina Berent Wesselinck vicaris op ’t Vresenvene

 

Vieme, (rogge)

24 juni 1786….Mannes Nathans contra Berend ten Bruggencate, eisch tot betaling van een vieme rogge, f 4,--, XXV,71

 

Vissen

IV,15, IV,19 49 pond gevangen, V,97,89

 

Vlas

V,21

 

Vlees en veeprijzen

1822 IV,17,20,32,33,39,40,41,43

1826 de botergeldt 5 stuiver en de eyeren 7 voor een dubbeltje, IV,62

1826 IV, 65,71,75,77,105,109,110,111

V,10,75,77,107,120

14 april 1728 Henrich Roelofsen Huysman heeft op Oldenzelse marck een paard gekocht voor 45 gulden, XXIV,26

 

Vluysen (hooi)

24 januari 1728 Jan Pauwels heeft in 1727 en 1723 gevluyset en het hooi naar sig genomen van zekeren halven akker woestenland toebehorend aan Fredrik Hendriks. Over de huur is geen verdingh gemaakt dog dat Jan Pauwels hebbe beloofd daarvan te betalen hetgeen redelijk was, daarom eischt hij voor die drie jaren 24 gulden, XXIV,16

Op pagina 18 gaat het nog eens weer over het vluysen van het hooi.

15 mei 1745, de erfgenamen van Jan Krul zeggen dat Egbert Harms alsmede erfgenaam de landeijen heeft gebruikt en gevluist, XXIV,77

17 december 1746, Hendrik Harms heeft de landerijen van wijlen zijn oom Jan Krul verscheidene jaren gebruikt, gefluist of laten gebruiken en fluisen, XXIV,90

 

Vondsten (van verschillende aard)

Muntstukken gevonden op de “geldhoogte”, I,3

Op dezelfde pagina vondsten van een houten brug in het veen bij Vroomshoop en een bronzen speerpunt en stenen bijl, vermeld in mededelingen Overijssels Recht en Geschiedenis XXV,25

Idem van de vondst bij de Kooiplas van een gladde bronzen ring middellijn 8,5 cm waaraan een glazen kraal blauw met gele stippen, Karolinger uit 8e of 9e eeuw, XXV,26, I,3

 

Vreede, vrucht

V,14,54,115

18 maart 1741, Jan Brouwer en koert Claassen Braamer hebben een kwestie over het maken van vrugten bij het bovenste hekke, XXIV,47

20ste van de hooimaand 1810 Hendrik Heerdink c.s. contra Jan Freriks en Gerrit Keyzer als schutters van Vriezenveen die 23 stuks vee van hun wederrechtelijk hebben geschut en naar de schutstal gebracht. De gemeenten Wierden en Vriezenveen zijn met een sloot of Graven van elkaar gescheiden, waarover meer dan eene brug ligt en de passage of gemene weg van Wierden naar het Vriesenveen loopt. Dat het bekend is dat de vrugt langs de dijk of weg en wel over de brug de vrugting voor de hooylanden niet in staat is waarvoor eenig vee kan of behoeft te staan maar zelfs zo gedemolieeert dat men daarop met wagens en paarden kan gaan rijden.

Wordt de vruchtinge door onpartijdigen goed bevonden dan willen comparanten alle schaden voldoen, XXVI,37

In een geschrift (12 april 1759) betreffende het schutten van vee wordt onder meer wanneer iemand enige dammen of stuwen in de sloten of vredinge zet en het vee daarover drijft in de Vriezenveense hooylanden zal hij verbueren het verschuldigde schutgeld alsmede…..10 goudguldens in plaats van arbitraire straffen, IV,9

DbJK, IV,45, 13 mei 1824. De 11e dezer heeft de schouw over de Stouwe plaatsgehad doch de vrucht is afgekeurd. Morgen zal deselve worden verbeterd en de schouwing aanstaande maandag worden herhaald

 

Vrezenvene

1491 In een akte wordt de naam Vrezenvene genoemd.

1516 in een akte van huur van het klooster Sibculo wordt genoemd de maat op het Vresenvene, brijs boekje II,4

 

Vriezenveen

Proces boterpacht 1630 verklaren de inwoners van Vzv dat zij mogelijk 400 jaren herwaarts….hier hebben gewoond, XIX,52

Aantekeningen van GK van Hogendorp over Friezenveen 1819, II,44/46

Onderschrift caerte van Vriesenveene van Gijsbert Sasse overgelegd bijhet proces boterpacht tussen de Heer van Almelo en de bewoners van Vriesenveen, XIX,32

1840:

dorp Vriezenveen 404 huizen, 514 huisgezinnen

Bruinehaar buurtschap of gehucht 10 huizen, 11 huisgezinnen

Verstrooide woningen in de venen en landerijen: 23 huizen, 23 huisgezinnen meestal in nauwelijk bewoonbare hutten

Register van bevolking op 1 januari 1840

Beschrijving van Vriezenveen door GK van hogendorp in 1819, II,44

 

Vriezenveen in 1815:

Gemiddelde lengte en gemiddelde breedte van het terrein tot de gemeente behorende in uren gaans ongeveer: ongeveer 2 uur lang en 2 uur breed, waarvan tenminste drievierde gedeelte voor paarden en beesten en een gedeelte zelfs voor mensen ongenaakbaar is wegens de veengrond en moerassen.

