Dorpsgeschiedenis‎ > ‎Grote brand‎ > ‎

De Koningin en de Prins te Vriezenveen

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant (22-05-1905) - De firma Verwey en Lugard zal niet hebben kunnen denken, toen zij besloten in Apeldoorn een filiaal van hun zaak te openen, dat de eerste dag de beste haar een zoo vereerende opdracht zou brengen. Reeds Donderdag toch was de heer Limburgh, directeur van het filiaal, uitgenoodigd ten hove te komen en daar vernam hij, dat H. M. en Z. K. H. besloten hadden de ramp in Vriezenveen in oogenschouw te gaan nemen, en daartoe gebruik wilden maken van een viertal auto's dezer firma. Met groote haast werd in den daarop volgenden nacht nog de laatste hand gelegd aan een rijtuig, dat men, omdat het naar verkiezing open of gesloten kon worden gebruikt, voor bijzonder geschikt hield, en Vrijdagmorgen reden de wagens voor het paleis.

Wij deelden reeds mede, wie deel uitmaakten van het gezelschap, dat even over elf uur van Het Loo vertrok. De reis was voorspoedig, alleen de vierde wagen had even oponthoud; een band sprong. Te Deventer scheen van het plan niets bekend te zijn, want hoewel er terwille van de markt heel langzaam moest worden gereden, herkende niemand in de dame en heer van het voorste ruituig H. M. en den Prins. Verder op den weg echter had de faam, hoe, is onbegrijpelijk, gelegenheid gevonden zelfs de snelle 4 cyclinderwagens voor te komen. In Rijssen althans stonden dichte rijen het vorstelijk paar af te wachten. Aan den ingang van Wierden was het evenzoo en voor Almelo was het zwart van menschen op de Wierdensche straat.

Ook in de stad stonden overal reeksen menschen geschaard en begroetten het vorstelijk paar met gejuich en gewuif van zakdoeken. Op den weg naar Vriezenveen bleven de rijtuigen en fietsen, op weg naar dat dorp, staan, toen ze werden ingehaald door de automobielen.

Dat in Vriezenveen zelf ook het traditioneele vrouwtje niet aan 't spinnewiel bleef, behoeft niet eens gezegd. Bij een ingang van het dorp stond reeds een groote massa menschen en heel den weg langs zag men ze geschaard voor de huizen der zuidzijde, om de langzaam rijdende auto's te zien passeeren. H. M. had het micamasker, waarmee zij zich had beschermd, even voor Vriezenveen afgelegd, de Prins had, als de andere heeren zijn hoofddeksel voor een wat minder sportieve bedekking verwisseld, en de stofbril afgezet, zoodat niemand er naar behoefde te raden, wie de hooge bezoekers waren. De ontvangst in het dorp was bijzonder hartelijk, geen gejuien en gejubel, 't was of men alle gerucht had willen vermijden. De algemene stemming was: dankbaarheid. "Er is geen ramp zoo groot of er is een gelukje bij," zei een wijsgeerig vrouwtje. "'k Geloof niet, dat ik de Koningin ooit zou hebben gezien, als dat niet gebeurd was", luidde het antwoord. Beter dan iets anders karakteriseert dit de stemming. 't Waren overigens voor 't overgroote meerendeel geen Vriezenveeners, die per fiets of te voet de auto's volgden, maar bezoekers van buiten, die in grooten getale met allerlei vervoermiddelen waren gearriveerd, om getuige te zijn van dit bezoek. Zooals wij reeds meldden werd H. M. bij de school begroet door den burgemeester, het raadslid De Lange en dr. Pijnappel, den hoofdinspecteur voor de volksgezondheid, die toevallig om andere reden ter plaatse was. Deze heeren namen plaats in een victoria, die daarna de auto's voorging naar het huis van den burgemeester. De vorstelijke personen met hun gevolg gebruikten daar met den heer en mevrouw Bouwmeester een lunch, waarvoor in allerijl de tafel in gereedheid was gebracht. Het gezelschap had zelf in een der auto's de ingredienten meegevoerd.

Aardig was, dat H. M. bemerkend, hoe met haast de tafel werd bereid, tegen een dochtertje van den burgemeester zie: "Wat vind ik het jammer, dat je maa nu zoo'n drukte om mij heeft." 't Kind was verrukt over de vriendelijkheid van H. M. Na een verblijf van pl. m. drie kwartier ging het gezelschap te voet een der tenten bezoeken. H. M. die gekleed was in een licht grijs tailormade rok zag er heel opgewekt uit.

Het publiek gedroeg zich in één woord voorbeeldig, nergens werd opgedrongen; jammer echter was, dat hoewel H. M. uitdrukkelijk door den burgemeester aan de fotografen had laten verzoeken, wat discreet op te treden, zoo weinigen dien wensch eerbiedigden.

