Verslag radio-interview met bleekneusje Nelly FolbertHome

Hieronder volgt het verslag van het interview met ´bleekneusje´ Nel Burggraaf, uitgezonden in de radio-uitzending van Plein Publiek.

Klaas Drupsteen:
Wij gaan terug naar 1942, naar de 2e Wereldoorlog en naar het bombardement op Rotterdam. Nelly Folbert was toen nog een tiener en hoe gek het ook klinkt in deze periode vond ze het geluk van haar leven.

Nelly:
Bombardementen, heel Rotterdam-Noord stond in brand. Nou je rook er meer van als dat je ervan zag. Echt een lijken lucht, maar veel omgekomen toen en de dieren van de diergaarden liepen over de ruines heen. Ik was toen 13, 12, 12-13. Koude rillingen, krijg ze nog weer als ik 't erover heb. Nee, zoiets moet je niet mee maken, vooral als kind niet. Dat heeft zo'n impact op je. We waren lid van een jeugdvereniging en gingen nog wel eens, aan de Maas hadden ze huisjes was niet zo ver van Rotterdam.

Interviewer:
Nee, was heel erg in de buurt. Maar verder kwam u niet?

Nelly:
Nee, nee en dan denk je van nou wil ik wel eens zien wat Nederland is.

Nelly:
Waren mensen die meelij hadden met de kinderen en die dat organiseerden om d'r even uit te zijn en om bij te komen van het bombardement, van de verschrikkingen en daar kon je voor opgeven.

Jannes:
Bij ons op het platteland was, was voldoende te eten. Niet zo lekker. Maar je kreeg aardappelen. D'r was genoeg graan. Nou ja en d'r werd groenten, alles werd verbouwd. En zij misten dat natuurlijk.

Nelly:
Verse groente vooral natuurlijk en fruit.

Interviewer:
Dus na het bombardement werd u door het vakantiecomité uitgezonden.

Nelly:
Ja, met de trein.

Interviewer:
Nam u een tasje mee?

Nelly:
Ja, ja.

Interviewer:
Ja, wat ging ermee?

Nelly:
Niet veel hoor. Nee, een pyjamaatje, wat ondergoed, een tandenborstel, zo. Nee.

Interviewer:
Geen dagboek of zo?

Nelly:
Nee, daar dacht je niet aan, joh. Het was zoiets nieuws en het was een hele onderneming. Ver weg, 't was ver weg. Aan het andere eind van het land. Helemaal het Oosten in, helemaal Twente. Ja. Nou dus. Je kwam bij andere mensen, hè. En Vriezenveen was nogal primitief vond ik.

Interviewer:
Ja, hoe noemden ze u dan?

Nelly:
Bleekneusjes. Wij waren de bleekneusjes uit de stad.

Nelly:
Een heel apart dorp. Allemaal één rechte weg. Wel mooi groen. Allemaal bomen die zo over de weg hingen. Het was net een poort. Een andere taal, die je niet verstond. D'r was geen watercloset. D'r was een poepdoos, hè. 't Husie zeiden ze daar in Vriezenveen.

Interviewer:
Dat kende u niet?

Nelly:
Nee, dan moest je naar buiten om je behoefte te doen. Want 't husie stond buiten. Ik vond het ontzettend interessant, allemaal.

Interviewer:
Ja?

Nelly:
Ja, d'r waren veel families die in één boerderij woonden of zo. Veel vrijgezellen en mensen die al weduwe of nooit getrouwd waren, die al oud waren. Oud-oom zat d'r in huis en zo. En die gingen allemaal met stoelen langs de muur zitten, tussen de deuren. Je had van die kleine muurtjes. En dan zetten ze de stoelen op twee poten, zo achter. Daar zaten ze dan met elkaar te praten. En al die vliegen op die boerderijen. Oh, dat kenden wij niet in de stad.

Interviewer:
U trekt er helemaal een vies gezicht bij.

Nelly:
Ja, ja. Hij zegt wel eens. Ze zaten op brood en dan zeiden we, nou krentenbrood.

Nelly:
Kjökken (keuken). Kjökken en Water.

Jannes:
't Water kwäkt in kjättel.

Nelly:
't Water kwäkt. Dus echt veel met een W en een J.

Interviewer:
't Water kookt dan?

Nelly:
Ja, kwäkt.

Jannes:
In de ketel.