Prov. Archief coll.varia N 48, statistische opgaven van de provincie Overijssel.

Proces gemeente Vriezenveen en Laurens van Thill wegens een lening van laatstgenoemde groot 1600 carolusguldens tegen 6 ¼% jaarlijks, VII,21/36 (omstreeks 1630)

Wapen van Vriezenveen, I,1 zie ook verslag van de 82ste vergadering Overijssels Recht en geschiedenis pagina 30

Extracten uit het oud archief van Overijssel en wel betreffende een kaart van het Vriezenveen door de heer van Almeo in 1627 bij zijn dupliek overgelegd in een procedure tegen de ingezetenen van Vriezenveen enz afschriften dier stukken op aanvraag toegezonden aan kerkvoogden te Vriezenveen om te dienen in een procedure. Voorts de originele stukken teruggezonden aan de provinciaal archivaris, archief CdK van Overijssel nr 777 21 maart.

n.b. de bovenvermelde kaart is gemaakt door de landmeter Gijsbert Sasse 24 oktober 1627, hij is gecopieerd voor kerkvoogden voor 7 gulden, 17 maart 1865 door E Steenbergen. Zal dus berusten in het archief van Kerkvoogden van Vriezenveen (dr Avis)

De hervormde gemeente van Vriezenveen voerde een proces tegen de erven Smelt over de eigendom van enige landerijen (het Koninksland). Kaartje van Vriezenveen 1757, origineel op het Kamper archief, II,16

Vriezenveen 1821-1823: Vriezenveen telde toen 2120 mensen, Bruinehaar 62. Er is bij aangetekend: Onder de 2120 zielen welke de bevolking van het dorp Vriezenveen uitmaakt zijn mede begrepen 62 zielen welke in 13 afzonderlijke huisgezinnen in geisoleerde huizen of hutten op afgelegen oorden in deze gemeente worden gevonden. Afgesloten 28 augustus 1821. Proces boterpacht 1630 zegt de heer van Almelo dat de Vriezenveners gezegd hebben…..dat se van honger solden vergaan maar…..zegt hij wiel sie rijck daar worden dat ze belgen ofte balgen. Belgen is opzwellen of boos worden, balgen is twist hebben, vechten, XIX,39

In hetzelfde proces XIX,51, daaromme soe late de heer clager deze vrije vriesen bij hare lands wijse vrijblijven, daarbij desselven voorsaten haar luijden welke vreedsaem over de driehundert jaren hebben gelaten….XIX,51/52

1457, David van Bourgondie bisschop te Utrecht, doet kond, dat hij zijn leenman Johan van Almelo ten overstaan van hem en zijne leenmannen in zijn hand heeft overgedragen en afgestaan de aan het Sticht leenroerige vrijheid van Almelo met alle toebehoren, gelegen tussen de Wolvekuil, Ellenhorst, Wijrick, Heylen Krommedijk en Avenhusen met het Vriesenveen, botergeld, hof te Lintelo…..tins, cijse, visserij, pacht en alle goed, leen en eigen en dat hij daarop Sweder van Voerst daarmee heeft beleend op denzelfden voet als Johan van Almelo en diens voorvaderen ze te houden plagten. En aangezien deze voorvaderen zich verbonden hebben de vrijheid van Almelo met toebehoren in niemands handen te zullen brengen dan bij des Landheeren toestemming, zo stemt hij toe in de overdracht dier Heerlijkheid door Johan aan Zweder volgens brief van wijlen Bisschop Rudolf gedaan etc., grijs II,11/12

15 september 1485 beleend Johan van Voirst heer tot Keppel na dode van zijn vader Zweder van Voorst, alle zodanige lenen als deze en hunne voorvaderen van Voirst te leen plagten te houden; voorts den hof te Kemenade onder Weele tot een Zutphens leen, wijders de vrijheid van Almelo met alle toebehoren als die van ouds zich uitstrekt met den botergulden, hof te Lintelo, watermolen te Rijssen met de kampen en landen, het huis ten Dam bij Goor met toebehoren en de Rumesch te Wederden met mannen, tins, visserij, pacht en alle goed daartoe behorende leen en eigen.