Dat de fabriek der firma Jansen en Tilanus voor een deel werd bezichtigd, meldden wij reeds, 't waren in 't bijzonder machinekamer en breizaal, die werden bezocht onder leiding van het oudste lid der firma. In 't huis van den burgemeester maakte het gezelschap zich weer reisvaardig en in heel matigen gang reden de ruituigen toen, weer de victoria met de straks genoemde heeren voorop, het dorp door tot aan de Katholieke kerk. H. M. was blijkbaar zeer onder den indruk van den omvang der ramp. Hier werd gekeerd en te ongeveer 3 uur verlieten de hooge bezoekers het dorp. Bij het wegrijden gaf H. M. den burgemeester nog te kennen, dat de hartelijke en beleefde ontvangst haar zeer heeft getroffen. Even buiten V. werd het toilet in een toestand gebracht, die meer overeenkwam met de snelheid waarmee men weer rijden zou en voort ging het over Almelo, waar nu eenige vlaggen hingen, Borne, Delden, Goor, Diepenheim, Lochem, Zutfen, Voorst weer naar 't Loo, waar men te ongeveer half zes aankwam. De commissaris der Koningin onzer provincie bleef ten hove dineeren en keerde te 10 uur gisteravond per trein terug.

Nog hoorden wij dat de tocht H. M. absoluut niet ernstig had vermoeid, dank zij den goeden toestand der wegen zoowel op de heen- als de terugreis, en den gelijkmatigen gang der Peugeotwagens.

Onmiddelijk na het vertrek werd in het dorp de even gestaakte arbeid aan den bouw van keeten hervat. Overal zag men ze verrezen of verrijzen uit en paar ruwe houten palen, een paar oude ramen en deuren en verder witte planken. In de tuinen, voor en tusschen de ruïnes der verbrande huizen, staan legertenten, maar zelfs op deze wijze kon men nog niet alle gezinnen herbergen. De directeur van het post- en telegraafkantoor stond een deel van zijn woning af, evenals zeer vele anderen. Het huis naast de fabriek der firma Janssen en Tilanus herbergt niet minder dan 12 gezinnen en blijkbaar rekent men op een vrij langdurig verblijf. 't Zal dan ook wel vrij lang duren - wij hoorden zelfs een termijn van 2 jaar noemen - voordat alle gezinnen weer een eigen woning hebben, al komen dan ook reeds van alle zijden aanbiedingen om te bouwen. Niet minder dan 14 architecten maakten reeds hun opwachting bij den burgemeester om zich voor den herbouw van het raadshuis aan te bevelen.

Bepaalde nadere bijzonderheden over den brand vernamen wij er gister niet, alleen vestigde men er onze aandacht op, dat wij niet alle paarden, die de haver verdienden, die hebben gegeven. Het behoud van de fabriek, zoo deelde men ons mede is voor een deel ook te danken aan den arbeid der monteurs van Gebr. Stork en Co. uit Hengelo, en de firma Tattersall uit Enschede die juist in in Vriezenveen waren om machines te stellen, terwijl ook de tweede machinist der fabriek afzonderlijk dient te worden vermeld. Wij noemen deze personen alsnog, al houden wij ons overtuigd, dat nog zeer velen meer zouden moeten worden vermeld, om hun bijzondere arbeidzaamheid.

Wat de schade betreft door verschillenden geleden hoorden wij klachten over het heel erg hoog waardeeren van het geredde van den inboedel door de agenten van een der verzekeringsmaatschappijen. Zoo krijgt b.v. iemand, die een vrij groot deel redde van zijn huisraad, van de f 1100 waarvoor hij huis en inboedel verzekerde, niet meer dan f 280 terug. Dat voorts gelden zullen worden ingezameld is reeds door ons vermeld. In een advertentie in een der Almeloosche bladen vestigt de gezondheidscommissie te Stad Almelo er de aandacht van architecten en bouwondernemers op, dat de bouwverordening, bedoeld in art. 1 der woningwet, voor de gemeente Vriezenveen in werking is getreden op 6 April 1905.

Mitsdien zullen alle projecten en ontwerpen voor nieuw te bouwen woningen, voor de oprichting waarvan men ingevolge art 5 der Woningwet vooraf schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders noodig heeft, moeten voldoen aan de bepalingen daaromtrent in die verordening gesteld. De aanvrage tot vergunning moet zijn ingericht volgens art. 73 der verordening. Deze is niet toepasselijk op loodsen en keeten enz., welke tijdelijk ter bewoning worden gebruikt.

Ten slotte nog iets. Reeds meermalen is in ons blad, evenals door kamers van koophandel en andere lichamen en personen de aandacht gevestigd op de slechte verbinding per spor tusschen Twenthe en Zwolle. Moesten wij Dinsdagavond om ten minste een uur eerder ter plaatse van de ramp te kunnen zijn, de route nemen over Zutfen, Hengelo, Almelo, heden was ook dit onmogelijk. Gelukkig, dat het meest moderne, nog immer niet genoeg geprezen voertuig ons ten dienste stond. Hierdoor werd het mogelijk,d at wij nog eenige minuten voor H. M. Wierden doorreden, vlak achter het vorstelijk ruituig Almelo binnenkomend, daar een deel der voor anderen bestemde eerbetooningen usurpeerden en toen het hooge gezelschap even toilet maakte konden passeeren.

Mocht de verbetering in deze verbinding, zoo lang en zoo vurig gewenscht, nu eens een van die kleine gelukjes zijn, die onvermijdelijk inhet gezelschap zijn van een groote ramp, om met onze Vriezenveensche zegsvrouw te spreken, daar waren zeer, zeer velen mee gebaat.

Artikel uit de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 22-05-1905 (2e blad, blz. 2).
Comments