Interviewer:
Dan kom je echt in een nieuwe wereld.

Nelly:
Ja.

Interviewer:
En wat voor stemming of wat voor sfeer kwam u in Vriezenveen aan? U had net het bombardement meegemaakt.

Nelly:
Blij dat we er waren.

Interviewer:
Ja, en wat gingen jullie toen doen daar in het dorp.

Nelly:
Ik was eigenlijk al te oud om weer naar school te gaan, naar de lagere school. D'r zijn d'r ook die naar school geweest zijn. En zaterdagavond was er flaneren over de dorpsstraat, heen en weer de jongens en de maechies. Je weet wel hoe dat gaat. Je had niet veel vertier. Ja je ging zondags met de mensen waar je was naar de kerk. Maar ja, verder. Je zocht mekaar op.

Interviewer:
Maakte dat nog uit van welk geloof je kwam?

Jannes:
Er werd wel gekeken bij welk gezin. Of het protestantsgezin was of katholiekgezin. Je werd wel ingedeeld naar de richting die ze opgegeven hadden.

Interviewer:
Maar dan kom je in Vriezenveen en dan daar hebben ze eigenlijk niets meegemaakt nog.

Nelly:
Nee.

Interviewer:
Hoe was dat voor u?

Jannes:
Rustig.

Nelly:
Een verademing, ja. Ja en je hielp waar het kon hè. Ik heb me zo thuis gevoeld, ja geweldig.

Interviewer:
Wat was het meest gekke eten dat u in Vriezenveen voorgeschoteld kreeg, wat u niet kende?

Nelly:
Het roggebrood. Ja, 't roggebrood. Ja, en ik houd niet zo van dat vette allemaal. Spek en zo. Maar je at het wel, want het werd hemel op aarde kun je wel zeggen.

Jannes:
Beter als een tulp, hè.

Nelly:
Ja, tulpenbollen en nou vind ik roggebrood heerlijk.

Interviewer:
Met iets d'r op?

Nelly:
Ja, appelstroop.

Interviewer:
En dan de bevrijdingsoptocht.

Nelly:
Ja, we hadden allemaal een papieren petje op, een muts. En, ik had er één, een petje met een lange sliert eraan, ja zo'n. En hij liep met z'n vrienden achter ons. Toen trok die aan me, aan m'n sliert, die is van dat petje. En ik draai me om en zeg wat doe je met je handen aan m'n pet. En toen was hij het. Oh ik denk dat is een leuke jongen. Een blonde jongen. Ja, hij is nou lekker grijs, maar.

Jannes:
En je ouders moesten er niet zo veel van hebben, want zo'n stadse.

Nelly:
Zo'n stadse en dan wat zal het voor één zijn. De familie en zo, hè.

Interviewer:
Oh, toen op eens wel?

Nelly:
Hmmm.

Interviewer:
Nou eerst keken ze een beetje van nou helpen en toen op eens was het een stadse.

Jannes:
Ik bedoel, voor mijn moeder voor verkering was een stadse een vrömden, zeiden ze dan. Een vrömden. Dat vonden ze niet zo leuk.

Nelly:
Nee.

Interviewer:
Wat grappig, dat ze dat toen wel vonden.

Nelly:
Ja, de kans zat er natuurlijk ook in dat hij naar Rotterdam zou komen en daar zou blijven. Ze wilden de schaapjes bij zich houden, opoe.

Interviewer:
Hoe lang bent u eindelijk nu samen getrouwd?

Nelly:
Maart, wordt het 54 jaar.

Interviewer:
Dus met een hoop ellende uit Rotterdam vertrokken naar Vriezenveen.

Nelly:
En een hoop geluk gevonden. Ja.

Klaas Drupsteen:
Nelly en Jannes Folbert uit Vriezenveen in gesprek met Jeroen van Herwijnen. De Bleekneusjes zoeken elkaar overigens nog steeds op en d'r wordt gewerkt aan een boek over deze groep. Als u daar meer over wilt weten, kijk dan even op onze website ncrv.nl en dan zo'n schuine streep pleinpubliek.

Bron± André Idzinga, secr. Vereniging Oud Vriezenveen, geplaatst 21-11-2004.

Wilt u ook met uw bedrijf, vereniging of instelling vermeld staan op deze website?
Dat kan en is geheel gratis.
Meer informatie...