September  de 15e, 1485 David van Bourgondie doet kond dat Johan van Voerst heer tot Keppel ten overstaan van hem en zijn leenmannen de vrijheid van Almelo met al de percelen in de hier voorgaande acte genoemd in zijn handen heeft overgedragen en is uitgegeven en dat hij hierop daarmede op dezelfde voet heeft beleend Jan van Rechteren etc grijs II,13

Albert van de Reve, borchman van Almelo ondertekenaar giftbrief Vriezenveen 1364, grijs V,11

Beschrijving over Staphorst-Rouveen en Vriezenveen, grijs II,4/5, CD Keppel Hesselink doet in de Navorscher 1876 pagina 110 een vrij fantastisch verhaaltje over de geschiedenis van Friezenveen waarbij hij enige regels aanhaalt van het vers gemaakt bij de inwijding van de kerk in 1801 en van een ander vers gemaakt door een Vriezenvener:
Ja voorgeslacht, uw roem houdt stand

Trouw drukt uw kroost uw spoor

Getuig ’t elk deel van Nederland

Getuigt arduinen Newastrand

Nog strekt ons huis ten onderpand

De handelswereld door

Groot zwart II,12

 

1811, opgave van het aantal huisgezinnen in het schoutambt Vriezenveen:

Hervormden 358, Rooms katholieken 37, Lutheranen 4, Joden 4, totaal 403., II,10

Aantal getrouwde mannen 345, jongens 630, weduwnaars 61 totaal 1036

Getrouwde vrouwen 345, meisjes 592, weduwen 68, totaal 1005

Totaal inwoners 2041

Hervormden 1826, roomskatholieken 188, Lutheranen 4, hoogduitse joden 24, totaal 2042.

Bedelaars zwervende 1 man en 1 vrouw, gealimenteerden mannen 25, vrouwen 20 totaal 45, II,11/12

 

Verschil spellingswijze F of V van Vriezenveen, zie schrift 3,29/30

Vriezenveen groot 7307 hectare had op 1 januari 1921 3227 hectare woeste grond, dus 44%. Groot zwart, III,147

 

In proces boterpacht tussen de heer van Almelo en de inwoners van Vriezenveen omstreeks 1630 wordt gezegd:…dat zij genoempt worden vrije vriesen daar dit alleen beteekent dat zij geen eigenhorige of eygene luiden zijn, sulks dat zij wel vrij genoemd worden, wat betreft hunnen personen maar niet ten insichte van goederen of landen die zij bezitten waarvan zij den botergulden aan haeren heren schuldich zijn, XVIII,32

 

Vroedvrouw

IV,17,54, dbJK vroedvrouw Gerharda dbJK, IV,77

Anna Maria Hijmans, vrouw van veldwachter G Luit, vroedvrouw, V,110,121

13 december 1821 tot vroedvrouw benoemd Gerharda Harmsen dbJK, V,121,122

gemeenterekening 1791 de vroedvrouw Jenneken de Groot komt ingevolge gemaakte conventie met scholtus kerkmeesteren en zestienen jaarlijks de somma van 42 gulden toe.

In de Franse tijd komen op een registre des diplomes de Medicins voor Hendrikje Wolters femme Vriezenveen Jenneken de Groot, II,7a

Op een noodgerichte gehouden 18 april 1766 wordt als een der kopers vermeld Janna vrouw van Wysemoors Jannes, VII,19

 

Vrijheidsboom

Vrijheidsboom in Amsterdam 19 januari 1795, dbJK, IV,25

Uit dagboek Grietje-Kruijs Otten 1795:

….in het laatste van februari de 25ste is hier de vrijheidsboom geplant, VII,34

Bij het planten van de vrijheidsboom verwelkomden de Vriezenveense patriotten de Fransen. De torenklokken werden geluid, een der klokken barstte, VII,38

1795 maart, een brief aan Johanna Kruijs te Amsterdam: De vrijheidsboom is geplant voor de weg van de kerk en door het leuyen is de torenklok gebarsten, schrift 4,16

Grietje Kruijs Otten aan Johanna Kruijs te Amsterdam…de dag toen de vrijheidsboom geplant werd waren hier zo’n honderd man Fransen die te Almelo inkwartierd waren, schrift,17

Johannes Kruijs aan Johanna Kruijs 6 juni 1796: dat het met het klokkengieten langzaam gaat, zijnde men eerst de binnenvormen klaar…..schrift 4,24…zodat er nog wel een maand mee zal heengaan.

 

Vuurstedengeld

15 september 1753 krijgt uit de verkochte boedel van Wycher Lambers…3 jaren verpondinge, contributie, vuurstedengelt etc, 73 gulden, 11 stuiver en 10 penningen, XXIV,140

21 april 1804, de ontvanger Hendrik Brouwer krijgt uit de desolate boedel van Hendrik Leenders voor verpondinge 64 gulden, 1 stuiver en 4 penningen en voor vuurstedengeld 6 gulden 6 stuiver

uit nat. R. en St 21 april 1669 order van de collecteurs van het vuurstedengeld op het Vriesenveen

 

Want en zijlewant (landmaat)

9e van de grasmaand 1810 wordt gezegd dat een wand bouwland op het Vriesenveen 120 treden in de lengte en 14 in de breedte uitmakt. Verder wordt gezegd dat men hier niet aan zijlwanden (worden geacht een lengte van ca. 80 treden te hebben) maar alleenlijk aan het verhuren van wanden bouwland denken kan

 

Wapen van Vriezenveen

I,1

82ste vergadering Overijssels Recht en Geschiedenis, pagina 30.

 

Waterleidijk

Akte 26 juli 1707…van den waterleidijk tot den dijk, VIII,21,22,29

Ajte 20 december 1712…een gaarden aan de waterleidijk, VIII,37

Akte 16 juli 1717…den doorgraaven waterleidijk, IX,4,5,6

Akte 20 juni 1752, achter den waterleidijk XI,2

Akte 28 april 1759, XII,1 en 6

In akte 7 juni 1806 wordt nog eens genoemd de waterleidijk, XVI,73

Akte 19 november 1807…binnen en aan de waterleidijk, XVI,80

In akte 29 juni 1808 heet het nog eens weer waterleidijk, XVII,4,91

Akte 8e van de oogstmaand 1809….een bouwgaardentje voor de waterleidijk, XVII,18

In akte 12 juni 1799 wordt gesproken van de waterleidik, XV,68

17 juni 1714….kwestie tussen de weduwe Bonthe en Joachim Bonte contra Egbert ten Caethe die bovengenoemden niet over zijn opweg wil hebben daar……den olden wegh off ten waterleidijk is doorgegraven, XXII,43 zie verder pagina 44,45

Jan Hinrixen Timmer heeft doen citeren Aaltjen Gerritsen ten Caethe en Grietien Claasen om hun gedane arrest dat comparanten geen holt op de hutte de buytere kante van den waterleidijk bij den doorgravene wech soude mogen houwen….XXIII,34

DbJK, 2 mei 1830….achter den waterleidijk is het water nog zeer hoog, V,51

16 julu 1717, kwestie over opweg; klager de kosterse weduwe Bonte, alsmede haar zoon Joachim Adolph Bonthe. Een schrijven van de heer van Almelo en Vriezenveen waarin gezegd wordt dat op zijn last de gemeene wech of se soogenaamde waterleidik is doorgegraven geworden en de kostersche en JA Bonthe derhalven daardoor ontzet zijn geworden om langs de gemeene wech ofte de genoemde waterleidiijk naar haar huis te varen en te drijven etc IX,5

 

Waterloo

1822 viering overwinning bij Waterloo, IV,15, zie ook pa. 113

V,16,56,93,116

 

Waterproef

XXXI wordt in het daar beschreven heksenproces verschillende keren de waterproef genoemd

 

Wateroverlast

DbJK, IV,53/54

DbJK IV, 117,118 hoog water in de Woesten, zie ook IV,121

V,43,47,49,56,58,59,61,65,70,83,90,112

1788 was het een zagt winter dog een schale voortijd, begin juni tot den 22 een sware hitte zodat bijna al het water uit de sloten verdroogt was; tusschen den een en 22 juni kregen sulk swaar weer met stortregen welk 4 uur duurde dat het water binnen vele…….de Leydike, makende en een gase overstroominge……Kerkweg moest doorgegraven worden groot zwart II,137

 

Weeme

Onder deze namen werden vroeger de landerijen genoemd die behoorden tot de hervormde kerk van Vriezenveen. De mensen die in de kerkebuurt woonden en deze landerijen in pacht hadden worden de Wjeemkers genoemd. Hoewel deze naam in 1960 zo goed als verdwenen was wisten enkele bewoners van de kerkebuurt zich deze naam nog te herinneren o.a. J Waanders in 1960 81 jaar oud. ’t Is een oude naam, zie hiervoor onderstaande aantekeningen.

1424. In een koopakte wordt de Weeme genoemd en is er sprake van een huis gebouwd op geestelijke grond, III,16

X,42, 1749 de Weeme.

Akte 3 okt 1714, ’t Weemeland, VIII,44

Akte 25 augustus 1741…gelegen tegen de Weeme, X,11

1424 Egbert jonkheer tot Almelo verklaart dat heer Johan van Wederden, priester, het door dezen van zijn neef, heer Roelof gekochte en op de grond der Weeme op het veen gebouwde huis etc., groot zwart II,18

gemeenterekening 1754…Lambert quatte voor eenen halve dag arbeyden in de weeme, Jan Mulder 5 ½ dag arbeiden aan de weeme en kerke. Hindrik Egbert de Groote aan de weeme 5 ½ dag gearbeid.

Gemeenterekening 1759, Jannes Prijnsen v.d.j. 1756 en 1757 over de kerkweg van de doomnij op de weeme. Bartelink geeft in een rekening van den jare 1750,1751 en 1756 voor geleverde kalk tot de weeme. De koster gewerkt aan de kerk en de weeme. Op de weeme mag geen hard hout (eiken en dennen) gehakt worden zonder toestemming der kerkvoogden. Uit notulenboek kerkvoogdij 1840-1844, zie schrift 1,18. Op pagina 19 wordt gesproken over weeme, landerijen

1424 Egbert Jonker tot Almelo verklaart dat heer Johan van Wederden, priester, het door dezen van zijn neef heer Roelof gekochte en op de grond der weeme op het veen gebouwde huis leggen en voeren mag tot zijn beste wanneer hem dat genoegt. Voorts staat hij toe dat Gerhard Geelkijne als officiaal te Oldenzaal daaraan mede zijn zegel hecht omdat dit huis gebouwd is op geestelijke grond. Groot zwart II,18

 

Wegen

Zonder voorkennis van de heer van Almelo en Vriezenveen mochten de Vriezenveners geen nieuwe weg maken II,4

Verbod tot het maken van de Hoogenwech, II,6

Doorgraven van de dijck ofte wegh II,38,39

Wegen in 1815. Een weg naar Almelo door het weydeland lang 1 ¼ uur zijnde samengesteld uit een vermenging van veen en zandgrond, des zomers vast dog bij de winter moerassig, breed ongeveer 30 voeten. Een dito weg naar Wierden lang ¾ uur van gesteldheid als de vorige. Een weg naar Sipculo en een naar de Striepe, door de veenen lang ieder ongeveer 1 ½ uur. Kunnen niet dan des zomers en bij groote droogte gebruikt worden.

Provinciaal archief zwolle, collectie varia nr 48, statistische opgaven van de provincie Overijssel 1815. DbJK, V,101, plan beraamd voor een nieuwe weg naar Geesteren, 1819. Pagina 102, verschillende wegen, kerksteeg, stouwe, schipsloot, paterije verbeterd. 3 febr 1822 Kerkweg, dbJK, V,123, weg langs de waterleidinge, VII,3.

Dijk langs de waterleiding van den Paterswal tot de Stuiwe was voor 34 of 35 jaar een gemeene weg die met paard en wagen bewaren kon worden, er was een hek op dat des nachts gesloten was en de passagiers over dezen dijk moesten tol betalen. Verklaring van Adolph Hendrik Harwig en 4 anderen op 6 augustus 1746, VII,7,8,9, kwestie tussen de kerkmeesters van Vriezenveen en ds Brouwer over het maken van een weg op pastorieland, 6 november 1756. Het geschil bestond in de vraag of de predikant moest bijdragen tot het maken, straten en onderhouden van de gemeene kerkweg met betrekking tot de beide erven op het Kerkenland, die altijd tot zijn tractement hadden behoord. Deze beide erven werden bewoond door Clooster Baerent en Egbert Hendriksen, groot zwart II, 25/28. In een dezer stukken wordt gezegd dat het een kerk- ende steenweg is.

10 sept 1827 besloot de gemeenteraad van Vriezenveen een weg naar Geesteren aan te leggen, schrift 3,23

In 1852 werd de bestaande zandweg Vriezenveen-Almelo verhard tot grintweg.

 

Weggeld (tol)

1453, verkoop weggeld op Almelervene van Johan van Almelo aan klooster te Albergen, in dier voege dat dezen aldaar geen weggeld zullen behoeven te betalen van goed of waren hun toebehorende.

1649, verbod tolheffing, II,6

1797/1805 proces van gravin van Rechteren Almelo tegen Vriezenveen over het recht van tol- of weggeld te Vriezenveen, VII,2

6 augustus 1746, tolgeld van de weg lopende langs de waterleiding, VII,7,8,9

 

Weitenboer, Weiteman

Weitenboer (Dijkhuis), genoemd in dbJK

IV,39….welke ook onlangs 14 schapen van Dijkhuis of den zogenaamden Weitenboer hebben vernield (1823)

26 jan 1754, Jan ten Caate Hinrikszoon en Herman Costers beiden kooplieden te Almelo zeggen dat hun toekomt van Gerryt Albers ….de Weiteboer wegens door hem met Berent Berkhoff in compagnie gekochte linnens 370 gulden….Gerrit Albers is thans van het Vriesenveen absenterende zonder dat men weet waar deselve zich is ophoudende….XXIV,143

31 mei 1755….Gerrit Albers Weyteboer was toen nog niet boven water gekomen want in bovengenoemde akte waarin hij door Berent Jansen Dodde wordt aangesproken, heet het nog…..vermits men niet en weet waar hij sich ophoud XXIV,152

4 okt 1758, weet men nog niet waar deze zich ophoud, XXIV,154

 

Westerhaar

Akte 11 maart 1730 wordt Westerhaar genoemd, IX,49

 

Westerhoeve

Akte 20 april 1783….een akker turfland op de Westerhoeve, XIV,68

Akte 2 december 1749…vierendeel akkers bovenwegsland op de Westerhoeve beginnende van den bueterenweg etc X,8XI,46, XII,12, XII,53

31 augustus 1801 ¼ en ½ vierendeel turfland op de Westerhoeve

12 mei 1753 wordt genoemd 2 ½ akker hoevenland op de Westerhoeve, XXIV,136

 

Wetering

III,15 (of IV,15) in de wetering gevischt, dbJK, IV,45

Akte 27 febr 1713, van de wetering tot den dijk, VIII,37a

 

Wevetouw, weefgetouw, weven

Akte 6 maart 1715, testament wordt genoemd een weevetouw, VIII,45

Testament 15.12.1746 desselfs beste weevetouw, X,32

Akte 31 juli 1766…om een weeve kamer westwaarts uyt te zetten offte timmeren so verre als daar toe gront nodig zal hebben sulx te mogen doen, XIII,7

Testament 29 september 1788 van Hendrikus Hendriks Pley, het weevetouw zo testator zelf gebruikt heeft aan Jannes Berends Pley, XIV,88

Testament Kannes Smelt, 2e van de bloeymaand 1810, voorts zal Jan voor zich behouden het weefgetouw.

Akte van 18 maart 1809 akte van taxatie ten verzoeke van H Meulenbelt…o.a. een weevetouw 7 gulden, 2 spinnewielen 1 gulden, XVII,15

Akte 25ste van de sprokkelmaand 1811

Jan Jansen verkoopt zijn woonhuis staande op de pastory alhier, waar aan de pacht van de huisplaats moet worden betaald zijnde nr 222 voor f 320,--, de koper moet vrij vuur en ligt en een bekwame slaapplaats en het gebruik van de kamer voor zoverre hij die tot de weverij benodigt is aan den verkoper gedurende zijn leven in opgemelde huis laten geworden, XVII,32

23 november 1729, Berend Schimmelpenninck verzocht pondinge aan de roerende goederen, weefgetouw, koebeest etc van Lambert Waanders en desselfs huisvrouw Maria Slijkers van verlopen interest 39 gulden 2 stuiver en 8 penningen wegens gerichtelijke verzegelinge van een capitaal a 425 carolusguldens, XXII,91

25 januari 1721, Jan Hinrix Glas contra Harmen Lukas Koster over 7 gulden 10 stuiver voor verdiend weefloon, XXII,93

8 febr 1721, Broekjan heeft zijn weefgetouw met 1 ducaat in geld verruild voor een dagwerk hooiland het Slagh genaamd, XXII,95

28 febr 1722 heeft Hinrixen Pauels gekocht het huis van wijlen Claas pauwels voor 250 carolusguldens en een wevetouw voor 30 carolusguldens, XXIII,10

18 november 1741 Gerrit Berens Camp heeft doen citeren Lukas Geersen Hols om betalinge te hebben van arbijtsloon voor een gemaakt stuk linnen volgens accoord voor 29 carolusguldens. Lukas Hols zegt geen akkoord gemaakt te hebben hij heeft gezegd dat hij maar zoude weven en hetgeem redelijk was te betalen. Hij heeft reeds een gedeelte betaald nl 27 carolusguldens en 8 stuiver, oordelende daarmee te kunnen volstaan aangezien van een 18e niet meer dan 10 gulden en 10 stuiver te betalen verplicht waar. XXIV,51

27 jan 1776 spreekt Arent Meulenbeld Jan Hekhuis aan wegens verdiend weefloon, XXV,17

20 juni 1786 gerigtelijke verkoping der mobile goederen van Jannes Tromp waaronder een weefgetouw dat 7 gulden opbracht, XXV,70

12 febr 1800 verkoping der mobile goederen van Jan Mollink en vrouw door Gerrit de Groote en de weduwe Gerrit Smelt o.a. een wevetouw gekocht door Jasper ten Cate voor 9 gulden en 13 stuiver.

3 mei 1806 Hindrika Nijland contra Jan Berendsen Pley en huisvrouw Lena Nijland verlangen teruggave van een weefgetouw onder de geciteerde berustende, XXVI,13

31 januari 1671 Lukas Coertsen en vrouw schuld aan provisorie der Armen dezer stad wegens opgenomen penningen de welke saliger schulten Berents Geert woonachtig op het Vriesenveen aan de armen gegeven hadde te weten een som van 92 carolusguldens en 5 penningen onderpand 2 weefgetouwen en een koe alsmede inningen des huizes XXIX,47

 

Woesten

In proces verhoging boterpacht in de jaren rond 1630 wordt genoemd de Wierden Woeste, XVIII,32

1 april 1714 Jan hermsen Smelt en huisvrouw Armken Arends namens haar vader Arend Harmsen contra Aaltjen Wolters Smit huisvrouw van Berend Harmsen Smelt. Zij geven te kennen o.a. dat dit hooiland (de Woesten) jaarlijks te gelijk en eenparig wordt gemaaid en gehooit, dat op zodanigen en zuren arbeid en in de hitte de menschen tot noodigh onderhoud vier en gheen water kunnen drinken, dat comp. Geheel op het westeinde zijn wonende tapperie doende en jaarlijks aan de maaiers en hooiers gewoon zijnde drank te leveren en zelfs een tente in gemeld hooiland op te slaan, dat Berent harmsen Smelt enige jaren achter malkanderen in ’t voorsijde hooijen sijnen behoorlijken dranck heeft gekregen XXII,38

 

Woonhuizen

IV,7a en 8, schrift 3,40/43

 

Wijkmeesters

1826, de oosterse wijkmeester, dbJK, IV,67, V,122

 

Wijnkooppenning

1511, gekweten wijnkooppenning, III,51

 

Zeeman

Testament 15 februari 1790 van Gerrit Jansen en Jennegien Jansen olieslager, hun jongsten zoon Albert Gerritsen ter zee varend..XV,9,10 …zal bij zijn wederkomst bij de dochter Aleijda zo hij wil een half jaar lang de kost voor niets hebben.

 

Zegels van schouten

VII, 46,39

 

Zingen in de kerk

Uit dagb JK betrffende het in de war sturen van het zingen in de kerk. Er was in 1817 een nieuwe schoolmeester benoemd, Derk Eshuis van Almelo. De gemeente nam dit niet. De eerstvolgende zondag toen meester Eshuis voorzong stuurde de gemeente het zingen in de war. XXV (of XV), 85 en vervolgens db JK zegt hiervan:

1817: onze nieuwe schoolmeester Derk Eshuis van Almelo wordt eerdaags gewacht om zijn intrede alhier te doen. Bijna de hele gemeente van Vriezenveen is hierover zeer ontevrenden. Sommigen uit de gemeente hebben sterk geijverd, gelopen en gedraafd dan naar de schoolopziener te Almelo (dominee van Lennep) dan naar de gravinne van Rechteren en dan weer naar de gouverneur te Zwolle om te bewerken dat er een nieuw examen van schoolmeesters mocht plaatshebben. En dat tot hetzelve alle schoolmeesters (ongeacht of ze Fransch en Hoogduitsch, gelijk bij het eerste examen gevorderd werd) die de Hollandsche taal, de schrijf en rekenkunst en zingen slechts verstonden, worden toegelaten. Men gaf voor dat er als dan wel bewamere personen als Peter Leffers en Derk Eshuis, welke alleen op het eerste examen waren toegelaten, zouden opdagen. Doch hun doel was om de zoon van de Hammer meester die hier sinds het overlijden van mr GJ Warmelink heeft school gehouden, alhier in te dringen, want deze had zich in de gunste zijner scholieren weten in te dringen en had langs die weg de harten der anderen ingenomen. De schoolopziener liet hem eindelijk op aanschrijving van de gouverneur van hier verwijderen en de school sluiten. Het gevolg hiervan is geweest dat er op zondag de 20ste dezer in de voor- en namiddag godsdienst niet gezongen is geworden. Jan van ‘t Rot en Frederik Koes, die bij absentie van de voorzanger zijn plaats plachten in te nemen, wilden toen niet optreden uit vrees, naar hun voorgeven, door sommigen beledigd en mishandeld te zullen worden. Intussen is op authorisatie van de Koning door de tijdelijke collectrice de tegenwoordige gravinnen Douariere van Rechteren, de schoolmeesters en kostersplaats van Vriezenveen aan Derk Eshuis gegeven.

Hindrik Hofstede, Hindrik Mollink, Gerrit Prinsen, Derk Miskotte en Hindrik Koes, deze naman en meer anderen dienden aan de vergetelheid ontrukt. Beide eerstgenoemden hebben vele tochten gedaan, de laatstgemelde ook een tour naar Zwolle bij de gouverneur gemaakt. Dit alles geschiedde om eerdergemelde Hoefman te proviseren.

28 april 1817, gisteren heeft Eshuis hier voorgezongen en is tegen de avond weer naar Almelo vertrokken. In de namiddagdienst liep het met het zingen wat in de war door kwaadwillig geschreeuw van sommige deugnieten. Op 1 mei heeft meester Eshuis voor het eerst school gehouden. Op 21 mei heeft er wederom stoornis onder het zingen in de morgen en namiddag godsdienst plaatsgehad. In het eerste zingen liet de dominee Eshuis met zingen uitscheiden. En hield vervolgens een te dien einde zeer passende rede aan diegenen welke zich in dit opzicht op een alleszins godvergetende wijze te buiten gingen. Des namiddags ging het weinig beter. En dominee zat er weer van nieuws achter.

21 mei: de ongeregeldheden onder het zingen van de godsdienst duren nog al voort en hebben Hemelvaartsdag de 15e en zondag de 18e dezer weder plaatsgehad. De schout Engels begaf zich telkens uit zijn bank naar de hoek om waar het mogelijk was de daders te ontdekken. Ook is er reeds een waarschuwing van de hoofdofficier te Almelo in de kerk gepubliceerd. Onze dominee laat er zich ook wel aangelegen liggen en heeft herhaalde keren zeer dringende vermaningen aan de stoorders der openbare godsdienst gedaan.

25 mei: met het zingen in de kerk was het vooral niet beter als gisteren afgelopen. De dominee liet de meester weer uitscheiden en ging toen tot het uitspreken van de zegen over. Men hield onderwijl met zingen vol zodat de dominee dadelijk zeer onvergenoegt heenging.

1 juni: hedennamiddag heeft dominee Lindeman van Wierden alhier gepreekt en heeft bij deze gelegenheid zijn toehoorders tot rust en eensgezindheid aangemaand. Doch met dit alles is het met het zingen als de vorige zondagen in het wilde gegaan.

7 juni: deze nacht zijn bij Derk de Lange twee ramen ingeslagen, waardoor 23 ruiten zouden zijn gebroken. Derk Eshuis, onze kosteer en schoolmeester, gaat bij hem in de kost en heeft de kamer aldaar in gebruik. Eshuis bevond zich toen te Almelo.

8 juni: met het zingen was het heden als de vorige zondagen. Onze dominee die tot heden ’s zondags twee keer heeft gepreekt heeft deze voormiddag aan zijn gemeente bekend gemaakt dat hij voortaan voornemens is om slechts 1 keer te preken. Schout Engels laat, zo men zegt, ’s nachts zijn huis bewaken. De heren van het gerechtshof te Almelo zijn heden namiddag hier geweest over inspectie van de in stukken geslagen glazen bij Derk de Lange.

15 juni, het het zingen in de kerk als voren.

18 juni: het het zingen in de kerk nog in een doen.

22 juni: gepaasseerde vrijdag is onze gansche kerkeraad voor het gerechtshof te Almelo gecompareerd voor welke zij zelfs 3 dagen tevoren door de onderschout Jasper ten Cate geciteerd waren. Hun is aldaar te sterkste aanbevolgen  om de rust in de kerk te bewaren, als zullende zij voor alle stoornis in de godsdienst verantwoordelijk zijn. Tengevolge hiervan is het zingen in de kerk heden op een regelmatige wijze geschied. Want de ouderling Berend Waanders had uit  naam van hun allen zulks voor de godsdienst in de kerk laten aflezen en de gemeente daarbij tot rust aangemaand. Meester Eshuis zong nog echter niet voor, want die was naar Zutphen en een ander van Almelo vervulde desselfs plaats.

29 juni: met het zingen in de namiddagpreek weer bijster in de war.

6 juli: met het zingen ging het heden geregeld.

Uit db JK, V 85 tot en met 95.

 

Zondagsrust

Uit naam van de regering van Vriesenveen schrijft Jan Tijhof aan de kerk van Vriezenveen een brief om deze in de kerk te laten aflezen. In de brief wordt gezegd dat de ondag ontheiligd wordt op allerlei wijze. Verboden wordt door deze alle uiterlijk werk tot de landbouw of enig handwerk behorende op de dag des Heren met invaren van hooi, koren of turf of iets dergelijks onder wat voorwendsel zulks ook verricht moge worden, het houden en zetten van drinkgelagen, het houden van loterijen, spelen, dobbelen etc. Op boete van vier olde schilden volgens landrecht door de overtreders te verbeuren.

Grzw II,145

 

Zwarte plas

Akte dd 22 februari 1802 geeft Gerrit Hinne van Almelo aan een stuk turfland lggende bij den zwarte plas.
 
 
Inventaris Jonker in PDF

 

 

Comments